Website van het tijdschrift GZ-psychologie
     

Archief wetenschappelijke artikelen GZ-psychologie

Via dit online archief kunnen abonnees de artikelen uit GZ-psychologie raadplegen. Ook is het mogelijk om in het archief te zoeken op trefwoord.

Adoptie-alerte hulpverlening: praktijk en casuïstiek

Adoptie-alerte hulpverlening: praktijk en casuïstiek
Auteur: A. Vinke
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2012 

 

 

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘Als P-opleider ben je vooral ook een troubleshooter’

‘Als P-opleider ben je vooral ook een troubleshooter’
Een interview met Jenneke van der Plas, door Iris Dijkstra.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2011

‘Ik zou willen dat gz-psychologen voor de hele markt worden opgeleid, en niet voor de instelling waar ze toevallig al werkzaam zijn.’ Aan het woord is Jenneke van der Plas, praktijkopleider van de gz-opleiding binnen GGzE, Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven en de Kempen, en voorzitter van het landelijke P-opleidersoverleg.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Bezuiniging: samen werken, niet samen vechten!

Bezuiniging: samen werken, niet samen vechten!
Opiniestuk door Dineke Smit, wetenschappelijk onderzoeker Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen en vrijgevestigd wetenschapsfilosofe
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2011
 
Minister Schippers wil 600 miljoen euro bezuinigen op de geestelijke gezondheidszorg. Zij wil de voortdurend stijgende kosten van de geestelijke gezondheidszorg beperken. Het aantal mensen dat geestelijke hulp zoekt, is de afgelopen acht jaar meer dan verdubbeld. Schippers wil dat mensen met een aanpassingsstoornis het ‘in eigen kring uitvogelen’. Iedereen moet weten dat zorg geld kost…
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Uitkomstonderzoek en mechanismen van verandering: twee handen op één buik?

Uitkomstonderzoek en mechanismen van verandering: twee handen op één buik?
Auteur: prof. dr. E.H.W. Koster
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2011
 
Binnen het klinisch handelen wordt er in toenemende mate verwacht dat psychologen zich baseren op de bevindingen uit uitkomstonderzoek. Binnen dit onderzoek wordt er met name veel gewicht toegekend aan de resultaten van randomized controlled trials. Hoewel deze tendens een belangrijke stap voorwaarts betekent, zijn er enkele belangrijke kanttekeningen te plaatsen bij deze ontwikkelingen. In dit artikel beargumenteer ik dat we binnen de klinische psychologie waakzaam moeten zijn ten opzichte van een hegemonie van uitkomstonderzoek. Ik stel dat het noodzakelijk is dat er naast informatie uit behandeluitkomstonderzoek meer gewicht zou moeten worden toegekend aan (1) onderzoek naar verandermechanismen, (2) onderzoek naar succesvolle cliënten en (3) onderzoek naar succesvolle therapeuten.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Kennismaken: emotionally focused therapy

Kennismaken: emotionally focused therapy
Auteur: P. C. Deij
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2011
 
Emotionally focused therapy (EFT) is een geprotocolleerde methode voor partnerrelatietherapie, ontwikkeld door dr. Sue M. Johnson uit Canada. Bij EFT komen delen uit experiëntiële en systemische werkwijzen en de hechtingstheorie samen. EFT gaat uit van de sterke kracht van emoties en liefde en verbindt dit met de behoefte aan veiligheid en geborgenheid die gekoppeld zijn aan hechting. Strijd tussen paren wordt beschouwd als strijd die geleverd wordt als deze veiligheid en geborgenheid onder druk staan of verloren lijken te gaan. De methode beslaat negen stappen die onderverdeeld worden in drie fases, elk met een ander doel: de-escalatie, verbinding en bestendiging.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Work in progress

Work in progress
Auteur: Maryse Broek
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2011
 
Patiëntgebonden werkzaamheden, intervisie, congressen, bijhouden van een dossier, punten aanvragen en formulieren opsturen. Klinisch psychologen hebben veel over voor hun herregistratie als specialist en zijn positief te spreken over de zwaarte van de eisen waaraan zij moeten voldoen. Zij hebben echter ook een schat aan informatie in huis over hoe de herregistratie verbeterd zou kunnen worden. Zo blijkt uit het rapport Herregistratie onder de loep, dat op 18 april jl. verscheen.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Advies: jaarlijks 960 nieuwe piogs

Advies: jaarlijks 960 nieuwe piogs
Auteurs:Mariëtte Hosemans en Joris Meegdes
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2011
 
Het Capaciteitsorgaan heeft 13 april jl. voor het eerst in haar bestaan een Capaciteitsplan voor de erkende (vervolg)opleidingen tot gz-psycholoog, klinische neuropsycholoog, klinisch psycholoog, psychotherapeut en verpleegkundig specialist ggz aangeboden aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Voor de opleiding tot gz-psycholoog wordt voor de komende jaren een voorkeur uitgesproken voor een jaarlijkse instroom van 960 ‘piogs’ (psychologen in opleiding tot gz-psycholoog), binnen een bandbreedte van minimaal 740 en maximaal 1.035.

 

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Op weg naar DSM-5

Op weg naar DSM-5
Auteurs: prof. dr. R.J van der Gaag, C. Weber
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2011 

Naar verwachting zal in 2013 de DSM-IV plaatsmaken voor de DSM-5. Op de studiedag ‘McDD en de verkenning binnen de grenzen van ASS’ – op 24 november 2010 georganiseerd door Benecke - ging prof. dr. R.J van der Gaag in op de geschiedenis van de DSM, de verdiensten en beperkingen ervan en de belangrijkste veranderingen, zoals het verdwijnen van de subcategorieën binnen de autismespectrumstoornissen (ASS).

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘Ziekenhuizen zouden meer gz-psychologen in dienst moeten nemen’

‘Ziekenhuizen zouden meer gz-psychologen in dienst moeten nemen’
Interview met klinisch psycholoog, psychotherapeut, groepstherapeut en cognitief-gedragstherapeut Maarten Lange, die bijna 25 jaar hoofd van de psychiatrische deeltijdbehandeling van het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis was. Geschreven door Iris Dijkstra.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2012
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘Psychose is een gestigmatiseerde aandoening, niemand loopt te koop met de symptomen’

‘Psychose is een gestigmatiseerde aandoening, niemand loopt te koop met de symptomen’
Interview met prof. dr. M. van der Gaag door Iris Dijkstra
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2012

Hoogleraar Klinische psychologie Mark van der Gaag startte vier jaar geleden een onderzoek naar het effect van preventieve cognitieve gedragstherapie (pCGT) op het voorkómen van psychosen. Een enorm project, waar ruim 200 patiënten met subklinische psychotische klachten aan meededen. De behandeling lijkt nu haar vruchten af te werpen. Het aantal mensen met een psychose is in de experimentele groep in elk geval een stuk kleiner dan in de controlegroep.

 
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘Etnische matching tussen cliënt en hulpverlener is niet noodzakelijk’

‘Etnische matching tussen cliënt en hulpverlener is niet noodzakelijk’
Interview met  Emel Özbek door journalist Iris Dijkstra.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 7, november 2011
 
Ze zou er niet aan moeten denken om uitsluitend Turkse cliënten te behandelen. ‘Ik vind het juist leuk om met heel verschillende mensen in aanraking te komen’, zegt klinisch-psycholoog-in-opleiding Emel Özbek. ‘Bovendien is het een misvatting te denken dat je als psycholoog van Turkse komaf automatisch een klik hebt met alle Turken. Binnen één etnische groep kunnen net zo goed verschillen bestaan als tussen groepen. Het gaat erom dat je daar oog voor hebt.’
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Strategieën voor een gezonde bedrijfscultuur

Strategieën voor een gezonde bedrijfscultuur
Een interview met Caroline Six, Inger Plaisier en Karianne Kalshoven over bedrijfscultuur, door Michel van Dijk
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2011
 
 Mentale veerkracht, ethisch leiderschap, open communicatie tussen collega’s en leidinggevenden, het draagt allemaal bij aan een prettige werksfeer voor de medewerkers, of dat nu frontliniesoldaten, kantoorbeambten of GZ-psychologen zijn. Dat zijn enkele uitkomsten van het onderzoek van drie wetenschappers op het snijvlak van persoonskenmerken en werkcontext.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De wisselwerking tussen gedrag, brein en omgeving

De wisselwerking tussen gedrag, brein en omgeving
Een interview met prof. dr. Jos Egger door Iris Dijkstra. 
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2011
 
Eigenlijk vond hij de psychologie in de jaren tachtig een beetje soft. ‘De nadruk lag wel erg op het sociale.’ Daarom ging hij na zijn propedeuse ook informatica studeren. Nu is Jos Egger hoogleraar Contextuele neuropsychologie. Hij vindt het belangrijk om neuropsychologische processen nauwkeurig in kaart te brengen, maar heeft ook oog voor het psychische functioneren van individuele mensen met een gezondheidsprobleem. ‘Aan alleen maar een etiket plakken heb je niets.’ 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Over dwang en geweld

Over dwang en geweld
Column van Jen Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2012
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Gz-psychologen moeten zich beter profileren

Gz-psychologen moeten zich beter profileren
Ingezonden brief van R.van Manen en E. Dorrestijn
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2012
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Crossnationale vergelijking depressie

Crossnationale vergelijking depressie
Het World Mental Health Survey Initiative publiceerde vorige zomer de uitkomsten van een crossnationaal onderzoek naar de prevalentie van depressie. Voor veel van de achttien deelnemende landen levert dit onderzoek voor het eerst in de geschiedenis goede cijfers op over de prevalentie van depressie in het land. Het rapport is dan ook vooral van betekenis voor beleidsmakers, stelt dr. ir. R. de Graaf, programmahoofd Epidemiologie & Monitor Geestelijke Gezondheid bij het Trimbos-instituut. Door Marten Dooper. 
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2012
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Het combineren van twee parttimebanen

Het combineren van twee parttimebanen
Hoe ziet de werkplek van gz-psychologen eruit? Wat voor kamer hebben ze? Met wie delen ze hem? Hoe gaan ze om met hun collega’s? In deze nieuwe rubriek laten gz-psychologen hun werkplek zien. Deze keer: dr. Marc Hendriks.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2012
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Als Mozes niet naar de berg komt…

Als Mozes niet naar de berg komt…
Auteurs: Erwin van Meekeren, Ad Kaasenbrood, Harry Gras en Wies van den Bosch
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2012
 
Als de patiënt niet ‘past’ in het reguliere aanbod, moeten wij de handen ineen slaan en als professionals over onze grenzen kijken, andere paden inslaan en met verschillende vakgebieden gaan samenwerken. In het licht van de aanstaande bezuinigingen en eigen bijdragen wellicht zelfs een extra spannende (en ook morele?) opdracht. Wat moet en kan er anders?
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Bedroefd: Gilles de la Tourette

Bedroefd: Gilles de la Tourette, januari 2012
Column van Arianne Struik
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2012
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Rapport over scenario’s van effecten eigen bijdrage

Rapport over scenario’s van effecten eigen bijdrage
Minister Edith Schippers van VWS wil de eigen bijdrage in de ggz gebruiken om de alsmaar stijgende kosten van die zorg te beteugelen. Maar het is zeer de vraag tot welke onbedoelde bijeffecten deze maatregel zal leiden. Extra beleid om deze maatregel te ondersteunen – zogenaamd ‘flankerend beleid’ - zou helpen om die mogelijke schade te beperken, maar komt vooralsnog niet in de plannen van de minister voor. Geschreven door Frank van Wijck.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2012
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Psychofarmaca in de westerse eerstelijnsgezondheidszorg

Psychofarmaca in de westerse eerstelijnsgezondheidszorg, december 2011
De column van Jan Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2012
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Kleding hier afgeven

Kleding hier afgeven
De column van Gerton Heyne
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2012
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Reactie op ‘Hoogbegaafdheid, het label voorbij’

Reactie op ‘Hoogbegaafdheid, het label voorbij’
Ingezonden brief door dr. Noks Nauta en Rianne van de Ven
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2012
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Online screening en zelfhulpbehandeling voor depressie en angst: resultaten uit twee promotietrajecten

Online screening en zelfhulpbehandeling voor depressie en angst: resultaten uit twee promotietrajecten
Auteurs: T. Donker, L. Warmerdam, A. van Straten en P. Cuijpers
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2012
 
SAMENVATTING
Momenteel is e-mental health de markt van zorgaanbod aan het veroveren. Steeds meer GGZ-instellingen hebben deze nieuwe vorm van behandeling in het aanbod opgenomen, of zijn hierover in gesprek. Ook is er een groeiend aantal zorgverzekeraars die online behandelingen vergoeden. Daarnaast is de interesse vanuit de algemene bevolking ook zeer groot; tussen september 2007 en augustus 2010 bezochten maar liefst 3.113 unieke bezoekers de website van Kleur je leven, een online interventie voor depressie. Onderstaand artikel gaat in op de belangrijkste uitkomsten van twee promotietrajecten op het gebied van e-mental health. In het proefschrift van L. Warmerdam, getiteld Online treatment of adults with depression: clinical effects, economic evaluation, working mechanisms and predictors, worden twee begeleide online interventies voor depressie, namelijk Kleur je leven en Alles Onder Controle onderzocht op hun (kosten)effectiviteit. Beide interventies zijn nu beschikbaar voor de algemene bevolking. In het proefschrift van T. Donker, getiteld Low-intensity screening and treatment of common mental disorders, worden de mogelijkheden van online screening (waaronder de psychometrische eigenschappen van de Web Screening Questionnaire for Common Mental Disorders [WSQ]) en behandeling van veelvoorkomende psychische stoornissen onderzocht. Er is geen twijfel meer dat begeleide internetzelfhulp effectief is. Het wordt tijd dat deze vorm van behandeling op grote schaal geïmplementeerd wordt. Online zelfhulpbehandelingen vergroten de keuze in het behandelaanbod en kunnen succesvol gebruikt worden als op zichzelf staande interventie, als verlengstuk van face to face-therapie of als terugvalpreventie.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
ZZP-ERS in de ggz: kans of risico?

ZZP-ERS in de ggz: kans of risico?
Auteur: Bert Vendrik
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2012

ZZP’ers in de ggz: zegen en kwetsbaar, kans én risico. Het elan van de ZZP’ers, hun nabijheid en verantwoordelijkheidsgevoel naar cliënten toe is verfrissend en mooi om te zien. Sterk zijn ze in de eenvoud van hun procesmatig werken. Het ondernemerschap van de ZZP’er, het regelen van allerhande randvoorwaarden en het openstaan voor kwaliteitscontrole zijn zwak. Laten ZZP’ers zich ter harte nemen dat verantwoording afleggen van hun besteding van publiek geld erbij hoort.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘Samen lunchen in de kantine, die grotendeels gerund wordt door cliënten’

‘Samen lunchen in de kantine, die grotendeels gerund wordt door cliënten’

Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2012

Hoe ziet de werkplek van gz-psychologen eruit? Wat voor kamer hebben ze? Met wie delen ze hem? Hoe gaan ze om met hun collega’s? In deze nieuwe rubriek laten gz-psychologen hun werkplek zien. Deze keer: Pauline Jacobs.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Behandelen in de virtuele wereld

Behandelen in de virtuele wereld, december 2011
Auteurs: Marten Dooper, wetenschapsjournalist
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2012

De techniek staat nog in de kinderschoenen, maar het behandelen van aandoeningen als angststoornissen en psychose met behulp van virtual reality komt er beslist aan. Een groot voordeel van deze vorm van therapie is dat de patiënt de ziektesymptomen vertoont in de spreekkamer. Daardoor zijn deze objectief te meten en is het gedrag van de patiënt meteen te corrigeren.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Therapeutisch psychologisch onderzoek bij mensen met persoonlijkheidsstoornissen: uitdagingen en kansen

Therapeutisch psychologisch onderzoek bij mensen met persoonlijkheidsstoornissen: uitdagingen en kansen
Auteurs: H. De Saeger, prof. dr. J.H. Kamphuis
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2012
 
SAMENVATTING
Over diagnostiek wordt vaak gezegd dat het een overbodige luxe is. Een uitzondering hierop is therapeutisch psychologisch onderzoek. Hierover wordt gezegd dat diagnostici die zich niet scholen in deze methode een belangrijke kans missen om positieve veranderingen bij cliënten te stimuleren en het therapeutische proces naar een hoger niveau te tillen. Therapeutisch psychologisch onderzoek verwijst naar een collaboratieve, semigestructureerde wijze van geïndividualiseerde klinische psychodiagnostiek. De Viersprong, landelijk centrum voor persoonlijkheidsproblematiek, heeft deze methode van diagnostiek geïmplementeerd. Een deel van het diagnostiekteam werd getraind in het Therapeutisch Psychologisch Onderzoek door Stephen Finn. Daarnaast werd in 2009 gestart met een randomised clinical trial naar het effect van therapeutisch psychologisch onderzoek bij mensen met ernstige persoonlijkheidsstoornissen. Het is nog te vroeg om concrete onderzoeksresultaten te rapporteren maar de aanvankelijke scepsis is ondertussen verdwenen. De twijfel dat mensen met ernstige persoonlijkheidsstoornissen omwille van hun beperktere psychologiserende vermogens niet gebaat zijn bij deze interventie lijkt ongegrond. Het investeren in de samenwerkingsrelatie is enerzijds de uitdaging en tegelijk hefboom bij cliënten met ernstige persoonlijkheidspathologie.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Psychotherapie voor depressie werkt! Maar hoe?

Psychotherapie voor depressie werkt! Maar hoe?
Auteurs: L.H.J.M. Lemmens, M.J.H. Huibers
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2012
 
SAMENVATTING
Depressie is een ernstig en toenemend gezondheidsprobleem. Hoewel uit onderzoek is gebleken dat verschillende vormen van psychotherapie effectief zijn in het behandelen van somberheidklachten, zijn initiële responscijfers onvoldoende en terugvalcijfers hoog. Verbetering van therapieën is nodig. Inzicht in werkingsmechanismen die therapeutische verandering kunnen verklaren, wordt gezien als een cruciale eerste stap in het verbeteren van behandelingen. Toch bestaat er tot nu toe geen evidence based verklaring over waarom en hoe psychotherapie leidt tot een vermindering van depressieve klachten. Hoewel de aandacht voor mechanisme-onderzoek de laatste jaren sterk is toegenomen, staat onderzoek op dit gebied nog in de kinderschoenen. Bevindingen zijn veelbelovend maar zeer zeker niet onbetwistbaar. De praktijk wijst uit dat mechanisme-onderzoek niet gemakkelijk is, en te maken heeft met een aantal theoretische, methodologische en statistische moeilijkheden. In dit artikel wordt de stand van zaken van huidig mechanisme-onderzoek besproken en wordt ingegaan op veelvoorkomende moeilijkheden. Verder wordt er aandacht besteed aan wat we kunnen leren uit voorgaand onderzoek en zullen voorwaarden voor gedegen mechanisme-onderzoek aan bod komen. Aspecten als mediatie, temporaliteit en specificiteit spelen hierin een centrale rol.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Geen beroepserkenning voor de gz-psycholoog in Duitsland

Geen beroepserkenning voor de gz-psycholoog in Duitsland
Ingezonden brief van Lucienne Rog.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 7, november 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Lerend de stress te lijf

Lerend de stress te lijf
Auteurs: G. Bos, A. van Dam
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 7, november 2011
 
SAMENVATTING
Het werk van de gz-psychologie verandert de komende jaren; er staat grote druk op de financiering van de geestelijke gezondheidszorg. In de eerste lijn wordt het aantal vergoede sessies verminderd, de aanpassingsstoornis wordt uit het basispakket gehaald en ook cliënten uit de tweede lijn moeten een eigen bijdrage betalen (Smit, 2011). Verder stijgen productienormen en nemen de administratieve verplichtingen eerder toe dan af. Wat betekent dit voor de gz-psycholoog? Psychologen hebben zorg of de cliënt nog wel gebruik zal (kunnen) maken van de psychologische hulp en zijn onzeker hoe deze zorg in Nederland zich zal ontwikkelen. Door het opvoeren van de werkdruk en het beperken van de zekerheid en vrijheden ontstaat er een stressvolle situatie die bij een ruime meerderheid het plezier in het werk doet afnemen. Hoe kun je daar als gz-psycholoog mee omgaan? In dit artikel willen we deze vragen belichten vanuit de arbeidspsychologie en vertalen naar praktijk van alledag
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Risicotaxatie bij relationeel geweldplegers in de praktijk: de B-SAFER

Risicotaxatie bij relationeel geweldplegers in de praktijk: de B-SAFER
Auteur: prof. dr. C. de Ruiter.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 7, november 2011
 
SAMENVATTING
In de huidige studie werd de B-SAFER, een gestructureerd risicotaxatie-instrument voor relationeel geweld, gecodeerd op basis van 146 relationeel geweld zaken van de reclassering, uit de jaren 2004 en 2005. Het doel van de studie was tweeledig: (1) identificatie van subtypen van relationeel geweldplegers door gebruik te maken van de B-SAFER-risicofactoren; (2) onderzoek van de relatie tussen het gestructureerde professionele oordeel gebaseerd op de B-SAFER en recidive van relationeel geweld. Vier subtypen werden geïdentificeerd: family-only, generally violent/antisocial, low-level antisocial en psychopathology. Deze subtypen waren vergelijkbaar met de subtypen die gevonden zijn in eerdere buitenlandse studies. Het gestructureerde risicotaxatie oordeel hing significant samen met herhaling van relationeel geweld. De conclusie luidt dat de B-SAFER een valide voorspeller is van recidive met relationeel geweld. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een casus waarbij de B-SAFER is gebruikt om de risicofactoren te inventariseren.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Het eerste gesprek met naastbetrokkenen: de eerste klap is een daalder waard

Het eerste gesprek met naastbetrokkenen: de eerste klap is een daalder waard
Auteur: E. van Meekeren.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 7, november 2011
 
SAMENVATTING
Naastbetrokkenen* van mensen met psychische stoornissen zijn waardevolle ‘partners in zorg’. Zij kunnen zowel bij diagnostiek, als behandeling en terugvalpreventie behulpzaam zijn. Daarnaast hebben naastbetrokkenen veel vragen, zoals hoe zij het beste met hun dierbaren om kunnen gaan. Zij gaan vaak ook zelf gebukt onder de problematiek; psychische stoornissen komen frequent voor.

De Landelijke Dag Psychische Gezondheid van 2011 (10 oktober) stond in het teken van deze thematiek. De reden was dat naastbetrokkenen, als groep enorm groot in aantal, te weinig aandacht krijgen in de ggz. In dit artikel laten we zien dat ook een gz-psycholoog naasten in zijn of haar dagelijkse praktijk ‘moet’ betrekken. Een opleiding als systeemtherapeut is hierbij niet noodzakelijk. Het accent ligt op het ‘eerste gesprek’. Dat moet namelijk goed verlopen voor een adequaat vervolg.

*Naastbetrokkenen zijn alle mensen die op enige manier persoonlijk betrokken zijn (of zich voelen) bij de persoon met psychische problemen

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Het ontwikkelen en invoeren van zorgprogramma’s, -paden en -trajecten in een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie

Het ontwikkelen en invoeren van zorgprogramma’s, -paden en -trajecten in een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie, november 2011
Auteurs: H.G. Visser, B.J.E.Kreukels, MSc, S.W. Ma, MSc., P.G. Smulders.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 7, november 2011
 
 
SAMENVATTING
Herlaarhof is een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Noord Brabant. Herlaarhof biedt klinische, dagklinische en ambulante zorg op zes locaties. Er werken ongeveer 350 medewerkers. Een aantal jaren geleden is begonnen met de ontwikkeling van 5 zorgprogramma’s en met het beschrijven van zorgpaden, en hun modules, binnen die zorgprogramma’s. Een zorgtraject is een combinatie van een diagnostiektraject en een behandeltraject. Zorgtrajecten geven exact aan wat er wordt gedaan, door wie, en hoe lang een traject duurt. Het is het meest concrete en uitgewerkte niveau van een zorgpad. In dit artikel wordt beschreven wat er ondernomen is om zorgtrajecten inhoudelijk, logistiek en financieel te ontwerpen en in te voeren. Verder wordt duidelijk gemaakt welke hulpmiddelen er zijn gemaakt voor kinderen en jongeren en welke er zijn gemaakt voor medewerkers. Uiteraard zijn wij ook hobbels en kuilen in de weg tegengekomen. Immers: niet alles is maakbaar en planbaar en elke oplossing kent weer nieuwe dilemma’s en problemen.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Boos en blij: loyaliteit

Boos en blij: loyaliteit
De column van Arianne Struik. 
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 7, november 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Gz-psychologen en het ziektemodel

Gz-psychologen en het ziektemodel
De column van Jan Derksen.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 7, november 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Over de culturele kip en het professionele ei

Over de culturele kip en het professionele ei, november 2011
De column van Gerton Heyne.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 7, november 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Goede diagnose, slecht communicatie

Goede diagnose, slecht communicatie
Auteur: Wijnand van Dijk
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 7, november 2011
 
In deze rubriek besteden we aandacht aan tuchtzaken tegen gz-psychologen. In deze aflevering een slachtoffer van huiselijk geweld met klachten over slechte communicatie, verkeerde diagnostiek en procedurele fouten. Het Regionale Tuchtcollega verwierp de klachten, maar het Centraal Tuchtcollege gaf de gz-psycholoog een waarschuwing.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De objectiviteit van een psychodiagnostisch onderzoek

De objectiviteit van een psychodiagnostisch onderzoek
De rubriek Tuchtrecht, door Wijnand van Dijk.
 
In deze rubriek besteden we aandacht aan tuchtzaken tegen gz-psychologen. In deze eerste aflevering een psychodiagnostisch onderzoek dat te veel gebaseerd zou zijn op stereotype beelden over moslims.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Onvrede

Onvrede, september 2011
Column Jan Derksen.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Is invoering adolescentenstrafrecht vernieuwend?

Is invoering adolescentenstrafrecht vernieuwend?
Ingezonden brief. dr. Philip E. Veerman.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2011
 
 
Het voorstel dat de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie onlangs naar de Tweede Kamer stuurde om voor jongeren en jongvolwassenen in de leeftijdsgroep van 15 tot 23 jaar adolescentenstrafrecht in te voeren heeft vernieuwende elementen, maar creëert ook verwarring. Dat beeld komt naar voren als we alles in historisch perspectief plaatsen.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Open brief van 21-jarige cliënte Reinier van Arkel aan minister Schippers van VWS

Open brief van 21-jarige cliënte Reinier van Arkel aan minister Schippers van VWS
Open brief aan minister Schippers.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2011

Deze gehele dag zit ik al aan u te denken. En dat terwijl u mij niet eens kent. Dit klinkt als een romantische onbereikbare liefde. De realiteit is echter anders. Als uw plannen doorgaan, kom ik namelijk in de problemen.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Voorspellen eerste psychose (nog) niet mogelijk

Voorspellen eerste psychose (nog) niet mogelijk
Door Marten Dooper.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2011
 
 
Vroegtijdig herkennen en behandelen van voorstadia van een eerste psychose kan veel leed besparen. Diagnostische instrumenten om dit voorstadium te herkennen zijn er legio, blijkt uit literatuuronderzoek door de Leuvense klinisch psycholoog en gedragstherapeut Kathleen Lacluyse. De voorspellende waarde ervan is echter te gering om in de klinische praktijk van praktisch nut te kunnen zijn.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Effect van cognitieve gedragstherapie bij autochtone en allochtone cliënten met angststoornissen

Effect van cognitieve gedragstherapie bij autochtone en allochtone cliënten met angststoornissen
Auteurs: T. Itkina, prof. dr. M.A. van den Hout, M. Rijkeboer, prof. dr. D.C. Cath
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2011
 
 
Cognitieve gedragstherapie (CGT) geldt als behandeling van eerste voorkeur bij angststoornissen. Op klinische gronden is gesuggereerd dat deze behandelingen minder effectief zouden zijn bij niet-westerse allochtonen. Onderzoek uit de Verenigde Staten en Zweden suggereert echter dat CGT wel effectief is bij allochtone cliënten. In het huidige onderzoek is daarom nagegaan of er verschil is in effectiviteit van CGT tussen autochtone Nederlandse cliënten en niet-westerse allochtone cliënten met angststoornissen. De CGT werd uitgevoerd volgens de multidisciplinaire richtlijnen.

In totaal 46 autochtone cliënten en 19 niet-westerse allochtone cliënten met angststoornissen werden behandeld op een polikliniek die is gespecialiseerd in de behandeling van deze stoornissen. De effectiviteit van de behandelingen werd geëvalueerd met de Brief Symptom Inventory (BSI) en Outcome Questionnaire-45 (OQ-45). De vragenlijsten werden afgenomen bij de start en aan het eind van de behandeling.

Beide groepen lieten significante verbeteringen van klachten zien op zowel BSI als OQ-45. Op de BSI toonde de allochtone groep meer vooruitgang dan de autochtone groep, maar dit lijkt vooral te moeten worden toegeschreven aan verschillen op de BSI bij aanvang van de behandeling. Op de OQ-45 gingen de beide groepen in dezelfde mate vooruit.
 
CGT volgens de multidisciplinaire richtlijnen bleek  niet minder effectief bij autochtone cliënten met angststoornissen vergeleken met autochtone cliënten.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Adoptie-alerte hulpverlening: achtergrond en theorie

Adoptie-alerte hulpverlening: achtergrond en theorie
Auteur: dr. A.J.G. Vinke
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2011

Een kind afstaan, afgestaan worden als kind, geadopteerd worden of een kind adopteren verandert de levens van betrokkenen voorgoed. Te vondeling gelegd zijn, achtergelaten zijn bij een weeshuis, op straat geleefd hebben of door de kinderbescherming bij biologische ouders weggehaald worden zijn feiten die dikwijls in adoptiedossiers te vinden zijn. Deze of een soortgelijke start maakt geadopteerde kinderen a priori kwetsbaar (Brodzinsky & Schechter, 1990; Vinke, 1999).

Wanneer deze kwetsbaarheid wordt uiteengerafeld, valt op dat ze om een specifiek opvoedingsantwoord van adoptieouders en hulpverleners vraagt. Dikwijls met goed gevolg: zeker wanneer geadopteerden worden vergeleken met leeftijdsgenoten die in tehuizen achterbleven laten deze kinderen een opmerkelijke – en op onderdelen bijna complete – inhaalslag zien naar het niveau van niet-geadopteerde leeftijdgenoten. Dit geldt dan voor groei, gehechtheid, zelfwaardering, IQ en gedragsproblemen (Van IJzendoorn & Juffer, 2006).

Aan de andere kant laat onderzoek ook zien dat opvoeden en verzorgen van geadopteerde kinderen specifieke eisen stelt aan ouders. De inhaalslag komt niet vanzelf tot stand (Stams, Juffer & Van IJzendoorn, 2002; Bimmel, 2003). Adoptieouders zullen moeten beschikken over pedagogisch kapitaal om de specifieke opvoedings- en ontwikkelingsvragen van geadopteerden recht te doen (Vinke, 1999). Wanneer adoptieouders hulp hierbij vragen, is het zaak dat hulpverleners alert zijn op de extra dimensie die afstand en adoptie met zich kan meebrengen. Dit is een dimensie die niet alleen in de opvoeding van geadopteerde kinderen een rol speelt, maar ook doorloopt in de volwassenheid. Een adoptie-alerte houding van diagnostici en therapeuten in de eerste en tweede lijn is daarbij gewenst. In dit artikel worden enkele adoptiegerelateerde thema’s aangesneden die kunnen bijdragen aan een adoptie-alerte houding. Allereerst komen de feiten en cijfers aan bod, vervolgens is er aandacht voor risico’s en kansen en ten slotte voor verliezen en opnieuw starten.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Nieuwe kleren voor de keizer of kleden we hem uit?

Nieuwe kleren voor de keizer of kleden we hem uit?
Nieuwe kleren voor de keizer of kleden we hem uit?
Auteur: A. Rokx
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2011
 
Voor de clinicus zijn het barre tijden. We worden kritisch gevolgd door derden (wetenschappers, beleidsmakers, zorgverzekeraars) die zich in toenemende mate met de vorm en de inhoud van ons werk bemoeien. De vaak simplistische voorstelling van zaken die wordt gehanteerd staat nogal in schril contrast met de dagelijkse werkelijkheid in menige sector in de ggz. De voorschriften en richtlijnen bieden bij lange na niet voldoende handvatten om ons vak op een professionele manier uit te oefenen. Het verklaart wellicht waarom er uitgerekend in dit evidence-based tijdperk veel belangstelling is voor nieuwe ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld mindfulness en ACT. Los van de vraag of deze belangstelling terecht is en of het een lang leven is beschoren is, is het in ieder geval van belang dat clinici nou eindelijk eens een tegengeluid gaan laten horen. Wat doet u nu eigenlijk echt in uw spreekkamer, hoe werkbaar zijn uw protocollen? Laat weten wat uw dagelijkse ervaringen, moeilijkheden en creatieve oplossingen zijn. Het is de hoogste tijd dat de clinici niet alleen het lijdend voorwerp van de discussie zijn, maar zich gaan opstellen als gelijkwaardige deskundige gesprekspartners als het gaat om de dagelijkse uitoefening van ons vak.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Reactie op de droom van Derksen

Reactie op de droom van Derksen
Ingezonden brief van Coen Völker
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘E-mental health straks even gewoon als de telefoon’

‘E-mental health straks even gewoon als de telefoon’
Een interview met prof. dr. Pim Cuijpers.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2011

Internethulpverlening is inmiddels beschikbaar bij depressies en angststoornissen en ook de opstap naar complexere aandoeningen zoals schizofrenie is een feit. E-mental health zal volgens prof. dr. Pim Cuijpers binnen 20 jaar dan ook geen issue meer zijn. Internet is in zijn visie straks één van de reguliere kanalen die de ggz inzet voor contact met en hulp aan de patiënt.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Hoogbegaafdheid: het label voorbij

Hoogbegaafdheid: het label voorbij
Auteurs: M. Frumau, prof. dr. J.J.L. Derksen, dr. W. Peters
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2011
 
Kinderen en jongeren labelen als ‘hoogbegaafd’ leidt tot misverstanden en is strijdig met actuele psychologische inzichten. De psychologische diversiteit onder ‘hoogbegaafden’ is indrukwekkender dan de overeenstemming en er is onvoldoende empirische steun voor ‘hoogbegaafdheid’ als afzonderlijke categorie. Feitelijk is het (nog) onduidelijk wat ’hoogbegaafdheid’ precies is en identificatie van´hoogbegaafdheid’ door een intelligentietest alleen is niet mogelijk. Met deze stellingen willen we onderzoek naar ‘hoogbegaafdheid’ niet ontmoedigen, maar veel meer de nodige ruimte geven. We blijven voorstanders van het gebruik van een aangepast (leerstof)aanbod. Het stoppen met het labelen biedt wellicht meer kansen voor kinderen die op cognitief gebied sterk afwijken van het gemiddelde in hun directe omgeving, groep of klas. Wij richten de aandacht niet op een statisch label (‘hoogbegaafdheid’), maar accentueren het psychologisch proces, waarin kinderen hun vermogen en talent kunnen ontwikkelen naar een expertniveau. Dit door adequate stimulering en de actieve inspanning van deze kinderen zelf.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
H.M. de Koningin en de PvdA

H.M. de Koningin en de PvdA
De column van Jan Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Bang: seks

Bang: seks
De column van Arianne Struik
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De Bijenkorf-zaak: een (on)betrouwbare ‘borderline’ diagnose

De Bijenkorf-zaak: een (on)betrouwbare ‘borderline’ diagnose
Casus Forensische Psychologie door prof. dr. C. de Ruiter
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2011
 
Soms word je als getuigedeskundige in strafzaken gevraagd om te rapporteren over een verdachte die je al lang en breed in de media bent tegen gekomen. Het is dan extra belangrijk zo’n onderzoek in te gaan in het volle bewustzijn dat je hypothesen over wat er met de verdachte aan de hand zou kunnen zijn al ‘gekleurd’ zijn door wat journalisten er al over hebben opgetekend. Zo’n geval was ook ‘de Bijenkorf-zaak’. Op 22 oktober 2007 begaf de toen 23-jarige Jane van T. zich naar de vierde etage van de Amsterdamse vestiging van de Bijenkorf. Ooggetuigen zagen hoe zij haar 18 maanden oude dochter eerst op de balustrade zette en vervolgens naar beneden gooide. Korte tijd later sprong Van T. erachteraan. Het kind stierf ter plekke, Van T. raakte zwaargewond (zie o.a. Het Parool[1]). Zij belandde in het ziekenhuis, maar werd toen zij enigszins hersteld was als verdachte aangehouden door de politie. Wat volgt is een verblijf in detentie en een strafproces dat uiteindelijk pas bijna drie jaar later, op 17 september 2010, uitmondt in volledige vrijspraak.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Wie heeft baat bij eerstelijnspsychologische behandeling?

Wie heeft baat bij eerstelijnspsychologische behandeling?
Auteurs: prof. dr. P.F.M. Verhaak, J.P.A. Kamsma, A.G. van der Niet
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2011
 
Wie heeft baat bij eerstelijnspsychologische behandeling? Deze vraag wordt beantwoord met behulp van de gegevens over alle in 2009 afgesloten behandelingen van 664 eerstelijnspsychologen. Ruim 70% van de behandelingen wordt regulier beëindigd. Daarbij vindt reguliere beëindiging vaker plaats bij vrouwen, cliënten ouder dan 50 jaar, gehuwden/samenwonenden, hoger opgeleiden, cliënten met betaald werk en in Nederland geboren cliënten dan bij mannen, alleenstaanden, laag opgeleiden, cliënten die werkeloos zijn, in de ziektewet zitten of gepensioneerd zijn en niet in Nederland geboren zijn. Werk-/studieproblemen en aanpassings-/verwerkingsproblemen worden ook vaker regulier afgesloten dan andere problemen. Van de regulier beëindigde behandelingen is 88% verbeterd in functioneren, (54% is aanzienlijk verbeterd). In het algemeen gaat een reguliere beëindiging ook vaker gepaard met een aanzienlijke verbetering van meer dan 10 GAF-punten op de globale beoordeling van het functioneren (waarbij gecontroleerd is voor de hoogte van de aanvangsbeoordeling). In ruim 70% van de gevallen wordt de behandeling bovendien in 8 of minder behandelsessies afgesloten. Daarmee lijkt de zorg geboden door de eerstelijnspsycholoog voor veel mensen in een beperkt aantal sessies tot verbetering te leiden.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Massaal protest tegen bezuinigingen GGZ

Massaal protest tegen bezuinigingen GGZ
Impressie van de protestacties op 29 juni 2011 in Den Haag.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2011
 
 
Ruim 10.000 ggz-professionals en patiënten togen woensdag 29 juni naar het Haagse Malieveld om hun proteststem te laten horen tegen de hevige bezuinigingen van de regering. Minister Schippers nam 45.000 handtekeningen in ontvangst, maar tornt niet aan haar voorstellen. De grootste vrees tegen de ontwrichtende plannen is dat mensen zorg gaan mijden en stigma’s als schuld en schaamte terugkeren.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘DBC’s vragen om creatief boekhouden’

‘DBC’s vragen om creatief boekhouden’
Auteur: Mariëtte Baks, wetenschapsjournalist
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2011
 
Psychologen, psychotherapeuten en psychiaters vinden de in 2008 ingevoerde DBC’s niet zinvol. Dit blijkt uit een onderzoek van promovendus Lars Tummers van de Erasmus Universiteit Rotterdam: ‘De psychiaters, psychotherapeuten en psychologen onderschrijven wel de doelen van de DBC’s, namelijk transparantie, meer keuzemogelijkheden voor de patiënt en een hogere doelmatigheid. Maar de DBC’s leiden niet tot die doelen, vinden ze.’
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Lijnenspel

Lijnenspel
De column van Gerton Heyne.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2011
De GZ-psycholoog in mijn droom

De GZ-psycholoog in mijn droom
De column van Jan Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2011

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Een psychologie zonder ziel

Een psychologie zonder ziel
Auteur: A.J.J. van de Pol
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Eerstelijnspsychologie: liefde op het eerste gezicht

Eerstelijnspsychologie: liefde op het eerste gezicht, april 2011
De column van Jan Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘Zonder anderen worden we ongelukkig’

‘Zonder anderen worden we ongelukkig’, april 2011
Een interview met Dr. Myrna Weissman, hoogleraar Psychiatrie aan de Columbia University in New York en grand old lady van de IPT, door Michel van Dijk
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2011
 
 
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De eerstelijnspsycholoog gaat voor leiderschap!

De eerstelijnspsycholoog gaat voor leiderschap!, april 2011
Auteurs: Dineke Smit, Anne Helms en Frouke Helms
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2011
 
Op 29 maart jl. vond in de Rode Hoed in Amsterdam het congres plaats van de Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen. Onder de titel Een Sterk Merk werd gesproken over het beseffen en verhelderen waar eerstelijnspsychologen voor staan, de onderlinge samenwerking en het tonen van leiderschap.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De angst voor terugkeer van kanker

De angst voor terugkeer van kanker, april 2011
Auteurs: C. Völker, dr. M. van der Lee, A. Pet 
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2011
 
Veel mensen die kanker hebben gehad houden last van de angst voor terugkeer van kanker. De impact van deze angst wordt nogal eens over het hoofd gezien en daardoor blijft behandeling achterwege. Ook wordt wel verondersteld dat je deze angst niet kunt of hoeft te behandelen, omdat de angst reëel en invoelbaar is. In dit artikel staan we stil bij stepped-care behandelopties voor deze angst. Normalisatie, psycho-educatie en zelfmanagement zijn basisinterventies die behulpzaam blijken te zijn. Als dit niet voldoende effect sorteert, is meer gespecialiseerde hulp wenselijk, zoals cognitieve gedragstherapie of mindfulnesstraining.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Bang: De verdwenen schildpad

Bang: De verdwenen schildpad, april 2011
De column van Arianne Struik
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
MMPI-2-schalen en farmacotherapie

MMPI-2-schalen en farmacotherapie, april 2011
Auteur: prof. dr. J.J.L. Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2011

Een groot deel van de patiënten die worden gescreend en behandeld door klinisch psychologen gebruikt psychofarmaca. Dit artikel bespreekt de mogelijke bijdrage van de psychologische indicatiestelling aan het besluit om psychofarmaca voor te schrijven. Verschillende MMPI-2-profielen zijn, op basis van Stahls methodologie, hypothetisch verbonden met neuronale circuits. Screening met MMPI-2 lijkt te kunnen bijdragen aan het besluitvormingsproces voor combinatietherapie. De profielen van met name patiënten met angst- of stemmingsstoornissen en met een psychotische kwetsbaarheid zijn geanalyseerd in relatie tot de gerelateerde neurotransmitters en de medicatie die het betreffende hersencircuit beïnvloedt. Het model kan tevens inzicht geven in het effect van een combinatietherapie met medicatie en een psychologische interventie. Bovendien doet het suggesties voor het type psychofarmaca dat kan worden ingezet. Dit model is een eerste stap op dit gebied en dient verder in empirisch onderzoek te worden onderzocht.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Preventie en vroeginterventie bij paniekstoornis

Preventie en vroeginterventie bij paniekstoornis, april 2011
Auteur: Dr. P. Meulenbeek
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2011
 

Per jaar heeft ongeveer een kwart miljoen Nederlanders in de leeftijd van 18 tot 65 jaar last van een paniekstoornis. Een paniekstoornis is een psychische aandoening die de kwaliteit van leven vermindert, de kans op andere psychische stoornissen vergroot en hoge kosten met zich meebrengt. Jaarlijks gaat het om 80.000 nieuwe gevallen. Preventie en vroeginterventie bij mensen met lichte tot matige paniekklachten kan de ontwikkeling van een chronische stoornis mogelijk voorkomen. Met dit doel heeft GGNet de groepscursus ‘Geen Paniek’ ontwikkeld. De cursus is bestemd voor volwassenen van 18 tot 65 jaar die last hebben van lichte tot matige paniekklachten. De cursus bestaat uit acht bijeenkomsten onder deskundige begeleiding.

In dit artikel worden twee onderzoeken beschreven naar de effectiviteit en uitvoerbaarheid van de cursus ‘Geen paniek’. Verschillende ggz-instellingen zijn betrokken bij deze onderzoeken. Het eerste onderzoek betreft een pilotstudie onder 12 ggz-instellingen. Er namen 114 cursisten aan deel. Het tweede onderzoek betreft een gerandomiseerd onderzoek waaraan 17 ggz-instellingen deelnamen en 217 cursisten. Op grond van deze onderzoeken kan worden geconcludeerd dat de cursus effectief is in het verminderen van paniekklachten en dat de positieve effecten ook op langere termijn aanhouden. Verder blijkt dat de cursus uitvoerbaar is in een instelling voor de geestelijke gezondheidszorg en dat deze goed wordt ontvangen door de cursisten. Geconcludeerd wordt dat de cursus een eerste stap kan zijn in de stepped-care benadering binnen de ggz.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Tuchtrecht: een hele geruststelling

Tuchtrecht: een hele geruststelling, april 2011
Interview met Maarten van Son, door Iris Dijkstra
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april2011

Het wettelijk tuchtrecht draagt wel bij aan de professionalisering van gz-psychologen, maar het kan beter. Dat vindt psycholoog en tuchtcollegelid prof. dr. Maarten van Son, die onlangs zijn afscheidsrede hield aan de Universiteit Utrecht. ‘Gz-psychologen weten zelf soms maar weinig van tuchtrecht af.’ 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Geen oog dicht gedaan

Geen oog dicht gedaan, maart 2011
Column Jan Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Ingezonden brieven

Ingezonden brieven, maart 2011
  • P. Prudon: Een tweede route naar meer eestelijns psychologen
  • W. Hilgenga: Aanvullende verzekeringen

Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011

 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
EMDR: over oogbewegingen en piepjes

EMDR: over oogbewegingen en piepjes, maart 2011
Auteurs: prof. dr. M.A. van den Hout, I.M. Engelhard, M.M. Rijkeboer
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 
De posttraumatische stressstoornis (PTSS) kan effectief worden behandeld met eye movement desensitization and reprocessing (EMDR). Daarbij maken patiënten horizontale oogbewegingen terwijl ze traumatische herinneringen ophalen. Vaak worden de horizontale oogbewegingen vervangen door afwisselend links-rechts aangeboden piepjes.

Er zijn geen klinische studies gedaan naar de effecten van piepjes. Een cruciaal onderdeel van EMDR lijkt te zijn dat tijdens het ophalen van de herinneringen het werkgeheugen (WG) wordt belast. Of, en in welke mate, oogbewegingen of piepjes het WG belasten, kan worden nagegaan met reactietijd-taken (RT-taken). In Experiment I werd inderdaad gevonden dat proefpersonen trager reageren op geluiden wanneer ze tegelijkertijd horizontale oogbewegingen maken. Kennelijk belasten die oogbewegingen het WG. In Experiment II werd gevonden dat proefpersonen niet trager reageren op visuele prikkels wanneer ze tegelijkertijd piepjes horen. Dat suggereert dat piepjes het WG niet belasten. In Experiment III werden piepjes en oogbewegingen rechtstreeks vergeleken, maar nu met een gevoeliger RT-taak. Proefpersonen moesten reageren op pijnloze elektrische prikkels. Men vertraagde ten gevolge van zowel de oogbewegingen als de piepjes. De effecten van oogbewegingen waren veel sterker, maar kennelijk belasten piepjes het WG wel een klein beetje. In Experiment IV werd nagegaan wat het effect was van piepjes en oogbewegingen op de levendigheid en emotionaliteit van aversieve herinneringen. Er werd geen effect gevonden op emotionaliteit. Vergeleken met het alleen ophalen van herinneringen (dus zonder piepjes of oogbewegingen) nam de levendigheid significant af wanneer de proefpersoon piepjes hoorden of oogbewegingen maakten. Het effect van oogbewegingen was echter aanzienlijk en significant sterker dan het effect van piepjes. De gegevens ondersteunen een WG-verklaring van EMDR. Ze suggereren dat en waarom piepjes inferieur zijn aan oogbewegingen.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De nieuwe Wet Verplichte GGZ

De nieuwe Wet Verplichte GGZ, maart 2011

Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011

De nieuwe ‘Wet Verplichte GGZ’ zou per 1 januari 2012 de ‘Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen’ (Bopz) moeten vervangen. Zeker is dat echter nog allerminst. De Eerste en Tweede Kamer moeten de wet nog goedkeuren en over een aantal punten wordt nog volop gediscussieerd. Grootste discussiepunt is de bevoegdheid van de Commissie Psychiatrische Zorg.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Evidence-based practice bij ouderen met persoonlijkheidstoornissen

Evidence-based practice bij ouderen met persoonlijkheidstoornissen, maart 2011
Auteur: dr. S.P.J. van Alphen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 
Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen vormen een nieuw aandachtsgebied binnen de ouderenpsychologie, -psychiatrie en -geneeskunde. Dit prille bestaan is opvallend gezien de hoge (comorbide) prevalentie en de invloed van persoonlijkheidspathologie op zowel de psychische als somatische zorg aan 65-plussers. Bovendien zal in absolute en relatieve zin het aantal ouderen met persoonlijkheidsstoornissen de komende decennia nog verder stijgen door het fenomeen van de dubbele vergrijzing in Nederland. Bij dubbele vergrijzing neemt het aandeel ouderen in de bevolkingsopbouw toe, terwijl deze ouderen ook een steeds hogere leeftijd bereiken.

Dit artikel is een literatuuroverzicht en gaat in op een practice based-benadering van diagnostische en therapeutische interventies bij ouderen met persoonlijkheidsstoornissen, gebaseerd op het recent verschenen boek Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: diagnostiek, behandeling en gedragsadvisering (2010) onder redactie van de auteur van dit artikel.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Culpa in causa bij amfetaminepsychose: wisselende perspectieven

Culpa in causa bij amfetaminepsychose: wisselende perspectieven, maart 2011
Auteur: prof. dr. C. de Ruiter
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 
Alcohol- en drugsmisbruik zijn van alle psychische stoornissen die in de DSM vermeld staan verreweg de belangrijkste risicofactor voor gewelddadig gedrag (Mulvey, Odgers, Skeem, Gardner, Schubert, & Lidz, 2006; White, Jackson, & Loeber, 2009). Eigenlijk zouden om die reden alleen al bij alle verdachten van ernstige geweldsmisdrijven, net als bij verdachten van verkeersmisdrijven verplicht urine- en bloedmonsters moeten worden afgenomen door de politie. Dan kan de vraag ‘hoe dronken’ of ‘hoe gedrogeerd’ iemand was ten tijde van het misdrijf objectief beantwoord worden. Op dit moment is dit echter niet wettelijk geregeld in de Nederlandse strafwetgeving; de verdachte moet hiervoor toestemming geven.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Vroegkinderlijke, chronische traumatisering bij kinderen

Vroegkinderlijke, chronische traumatisering bij kinderen, maart 2011
Auteur: A. Struik
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 

De gevolgen van chronische traumatisering van kinderen op jonge leeftijd en de behandeling daarvan is een gebied dat sterk in ontwikkeling is. Binnen de ggz-instellingen wordt vroegkinderlijke, chronische traumatisering bij kinderen iets beter herkend en behandeld, maar mijns inziens nog niet voldoende. Dat is ook lastig omdat er geen passende DSM-classificatie is. Daarnaast is cognitieve gedragstherapie (CGT) of eye movement desensitisation and reprocessing (EMDR) ontoereikend voor een gedeelte van deze kinderen. Het werkt niet, een kind wil per se niet of we durven het niet aan. Dan zijn er geen andere opties meer. Het kind wordt niet behandeld, om geen ‘slapende honden wakker te maken’. Na de behandeling verdwijnen de klachten niet of slechts gedeeltelijk. ‘Het kind was er nog niet aan toe’, wordt er dan gezegd en er wordt geadviseerd om terug te komen als het kind er wel aan toe is.

Toch is het niet verstandig om dergelijke trauma’s te laten rusten. De slapende honden zijn niet zo ongevaarlijk als ze eruit zien. Dit zijn kinderen die chronisch gestrest, alert en eenzaam zijn en zich niet hechten. ‘Deze vroegkinderlijke, chronische traumatisering kan deformatie van de persoonlijkheid en verregaande moeilijkheden in het aangaan van stabiele relaties met anderen gedurende het verdere leven tot gevolg hebben’ (Van der Kolk, 2005; Hall, 1999). Ze hebben juist wel traumabehandeling nodig in plaats van hun vermijding te bekrachtigen (Cohen/AACAP, 1998); een gefaseerde behandeling met voldoende aandacht voor het stabiliseren.

In dit artikel wordt uiteengezet bij welke kinderen en waarom gefaseerd behandelen nodig is en er wordt kort een methode voor het structureren van de stabilisatiefase toegelicht. Het diagnosticeren en stabiliseren van vroegkinderlijk, chronisch getraumatiseerde kinderen is bij uitstek een gebied waarin GZ-psychologen zich kunnen specialiseren. De meeste van de elementen van de stabilisatiefase kunnen GZ psychologen zich eigen maken, zoals het creëren van veiligheid, rust in het dagelijks leven, ouderbegeleiding, het verbeteren van de emotieregulatie, systeemgesprekken.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Voorkomen is beter dan genezen

Voorkomen is beter dan genezen, maart 2011
Auteurs: prof. dr. M. van der Gaag, D.P.G. van den Berg
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 
Dit artikel beschrijft de werkwijze van het Early Detection and Intervention Team (EDIT) Den Haag; een team dat voort is gekomen uit de Early Detection and Intervention Evaluation Studie Nederland (EDIE-NL). Het team richt zich op de preventie van ernstige psychische klachten, zoals psychosen. Met een getrapte screening detecteert het team de groep mensen met een at risk mental state (ARMS); een verhoogd risico op het ontwikkelen van bijvoorbeeld een psychose. De hulpzoekende populatie tot 35 jaar in de tweedelijns ggz vult de ervaringenlijst (EL) in. Bij een verhoogde score wordt die groep geïnterviewd met een gestructureerd interview. Patiënten met een psychose worden verwezen naar het Centrum Eerste Psychose. Patiënten met een ARMS krijgen een psycho-educatieve, cognitief gedragstherapeutische behandeling aangeboden die is gericht op buitengewone en opmerkelijke ervaringen. De resultaten zijn vooralsnog niet bekend, maar de indruk van de therapeuten is dat er sprake is van vermindering van lijdensdruk en meer aandacht voor de gewone zaken van het leven.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Over vrijheid en willen

Over vrijheid en willen, maart 2011
Column Gerton Heyne
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘The personality who houses the symptom’

‘The personality who houses the symptom’, maart 2011
Interview met Drew Westen, door P. van der Heijden & prof. dr. J.J.L. Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 
Een interview met de Amerikaanse Drew Westen, hoogleraar Klinisch psychologie, gespecialiseerd in persoonlijkheidspathologie bij adolescenten, over onder meer de comorbiditeit tussen AS I-problematiek en persoonlijkheidspathologie, de definities van de persoonlijkheidsstoornissen in DSM-5, de (on)mogelijkheden van beeldvormende technieken zoals MRI en fMRI en de classificatie van persoonlijkheidspathologie bij adolescenten.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Pionieren in de zorg voor licht verstandelijk gehandicapten

Pionieren in de zorg voor licht verstandelijk gehandicapten
Interview met Frans-Joris Esmeijer, door Iris Dijkstra
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2011

‘Zwaar’ heeft hij het werken met licht verstandelijk gehandicapte (LVG) kinderen en jongeren nooit gevonden. Frans-Joris Esmeijer, gz- en klinisch psycholoog bij Karakter, vindt het eerder een uitdaging om te kijken hoe hij jeugdigen met psychische problemen en LVG beter kan helpen. ‘Het is vaak complexe problematiek waarbij het hele gezin betrokken is. Dat maakt diagnostiek en behandeling er niet eenvoudiger op. Maar ik zie het als een leuke puzzel die ik tot een oplossing moet zien te brengen.’

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Seksverslaving: een behandelaanpak gebaseerd op het begrip eigenwaarde

Seksverslaving: een behandelaanpak gebaseerd op het begrip eigenwaarde
Auteur: Dr. G. van Zessen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2011

Het aantal hulpvragen op het gebied van seksverslaving groeit. Seksverslaving is in wetenschappelijk en therapeutisch opzicht een omstreden begrip. Er is een scala aan visies op ontstaan, dynamiek en behandeling. In deze bijdrage wordt een manier van kijken beschreven die is ontwikkeld in langdurige ervaring als onderzoeker en hulpverlener op het gebied van seksverslaving of dwangmatige seksualiteit. Bij gebrek aan een goed alternatief wordt in dit artikel consequent de term ‘seksverslaving’ gebruikt om een ‘oncontroleerbaar seksueel gedragspatroon met negatieve consequenties’ aan te duiden. Als aanvulling op het denken over seksverslaving als letterlijke verslaving (conform verslaving aan alcohol, harddrugs enzovoort), wordt een model gepresenteerd waarin het versterken van eigenwaarde en het vermogen voor het eigen welbevinden te kiezen centraal staat. In de therapie dient de aandacht minder op de symptomen en de bestrijding daarvan te liggen, dan op het versterken van het zelfsturend vermogen.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Op zoek naar kennis en zelfreflectie

Op zoek naar kennis en zelfreflectie
Auteurs: Sylvia Las (gz-psycholoog) en Ton van Drunen (seksuoloog)
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2011

Zelden zal er een studiedag voor hulpverleners zijn georganiseerd over een actuele therapeutische thematiek, met aandacht voor de meest uiteenlopende psychopathologische beelden als depressie en angststoornissen, waarbij 90 procent van de zaal aangaf zich persoonlijk te herkennen in het geschetste beeld. Dit was wel het geval bij de studiedag Parentificatie, die 3 december 2010 plaatsvond in congrescentrum de Reehorst te Ede.  

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Complex trauma, hoe te behandelen?

Complex trauma, hoe te behandelen?
Auteurs: T. Mooren, M. Stöfsel
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2011
 

In de praktijk van de GGZ wordt bij meervoudige klachten na traumatiserende gebeurtenissen de term ‘complex trauma’ (of complexe posttraumatische stressstoornis [PTSS of DESNOS] veelvuldig gebezigd. Dit is echter een warrig construct en het gebrek aan helderheid komt de indicatie of rationale voor behandeling veelal niet ten goede. Er zijn goed onderzochte behandelingen voor de posttraumatische stressstoornis voorhanden (Foa, Keane, Friedman & Cohen, 2008; Nice, 2005), maar die volstaan slechts ten dele voor de behandeling van meervoudige en onderling samenhangende klachten bij mensen die chronisch, meervoudig en interpersoonlijk geweld hebben meegemaakt (Cloitre, 2009; Crumlish & O’Rourke, 2010; Palic & Elklit, 2010). In deze bijdrage beschrijven wij een aanpak die als best practice kan worden beschouwd.

Achtereenvolgens gaan we in op een conceptuele kwestie: wat verstaan we onder ‘complex trauma’ en waarin is het anders dan enkelvoudige posttraumatische stressstoornis (PTSS) of ‘simpel trauma’?, welke diagnostische instrumenten zijn er voorhanden om complex trauma vast te stellen? Vervolgens worden aan de hand van het driefasenmodel verschillende behandeltechnieken globaal besproken.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Plan voor aangepast opleidingstraject BIG-lozen

Plan voor aangepast opleidingstraject BIG-lozen
Ingezonden brief Peter van Drunen
In GZ-psychologie jaargang 2, nr. 8 reageert Peter Prudon op mijn publicatie over ‘BIG-loze psychologen’. De problemen die hij schetst vormen een goede illustratie van wat in beleidskringen bekend staat als ‘het BIG-lozenprobleem’.
 
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘Boeddhisme en mindfulness zijn belangrijke inspiratiebronnen’

‘Boeddhisme en mindfulness zijn belangrijke inspiratiebronnen’

Een interview met de Amerikaanse Tony Biglan over Acceptance and Committment Therapy (ACT) en het cruciale verschil met cognitieve gedragstherapie (CGT). ‘Als je van een afstand naar je gedachten kunt kijken, hebben ze minder macht over je.

Auteur: Michel van Dijk
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2011  

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Neem de verhalen van kinderen serieus!

Neem de verhalen van kinderen serieus!
Ingezonden brief Arianne Struik over Robert M.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2011

 

Naar aanleiding van de grootschalige zedenzaak rond Robert M. brak een publieke discussie uit over de vraag of – en zo ja hoe – je dit soort misbruik kunt voorkomen. Binnen het vakgebied was de discussie of het wetenschappelijk verantwoord is om kinderen onder de vier jaar te verhoren. Mijn stelling is dat we de verhalen van jonge kinderen serieus moeten nemen, hetgeen niet hetzelfde is als ze geloven.

Naar aanleiding van de grootschalige zedenzaak rond Robert M. brak een publieke discussie uit over de vraag of – en zo ja hoe – je dit soort misbruik kunt voorkomen. Binnen het vakgebied was de discussie of het wetenschappelijk verantwoord is om kinderen onder de vier jaar te verhoren. Mijn stelling is dat we de verhalen van jonge kinderen serieus moeten nemen, hetgeen niet hetzelfde is als ze geloven.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Bang: vechtscheidingen

Bang: vechtscheidingen
De column van Arianne Struik
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Bewegen Richting Flexibiliteit met Acceptatie en Commitment Therapie (ACT)

Bewegen Richting Flexibiliteit met Acceptatie en Commitment Therapie (ACT)
Auteurs: G. Jansen, D.A. Rinsampessy, G.J. van den Berg, H.R.A. De Mey
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2011

Acceptance and Commitment Therapy (ACT) is een relatief nieuwe therapievorm die gebaseerd is op de gedragsanalyse, met name de Relational Frame Theory (RFT). ACT is onderdeel van de ‘ derde generatie cognitieve gedragstherapieën’. Deze nieuwe golf van therapieën gaat uit van het idee dat pijn een basiskenmerk is van het menselijk bestaan. Zo baseert ACT zich op de aanname van destructieve normaliteit; het idee dat gewone menselijke psychologische processen op zichzelf al kunnen leiden tot extreem disfunctionele resultaten en ongebruikelijke pathologische processen. Aan de hand van een therapeutische training worden de zes sleutelprocessen van een ACT-behandeling beschreven. Het empirische deel betreft een verkennend onderzoek naar de effecten van deze training. De mate van vermijding en klachtenreductie werden hierbij onderzocht. Tot slot wordt advies voor vervolgonderzoek gepresenteerd en wordt verwezen naar de Flexibiliteits Index Test (FIT), die ontwikkeld wordt om meer inzicht te krijgen in de zes kernprocessen die onderwerp zijn van een ACT-behandeling.   

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De wonderlijke wereld van Dick Swaab

De wonderlijke wereld van Dick Swaab
De column van Jan Derksen

Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2011 

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De organisatiestructuur van de ggz-instellingen is een drama voor de kwaliteit van de zorg

De organisatiestructuur van de ggz-instellingen is een drama voor de kwaliteit van de zorg
Auteur: Jan Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2010
 
Column Jan Derksen
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Datatsunami

Datatsunami
Auteur: G. Heyne
Gepubliceerd in: GZ-psychologie 8, december 2010
 
Column van Gerton Heyne, lid van de Raad van Bestuur van Reiner van Arkel groep
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Het meten van remoralisatie: een verbreding van hedendaags onderzoek naar de effecten van psychotherapie

Het meten van remoralisatie: een verbreding van hedendaags onderzoek naar de effecten van psychotherapie
Auteurs: dr. W. Vissers; dr. G. P. J. Keijsers, prof. dr. G. J. M. Hutschemaekers
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2010
 

Voor effectonderzoek naar behandelingen van psychische aandoeningen is tegenwoordig het medisch model leidend: men kijkt daarbij uitsluitend of goed meetbare symptomen verminderd zijn. Het alleen maar kijken naar symptoomvermindering heeft als nadeel dat niet duidelijk wordt in welke mate bij behandelingen ookzelfwaardering en hervonden vertrouwen in eigen kunnen — ofwel remoralisatie — versterkt zijn, hetgeen volgens patiënten en behandelaars eveneens een belangrijk behandelresultaat is.

De directe relatie tussen remoralisatie en symptoomreductie is nooit eerder onderwerp van wetenschappelijk onderzoek geweest. Wel zijn beide effecten beschreven in het fasemodel van Howard e.a. (1993). In het fasemodel wordt impliciet verondersteld dat remoralisatie en symptoomreductie onderscheidbaar zijn, omdat het fasemodel ervan uitgaat dat in een effectieve behandeling allereerst remoralisatie vermeerderd en daarna pas symptoomreductie kan plaatsvinden.

Er werd een promotieonderzoektraject opgezet om het belang van het meten van remoralisatie en de relatie tussen remoralisatie en symptoomreductie te onderzoeken. Het onderhavige artikel is gebaseerd op dit promotieonderzoek met zijn vier empirische studies. We ontwikkelden allereerst de korte remoralisatieschaal (RS). Met behulp hiervan vonden we dat symptoomvermindering en remoralisatie bij paniekpatiënten steeds vergelijkbaar hand in hand gingen, zelfs wanneer de behandeling alleen gericht was op óf symptoomvermindering óf remoralisatie. Er bleek bovendien een directe relatie te bestaan tussen remoralisatie en de mate waarin patiënten beter gingen functioneren op meerdere levensterreinen, terwijl hiermee geen directe relatie bestond met symptoomvermindering.

Daarnaast werd getoetst in hoeverre een behandeling in overeenstemming mét het fasemodel — eerst remoralisatiegerichte behandelmodule gevolgd door symptoomgerichte behandelmodule — effectiever was dan een behandeling die afweek van dit model — eerst symptoomgerichte behandelmodule en daarna remoralisatiegerichte behandelmodule. Beide volgordes bleken even effectief.

Algemeen kan geconcludeerd worden dat het promotieonderzoek geen bewijs heeft geleverd voor het bestaan van de fase van het fasemodel. Daarnaast blijkt dat het meten van remoralisatie niet onderscheiden kan worden van het meten van symptoomreductie.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Vraag en antwoord over DBC-tarief voor gz-psycholoog

Vraag en antwoord over DBC-tarief voor gz-psycholoog, december 2010
Ingezonden brief
Geachte redactie,
Ik ben als GZ-psycholoog/ K&J-psycholoog NIP werkzaam in de eerste lijn. De verzekeraars vergoeden zoals u weet rond de 70-72 euro per consult. Tot mijn grote verbazing lees ik in uw tijdschrift GZ-psychologie 7 2010 (pag. 42) dat er voor een consult van een GZ-psycholoog in een DBC een uurtarief van 110 euro staat!

Ik heb hierover via e-mail contact gehad met het NIP en ook zij gaven aan zeer verbaasd te zijn over dit tarief. Zij stellen: ‘Binnen de DBC-systematiek is uitdrukkelijk geen sprake van een tarief per uur of verrichting. De Nederlandse Zorgautoriteit en DBC-onderhoud voeren tijdrovende en uitermate ingewikkelde exercities uit om een kostprijsonderzoeken te verrichten die uitvoerders van DBC-zorg een redelijk inkomen zouden moeten leveren. Omdat hierbij een enorme hoeveelheid variabelen van belang zijn is het tot op heden niet gelukt op een eindnorm uit te komen daar waar het een norminkomen betreft. Het doorhet tijdschrift GZ-psychologie genoemde uurhonorarium kan derhalve niet anders zijn dan een versimpeling van de realiteit.’

Kunt u mij uitleggen hoe uw auteurs komen op een tarief van 110 euro? Ik denk dat ik niet de enige (vrijgevestigde) GZ-psycholoog ben die met deze vraag zit.

Met vriendelijke groet, Marlinda Brugmans

Antwoord van Richard Janssen en Petra Soeters
In het artikel zijn onder andere berekeningen gemaakt van de kostprijzen van behandelaren. Het totaal van de kostprijzen wordt vergeleken met enerzijds de oude NZA-opbrengsten en anderzijds de DBC-opbrengsten. In dit rekenvoorbeeld is berekend dat de kostprijs van een GZ-psycholoog in de 2e lijn € 110, 00 euro bedraagt. Jammer dat het artikel op dit onderdeel niet duidelijk genoeg is. Er is inderdaad geen enkele sprake van een DBC-uurtarief. In het artikel wordt uitgelegd dat de opbrengst per behandel-DBC afhankelijk is van de diagnose en van de indeling in minuten en dat deze behoorlijk kan variëren. In het artikel worden hiervan ook voorbeelden genoemd.

De kostprijs van € 110,00 roept waarschijnlijk ook vragen op omdat in de 1e lijn een lager tarief vergoed wordt. De kostprijs in de 2e lijns GGZ is duurder dan in de 1e lijn omdat er vanwege de zwaardere patiëntencategorie veel meer multidisciplinair overleg nodig is; daarnaast zijn de overheadkosten in de 2e lijn ook hoger dan in de 1e lijn. Het multidisciplinair overleg en de overhead wordt in de kostprijs , maar ook in de opbrengsten, doorberekend.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
GIOS-publicatieprijs 2010

GIOS-publicatieprijs 2010

Het tijdschrift GZ-psychologie is op zoek naar het beste wetenschappelijk artikel dat een klinisch psycholoog of klinisch neuropsycholoog in opleiding heeft geschreven in 2010. Het gaat hierbij om artikelen die klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen hebben geschreven over het wetenschappelijk onderzoek dat zij hebben uitgevoerd ter afronding van hun KP- of KNP-opleiding.

Aanmelden kan tot 1 februari 2011 via  redactie@gzpsychologie.nl.  De beste inzendingen worden gepubliceerd in het derde nummer van GZ-psychologiein 2011, waarna de jury – die bestaat uit de redactie van dit tijdschrift - de winnaar uitkiest. Het doel van deze prijs is het stimuleren van het publiceren van wetenschappelijke artikelen door klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Het obstakel van de GZ-registratie heeft nog een tweede kant

Het obstakel van de GZ-registratie heeft nog een tweede kant
Auteur: Peter Prudon
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2010
 
In GZ-psychologie jaargang 2, nr. 7, wijdt Peter van Drunen een stukje aan het probleem van de BIG-loze psychologen die voor 2005 zijn afgestudeerd, en die, áls ze al aan het werk zijn, het ontberen van de GZ-registratie als een blok aan hun been ervaren. Dit blad lijkt me daarom de aangewezen plaats om erop te wijzen dat het niet alleen deze basispsychologen zijn die getroffen worden door het dictaat van de BIG-registratie, maar ook hun potentiële werkgevers. Dat geldt in ieder geval voor de eerstelijns psychologische praktijken, waarin ik zelf werk.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
DBC’s splijten GGZ

DBC’s splijten GGZ
Auteurs: F. Leffers, T. Emons
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2010

Er gaapt een diepe kloof tussen beleidsmakers en professionals in de ggz. De strijd rond de Diagnose Behandeling Combinaties (DBC’s) is daar een duidelijke uiting van. Professionals op de werkvloer zien de DBC’s niet zitten, terwijl de beleidsmakers het systeem juist door willen zetten. Nu de rechter heeft bepaald dat de professionals terechte bezwaren hebben, is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gedwongen tot aanpassingen. Intussen pleiten de voorvechters van het DBC-systeem, waaronder GGZ Nederland en diverse beroepsverenigingen, nog altijd voor verdere doorontwikkeling. Opgeroepen wordt om de Koepel van DBC-vrije praktijken te steunen in hun kostbare juridische strijd.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Het classificatieprobleem bij onderzoek naar hervonden herinneringen

Het classificatieprobleem bij onderzoek naar hervonden herinneringen
Auteurs: L. Raymaekers, M.J.V. Peters, H. Otgaar, T. Smeets
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2010

De betrouwbaarheid van hervonden herinneringen aan seksueel misbruik in de kindertijd vormde jarenlang de inzet van een intense discussie binnen de psychologie, psychiatrie en het recht. De intensiteit van het debat is ondertussen danig afgenomen. Het belang van het onderwerp blijft evenwel bestaan. Wetenschappelijk onderzoek suggereert dat het type hervonden herinnering relevant is voor de authenticiteitkwestie. In deze bijdrage beschrijven we de verschillende typologieën en de daarmee gepaard gaande classificatieproblemen. We benadrukken de behoefte aan solide, consistente en repliceerbare classificatiecriteria.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘Veelzijdige updates van het vak’

‘Veelzijdige updates van het vak’
Auteur: Bram Peeters
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2010
 
Het tweede Jaarsymposium GZ-psychologie, dat 5 november plaatsvond in Maarssen, bewees dat de ontwikkelingen in het vak allesbehalve stilstaan. Onder voorzitterschap van Liesbeth Eurelings-Bontekoe werd er aandacht besteed aan de laatste stand van zaken rondom de DSM-5, persoonlijkheidsstoornissen bij adolescenten en cognitieve gedragstherapie bij psychosegevoeligheid. De aanwezige psychologen en psychotherapeuten kregen tevens een stoomcursus tuchtrecht voordat de dag eindigde met stevige kritiek op het stagebeleid voor psychologen.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Rammelende ROM in de ggz: geen ROM zonder Routine Process Monitoring

Rammelende ROM in de ggz: geen ROM zonder Routine Process Monitoring
Auteur: dr. A. Hafkenscheid
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2010

Routine Outcome Monitoring (ROM) is een systeem om het behandelverloop op het niveau van de individuele patiënt intensief te volgen met behulp van een of meer gestandaardiseerde meetinstrumenten. Het systeem is primair bedoeld om de behandelaar en de patiënt te ondersteunen in het tijdig opsporen van stagnaties of achteruitgang. ROM is dus een vorm van procesbeïnvloeding. In dit artikel worden de eigenlijke bedoeling en werkwijze van ROM besproken. Die wijken fundamenteel af van de vorm die ROM in Nederland aanneemt. In Nederland lijkt ROM helaas vooral een controle-instrument voor beleidsmakers te worden, waarvoor patiënten en behandelaars niet warm zullen lopen.



De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
 ‘Om de gz-psycholoog kan niemand meer heen’

‘Om de gz-psycholoog kan niemand meer heen’
Auteur: Iris Dijksra
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 8, december 2010
 
Naar aanleiding van het twaalfenhalfjarige jubileum van de opleiding tot gz-psycholoog een interview met Fiona van Dijk. Ze behoorde tot de eerste lichtingen opleidelingen en is nu zelf waarnemend hoofdopleider. Veel veranderen aan de opleiding wil ze niet – ze vindt dat het eigenlijk op rolletjes loopt. Alleen moeten richtlijnen geen kookboek worden.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘We moeten het kind meer centraal gaan stellen’

‘We moeten het kind meer centraal gaan stellen’
Auteur: Jorn Hövels
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer7, november 2010

Bij aangifte van seksueel kindermisbruik kunnen politie en justitie informatie vragen aan hulpverleners. Maar als justitiële waarheidsvinding en behandeling elkaar kruisen, kan dat frictie geven. Dat zeggen Margreet Visser, behandelcoördinator van het Kinder- en Jeugdtraumacentrum in Haarlem, en Francien Lamers-Winkelman, bijzonder hoogleraar ‘Preventie en hulpverlening inzake kindermishandeling’ aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Visser: ‘In zedenzaken koesteren politie en justitie vaak argwaan jegens psychologen en pedagogen.’

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Forensische rapportage door het PBC ter discussie

Forensische rapportage door het PBC ter discussie
Auteur: Jan Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer7, november 2010
 
Nawoord Jan Derksen n.a.v. de reactie van Arjan de Groot van het NIFP op de column van Jan Derksen over Lucia de Berk.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Boos:.. computer says no...

Boos:.. computer says no...
Auteur: Arianne Struik
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer7, november 2010

In deze column van Arianne Struik staan de belevenissen van een gz-psycholoog in het werk in de kinderpsychiatrie centraal. Uitgangspunt is telkens één van de vier basisgevoelens boos, bang, blij of bedroefd. De problemen van kinderen gaan bijna altijd over deze vier b's. Ze zijn te vaak boos of bang of hebben veel ruzie. Of ze zijn bedroefd en voelen zich rot.

 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Over emoties en politiek

Over emoties en politiek
Auteur: J. Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 7, november 2010
 
Column Jan Derksen
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Op zoek naar de BIG-loze psychologen

Op zoek naar de BIG-loze psychologen
Auteur: Peter van Drunen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer7, november 2010

Een paar nummers geleden wijdde ik in dit tijdschrift een stukje aan de ‘BIG-lozen’: psychologen en pedagogen die zonder BIG-registratie werkzaam zijn in de gezondheidszorg. Dat leidde, Ausnahmsweise, tot een stortvloed van reacties. Blije reacties: ‘Goed dat hier aandacht voor komt’. En boze reacties, gelukkig niet zo zeer tegen mijn stukje als wel tegen (vooral) zorgverzekeraars die het werken zonder BIG-titel steeds moeilijker maken.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
DBC’s in de GGZ, ontwrichtende of herstellende werking?

DBC’s in de GGZ, ontwrichtende of herstellende werking?
Auteur: Prof. dr. Richard Janssen; P. Soeters
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer7, november 2010
 
Sinds de curatieve ggz ondergebracht is in de Zorgverzekeringswet, is men naarstig op zoek naar een nieuwe bekostigings- en vergoedingswijze van zorgaanbieders respectievelijk vrijgevestigde behandelaren in de ggz. Daartoe worden sinds 2006 zogenaamde Diagnose Behandeling Combinaties (DBC’s) ontwikkeld. Deze vorm van bekostiging kan beschouwd worden als een nieuwe generatie van bekostigingssystemen. De ziekenhuizen werken hier al sinds 2003 mee. Hierbij wordt niet alleen informatie van de verrichting of de behandelaar gebruikt, maar ook van de patiënt. Deze informatie is cruciaal voor de inkopers van zorg, de verzekeraars, om zicht te krijgen op wat, waarvoor en voor wie zij eigenlijk betalen. Ondanks allerlei onvolkomenheden zullen DBC’s ertoe bijdragen de ggz op langere termijn haar maatschappelijke legitimiteit te geven en kunnen zij de overheid helpen bij het prioriteren bij de per definitie grotere vraag dan beschikbare middelen. DBC’s koppelen aan het bereikte klinische resultaat brengt ons dichter bij echte performance payment.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De vanzelfsprekendheid van evidence based werken

De vanzelfsprekendheid van evidence based werken
Auteur: Dr. B.G. Tiemens, dr. A.J.A. Kaasenbrood, G.J. de Niet
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer7, november 2010
 
Evidence based werken is niet vanzelfsprekend. Kennis uit wetenschappelijk onderzoek of richtlijnen bereikt niet vanzelf de praktijk en de praktijk is weerbarstig bij de toepassing er van. In de ggz hebben we daarnaast vaak te maken met veel contextuele factoren. Evidence based werken waarbij wordt uitgegaan van het vinden van de beste interventie voor een enkel probleem is daarom te simplistisch. Dit artikel beschrijft de zoektocht naar een vanzelfsprekende toepassing van evidence based werken, rekening houdend met de context, en de praktische werkvorm waarbij we uitgekomen zijn.
De oplossing vonden we in methodisch werken. Methodisch werken is een gefaseerde, systematische, transparante, doelgerichte en toetsende manier van werken. In de toepassing van methodisch werken in de dagelijkse praktijk van de geestelijke gezondheidszorg onderscheiden we vijf fasen: van probleem naar doel; van doel naar middel; van confectie naar maatwerk; van verwachting naar resultaat en van resultaat naar betekenis. Elke fase geeft een moment van pas op de plaats, de essentie van methodisch werken. De fasen kunnen op verschillende niveaus in het behandelproces worden toegepast. De niveaus betreffen de therapeutische relatie, het behandelproces zelf en de voorwaarden voor de behandeling, zoals de professional en het team. De vijf fasen kunnen zich in een behandelproces meerdere keren achter elkaar voordoen in een cyclisch proces.
Evidence based werken kan pas vanzelfsprekend worden als het wordt ingebed in het normale behandelproces.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘We verliezen het gevoel voor normale emoties’

‘We verliezen het gevoel voor normale emoties’
Auteur: Hilde Pauwels
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer7, november 2010
 
Het aantal mensen dat de diagnose depressie krijgt, is de afgelopen jaren flink toegenomen. Volgens de Amerikaanse professor Jerome C. Wakefield schiet de huidige DSM-definitie tekort omdat die geen rekening houdt met de context. Veel symptomen van depressie zijn immers heel normale emoties.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Waar dissociatie vandaan komt - het schemergebied tussen slapen en waken

Waar dissociatie vandaan komt - het schemergebied tussen slapen en waken
Auteurs: D. van der Kloet, prof. dr. H.L.J.G. Merckelbach
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer7, november 2010
 
 
Sommige mensen herkennen zichzelf wel eens niet wanneer ze in de spiegel kijken. Anderen vinden soms kleding in hun kast waarvan ze zich niet kunnen herinneren dat ze die gekocht hebben. Dat zijn voorbeelden van wat in jargon dissociatieve symptomen worden genoemd. Van dissociatie is sprake als bewustzijn, geheugen en emotie niet langer in de pas lopen.
Dissociatie blijkt samen te hangen met slaapverstoringen. We zullen in dit artikel bespreken hoe droomachtige belevingen zich aan het wakende bewustzijn kunnen opdringen, wat kan leiden tot dissociatieve symptomen. Het zal duidelijk worden dat slaap op diverse manieren kan bijdragen aan dissociatie. Zo blijkt slaapgebrek en de daaruit voortkomende vermoeidheid dissociatieve symptomen te verergeren. Daarnaast bestaat er een verband gevonden tussen het ’s nachts hebben van ongewone slaapervaringen (nachtmerries, hypnopompe hallucinaties, etc.) en dissociatieve symptomen overdag. In de klinische literatuur overheerst nog steeds de opvatting dat trauma de directe oorzaak is van dissociatie. Onderzoek naar slaap en dissociatie wijst in een andere richting. Het kan de aanzet vormen voor nieuwe behandelmethoden van dissociatieve stoornissen, namelijk interventies die zich richten op het normaliseren van de slaap-waakcyclus. We zullen eindigen met een agenda voor toekomstig onderzoek om het slaap-dissociatiemodel verder te onderbouwen en te nuanceren.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Reactie op column ‘Lucia de Berk’ van Jan Derksen (GZ-psychologie nummer 4, juni 2010)

Reactie op column ‘Lucia de Berk’ van Jan Derksen (GZ-psychologie nummer 4, juni 2010)
Auteur: A. de Groot
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2010
 
Reactie op column.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Psychogerontoloog Bère Miesen over de begeleiding van mensen met dementie

Psychogerontoloog Bère Miesen over de begeleiding van mensen met dementie
Auteur: J. van Leipsig
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2010
 
Hij weet wat het betekent om de grip op je eigen lichaam kwijt te zijn. Door complicaties na een dubbele heupoperatie lag psychogerontoloog Bère Miesen (64) bijna een halfjaar in het ziekenhuis. ‘Onmacht en ontreddering zijn centrale thema’s in het leven van mensen met dementie. Maar zelf heb ik daar de laatste tijd ook mee moeten leren leven’, zegt hij. Ons gesprek voerden we deze zomer op zijn ziekenhuiskamer, waar hij zich met boeken had omringd. Inmiddels is hij alweer aan het werk.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Van diagnostiek naar behandeling bij suïcidaliteit

Van diagnostiek naar behandeling bij suïcidaliteit
Auteur: W. van Beek en prof. dr. A. Kerkhof
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2010
 
SAMENVATTING
De laatste jaren wordt steeds frequenter en kwalitatief beter aandacht besteed aan onderzoek van suïciderisico en er zijn recent twee handboeken verschenen waarin aandacht is besteed aan zowel de achtergrond, het onderzoek naar, als de behandeling van suïcidaliteit (Van Heeringen, 2007, Kerkhof & Van Luyn, 2010). Voor veel behandelaars is de inschatting van de ernst van het suïciderisico echter een handeling die los staat van de rest van de behandeling, waardoor het onvoldoende ingebed wordt in het behandelproces. In deze bijdrage beschrijven we een werkwijze waarmee een aansluiting gemaakt wordt tussen de analyse of diagnostiek van suïcidaliteit, het behandelplan en de terugkerende evaluatie van de suïcidaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bedreigende, beschermende en stresserende factoren, die vertaald kunnen worden naar doelen in de behandeling. Hierdoor wordt zorgvuldige diagnostiek van suïcidaliteit een deel van de behandeling en niet een doel op zich. De stappen worden toegelicht aan de hand van een korte casus.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Tbs-behandeling: niet langer dan nodig, niet korter dan noodzakelijk

Tbs-behandeling: niet langer dan nodig, niet korter dan noodzakelijk
Auteurs: T. P.C. Lucker, F. Bruggeman, P. Kristensen en J. Hochstenbach
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2010
 
SAMENVATTING
De recente landelijke ontwikkelingen dwingen de forensische behandelcentra om kritischer naar hun behandelbeleid te kijken. FPC de Oostvaarderskliniek is hierop geen uitzondering en heeft een behandelvisie ontwikkeld waarin gestreefd wordt de behandeling meer doelgericht, doelmatig en doeltreffend te maken en de intramurale behandelfase in een hoog beveiligde omgeving niet langer dan strikt noodzakelijk te laten voortduren. De behandelvisie is gebaseerd op de hoofdprincipes van het risk-need-responsivity-model met als uitgangspunten de belangrijkste risicofactoren voor recidive en uitgewerkt in een theoretisch risicomanagementmodel. Vanuit deze risicofactoren zijn behandeldoelen geformuleerd binnen een gefaseerde behandeling. Daarna zijn risicopaden gemaakt waarin behandelmodules in een logische volgorde zijn geplaatst. Met het idee van risicopaden wordt aansluiting gezocht met de zorgpaden, zoals gebruikelijk is binnen algemene gezondheidszorg en de ggz. Ter illustratie wordt in dit artikel een casus gepresenteerd met een behandelplan opgemaakt volgens het risicomanagementmode l.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘Hij was geen roekeloze schilder’

‘Hij was geen roekeloze schilder’
Auteur: J. Hövels
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2010
 
Dossier Van Gogh: gek of geniaal?, zo heet de tentoonstelling die van 25 augustus tot en met 27 februari te zien is in het Dolhuys, het nationaal museum van de psychiatrie in Haarlem.
De tentoonstelling biedt nieuwe inzichten in het leven van Vincent van Gogh en werpt de vraag op of zijn psychische problemen en kunstenaarschap verband houden. Museumdirecteur Hans Looijen: ‘Veel mensen geloven namelijk dat gekte en genialiteit bij elkaar horen.’
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
In Therapie

In Therapie
Auteur: J. Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2010
 
Column Jan Derksen
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Blij

Blij
Auteur: Arianne Struik
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2010
 
In deze column staan de belevenissen van een gz-psycholoog in het werk in de kinderpsychiatrie centraal. Uitgangspunt is telkens één van de vier basisgevoelens boos, bang, blij of bedroefd. De problemen van kinderen gaan bijna altijd over deze vier b's. Ze zijn te vaak boos of bang of hebben veel ruzie. Of ze zijn bedroefd en voelen zich rot.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Kim V. deel II: Een afgedwongen valse bekentenis?

Kim V. deel II: Een afgedwongen valse bekentenis?
Auteur: Prof. dr. C. de Ruiter
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2010
 
In het vorige nummer van GZ-Psychologie schreven collega’s Merckelbach en Smeets (2010) een interessante bijdrage over de zaak Kim V. Zij opperden het alternatieve psychofarmacologische scenario voor de moord op Kim’s twee jonge kinderen, in plaats van de Freudiaanse psychohydraulica van het Pieter Baan Centrum. Maar de psychofarmacologische hypothese kan alleen getoetst worden als bij verdachten van serieuze geweldsdelicten die kort na het misdrijf worden gearresteerd onmiddellijk bloed afgenomen wordt, en daarvoor moet de gearresteerde eerst toestemming geven. Het is een vreemd aspect van de Nederlandse wet: iemand als verdachte aanmerken en gedurende een aantal dagen opsluiten in een politiecel mag wel, maar bloed afnemen niet, dat schendt de lichamelijke integriteit, terwijl de bevindingen uit het bloedonderzoek belangrijke juridische gevolgen kunnen hebben. Wanneer iemand verdacht wordt van een verkeersmisdrijf is afname van bloed wel usance, conform het Besluit Alcoholonderzoeken (Besluit van 5 juli 1997, houdende nadere regels omtrent de wijze van uitvoering van de artikelen 160, vijfde lid, en 163 van de Wegenverkeerswet 1994). Gezien het feit dat bij de meeste geweldmisdrijven alcohol en/of drugs een belangrijke rol spelen, lijkt het me raadzaam ook bij verdenking van dit type misdrijven afname van bloed verplicht te stellen.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
70-jarige gedomineerd door zijn zachtaardige hond, behandeling voor beiden?

70-jarige gedomineerd door zijn zachtaardige hond, behandeling voor beiden?
Auteur: Dr. S.P.J. van Alphen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 6, september 2010
 
Sinds het plotseling overlijden van zijn vrouw ervaart patiënt (70) geen plezier meer, heeft doorslaapproblemen en een passieve doodswens. Daarbij komt dat eerder alles in de huishouding en administratie werd geregeld door zijn vrouw en nu weet hij geen raad op welke wijze deze taken aan te pakken. Patiënt is bekend met diabetes mellitus type II en hypertensie. Er zijn geen aanwijzingen voor intoxicaties, evenmin voor cognitieve stoornissen. Hij heeft een gering sociaal netwerk en enkel marginaal contact met zijn beide zonen en broer. De situatie wordt gecompliceerd doordat patiënt aangeeft dat zijn golden retriever, Tiësto genaamd, niet alleen thuis kan zijn. Voorts merkt hij op dat zijn zachtaardige viervoeter bij het uitlaten de weg bepaalt. Zo heeft Tiësto de regie of er links of rechts wordt afgeslagen, zelfs als patiënt eigenlijk een andere richting op zou willen gaan. Zijn huisarts meldt patiënt aan bij de ggz omdat hij zich zorgen maakt over de beperkte draagkracht in de rouwverwerking. De betrokkene liet deze aanmelding bij de ggz gelaten toe.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De keerzijde van het succes

De keerzijde van het succes
Auteur: P. van Drunen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
De wet-BIG is bedoeld als een kwaliteitswet: het systeem van beschermde beroepstitels geeft de patiënt de zekerheid dat hij te maken heeft met een goed opgeleide beroepsbeoefenaar. Vanuit dat gezichtspunt is het ongewenst dat niet-geregistreerden zelfstandig werken in de patiëntenzorg. De werkelijkheid is echter anders: Zij aan zij met hun BIG-geregistreerde collega’s werken in de gezondheidszorg nog steeds talloze psychologen die geen BIG-registratie bezitten. ‘Talloos’ is daarbij in dit geval geen overdrijving: het aantal BIG-loze psychologen in de gezondheidszorg is zowel groot, als moeilijk exact te bepalen. Om een enigszins betrouwbare schatting te maken is eind 2008 een analyse gemaakt van het ledenbestand van de sector Gezondheidszorg van het NIP. Daaruit bleek dat tegenover 4.116 BIG-geregistreerde leden er 1.783 staan zonder BIG-registratie. Dat betekent dat dertig procent van alle leden niet BIG-geregistreerd is. Als we ervan uitgaan dat dit representatief is voor de verhoudingen in de gezondheidszorg, betekent dit dat er ruwweg zo’n vier- à vijfduizend ongeregistreerde psychologen (en pedagogen) werkzaam zijn in de gezondheidszorg.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Een eigen profielopleiding

Een eigen profielopleiding
Auteur: J. van Leipsig
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
Verslaving is in de loop van de tijd een steeds groter maatschappelijk probleem geworden. Tegenwoordig staat het zelfs in de top drie van psychologische volksvijanden, samen met angst en depressie. het is dan ook niet verwonderlijk dat er speciaal voor deze tak een apart opleidingsprofiel komt.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De gz-psycholoog en de DSM-V

De gz-psycholoog en de DSM-V
Auteur: J. Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
Column Jan Derksen
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Emotie regulatie stoornissen: praktische tips voor de gz-psycholoog

Emotie regulatie stoornissen: praktische tips voor de gz-psycholoog
Auteur: E. van Meekeren
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
Waar je ook werkt, je krijgt te maken met mensen met een eigenaardige, opvallende persoonlijkheidsstijl. Hieronder bevindt zich ook de groep die gekenmerkt wordt door het moeilijk kunnen reguleren van emoties en gedrag. Dikwijls krijgen ze het etiket ‘borderline’. Hoe zie je door de bomen het bos nog en hoe houd je je hoofd boven water? Wat kun je het beste doen, en wat laten? In dit artikel een aantal praktische handvatten, met een integratief karakter, en vooral gebaseerd op praktijkervaring.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
 ‘Nieuw opleidingsplan gaat voorbij aan belangen praktijkinstellingen’

‘Nieuw opleidingsplan gaat voorbij aan belangen praktijkinstellingen’
Auteur: W. Snellen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
SAMENVATTING
Dit artikel is een reactie op een interview met Cees van der Staak door Iris Dijkstra, GZ-psychologie jaargang 1, nummer 1, november 2009.
Cees van der Staak is een warme voorstander van een driejarige masteropleiding waarin de huidige masteropleiding klinische en gezondheidspsychologie en de postacademische beroepsopleiding tot gz-psycholoog worden geïntegreerd. Hij meent dat zijn ideeën breed worden ondersteund. Dit is echter slechts zeer ten dele het geval. In het interview wordt geheel voorbijgegaan aan de vele ernstige bezwaren en fundamentele weerstanden die door de praktijkinstellingen zijn geformuleerd in talrijke brieven aan relevante gremia van beleidsbepalende organen. Onderstaand zal ik enkele kritische kanttekeningen plaatsen bij drie argumenten die worden gehanteerd ter onderbouwing van de nieuwe constructie.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
 ‘Een kijkje in de keuken van de ACT-therapeut’

‘Een kijkje in de keuken van de ACT-therapeut’
Auteur: I. Dijkstra
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
Op tv je pleinvrees, relatieproblemen of gebrek aan assertiviteit aanpakken - bij de KRO kan het allemaal. In De Rode Kamer gaan deelnemers een heftige confrontatie met hun problemen aan. Verplichte kost voor gz-psychologen, vindt gz-psycholoog en gedragstherapeut Marco Kleen. Hij werkte mee aan het programma.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De rol van de fysiologie in psychologisch onderzoek

De rol van de fysiologie in psychologisch onderzoek
Auteur: L. van Doornen
Gebubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2010
 
In ons artikel over de rol van stressreacties bij medisch onverklaarde lichamelijke klachten in nummer 1 van GZ-psychologie hebben wij geprobeerd een beeld van deze klachten te schetsen waarin zowel psychologische als fysiologisch factoren een plaats hebben. Je kunt een dergelijk artikel - dat in dit geval over onverklaarde klachten zoals pijn en moeheid gaat - ook over angst, stress, of depressie schrijven. Niemand zou verbaasd zijn wanneer er in beweerd zou worden dat bij deze fenomenen: 1) het subjectieve ervaringen betreft (ik ben somber, angstig, gestrest, heb pijn, ben moe), 2) dat er psychologische theorieën over bestaan (conditionering, jeugdervaringen, life-events, coping-mechanismen, attributies etc.), en 3) dat er óók hersenprocessen bij betrokken zijn. Waarom er dan wel in de pen geklommen moet worden wanneer dit wordt beweerd over medisch onverklaarde klachten (zie de reactie van J.J.L. Derksen in nummer 2 van GZ-psychologie), is me dan ook een raadsel.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Wij introduceren zelf het einde van de kwaliteit in ons werk

Wij introduceren zelf het einde van de kwaliteit in ons werk
Auteur: J. Derksen
Gebubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2010
 
Column Jan Derksen
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Bastiaan is boos

Bastiaan is boos
Auteur: A. Struik
Gebubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2010
 
Dit is de eerste in een serie columns over de belevenissen van een gz-psycholoog in het werk in de kinderpsychiatrie. Uitgangspunt is telkens één van de vier basisgevoelens boos, bang, blij of bedroefd. De problemen van kinderen gaan bijna altijd over deze vier b's. ze zijn te vaak boos of bang of hebben veel ruzie. Of ze zijn bedroefd en voelen zich rot.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De  gz-psycholoog in het outreachende werkveld

De gz-psycholoog in het outreachende werkveld
Auteur: B. Joor
Gebubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2010
 
Dit artikel gaat in op de mogelijke rol van een gz-psycholoog binnen het Straathoekwerk. De auteur zal onderbouwen dat naar zijn mening gz-psychologen vanwege hun generalistische profiel zeer geschikt zijn om te werken in een outreachende hulpverleningssetting zoals Straathoekwerk. De mogelijke inzet van een gz-psycholoog zou het antwoord kunnen zijn op de vraag hoe het Straathoekwerk kan inspelen op de toename van jongeren met ggz-problematiek. Door het creëren van de functie van een gz-psycholoog met een generalistisch klinisch profiel kan een belangrijke stap gezet worden in de zorg voor jongeren met ggz-problematiek die tussen wal en schip dreigen te vallen.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Management in de zorg

Management in de zorg
Auteur: I. Dijkstra
Gebubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2010
 
De kersverse buitengewoon hoogleraar management in de ggz windt er geen doekjes om. 'Professionals zouden meer stil moeten staan bij het profijt dat ze van de vernieuwingen in de zorg zouden kunnen hebben. Het ís niet alleen maar ballast, ze kunnen er juist hun voordeel mee doen. Dat zouden ze zich wel wat meer mogen realiseren.'
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Lucia de Berk

Lucia de Berk
Auteur: J. Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2010
De column van Jan Derksen
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Multidisciplinaire richtlijn stoornissen in het gebruik van alcohol

Multidisciplinaire richtlijn stoornissen in het gebruik van alcohol
Auteur: M.F. Zinn
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2010
 
SAMENVATTING
In 2009 verscheen de Multidisciplinaire richtlijn stoornissen in het gebruik van alcohol, tot stand gekomen met inspanning van nagenoeg alle bij (vroeg)diagnostiek en behandeling van alcoholmisbruik en -afhankelijkheid betrokken beroepsgroepen. Zij formuleerden uitgangsvragen, zochten en bestudeerden onderzoeksliteratuur en deden op basis daarvan concrete aanbevelingen. Aanbevelingen van nut voor de GZ-psycholoog zijn: vraag altijd naar alcoholgebruik, doe na opsporing van een alcoholprobleem altijd een vervolginterventie en maak daarbij gebruik van motiverende gespreksvoering. Soms volstaan korte, eenmalige interventies. Wanneer meer hulp nodig is, is cognitieve gedragstherapie aangewezen, zoals zelfcontroletraining, sociale vaardigheidstraining en gedragstherapeutische partnerrelatietherapie. Bij ernstige problematiek kan Community Reinforcement Approach (een complexe combinatie van behandelinterventies) uitkomst bieden. Zelfhulpgroepen (AA) kunnen sommige mensen helpen. Zelfhelpmateriaal (bibliotherapie) moet ruim beschikbaar zijn. In internetbehandeling zit toekomst. Een stoornis in het gebruik van alcohol gaat dikwijls samen met een andere stoornis. Wacht bij het vermoeden van een angst- of stemmingsstoornis minimaal 3 tot 4 weken na het bereik van abstinentie met het stellen van een diagnose, om uit te sluiten dat de klachten het gevolg zijn van alcoholgebruik. Op de angst of depressie gerichte behandelinterventies zijn niet voldoende om de stoornis in alcoholgebruik te verhelpen; daartoe dienen op het alcoholgebruik gerichte interventies aangeboden te worden.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Wat kan een gz-psycholoog (niet)?

Wat kan een gz-psycholoog (niet)?
Auteur: P. van Drunen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2010
 
Als je een gz-psycholoog vraagt naar de kern van de wet BIG, is de kans groot dat zij of hij ‘titelbescherming’ noemt, of ‘wettelijke tuchtrecht’. Veel kleiner is de kans dat het woord ‘deskundigheidsgebied’ valt. Toegegeven: het is ook een erg lelijk en ambtelijk klinkend woord. Toch is ‘deskundigheidsgebied’ binnen de filosofie van de wet BIG minstens zo belangrijk als titelbescherming of tuchtrecht.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Het huilkransje

Het huilkransje
Auteur: A. Struik
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2010
 
In deze column van Arianne Struik staan de belevenissen van een gz-psycholoog in het werk in de kinderpsychiatrie centraal. Uitgangspunt is telkens één van de vier basisgevoelens boos, bang, blij of bedroefd. De problemen van kinderen gaan bijna altijd over deze vier b’s. Ze zijn te vaak boos of bang of hebben veel ruzie. Of ze zijn bedroefd en voelen zich rot.  
Arianne Struik is programmaleider emotionele stoornissen Herlaarhof, onderdeel Reinier van Arkelgroep, Vught
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Neurocognitieve ontwikkelingspsychologie: een blik op een razendsnel ontwikkelend vakgebied

Neurocognitieve ontwikkelingspsychologie: een blik op een razendsnel ontwikkelend vakgebied
Auteur: prof. dr. E.A.M. Crone
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2010
 
SAMENVATTING

Sinds ongeveer 10 jaar is het vakgebied ‘neurocognitieve ontwikkelingspsychologie’ in een stroomversnelling geraakt. De wetenschappers in dit vakgebied zijn verheugd met deze ontwikkelingen, omdat zij enthousiast zijn over wat de neurowetenschappen en de ontwikkelingspsychologie elkaar te bieden hebben. Tegelijkertijd is het belangrijk om af en toe stil te staan bij de mogelijkheden en onmogelijkheden. Waar brengt dit vakgebied ons? Wat is de meerwaarde en waar gaan we te langzaam of te snel?

In dit artikel wordt besproken wat neurowetenschappelijk onderzoek precies is, en wat de meerwaarde is van neurowetenschappelijk onderzoek voor ons begrip van gedragsprocessen. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van recente bevindingen over de ontwikkeling van adolescenten op het gebied van cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling. Deze onderzoeken hebben geleid tot de hypothese dat in de adolescentie de hersenen een fragiele balans vertonen tussen verwerking van cognitieve processen en emotionele en sociale prikkels.

Recent hersenonderzoek heeft laten zien dat de vaardigheid om eigen gedrag te controleren en flexibel aan te passen aan een veranderende omgeving samenhangt met een graduele toename van activiteit in de frontale cortex. Verwerking van emoties in de evolutionair oude limbische hersengebieden, vertonen juist een piek in activiteit in de adolescentie. Dit heeft geleid tot een beter begrip van hoe adolescenten met risico’s omgaan, maar ook met sociaal gevoelige situaties, zoals in relaties met leeftijdgenoten.

Ten slotte wordt in dit artikel uiteengezet wat de uitdagingen zijn voor de toekomst met betrekking tot de voorspellende waarde van neurocognitieve maten. De hooggespannen verwachtingen met betrekking tot de vertaling van neurowetenschappelijk onderzoek voor maatschappelijke problemen wordt besproken en de mate waarin hieraan tegemoet kan worden gekomen, en wanneer juist niet.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De samenhang tussen werkkenmerken en psychopathologische karakteristieken op het werkfunctioneren bij mensen met depressies of angststoornissen

De samenhang tussen werkkenmerken en psychopathologische karakteristieken op het werkfunctioneren bij mensen met depressies of angststoornissen
Auteurs: Dr. I. Plaisier, prof. dr. B.W.J.H. Penninx
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2010
 
SAMENVATTING
In dit artikel worden uitkomsten beschreven van twee studies naar werkfunctioneren bij mensen met depressies en angststoornissen met gegevens van de Nederlandse studie naar depressieve en angststoornissen (NESDA< n=2981). Er werden twee verschillende indicatoren van werkfunctioneren gebruikt, te weten werkverzuim en de werkuitvoering op dagen dat ondanks gezondheidsklachten wel wordt gewerkt. De rol van psychosociale werkkenmerken, en werkuren werd onderzocht bij 1522 werkende mensen met en zonder psychopathologie. De rol van psychopathologische details, zoals type en ernst van de stoornis, werd onderzocht onder 1035 werkende mensen met een huidige depressie of angststoornis. Huidige depressieve stoornissen verhogen het risico voor langdurig ziekteverzuim ruim 6 keer, en het risico voor verstoorde werkuitvoering met de factor 5. Het effect van depressieve stoornissen is sterker dan van angststoornissen. De ernst van de symptomen vertoont een dosis respons effect met verminderd werkfunctioneren: naar mate de ernst van de stoornis toeneemt, neemt het werkfunctioneren van de werknemer af. Het hebben van veel controle over het werk en veel sociale steun op het werk bleken gunstige factoren voor het werkfunctioneren. Ook depressieve en angststoornissen in remissie zijn geassocieerd met verminderd werkfunctioneren. Naast preventie en behandeling van depressies en angststoornissen zijn ook psychosociale werkfactoren mogelijke aangrijpingspunten om het werkfunctioneren bij mensen met angst en depressies te verbeteren en hoge kosten door productieverlies op het werk te kunnen helpen verminderen.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘De vroegsignalering bij kinderen kan echt beter’

‘De vroegsignalering bij kinderen kan echt beter’
Auteur: I. Dijkstra
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2010
 
Een interview met  Anneloes van Baar, hoogleraar Pedagogie en diagnostiek aan de Universiteit Utrecht en de nieuwe hoofdopleider van de kinder- en jeugddifferentiatie van de gz-opleiding. 
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘Niet de mens achter de hulpvraag uit het oog verliezen’

‘Niet de mens achter de hulpvraag uit het oog verliezen’
Auteur: J. van Leipsig
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
Een interview met prof. dr. Petri Embregts, die vanaf 1 juni twee leerstoelen bekleedt aan de Universiteit van Tilburg: ‘Mensen met een verstandelijke beperking’ en ‘Beroepsopleiding tot gezondheidszorgpsycholoog. Een centraal begrip voor haar is ‘menslievende professionalisering: ‘Professionals moeten niet alleen focussen op de problematiek waarmee iemand kampt, maar vooral de mens achter de hulpvraag niet uit het oog moeten verliezen.’
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Psychoanalyse in de knel? Wel nee, het onbewuste is springlevend

Psychoanalyse in de knel? Wel nee, het onbewuste is springlevend
Auteur: J. Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
Column Jan Derksen
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Nawoord Jan Derksen aan Mark Crouzen

Nawoord Jan Derksen aan Mark Crouzen
Auteur: J. Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
Nawoord van Jan Derksen op de reactie van Mark Crouzen ( GZ-psychologie 4, p. 43)  op de column van Jan Derksen ( GZ-psychologie 3, p. 46).
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Het productieplafond

Het productieplafond
Auteur: G. Heyne 
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
Column van Gerton Heyne, lid van de Raad van Bestuur van Reiner van Arkel groep
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Filmpjes leren politie over psychische problematiek

Filmpjes leren politie over psychische problematiek
Auteur: I. Dijkstra
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
Politieagenten komen nogal eens in aanraking met mensen die problematisch gedrag vertonen. Om hen te leren hoe je zulke mensen tegemoet treedt, heeft de politie filmpjes laten maken waarin agenten van drie korpsen figureren. De scènes illustreren met wat voor psychische problematiek agenten zoal te maken kunnen krijgen. En wat zij in zulke situaties kunnen doen.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De feminisering van de gz-psychologie

De feminisering van de gz-psychologie
Auteur: P. van Drunen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
‘Vanwege de samenstelling van ons team geven we de voorkeur aan een vrouw.’ Er was een tijd dat deze zinsnede ook in personeelsadvertenties voor psychologen regelmatig opdook. Die tijd ligt inmiddels ver achter ons. De gz-psychologie is in snel tempo een vak voor vrouwen aan het worden. Nu al is van de gz-psychologen onder de vijftig 85 procent vrouw en wie bij de opleidingen gaat kijken, ziet dat in groepen van veertien tot zestien mensen vaak slechts één man zit, en soms zelfs geen enkele.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Onderzoek moet de psychotherapie redden

Onderzoek moet de psychotherapie redden
Auteur: P. Marx
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
Een interview met Nederlands enige hoogleraar Psychotherapie Marcus Huibers, die de psychotherapie weer op de kaart zetten door het werkingsmechanisme ervan wetenschappelijk vast te stellen. ‘Inmiddels weten we dat bij chronische depressie een combinatie van pillen en praten het beste werkt maar hoe, dat weten we niet.’
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Bang

Bang
Auteur: A. Struik
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
In deze column van Arianne Struik staan de belevenissen van een gz-psycholoog in het werk in de kinderpsychiatrie centraal. Uitgangspunt is telkens één van de vier basisgevoelens boos, bang, blij of bedroefd. De problemen van kinderen gaan bijna altijd over deze vier b’s. Ze zijn te vaak boos of bang of hebben veel ruzie. Of ze zijn bedroefd en voelen zich rot.
Arianne Struik is programmaleider emotionele stoornissen Herlaarhof, onderdeel Reinier van Arkelgroep, Vught
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Persoonlijkheidspathologie tussen wal en schip

Persoonlijkheidspathologie tussen wal en schip
Auteur: L. Becker
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
Het is duidelijk dat persoonlijkheidspathologie leeft. Daarbij is er steeds meer aandacht voor jongeren onder de achttien jaar, bij wie zelden de diagnose persoonlijkheidsstoornis wordt gesteld. Over dit onderwerp werd 22 april jl. uitgebreid gesproken tijdens de studiedag ‘Adolescenten! Persoonlijkheidspathologie tussen wal en schip’. Klinisch psycholoog Lucienne Becker geeft haar impressie.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Gedragskundige rapportage bij een ontkennende verdachte

Gedragskundige rapportage bij een ontkennende verdachte
Auteur: prof. dr. C. de Ruiter
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
SAMENVATTING
Rapportages door gedragsdeskundigen kunnen een belangrijke rol spelen in een strafproces. De rechter kan bijvoorbeeld alleen een terbeschikkingstelling opleggen wanneer tenminste twee gedragsdeskundigen een psychische stoornis of gebrekkige ontwikkeling constateren, die verband houdt met de strafbare feiten waarvan de persoon verdacht wordt. Iedere psychodiagnosticus staat bloot aan de feilbaarheid van het menselijke oordeelsvermogen, en dat geldt dus ook voor de diagnosticus die een verdachte van een ernstig misdrijf onderzoekt.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Kim V.: Psychohydraulica versus psychofarmacologie

Kim V.: Psychohydraulica versus psychofarmacologie
Auteurs: Prof. dr. H. Merkelbach en dr. T. Smeets
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
SAMENVATTING
Bij ernstige geweldsdelicten wil de rechter doorgaans weten hoe de verdachte tot zijn daad is gekomen. Daartoe doet de rechter een beroep op forensisch psychologen en psychiaters. Deze experts hebben de neiging om verklaringen te zoeken in de richting van complexe psychodynamiek. Daaraan kleeft het risico van eenzijdigheid: soms zijn er andere – bijvoorbeeld psychofarmacologische - verklaringen voor gewelddadig gedrag. In dit artikel illustreren we dit probleem aan de hand van een casus.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Evidence b(i)ased richtlijnen van obesitas?

Evidence b(i)ased richtlijnen van obesitas?
Auteur: Dr. T. van Strien
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juli 2010
 
SAMENVATTING
In 2008 publiceerde het Kwaliteitsinstituut van de Gezondheidszorg CBO de richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van obesitas’. Volgens deze richtlijn geldt bij volwassenen de diagnose obesitas bij een BMI ( body mass index) >=30 kg/m2 (aangevuld met een beoordeling van de buikomvang). De in de richtlijn aanbevolen behandeling bestaat uit het verminderen van de energie-inname en het verhogen van de lichamelijke activiteit (en eventuele toevoeging op maat van psychologische interventies ter ondersteuning van gedragsverandering) (p 19 en p20).

De aanbevolen behandeling in de richtlijn is gebaseerd op evidence uit twee meta-analyses (Anderson et al, 2001; Avenell et al, 2004). Volgens deze meta-analyses zou een energiebeperkt dieet (600 kilocalorieën minder dan gebruikelijk) resulteren in een gewichtsdaling van circa 5 (-3.5 tot 7) kg na een jaar, waarvan na vier tot vijf jaar een gewichtsdaling van 3,5 kg behouden zou blijven.

Vreemd genoeg zijn in de richtlijn niet de uitkomsten verwerkt van een meta-analyse uit 2007 in The American Psychologist die tot een geheel andere conclusie kwam, namelijk Diets are not the answer (Mann et al., (2007). In deze meta-analyse kwam naar voren dat het percentage deelnemers dat op de lange termijn een deel van het gewichtsverlies wist vast te houden slechts klein was en dat bijna de helft van de deelnemers na vier jaar zelfs zwaarder was dan vóór het dieet. Wie heeft er gelijk?

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Validiteit van de WAIS-III-factorstructuur in een steekproef ambulante psychiatrie: de indexscores als beste getest

Validiteit van de WAIS-III-factorstructuur in een steekproef ambulante psychiatrie: de indexscores als beste getest
Auteurs: P.T. van der Heijden, P. van den Bos, B.A.W. Mol en Prof. dr. R.P.C. Kessels
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2010
 
SAMENVATTING
Confirmatieve en exploratieve factoranalyses werden toegepast op de WAIS-III-data van een steekproef met 247 psychiatrische patiënten. In de exploratieve analyse op dertien subtests waarbij vier factoren werden getrokken bleek dat alle subtests laden op de vier factoren zoals verwacht werd op grond van de handleiding van de WAIS-III. Echter, Plaatjes Ordenen, Rekenen en Onvolledige Tekeningen laten matige ladingen zien op de factoren waartoe zij behoren. In de confirmatieve factoranalyse op elf subtests werden vier modellen getest. Een model waarbij de 11 subtests laden op vier factorindexen (i.c. drie Verbaal Begrip subtests, drie Perceptuele Organisatie subtests, drie Werkgeheugen subtests en twee Verwerkingssnelheid subtests) paste het beste bij de data. Enkele implicaties van de bevindingen voor de klinische praktijk worden besproken.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Depressies en angststoornissen op het werk

Depressies en angststoornissen op het werk
Auteurs: Dr. I. Plaisier, prof. dr. B.W.J.H. Penninx 
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2010
 
SAMENVATTING
In dit artikel worden uitkomsten beschreven van twee studies naar werkfunctioneren bij mensen met depressies en angststoornissen met gegevens van de Nederlandse studie naar depressieve en angststoornissen (NESDA< n=2981). Er werden twee verschillende indicatoren van werkfunctioneren gebruikt, te weten werkverzuim en de werkuitvoering op dagen dat ondanks gezondheidsklachten wel wordt gewerkt. De rol van psychosociale werkkenmerken, en werkuren werd onderzocht bij 1522 werkende mensen met en zonder psychopathologie. De rol van psychopathologische details, zoals type en ernst van de stoornis, werd onderzocht onder 1035 werkende mensen met een huidige depressie of angststoornis. Huidige depressieve stoornissen verhogen het risico voor langdurig ziekteverzuim ruim 6 keer, en het risico voor verstoorde werkuitvoering met de factor 5. Het effect van depressieve stoornissen is sterker dan van angststoornissen. De ernst van de symptomen vertoont een dosis respons effect met verminderd werkfunctioneren: naar mate de ernst van de stoornis toeneemt, neemt het werkfunctioneren van de werknemer af. Het hebben van veel controle over het werk en veel sociale steun op het werk bleken gunstige factoren voor het werkfunctioneren. Ook depressieve en angststoornissen in remissie zijn geassocieerd met verminderd werkfunctioneren. Naast preventie en behandeling van depressies en angststoornissen zijn ook psychosociale werkfactoren mogelijke aangrijpingspunten om het werkfunctioneren bij mensen met angst en depressies te verbeteren en hoge kosten door productieverlies op het werk te kunnen helpen verminderen.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Oplossingsgerichte therapie

Oplossingsgerichte therapie
Auteur: F. P. Bannink MDR
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2010
 
SAMENVATTING

Oplossingsgerichte therapie is doelgerichte therapie. Er zijn twee duidelijke verschillen aan te wijzen met probleemgerichte therapieën. De focus is niet op het exploreren en analyseren van het probleem, op wat de cliënt niet wil, maar op wat de cliënt wel wil in de toekomst. Het behandeldoel wordt niet gedefinieerd in termen van afname van problemen of klachten, maar in termen van toename van wat de cliënt voor de problemen of klachten in de plaats wil.

In plaats van het geven van adviezen stelt de therapeut vragen: ‘Waar hoopt u op? Welk verschil zou dat maken? Wat werkt al in de goede richting?’ en ‘Wat zou een volgend teken van vooruitgang zijn?’ De cliënt wordt als competent gezien zijn doel te formuleren, oplossingen te bedenken en uit te voeren. In dit artikel worden de korte historie, tien uitgangspunten, praktijk, theorie, empirische evidentie en (contra)indicaties van OT besproken. Er worden drie oplossingsgerichte oefeningen beschreven, geschikt voor zowel de therapeut als de cliënt. Onderzoek wijst uit dat oplossingsgerichte therapie even werkzaam is als andere vormen van psychotherapie, met een kortere therapieduur en betere waarborgen voor de autonomie van de cliënt.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Objectivering van cognitieve functiestoornissen in de klinische praktijk bij patiënten met een bipolaire stoornis

Objectivering van cognitieve functiestoornissen in de klinische praktijk bij patiënten met een bipolaire stoornis
Auteurs: M. Jongkind, dr. W. A. Meijer, dr. R. W. Kupka
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2010
 
SAMENVATTING
Er zijn veel aanwijzingen dat neurocognitieve stoornissen (zoals problemen in de geheugen-, aandachts- en executieve functies) een centrale plaats innemen bij bipolaire stemmingsstoornissen, ook als er geen sprake is van een manische of depressieve episode. Neuropsychologisch onderzoek (NPO) bij deze patiënten vindt vooral plaats in het kader van wetenschappelijk onderzoek en de toepassing ervan in de klinische praktijk is vooralsnog beperkt. Het doel van deze studie is te onderzoeken of cognitieve functiestoornissen bij individuele patiënten met een bipolaire stoornis met behulp van een cognitieve testbatterij kunnen worden geobjectiveerd. Bij 31 ambulant behandelde patiënten met een bipolaire stoornis type I, II of NAO werd een aantal veel gebruikte cognitieve tests afgenomen en werden subjectieve cognitieve klachten op het gebied van geheugen, aandacht en denktempo geïnventariseerd. Ruim de helft liet stoornissen op één of meerdere cognitieve domeinen zien: geheugen, aandacht, snelheid van informatieverwerking en executief functioneren (concept shifting, selectieve aandacht). Subjectieve cognitieve klachten kwamen nog veel vaker voor. De resultaten suggereren dat met een brede, sensitieve en relatief korte cognitieve testbatterij bij ruim de helft van de patiënten met een bipolaire stoornis cognitieve functiestoornissen kunnen worden geobjectiveerd. Hiermee vormt het een praktisch bruikbare aanvulling op de diagnostiek.  
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Therapietrouw bevorderende maatregelen binnen de ambulante geestelijke gezondheidszorg: een overzicht

Therapietrouw bevorderende maatregelen binnen de ambulante geestelijke gezondheidszorg: een overzicht
Auteurs: mr. Q. van Dieren, dr. M.J.N. Rijckmans, prof. dr. A.J.J.M. Vingerhoets
Gepubliceerd in: GZ-psychologie 3, april 2010
 
SAMENVATTING
Therapietrouw binnen de ambulante geestelijke gezondheidszorg is al jaren een veel voorkomend maar tevens onderbelicht probleem. Onvoldoende therapietrouw kan onder andere resulteren in het onnodig mislukken van een behandeling, een chronisch beloop met ernstige complicaties, vergroting van wachtlijsten en een zwaardere belasting van de sociale omgeving. Vreemd genoeg hebben de aanzienlijke nadelige gevolgen voor de cliënt, zijn familie en de maatschappij in de voorbije jaren niet geresulteerd in veel onderzoek naar mogelijkheden om therapietrouw te verbeteren. Ook overzichtsartikelen hierover ontbreken in de literatuur. Dit artikel bevat een overzicht van maatregelen die therapietrouw kunnen bevorderen alsmede van de factoren die kunnen samenhangen met de mate van therapietrouw.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Een brandstichter op de longstay: waarom contra-expertises hard nodig zijn

Een brandstichter op de longstay: waarom contra-expertises hard nodig zijn
Auteur: Corine de Ruiter
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2010
 
SAMENVATTING
Met enige regelmaat verricht Corine de Ruiter psychologisch onderzoek in het kader van contra-expertises in opdracht van de rechter, het OM of de verdediging in strafzaken. Soms betreft het ter beschikking gestelden die het oneens zijn met hun plaatsing op een longstay-afdeling: omdat ze van mening zijn dat zij geen gevaar meer zijn voor de samenleving, omdat zij het niet eens zijn met hun diagnose of omdat zij vinden dat zij onvoldoende behandeld zijn, of een combinatie van deze. De onderhavige casusbeschrijving betreft een TBS-gestelde die na opnames in twee forensisch psychiatrische centra (FPC’s) als uitbehandeld werd beschouwd en opgenomen op de longstay-afdeling van FPC Veldzicht.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Te grote stelligheid bedreigt kwaliteit wetenschap

Te grote stelligheid bedreigt kwaliteit wetenschap
Auteur: Rink Hoekstra
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
SAMENVATTING
In psychologisch onderzoek wordt om praktische redenen veel gebruik gemaakt van steekproeven. Voor het generaliseren van deze steekproefgegevens is statistiek nodig. Het blijkt dat onderzoekers deze statistische technieken relatief slecht beheersen. Met name de significantietoets, die in bijna ieder wetenschappelijk artikel wordt gebruikt, blijkt aanleiding te geven tot veel misinterpretaties. Deze misinterpretaties zijn vaak ernstig, en zouden zelfs kunnen leiden tot een wetenschap waarin relatief veel onzin als zinvol wordt verkocht.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Mindfulness en Boeddhistische Psychologie

Mindfulness en Boeddhistische Psychologie
Auteur: Coen Völker
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
SAMENVATTING
Er is momenteel in de derde generatie cognitieve gedragstherapieën veel aandacht voor methodieken die voortkomen uit het boeddhisme. Er wordt echter weinig geschreven over de achtergronden van de boeddhistische psychologie, terwijl de populaire mindfulnesstrainingen hier direct mee verbonden zijn. Vanuit enkele uitgangspunten in deze boeddhistische psychologie worden in dit artikel implicaties voor de psychologische praktijk besproken en zal een algemene vergelijking plaatsvinden met de westerse psychologie waarbij er naar de verschillen en overeenkomsten wordt gekeken.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Van psychosomatosen via somatoforme klachten nu maar weer eens naar medisch onverklaarde klachten

Van psychosomatosen via somatoforme klachten nu maar weer eens naar medisch onverklaarde klachten
Auteur: J.J.L. Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
SAMENVATTING
Dit artikel is een reactie op het artikel ‘Stressreacties in het lichaam spelen een geringe rol bij medisch onverklaarde klachten’ van Jan Houtveen en Lorenz van Dooren, GZ-psychologie 1, 2010.
In de jaren zestig, zeventig en tachtig kwam de buitenlandse invloed op de klinisch psychologie niet alleen met de westenwind mee maar ook nog wel eens met een briesje uit het oosten: de ‘psychosomatische Medizin’ is hiervan een voorbeeld. Medisch onverklaarde klachten heetten toen nog psychosomatosen en in deze aanduiding tref je een besef aan van de belangrijke bijdrage van psychologische determinanten bij in het lichaam uitgedrukte stoornissen.De psychosomatische benaderingswijze sloot geen enkele ziekte uit, maar historisch gezien waren de symptoomgroepen onder studie vooral: ulcus ventriculi/duodeni, colitis ulcerosa, asthma bronchiale, essentiële hypertensie, ziekte van Graves (hyperthyreoidie), rheumatoïde arthritis en neurodermatitis. Bij elk van deze stoornissen werd gedacht aan een specifiek psychisch conflict en hieromtrent bestonden theorieën vooral vormgegeven door de Hongaar Franz Alexander en in Nederland door de internist en psychobioloog (zo noemde hij zichzelf), Juda Groen. Hun theorieën leidden tot wat in die tijd de specificiteithypothese werd genoemd. Deze wacht nog op toetsing.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Werken met protocollaire behandelingen

Werken met protocollaire behandelingen
Auteurs: G.P.J. Keijsers, M. Verbraak, E. Ten Broeke en K. Korrelboom
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
SAMENVATTING
In deze bijdrage wordt stilgestaan bij een verantwoord gebruik van psychologische, protocollaire Empirically Established Treatments (ESTs). Het aantal psychische stoornissen waarvoor ESTs beschikbaar komen neemt nog steeds toe. Tegelijkertijd blijkt het voor een aantal andere stoornissen alsmaar niet mogelijk om duidelijk ‘betere’ behandelingen te ontwikkelen en blijft traditionele, individuspecifieke psychologische behandeling gewenst en nodig. De geclassificeerde stoornis biedt vooralsnog onvoldoende aanknopingspunten voor een gestandaardiseerde aanpak. Wanneer bij patiënten wel een geïndiceerde EST beschikbaar is moet de patiënt daarvan op de hoogte worden gesteld en moet de EST ook aangeboden kunnen worden. Opleidingen behoren ESTs te onderwijzen.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Het hertrainen van automatische cognitieve processen bij angst- en verslavingsproblematiek

Het hertrainen van automatische cognitieve processen bij angst- en verslavingsproblematiek
Auteurs: D.S. van Deursen, E. Salemink, T.M. Schoenmakers, prof. dr. R.W. Wiers
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, december 2009
 
SAMENVATTING
Duaal proces modellen van angst en verslaving veronderstellen dat deze vormen van psychopathologie voortkomen uit een verstoorde balans tussen twee afzonderlijke, maar gerelateerde systemen: een langzaam, gecontroleerd, reflectief systeem en een snel, associatief, automatisch systeem. De verstoringen in automatische cognitieve processen die verondersteld worden een rol te spelen bij angst en verslaving komen deels overeen, hoewel deze een verschillende uitwerking hebben op het gedrag. In dit artikel wordt allereerst een overzicht gegeven van het onderzoek naar de samenhang tussen automatische processen en angst- en verslavingsproblematiek. Vervolgens worden onderzoeken besproken die getracht hebben automatische processen te veranderen. Aan de hand van deze onderzoeken wordt de causale status van automatische processen in de ontwikkeling en instandhouding van angst en verslaving beschouwd. Ten slotte wordt de klinische effectiviteit van het hertrainen van automatische processen in het verminderen van angstklachten en verslavingsproblematiek besproken.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Het psychopathieprofiel. Een verfijnde kijk op psychopathie met de PCL-R en de MMPI-2.

Het psychopathieprofiel. Een verfijnde kijk op psychopathie met de PCL-R en de MMPI-2.
Auteurs: P. den Bos; B. Mol; Y. Derks; K. Zwijnenburg en dr. J.I.M. Egger
Trefwoorden: Psychopathie, Minnesota Multiphasic Personality Inventory – 2, Psychopathy Checklist – Revised, Delinquenten
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2010
 
SAMENVATTING
In de forensische psychiatrie krijgt het begrip psychopathie een toenemend belangrijke plaats. De wetenschappelijke literatuur kent uiteenlopende opvattingen over het begrip psychopathie en herbergt veel onbeantwoorde vragen over diagnostiek en behandeling van psychopathie. In dit onderzoek wordt bekeken in hoeverre de twee factoren van psychopathie, zoals gemeten met de PCL-R, samenhangen met de uitkomstmaten van de MMPI-2. Met correlatieanalyse werden de verbanden bestudeerd tussen geselecteerde MMPI-2 schalen (2-D, 4-Pd, 7-Pt en 9-Ma, de daarvan afgeleide geherstructureerde klinische schalen en de Harris-Lingoes subschalen) enerzijds en PCL-R factorschalen anderzijds. Conform verwachting blijkt er een negatief verband te zijn tussen Factor 1 en schaal 7-Pt. Dat resultaat wordt niet gevonden voor de geherstructureerde schaal RC7 Disfunctionele Negatieve Emoties. Positieve verbanden werden gevonden tussen Factor 2 enerzijds en 4-Pd en 9-Ma anderzijds. Deze verbanden met Factor 2 bleken nog sterker als in plaats van de 4-Pd en 9-Ma de geherstructereerde evenknie werd gebruikt (i.e. RC4 Antisociaal Gedrag en RC9 Hypomane Activering). Daarmee lijken eerdere onderzoeksresultaten te worden bevestigd: het psychopathieconstruct bestaat uit twee factoren die differentiële verbanden hebben met verschillende externe criteria. Daarom wordt een meer profielmatige beschouwing van de resultaten van onderzoek met de PCL-R voorgesteld. Dit kan bijdragen aan een meer gedifferentieerde kijk op diagnostiek van psychopathiforme persoonskenmerken en daarmee potentieel tot betere behandelresultaten leiden.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Multidisciplinaire Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een depressieve stoornis

Multidisciplinaire Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een depressieve stoornis
Auteurs: dr. Claudi Bockting, Ina Boerema en dr. Marleen Hermens
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2010
 
SAMENVATTING
De multidisciplinaire richtlijn voor volwassenen met een depressie werd in 2005 gepubliceerd door het Trimbos-instituut (2005). Deze richtlijn kwam tot stand onder auspiciën van de Landelijke Stuurgroep multidisciplinaire richtlijn ontwikkeling en werd ontwikkeld door beroeps- en familie en cliëntenverenigingen. In 2007 is gestart met een gefaseerde update van deze richtlijn. De eerste update is inmiddels klaar en is onder meer gericht op aanbevelingen over de keuze tussen medicatie, psychotherapie of een combinatie van beiden. Daarnaast richtte de update zich op het principe van stepped care. Uitgangspunt daarbij is om de best mogelijke behandeling aan te bieden zonder onder of over te behandelen. Voor de keuze van interventies is rekening gehouden met drie klinisch relevante factoren: ernst (licht versus matig en ernstig); comorbiditeit; en het beloop van de stoornis (eerste episode versus recidiverend). Deze factoren zijn dan ook samengevat in beslisbomen (zie het kader). De update staat eind januari 2010 op de website http://www.ggzrichtlijnen.nl/. Daarnaast is een samenvattingskaart ontwikkeld, die te bestellen is bij het Trimbos-instituut. Dit artikel bespreekt de belangrijkste veranderingen in de richtlijn.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Stressreacties in het lichaam spelen een geringe rol bij medisch onverklaarde klachten

Stressreacties in het lichaam spelen een geringe rol bij medisch onverklaarde klachten
Auteurs: dr. ing. J. Houtveen en prof. dr. J.L.P. Van Doornen
Trefwoorden: Trefwoorden: medisch onverklaarde klachten, stressfysiologie, fMRI-hersenonderzoek, niet-specifieke therapiefactoren
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2010
 
SAMENVATTING
Medisch onverklaarde lichamelijke klachten zijn klachten die niet of niet voldoende verklaard kunnen worden door een somatische aandoening. Naast een verklaring middels puur psychologische mechanismen worden deze klachten soms ook verklaard door modellen waarbij buitensporige reacties van het lichaam op stress een grote rol spelen. Het is echter maar de vraag of dergelijke ‘perifere stressfysiologische verklaringen’ eigenlijk wel empirische ondersteuning vinden. Fysiologisch onderzoek vanuit de neuroscience heeft een veel duidelijker afwijkende activiteit gevonden in het centraal zenuwstelsel (het ruggenmerg en brein) gerelateerd aan de doorgifte, waarneming en/of beleving van interne prikkels. Implicaties van deze bevindingen voor de praktijk worden besproken.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Psychisch kwetsbare verdachten tijdens het politieverhoor: nut en noodzaak van forensisch psychologische expertise

Psychisch kwetsbare verdachten tijdens het politieverhoor: nut en noodzaak van forensisch psychologische expertise
Auteurs: Prof. dr. C. de Ruiter, M. Peters en T. Smeets
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2010
 
SAMENVATTING
Op een zondagochtend in het najaar van 2001 wordt op een braakliggend terrein vlakbij een parkeerplaats in Maastricht het levenloze lichaam aangetroffen van een jonge vrouw. Haar lichaam vertoonde verscheidene kneuzingen en bloedingen. Alles wees in de richting van een gewelddadige dood. De autopsie bracht aan het licht dat de jonge vrouw was overleden door verstikking, waarbij de dader een steen tegen de keel van het slachtoffer had gedrukt totdat ze stikte. Bij een sporenonderzoek konden enkele druppels sperma en huidweefsel van de vermoedelijke dader onder de nagels en op de sneakers van het slachtoffer veiliggesteld worden.
In de dagen na de vondst van het ontzielde lichaam van de vrouw zet de politie een krachtige mediacampagne in met als doel de dader op te sporen. In de lokale kranten en op de lokale nieuwszender worden zo allerlei details over het misdrijf prijsgegeven, zoals de wijze waarop de vrouw is gedood en de manier waarop zij lag toen zij werd gevonden. In de daaropvolgende dagen worden ook verschillende getuigen gehoord. Eén van hen geeft aan in die nacht op een kruispunt in de omgeving van de plaats delict een fietser te hebben gezien die zich verdacht gedroeg. Volgens de getuige ging het om een Marokkaanse jongen van tussen de 22 en 27 jaar met een donkere wollen muts en een blauw bomber jack. De beschrijving kwam overeen met die van Mohammed Dahhan, een 21-jarige Maastrichtse jongen van Marokkaanse afkomst. Tien dagen na de ontdekking van het lichaam van het slachtoffer wordt hij aangehouden als verdachte in de moordzaak. Dahhan beschikt over een donkere wollen muts en een blauw bomber jack. Tijdens de verhoren blijkt Mohammed daderkennis te bezitten, maar vertelt hij eveneens bizarre en onwaarschijnlijke verhalen waaraan geen touw is vast te knopen. Mede hierdoor wordt Dahhan veelvuldig verhoord door de politie, wat uiteindelijk resulteert in meer dan tweeduizend uitgetypte pagina’s proces-verbaal. Steeds opnieuw herhaalt Dahhan dat hij gestraft wil worden voor zijn slechte daden, en behandeld wil worden voor zijn problemen.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Acceptance and Commitment Therapy: Een nieuwe vorm van cognitieve gedragstherapie

Acceptance and Commitment Therapy: Een nieuwe vorm van cognitieve gedragstherapie
Acceptance and Commitment Therapy: Een nieuwe vorm van cognitieve gedragstherapie
Auteurs: J. A-Tjak
Trefwoorden: Acceptance and Commitment Therapy, cognitieve gedragstherapie, overeenkomsten en verschillen.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2010
 
SAMENVATTING
Acceptance and Commitment Therapy (ACT) is een nieuwe vorm van cognitieve gedragstherapie, die ook binnen Nederland steeds meer wordt toegepast. De komst van een nieuwe therapievorm roept over het algemeen veel vragen op, onder andere naar de verhouding tot bestaande therapievormen. Dit artikel gaat in op de verhouding tussen ACT en cognitieve gedragstherapie, de overeenkomsten en verschillen en de vraag of ACT te combineren is met andere interventies uit de cognitieve gedragstherapie.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Waarom obesitas in de GGZ behandeld moet worden

Waarom obesitas in de GGZ behandeld moet worden
Auteurs: Anita Jansen, Chantal Nederkoorn, Anne Roefs, Carolien Martijn, Remco Havermans en Sandra Mulkens
Trefwoorden: obesitas, eetstoornis, impulsiviteit, beloningsgevoeligheid, controleverlies, cue reactiviteit, negatief affect, cognitieve therapie.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, december 2009
 
SAMENVATTING
Psychologen hebben zich lange tijd niets aangetrokken van de kwestie obesitas; de algemene opinie is dat obesitas vooral een biomedisch en maatschappelijk probleem is. Dit is een vergissing; obesitas is bovenal een gedragsprobleem. Een gedragsprobleem dat binnen de GGZ behandeld moet worden, en daar ook uitstekend behandeld kan worden. In dit artikel 8 argumenten om obesitas in de GGZ te behandelen.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Richtlijnen voor behandelaars

Richtlijnen voor behandelaars
Auteurs: C. Witteman en L. de Kwaadsteniet
Trefwoorden: diagnostische beslissingen, evidence-based practice, richtlijnen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, december 2009

SAMENVATTING
 Het is een illusie te denken dat richtlijnen in de gezondheidszorg (GZ) door iedere hulpverlener op dezelfde manier worden toegepast en, belangrijker nog, dat iedere hulpverlener dezelfde richtlijn zal toepassen: voor eenzelfde cliënt(e) komen verschillende hulpverleners al tot verschillende classificerende diagnoses. Wij betogen dan ook dat er behalve richtlijnen voor de behandeling ook richtlijnen voor de behandelaar nodig zijn, waarin staat hoe kritisch te denken en de eigen vooringenomenheden te vermijden.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Moord in de familie

Moord in de familie
Auteur: prof. dr. Corine de Ruiter
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, december 2009
 
SAMENVATTING
 Remco  brengt in de nacht van 7 op 8 maart 2006 zijn vrouw en twee zoontjes in hun slaap om het leven. Vervolgens legt hij de dode lichamen in zijn auto en rijdt naar de duinen bij Schoorl. Daar begraaft hij de stoffelijke overschotten van zijn vrouw en kinderen. Na het begraven van zijn gezin brengt hij zijn woning op orde, wist sporen en gaat naar zijn werk. Vervolgens doet Remco aangifte van vermissing van zijn gezin bij de politie en krijgt ondertussen troost, medeleven en bijstand van zijn (schoon)familie en bekenden, tot aan het moment dat hij als verdachte wordt aangehouden. Na zijn arrestatie blijft hij nog enkele dagen nalaten openheid van zaken te geven en legt hij wisselende verklaringen af. Uiteindelijk komt hij tot een bekentenis.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Gevalsbeschrijving over een 82-jarige man met een autismespectrumstoornis

Gevalsbeschrijving over een 82-jarige man met een autismespectrumstoornis
Auteurs: dr. S.P.J. van Alphen en S.M.J. Heijnen-Kohl 
Trefwoorden: autismespectrumstoornissen, ouderen, gevalsbeschrijving.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, december 2009
 
SAMENVATTING
In een gevalsbeschrijving over een 82- jarige man wordt geïllustreerd dat ook ouderen met relatief milde vormen van autismespectrumstoornissen (ASS) kunnen vastlopen in het dagelijks functioneren. Luxerende factoren zijn bijvoorbeeld het verlies van maatschappelijke rollen, van lichamelijke gezondheid, van naasten of van autonomie. De diagnostiek van ASS bij ouderen wordt echter gecompliceerd doordat een aantal DSM-criteria lastig is toe te passen bij ouderen en er geen specifieke meetinstrumenten voor de genoemde doelgroep voorhanden zijn. Het beschrijven van de typerende actuele gedragingen bij ouderen is derhalve wenselijk. De behandelmogelijkheden bij ouderen met ASS is vooral gericht op mediatietherapie. Het verhelderen en kaderen van de problemen van de patiënt zelf en van zijn omgeving leidt tot meer begrip en verbetering van de situatie. Daarnaast kunnen ouderen met ASS, die normaal begaafd zijn, wellicht baat hebben bij cognitieve gedragstherapie. 
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Cognitieve kenmerken van volwassenen met de autistische stoornis en de stoornis van Asperger aan de hand van WAIS III-profielen

Cognitieve kenmerken van volwassenen met de autistische stoornis en de stoornis van Asperger aan de hand van WAIS III-profielen
Auteurs: A.A. Spek, prof. dr. E.M. Scholte en prof. dr. I.A. van Berckelaer-Onnes
Trefwoorden: Autistische stoornis, Asperger, WAIS-III, intelligentieprofielen, verwerkingssnelheid
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009


SAMENVATTING
Uit het onderzoek komt naar voren dat volwassenen met de autistische stoornis, volwassenen met de stoornis van Asperger en een neurotypische controlegroep, allen met een normale tot hoge intelligentie, vergelijkbaar zijn wat betreft Verbaal begrip, Perceptueel inzicht en Werkgeheugen. Bij de participanten met de autistische stoornis is er sprake van een relatief trage informatieverwerking in vergelijking met de twee andere groepen. Het kost hen meer tijd om informatie te verwerken. Dit is mogelijk toe te schrijven aan een sterke detailgerichtheid en een daarmee samenhangende bottom-up-strategie van denken en werken. Bij de volwassenen met de stoornis van Asperger zijn geen significante afwijkingen geconstateerd in vergelijking met de neurotypische controlegroep. Waarschijnlijk hebben volwassenen met de stoornis van Asperger, en in enige mate ook de volwassenen met de autistische stoornis, door de jaren heen op diverse gebieden hun beperkingen leren compenseren en camoufleren. Hierdoor komen de specifieke kenmerken op het gebied van theory of mind, centrale coherentie en executief functioneren niet of slechts deels tot uiting in hun intelligentieprofiel. Dit impliceert dat het intelligentieprofiel geen duidelijkheid kan verschaffen over de eventuele aanwezigheid van een autismespectrumstoornis (ASS). Wel kan het intelligentieprofiel zinvolle informatie verschaffen over de mogelijkheden en beperkingen binnen werk en opleiding.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De MMPI-2-<i>Restructured Form</i>: een nieuwe standaard in de psychologische diagnostiek?

De MMPI-2-Restructured Form: een nieuwe standaard in de psychologische diagnostiek?
Auteurs: P.T. van der Heijden, dr. J.I.M. Egger, prof. dr. J.J.L. Derksen
Trefwoorden: psychodiagnostiek, MMPI-2, MMPI-2-RF
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009
 
SAMENVATTING
De MMPI-2- Restructured Form (MMPI-2-RF) is een kortere versie van de bekende MMPI-2. De MMPI-2-RF is in de VS al in gebruik en zal in de loop van volgend jaar ook beschikbaar komen voor het Nederlands taalgebied. De test is op een geheel nieuwe wijze vormgegeven en bevat eengroot aantal nieuwe schalen die beter aansluiten bij moderne dimensionele modellen van psychopathologie en persoonlijkheid. In onderhavig artikel wordt de aanloop naar deze nieuwe test geschetst en zal er worden ingegaan op de meetpretentie en interpretatie van de schalen uit deze test. Voorts wordt er aandacht besteed aan de positie van de MMPI-2-RF ten opzichte van de MMPI-2.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De <i>Inference Based Approach</i>: ontwarren van verbeelding en werkelijkheid bij obsessies

De Inference Based Approach: ontwarren van verbeelding en werkelijkheid bij obsessies
Auteur: H.A.D. Visser
Trefwoorden: Inference Based Approach, Inferential Confusion, obsessive compulsive disorder
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009
 
SAMENVATTING
Patiënten met de obsessieve compulsieve stoornis (OCS) met gering inzicht herstellen vaak niet of onvoldoende van het bestaande behandelaanbod. In Canada werd de Inference Based Approach (IBA) ontwikkeld voor deze doelgroep. Het centrale idee van deze nieuwe theorie en behandelvorm is dat OCS-patiënten door hen ingebeelde gevaren hanteren alsof het niet om inbeelding maar om werkelijkheid gaat. In de behandeling leren patiënten herkennen dat er aan hun dwanghandelingen altijd inbeelding voorafgaat. Zij krijgen handvatten om fantasie en werkelijkheid beter te gaan onderscheiden. In onderzoek werd evidentie gevonden voor het theoretisch model van IBA en voor de effectiviteit van de behandelmethode. IBA staat echter nog wel in de kinderschoenen en vereist vervolgonderzoek. De effectiviteit van de behandelmethode wordt op dit moment in Nederland onderzocht. In dit artikel wordt het theoretisch model van IBA uiteengezet en wordt een korte schets van de behandelmethode gegeven.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De invloed van rumineren en afleiding zoeken op depressieve klachten bij niet-klinische kinderen en adolescenten: een meta-analyse

De invloed van rumineren en afleiding zoeken op depressieve klachten bij niet-klinische kinderen en adolescenten: een meta-analyse
Auteurs: dr. J. Roelofs, L. Rood
Trefwoorden: adolescenten, afleiding, kinderen, Response Styles Theory, rumineren, depressieve klachten
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009
 
SAMENVATTING
Deze meta-analyse had als doel om te onderzoeken in hoeverre de veronderstellingen van de Response Styles Theory (RST), betreffende de relatie tussen rumineren en afleiding zoeken en depressieve klachten en geslachtsverschillen in het gebruik van deze responsestijlen, ondersteund worden in niet-klinische kinderen en adolescenten. In het samenvatten van de literatuur werden effectmaten (ES) berekend voor cross-sectionele en longitudinale studies. De resultaten lieten zien dat stabiele en significante ES werden gevonden voor de relatie tussen rumineren en depressie (zowel cross-sectioneel als longitudinaal), behoudens wanneer rekening werd gehouden met de voormetingen van depressie in de longitudinale studies. Ten slotte werd een significant en stabiel geslachtsverschil gevonden voor rumineren bij adolescenten. Samengevat, deze bevindingen leveren gedeeltelijke ondersteuning voor de RST en impliceren dat rumineren een cognitieve kwetsbaarheidfactor is voor depressieve klachten bij adolescenten, en middels diverse therapeutische technieken aangepakt kan worden.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Klinische neuropsychologie: nieuw specialisme sluit aan bij maatschappelijke ontwikkelingen

Klinische neuropsychologie: nieuw specialisme sluit aan bij maatschappelijke ontwikkelingen
Auteurs: dr. J.I.M. Egger, E. Wingbermühle, prof. dr. H. Swaab
Trefwoorden: klinische neuropsychologie, wet BIG, specialisme, geestelijke gezondheidszorg, topklinische ggz
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009
 
SAMENVATTING
De recente instelling van het specialisme klinische neuropsychologie is een noodzakelijk antwoord op de flinke groei van de neurowetenschappelijke kennis binnen de gezondheidszorg. Het is een belangrijke stap voorwaarts in de kwaliteit van de patiëntenzorg, zowel door de waarborging van neuropsychologische deskundigheid als door de toegenomen herkenbaarheid van het beroep voor patiënt, diens naasten en collega-psychologen of medisch specialisten. In de navolgende bijdrage worden ontstaansgeschiedenis en karakter van de klinische neuropsychologie geschetst en wordt vastgesteld dat dit specialisme, naast dat van de klinisch psycholoog en medisch specialist, een vitale rol zal hebben in de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Serie forensische casuïstiek: ontucht met kinderen is niet hetzelfde als pedofilie

Serie forensische casuïstiek: ontucht met kinderen is niet hetzelfde als pedofilie
Auteurs: prof. dr. C. de Ruiter
Trefwoorden: ontucht, pedofilie, kinderen, forensisch, casuïstiek
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009
 
SAMENVATTING
Steeds meer gz-psychologen zijn werkzaam in de forensische sector, en dat aantal zal de komende jaren zeker nog toenemen getuige de prognose. Daar staat tegenover dat in Nederland op dit moment het opleidingsaanbod op het gebied van de forensische psychologie (nog) beperkt is. Forensische casuïstiek is bijna altijd complex en doet een maximaal beroep op de kennis en het analytisch/kritisch denkvermogen van de psycholoog die de forensische cliënt diagnostisch onderzoekt of behandelt. In deze serie worden aan de hand van gevalsstudies belangrijke thema’s uit de forensische psychologie belicht.
 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.