Website van het tijdschrift GZ-psychologie
     

Archief wetenschappelijke artikelen GZ-psychologie

Via dit online archief kunt u in het tijdschrift GZ-psychologie gepubliceerde wetenschappelijke artikelen raadplegen. Ook is het mogelijk om in het archief te zoeken op trefwoord.

Kim V.: Psychohydraulica versus psychofarmacologie

Kim V.: Psychohydraulica versus psychofarmacologie
Auteurs: Prof. dr. H. Merkelbach en dr. T. Smeets
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juni 2010
 
SAMENVATTING
Bij ernstige geweldsdelicten wil de rechter doorgaans weten hoe de verdachte tot zijn daad is gekomen. Daartoe doet de rechter een beroep op forensisch psychologen en psychiaters. Deze experts hebben de neiging om verklaringen te zoeken in de richting van complexe psychodynamiek. Daaraan kleeft het risico van eenzijdigheid: soms zijn er andere – bijvoorbeeld psychofarmacologische - verklaringen voor gewelddadig gedrag. In dit artikel illustreren we dit probleem aan de hand van een casus.

 

Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Evidence b(i)ased richtlijnen van obesitas?

Evidence b(i)ased richtlijnen van obesitas?
Auteur: Dr. T. van Strien
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 5, juni 2010
 
SAMENVATTING
In 2008 publiceerde het Kwaliteitsinstituut van de Gezondheidszorg CBO de richtlijn ‘Diagnostiek en behandeling van obesitas’. Volgens deze richtlijn geldt bij volwassenen de diagnose obesitas bij een BMI ( body mass index) >=30 kg/m2 (aangevuld met een beoordeling van de buikomvang). De in de richtlijn aanbevolen behandeling bestaat uit het verminderen van de energie-inname en het verhogen van de lichamelijke activiteit (en eventuele toevoeging op maat van psychologische interventies ter ondersteuning van gedragsverandering) (p 19 en p20).

De aanbevolen behandeling in de richtlijn is gebaseerd op evidence uit twee meta-analyses (Anderson et al, 2001; Avenell et al, 2004). Volgens deze meta-analyses zou een energiebeperkt dieet (600 kilocalorieën minder dan gebruikelijk) resulteren in een gewichtsdaling van circa 5 (-3.5 tot 7) kg na een jaar, waarvan na vier tot vijf jaar een gewichtsdaling van 3,5 kg behouden zou blijven.

Vreemd genoeg zijn in de richtlijn niet de uitkomsten verwerkt van een meta-analyse uit 2007 in The American Psychologist die tot een geheel andere conclusie kwam, namelijk Diets are not the answer (Mann et al., (2007). In deze meta-analyse kwam naar voren dat het percentage deelnemers dat op de lange termijn een deel van het gewichtsverlies wist vast te houden slechts klein was en dat bijna de helft van de deelnemers na vier jaar zelfs zwaarder was dan vóór het dieet. Wie heeft er gelijk?

 

Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Validiteit van de WAIS-III-factorstructuur in een steekproef ambulante psychiatrie: de indexscores als beste getest

Validiteit van de WAIS-III-factorstructuur in een steekproef ambulante psychiatrie: de indexscores als beste getest
Auteurs: P.T. van der Heijden, P. van den Bos, B.A.W. Mol en Prof. dr. R.P.C. Kessels
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2010
 
SAMENVATTING
Confirmatieve en exploratieve factoranalyses werden toegepast op de WAIS-III-data van een steekproef met 247 psychiatrische patiënten. In de exploratieve analyse op dertien subtests waarbij vier factoren werden getrokken bleek dat alle subtests laden op de vier factoren zoals verwacht werd op grond van de handleiding van de WAIS-III. Echter, Plaatjes Ordenen, Rekenen en Onvolledige Tekeningen laten matige ladingen zien op de factoren waartoe zij behoren. In de confirmatieve factoranalyse op elf subtests werden vier modellen getest. Een model waarbij de 11 subtests laden op vier factorindexen (i.c. drie Verbaal Begrip subtests, drie Perceptuele Organisatie subtests, drie Werkgeheugen subtests en twee Verwerkingssnelheid subtests) paste het beste bij de data. Enkele implicaties van de bevindingen voor de klinische praktijk worden besproken.

 

Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Depressies en angststoornissen op het werk

Depressies en angststoornissen op het werk
Auteurs: Dr. I. Plaisier, prof. dr. B.W.J.H. Penninx 
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 4, juni 2010
 
SAMENVATTING
In dit artikel worden uitkomsten beschreven van twee studies naar werkfunctioneren bij mensen met depressies en angststoornissen met gegevens van de Nederlandse studie naar depressieve en angststoornissen (NESDA< n=2981). Er werden twee verschillende indicatoren van werkfunctioneren gebruikt, te weten werkverzuim en de werkuitvoering op dagen dat ondanks gezondheidsklachten wel wordt gewerkt. De rol van psychosociale werkkenmerken, en werkuren werd onderzocht bij 1522 werkende mensen met en zonder psychopathologie. De rol van psychopathologische details, zoals type en ernst van de stoornis, werd onderzocht onder 1035 werkende mensen met een huidige depressie of angststoornis. Huidige depressieve stoornissen verhogen het risico voor langdurig ziekteverzuim ruim 6 keer, en het risico voor verstoorde werkuitvoering met de factor 5. Het effect van depressieve stoornissen is sterker dan van angststoornissen. De ernst van de symptomen vertoont een dosis respons effect met verminderd werkfunctioneren: naar mate de ernst van de stoornis toeneemt, neemt het werkfunctioneren van de werknemer af. Het hebben van veel controle over het werk en veel sociale steun op het werk bleken gunstige factoren voor het werkfunctioneren. Ook depressieve en angststoornissen in remissie zijn geassocieerd met verminderd werkfunctioneren. Naast preventie en behandeling van depressies en angststoornissen zijn ook psychosociale werkfactoren mogelijke aangrijpingspunten om het werkfunctioneren bij mensen met angst en depressies te verbeteren en hoge kosten door productieverlies op het werk te kunnen helpen verminderen.
 
 
 
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Oplossingsgerichte therapie

Oplossingsgerichte therapie, juni 2010
Auteur: F. P. Bannink MDR
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2010
 
SAMENVATTING

Oplossingsgerichte therapie is doelgerichte therapie. Er zijn twee duidelijke verschillen aan te wijzen met probleemgerichte therapieën. De focus is niet op het exploreren en analyseren van het probleem, op wat de cliënt niet wil, maar op wat de cliënt wel wil in de toekomst. Het behandeldoel wordt niet gedefinieerd in termen van afname van problemen of klachten, maar in termen van toename van wat de cliënt voor de problemen of klachten in de plaats wil.

In plaats van het geven van adviezen stelt de therapeut vragen: ‘Waar hoopt u op? Welk verschil zou dat maken? Wat werkt al in de goede richting?’ en ‘Wat zou een volgend teken van vooruitgang zijn?’ De cliënt wordt als competent gezien zijn doel te formuleren, oplossingen te bedenken en uit te voeren. In dit artikel worden de korte historie, tien uitgangspunten, praktijk, theorie, empirische evidentie en (contra)indicaties van OT besproken. Er worden drie oplossingsgerichte oefeningen beschreven, geschikt voor zowel de therapeut als de cliënt. Onderzoek wijst uit dat oplossingsgerichte therapie even werkzaam is als andere vormen van psychotherapie, met een kortere therapieduur en betere waarborgen voor de autonomie van de cliënt.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Objectivering van cognitieve functiestoornissen in de klinische praktijk bij patiënten met een bipolaire stoornis

Objectivering van cognitieve functiestoornissen in de klinische praktijk bij patiënten met een bipolaire stoornis, juni 2010
Auteurs: M. Jongkind, dr. W. A. Meijer, dr. R. W. Kupka
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2010
 
SAMENVATTING
Er zijn veel aanwijzingen dat neurocognitieve stoornissen (zoals problemen in de geheugen-, aandachts- en executieve functies) een centrale plaats innemen bij bipolaire stemmingsstoornissen, ook als er geen sprake is van een manische of depressieve episode. Neuropsychologisch onderzoek (NPO) bij deze patiënten vindt vooral plaats in het kader van wetenschappelijk onderzoek en de toepassing ervan in de klinische praktijk is vooralsnog beperkt. Het doel van deze studie is te onderzoeken of cognitieve functiestoornissen bij individuele patiënten met een bipolaire stoornis met behulp van een cognitieve testbatterij kunnen worden geobjectiveerd. Bij 31 ambulant behandelde patiënten met een bipolaire stoornis type I, II of NAO werd een aantal veel gebruikte cognitieve tests afgenomen en werden subjectieve cognitieve klachten op het gebied van geheugen, aandacht en denktempo geïnventariseerd. Ruim de helft liet stoornissen op één of meerdere cognitieve domeinen zien: geheugen, aandacht, snelheid van informatieverwerking en executief functioneren (concept shifting, selectieve aandacht). Subjectieve cognitieve klachten kwamen nog veel vaker voor. De resultaten suggereren dat met een brede, sensitieve en relatief korte cognitieve testbatterij bij ruim de helft van de patiënten met een bipolaire stoornis cognitieve functiestoornissen kunnen worden geobjectiveerd. Hiermee vormt het een praktisch bruikbare aanvulling op de diagnostiek.  
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Therapietrouw bevorderende maatregelen binnen de ambulante geestelijke gezondheidszorg: een overzicht

Therapietrouw bevorderende maatregelen binnen de ambulante geestelijke gezondheidszorg: een overzicht, juni 2010
Auteurs: mr. Q. van Dieren, dr. M.J.N. Rijckmans, prof. dr. A.J.J.M. Vingerhoets
Gepubliceerd in: GZ-psychologie 3, april 2010
 
SAMENVATTING
Therapietrouw binnen de ambulante geestelijke gezondheidszorg is al jaren een veel voorkomend maar tevens onderbelicht probleem. Onvoldoende therapietrouw kan onder andere resulteren in het onnodig mislukken van een behandeling, een chronisch beloop met ernstige complicaties, vergroting van wachtlijsten en een zwaardere belasting van de sociale omgeving. Vreemd genoeg hebben de aanzienlijke nadelige gevolgen voor de cliënt, zijn familie en de maatschappij in de voorbije jaren niet geresulteerd in veel onderzoek naar mogelijkheden om therapietrouw te verbeteren. Ook overzichtsartikelen hierover ontbreken in de literatuur. Dit artikel bevat een overzicht van maatregelen die therapietrouw kunnen bevorderen alsmede van de factoren die kunnen samenhangen met de mate van therapietrouw.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Een brandstichter op de longstay: waarom contra-expertises hard nodig zijn

Een brandstichter op de longstay: waarom contra-expertises hard nodig zijn, juni 2010
Auteur: Corine de Ruiter
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 3, april 2010
 
SAMENVATTING
Met enige regelmaat verricht Corine de Ruiter psychologisch onderzoek in het kader van contra-expertises in opdracht van de rechter, het OM of de verdediging in strafzaken. Soms betreft het ter beschikking gestelden die het oneens zijn met hun plaatsing op een longstay-afdeling: omdat ze van mening zijn dat zij geen gevaar meer zijn voor de samenleving, omdat zij het niet eens zijn met hun diagnose of omdat zij vinden dat zij onvoldoende behandeld zijn, of een combinatie van deze. De onderhavige casusbeschrijving betreft een TBS-gestelde die na opnames in twee forensisch psychiatrische centra (FPC’s) als uitbehandeld werd beschouwd en opgenomen op de longstay-afdeling van FPC Veldzicht.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.

GZ-psychologie nummer 3, april 2010, april 2010
GZ-psychologie nummer 3, april 2010

GZ-psychologie nummer 3, april 2010
Te grote stelligheid bedreigt kwaliteit wetenschap

Te grote stelligheid bedreigt kwaliteit wetenschap, april 2010
Auteur: Rink Hoekstra
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
SAMENVATTING
In psychologisch onderzoek wordt om praktische redenen veel gebruik gemaakt van steekproeven. Voor het generaliseren van deze steekproefgegevens is statistiek nodig. Het blijkt dat onderzoekers deze statistische technieken relatief slecht beheersen. Met name de significantietoets, die in bijna ieder wetenschappelijk artikel wordt gebruikt, blijkt aanleiding te geven tot veel misinterpretaties. Deze misinterpretaties zijn vaak ernstig, en zouden zelfs kunnen leiden tot een wetenschap waarin relatief veel onzin als zinvol wordt verkocht.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Mindfulness en Boeddhistische Psychologie

Mindfulness en Boeddhistische Psychologie, april 2010
Auteur: Coen Völker
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
SAMENVATTING
Er is momenteel in de derde generatie cognitieve gedragstherapieën veel aandacht voor methodieken die voortkomen uit het boeddhisme. Er wordt echter weinig geschreven over de achtergronden van de boeddhistische psychologie, terwijl de populaire mindfulnesstrainingen hier direct mee verbonden zijn. Vanuit enkele uitgangspunten in deze boeddhistische psychologie worden in dit artikel implicaties voor de psychologische praktijk besproken en zal een algemene vergelijking plaatsvinden met de westerse psychologie waarbij er naar de verschillen en overeenkomsten wordt gekeken.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Van psychosomatosen via somatoforme klachten nu maar weer eens naar medisch onverklaarde klachten

Van psychosomatosen via somatoforme klachten nu maar weer eens naar medisch onverklaarde klachten, april 2010
Auteur: J.J.L. Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
SAMENVATTING
Dit artikel is een reactie op het artikel ‘Stressreacties in het lichaam spelen een geringe rol bij medisch onverklaarde klachten’ van Jan Houtveen en Lorenz van Dooren, GZ-psychologie 1, 2010.
In de jaren zestig, zeventig en tachtig kwam de buitenlandse invloed op de klinisch psychologie niet alleen met de westenwind mee maar ook nog wel eens met een briesje uit het oosten: de ‘psychosomatische Medizin’ is hiervan een voorbeeld. Medisch onverklaarde klachten heetten toen nog psychosomatosen en in deze aanduiding tref je een besef aan van de belangrijke bijdrage van psychologische determinanten bij in het lichaam uitgedrukte stoornissen.De psychosomatische benaderingswijze sloot geen enkele ziekte uit, maar historisch gezien waren de symptoomgroepen onder studie vooral: ulcus ventriculi/duodeni, colitis ulcerosa, asthma bronchiale, essentiële hypertensie, ziekte van Graves (hyperthyreoidie), rheumatoïde arthritis en neurodermatitis. Bij elk van deze stoornissen werd gedacht aan een specifiek psychisch conflict en hieromtrent bestonden theorieën vooral vormgegeven door de Hongaar Franz Alexander en in Nederland door de internist en psychobioloog (zo noemde hij zichzelf), Juda Groen. Hun theorieën leidden tot wat in die tijd de specificiteithypothese werd genoemd. Deze wacht nog op toetsing.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Werken met protocollaire behandelingen

Werken met protocollaire behandelingen, april 2010
Auteurs: G.P.J. Keijsers, M. Verbraak, E. Ten Broeke en K. Korrelboom
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2010
 
SAMENVATTING
In deze bijdrage wordt stilgestaan bij een verantwoord gebruik van psychologische, protocollaire Empirically Established Treatments (ESTs). Het aantal psychische stoornissen waarvoor ESTs beschikbaar komen neemt nog steeds toe. Tegelijkertijd blijkt het voor een aantal andere stoornissen alsmaar niet mogelijk om duidelijk ‘betere’ behandelingen te ontwikkelen en blijft traditionele, individuspecifieke psychologische behandeling gewenst en nodig. De geclassificeerde stoornis biedt vooralsnog onvoldoende aanknopingspunten voor een gestandaardiseerde aanpak. Wanneer bij patiënten wel een geïndiceerde EST beschikbaar is moet de patiënt daarvan op de hoogte worden gesteld en moet de EST ook aangeboden kunnen worden. Opleidingen behoren ESTs te onderwijzen.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Het hertrainen van automatische cognitieve processen bij angst- en verslavingsproblematiek

Het hertrainen van automatische cognitieve processen bij angst- en verslavingsproblematiek, februari 2010
Auteurs: D.S. van Deursen, E. Salemink, T.M. Schoenmakers, prof. dr. R.W. Wiers
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, december 2009
 
SAMENVATTING
Duaal proces modellen van angst en verslaving veronderstellen dat deze vormen van psychopathologie voortkomen uit een verstoorde balans tussen twee afzonderlijke, maar gerelateerde systemen: een langzaam, gecontroleerd, reflectief systeem en een snel, associatief, automatisch systeem. De verstoringen in automatische cognitieve processen die verondersteld worden een rol te spelen bij angst en verslaving komen deels overeen, hoewel deze een verschillende uitwerking hebben op het gedrag. In dit artikel wordt allereerst een overzicht gegeven van het onderzoek naar de samenhang tussen automatische processen en angst- en verslavingsproblematiek. Vervolgens worden onderzoeken besproken die getracht hebben automatische processen te veranderen. Aan de hand van deze onderzoeken wordt de causale status van automatische processen in de ontwikkeling en instandhouding van angst en verslaving beschouwd. Ten slotte wordt de klinische effectiviteit van het hertrainen van automatische processen in het verminderen van angstklachten en verslavingsproblematiek besproken.

Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Het psychopathieprofiel. Een verfijnde kijk op psychopathie met de PCL-R en de MMPI-2.

Het psychopathieprofiel. Een verfijnde kijk op psychopathie met de PCL-R en de MMPI-2., februari 2010
Auteurs: P. den Bos; B. Mol; Y. Derks; K. Zwijnenburg en dr. J.I.M. Egger
Trefwoorden: Psychopathie, Minnesota Multiphasic Personality Inventory – 2, Psychopathy Checklist – Revised, Delinquenten
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2010
 
SAMENVATTING
In de forensische psychiatrie krijgt het begrip psychopathie een toenemend belangrijke plaats. De wetenschappelijke literatuur kent uiteenlopende opvattingen over het begrip psychopathie en herbergt veel onbeantwoorde vragen over diagnostiek en behandeling van psychopathie. In dit onderzoek wordt bekeken in hoeverre de twee factoren van psychopathie, zoals gemeten met de PCL-R, samenhangen met de uitkomstmaten van de MMPI-2. Met correlatieanalyse werden de verbanden bestudeerd tussen geselecteerde MMPI-2 schalen (2-D, 4-Pd, 7-Pt en 9-Ma, de daarvan afgeleide geherstructureerde klinische schalen en de Harris-Lingoes subschalen) enerzijds en PCL-R factorschalen anderzijds. Conform verwachting blijkt er een negatief verband te zijn tussen Factor 1 en schaal 7-Pt. Dat resultaat wordt niet gevonden voor de geherstructureerde schaal RC7 Disfunctionele Negatieve Emoties. Positieve verbanden werden gevonden tussen Factor 2 enerzijds en 4-Pd en 9-Ma anderzijds. Deze verbanden met Factor 2 bleken nog sterker als in plaats van de 4-Pd en 9-Ma de geherstructereerde evenknie werd gebruikt (i.e. RC4 Antisociaal Gedrag en RC9 Hypomane Activering). Daarmee lijken eerdere onderzoeksresultaten te worden bevestigd: het psychopathieconstruct bestaat uit twee factoren die differentiële verbanden hebben met verschillende externe criteria. Daarom wordt een meer profielmatige beschouwing van de resultaten van onderzoek met de PCL-R voorgesteld. Dit kan bijdragen aan een meer gedifferentieerde kijk op diagnostiek van psychopathiforme persoonskenmerken en daarmee potentieel tot betere behandelresultaten leiden.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Multidisciplinaire Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een depressieve stoornis

Multidisciplinaire Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een depressieve stoornis, februari 2010
Auteurs: dr. Claudi Bockting, Ina Boerema en dr. Marleen Hermens
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2010
 
SAMENVATTING
De multidisciplinaire richtlijn voor volwassenen met een depressie werd in 2005 gepubliceerd door het Trimbos-instituut (2005). Deze richtlijn kwam tot stand onder auspiciën van de Landelijke Stuurgroep multidisciplinaire richtlijn ontwikkeling en werd ontwikkeld door beroeps- en familie en cliëntenverenigingen. In 2007 is gestart met een gefaseerde update van deze richtlijn. De eerste update is inmiddels klaar en is onder meer gericht op aanbevelingen over de keuze tussen medicatie, psychotherapie of een combinatie van beiden. Daarnaast richtte de update zich op het principe van stepped care. Uitgangspunt daarbij is om de best mogelijke behandeling aan te bieden zonder onder of over te behandelen. Voor de keuze van interventies is rekening gehouden met drie klinisch relevante factoren: ernst (licht versus matig en ernstig); comorbiditeit; en het beloop van de stoornis (eerste episode versus recidiverend). Deze factoren zijn dan ook samengevat in beslisbomen (zie het kader). De update staat eind januari 2010 op de website http://www.ggzrichtlijnen.nl/. Daarnaast is een samenvattingskaart ontwikkeld, die te bestellen is bij het Trimbos-instituut. Dit artikel bespreekt de belangrijkste veranderingen in de richtlijn.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Stressreacties in het lichaam spelen een geringe rol bij medisch onverklaarde klachten

Stressreacties in het lichaam spelen een geringe rol bij medisch onverklaarde klachten, februari 2010
Auteurs: dr. ing. J. Houtveen en prof. dr. J.L.P. Van Doornen
Trefwoorden: Trefwoorden: medisch onverklaarde klachten, stressfysiologie, fMRI-hersenonderzoek, niet-specifieke therapiefactoren
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2010
 
SAMENVATTING
Medisch onverklaarde lichamelijke klachten zijn klachten die niet of niet voldoende verklaard kunnen worden door een somatische aandoening. Naast een verklaring middels puur psychologische mechanismen worden deze klachten soms ook verklaard door modellen waarbij buitensporige reacties van het lichaam op stress een grote rol spelen. Het is echter maar de vraag of dergelijke ‘perifere stressfysiologische verklaringen’ eigenlijk wel empirische ondersteuning vinden. Fysiologisch onderzoek vanuit de neuroscience heeft een veel duidelijker afwijkende activiteit gevonden in het centraal zenuwstelsel (het ruggenmerg en brein) gerelateerd aan de doorgifte, waarneming en/of beleving van interne prikkels. Implicaties van deze bevindingen voor de praktijk worden besproken.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Psychisch kwetsbare verdachten tijdens het politieverhoor: nut en noodzaak van forensisch psychologische expertise

Psychisch kwetsbare verdachten tijdens het politieverhoor: nut en noodzaak van forensisch psychologische expertise, februari 2010
Auteurs: Prof. dr. C. de Ruiter, M. Peters en T. Smeets
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2010
 
SAMENVATTING
Op een zondagochtend in het najaar van 2001 wordt op een braakliggend terrein vlakbij een parkeerplaats in Maastricht het levenloze lichaam aangetroffen van een jonge vrouw. Haar lichaam vertoonde verscheidene kneuzingen en bloedingen. Alles wees in de richting van een gewelddadige dood. De autopsie bracht aan het licht dat de jonge vrouw was overleden door verstikking, waarbij de dader een steen tegen de keel van het slachtoffer had gedrukt totdat ze stikte. Bij een sporenonderzoek konden enkele druppels sperma en huidweefsel van de vermoedelijke dader onder de nagels en op de sneakers van het slachtoffer veiliggesteld worden.

In de dagen na de vondst van het ontzielde lichaam van de vrouw zet de politie een krachtige mediacampagne in met als doel de dader op te sporen. In de lokale kranten en op de lokale nieuwszender worden zo allerlei details over het misdrijf prijsgegeven, zoals de wijze waarop de vrouw is gedood en de manier waarop zij lag toen zij werd gevonden. In de daaropvolgende dagen worden ook verschillende getuigen gehoord. Eén van hen geeft aan in die nacht op een kruispunt in de omgeving van de plaats delict een fietser te hebben gezien die zich verdacht gedroeg. Volgens de getuige ging het om een Marokkaanse jongen van tussen de 22 en 27 jaar met een donkere wollen muts en een blauw bomber jack. De beschrijving kwam overeen met die van Mohammed Dahhan, een 21-jarige Maastrichtse jongen van Marokkaanse afkomst. Tien dagen na de ontdekking van het lichaam van het slachtoffer wordt hij aangehouden als verdachte in de moordzaak. Dahhan beschikt over een donkere wollen muts en een blauw bomber jack. Tijdens de verhoren blijkt Mohammed daderkennis te bezitten, maar vertelt hij eveneens bizarre en onwaarschijnlijke verhalen waaraan geen touw is vast te knopen. Mede hierdoor wordt Dahhan veelvuldig verhoord door de politie, wat uiteindelijk resulteert in meer dan tweeduizend uitgetypte pagina’s proces-verbaal. Steeds opnieuw herhaalt Dahhan dat hij gestraft wil worden voor zijn slechte daden, en behandeld wil worden voor zijn problemen.

 

Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Acceptance and Commitment Therapy: Een nieuwe vorm van cognitieve gedragstherapie

Acceptance and Commitment Therapy: Een nieuwe vorm van cognitieve gedragstherapie, februari 2010
Acceptance and Commitment Therapy: Een nieuwe vorm van cognitieve gedragstherapie
Auteurs: J. A-Tjak
Trefwoorden: Acceptance and Commitment Therapy, cognitieve gedragstherapie, overeenkomsten en verschillen.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, januari 2010
 
SAMENVATTING
Acceptance and Commitment Therapy (ACT) is een nieuwe vorm van cognitieve gedragstherapie, die ook binnen Nederland steeds meer wordt toegepast. De komst van een nieuwe therapievorm roept over het algemeen veel vragen op, onder andere naar de verhouding tot bestaande therapievormen. Dit artikel gaat in op de verhouding tussen ACT en cognitieve gedragstherapie, de overeenkomsten en verschillen en de vraag of ACT te combineren is met andere interventies uit de cognitieve gedragstherapie.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Waarom obesitas in de GGZ behandeld moet worden

Waarom obesitas in de GGZ behandeld moet worden, december 2009
Auteurs: Anita Jansen, Chantal Nederkoorn, Anne Roefs, Carolien Martijn, Remco Havermans en Sandra Mulkens
Trefwoorden: obesitas, eetstoornis, impulsiviteit, beloningsgevoeligheid, controleverlies, cue reactiviteit, negatief affect, cognitieve therapie.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, december 2009
 
SAMENVATTING
Psychologen hebben zich lange tijd niets aangetrokken van de kwestie obesitas; de algemene opinie is dat obesitas vooral een biomedisch en maatschappelijk probleem is. Dit is een vergissing; obesitas is bovenal een gedragsprobleem. Een gedragsprobleem dat binnen de GGZ behandeld moet worden, en daar ook uitstekend behandeld kan worden. In dit artikel 8 argumenten om obesitas in de GGZ te behandelen.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Richtlijnen voor behandelaars

Richtlijnen voor behandelaars, december 2009
Auteurs: C. Witteman en L. de Kwaadsteniet
Trefwoorden: diagnostische beslissingen, evidence-based practice, richtlijnen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, december 2009

SAMENVATTING
 Het is een illusie te denken dat richtlijnen in de gezondheidszorg (GZ) door iedere hulpverlener op dezelfde manier worden toegepast en, belangrijker nog, dat iedere hulpverlener dezelfde richtlijn zal toepassen: voor eenzelfde cliënt(e) komen verschillende hulpverleners al tot verschillende classificerende diagnoses. Wij betogen dan ook dat er behalve richtlijnen voor de behandeling ook richtlijnen voor de behandelaar nodig zijn, waarin staat hoe kritisch te denken en de eigen vooringenomenheden te vermijden.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Moord in de familie

Moord in de familie, december 2009
Auteur: prof. dr. Corine de Ruiter
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, december 2009
 
SAMENVATTING
 Remco  brengt in de nacht van 7 op 8 maart 2006 zijn vrouw en twee zoontjes in hun slaap om het leven. Vervolgens legt hij de dode lichamen in zijn auto en rijdt naar de duinen bij Schoorl. Daar begraaft hij de stoffelijke overschotten van zijn vrouw en kinderen. Na het begraven van zijn gezin brengt hij zijn woning op orde, wist sporen en gaat naar zijn werk. Vervolgens doet Remco aangifte van vermissing van zijn gezin bij de politie en krijgt ondertussen troost, medeleven en bijstand van zijn (schoon)familie en bekenden, tot aan het moment dat hij als verdachte wordt aangehouden. Na zijn arrestatie blijft hij nog enkele dagen nalaten openheid van zaken te geven en legt hij wisselende verklaringen af. Uiteindelijk komt hij tot een bekentenis.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Gevalsbeschrijving over een 82-jarige man met een autismespectrumstoornis

Gevalsbeschrijving over een 82-jarige man met een autismespectrumstoornis, december 2009
Auteurs: dr. S.P.J. van Alphen en S.M.J. Heijnen-Kohl 
Trefwoorden: autismespectrumstoornissen, ouderen, gevalsbeschrijving.
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, december 2009
 
SAMENVATTING
In een gevalsbeschrijving over een 82- jarige man wordt geïllustreerd dat ook ouderen met relatief milde vormen van autismespectrumstoornissen (ASS) kunnen vastlopen in het dagelijks functioneren. Luxerende factoren zijn bijvoorbeeld het verlies van maatschappelijke rollen, van lichamelijke gezondheid, van naasten of van autonomie. De diagnostiek van ASS bij ouderen wordt echter gecompliceerd doordat een aantal DSM-criteria lastig is toe te passen bij ouderen en er geen specifieke meetinstrumenten voor de genoemde doelgroep voorhanden zijn. Het beschrijven van de typerende actuele gedragingen bij ouderen is derhalve wenselijk. De behandelmogelijkheden bij ouderen met ASS is vooral gericht op mediatietherapie. Het verhelderen en kaderen van de problemen van de patiënt zelf en van zijn omgeving leidt tot meer begrip en verbetering van de situatie. Daarnaast kunnen ouderen met ASS, die normaal begaafd zijn, wellicht baat hebben bij cognitieve gedragstherapie. 
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Cognitieve kenmerken van volwassenen met de autistische stoornis en de stoornis van Asperger aan de hand van WAIS III-profielen

Cognitieve kenmerken van volwassenen met de autistische stoornis en de stoornis van Asperger aan de hand van WAIS III-profielen, december 2009

Auteurs: A.A. Spek, prof. dr. E.M. Scholte en prof. dr. I.A. van Berckelaer-Onnes
Trefwoorden: Autistische stoornis, Asperger, WAIS-III, intelligentieprofielen, verwerkingssnelheid
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009


SAMENVATTING
Uit het onderzoek komt naar voren dat volwassenen met de autistische stoornis, volwassenen met de stoornis van Asperger en een neurotypische controlegroep, allen met een normale tot hoge intelligentie, vergelijkbaar zijn wat betreft Verbaal begrip, Perceptueel inzicht en Werkgeheugen. Bij de participanten met de autistische stoornis is er sprake van een relatief trage informatieverwerking in vergelijking met de twee andere groepen. Het kost hen meer tijd om informatie te verwerken. Dit is mogelijk toe te schrijven aan een sterke detailgerichtheid en een daarmee samenhangende bottom-up-strategie van denken en werken. Bij de volwassenen met de stoornis van Asperger zijn geen significante afwijkingen geconstateerd in vergelijking met de neurotypische controlegroep. Waarschijnlijk hebben volwassenen met de stoornis van Asperger, en in enige mate ook de volwassenen met de autistische stoornis, door de jaren heen op diverse gebieden hun beperkingen leren compenseren en camoufleren. Hierdoor komen de specifieke kenmerken op het gebied van theory of mind, centrale coherentie en executief functioneren niet of slechts deels tot uiting in hun intelligentieprofiel. Dit impliceert dat het intelligentieprofiel geen duidelijkheid kan verschaffen over de eventuele aanwezigheid van een autismespectrumstoornis (ASS). Wel kan het intelligentieprofiel zinvolle informatie verschaffen over de mogelijkheden en beperkingen binnen werk en opleiding.

Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
De MMPI-2-<i>Restructured Form</i>: een nieuwe standaard in de psychologische diagnostiek?

De MMPI-2-Restructured Form: een nieuwe standaard in de psychologische diagnostiek?
Auteurs: P.T. van der Heijden, dr. J.I.M. Egger, prof. dr. J.J.L. Derksen
Trefwoorden: psychodiagnostiek, MMPI-2, MMPI-2-RF
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009
 
SAMENVATTING
De MMPI-2- Restructured Form (MMPI-2-RF) is een kortere versie van de bekende MMPI-2. De MMPI-2-RF is in de VS al in gebruik en zal in de loop van volgend jaar ook beschikbaar komen voor het Nederlands taalgebied. De test is op een geheel nieuwe wijze vormgegeven en bevat eengroot aantal nieuwe schalen die beter aansluiten bij moderne dimensionele modellen van psychopathologie en persoonlijkheid. In onderhavig artikel wordt de aanloop naar deze nieuwe test geschetst en zal er worden ingegaan op de meetpretentie en interpretatie van de schalen uit deze test. Voorts wordt er aandacht besteed aan de positie van de MMPI-2-RF ten opzichte van de MMPI-2.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
De <i>Inference Based Approach</i>: ontwarren van verbeelding en werkelijkheid bij obsessies

De Inference Based Approach: ontwarren van verbeelding en werkelijkheid bij obsessies
Auteur: H.A.D. Visser
Trefwoorden: Inference Based Approach, Inferential Confusion, obsessive compulsive disorder
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009
 
SAMENVATTING
Patiënten met de obsessieve compulsieve stoornis (OCS) met gering inzicht herstellen vaak niet of onvoldoende van het bestaande behandelaanbod. In Canada werd de Inference Based Approach (IBA) ontwikkeld voor deze doelgroep. Het centrale idee van deze nieuwe theorie en behandelvorm is dat OCS-patiënten door hen ingebeelde gevaren hanteren alsof het niet om inbeelding maar om werkelijkheid gaat. In de behandeling leren patiënten herkennen dat er aan hun dwanghandelingen altijd inbeelding voorafgaat. Zij krijgen handvatten om fantasie en werkelijkheid beter te gaan onderscheiden. In onderzoek werd evidentie gevonden voor het theoretisch model van IBA en voor de effectiviteit van de behandelmethode. IBA staat echter nog wel in de kinderschoenen en vereist vervolgonderzoek. De effectiviteit van de behandelmethode wordt op dit moment in Nederland onderzocht. In dit artikel wordt het theoretisch model van IBA uiteengezet en wordt een korte schets van de behandelmethode gegeven.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
De invloed van rumineren en afleiding zoeken op depressieve klachten bij niet-klinische kinderen en adolescenten: een meta-analyse

De invloed van rumineren en afleiding zoeken op depressieve klachten bij niet-klinische kinderen en adolescenten: een meta-analyse
Auteurs: dr. J. Roelofs, L. Rood
Trefwoorden: adolescenten, afleiding, kinderen, Response Styles Theory, rumineren, depressieve klachten
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009
 
SAMENVATTING
Deze meta-analyse had als doel om te onderzoeken in hoeverre de veronderstellingen van de Response Styles Theory (RST), betreffende de relatie tussen rumineren en afleiding zoeken en depressieve klachten en geslachtsverschillen in het gebruik van deze responsestijlen, ondersteund worden in niet-klinische kinderen en adolescenten. In het samenvatten van de literatuur werden effectmaten (ES) berekend voor cross-sectionele en longitudinale studies. De resultaten lieten zien dat stabiele en significante ES werden gevonden voor de relatie tussen rumineren en depressie (zowel cross-sectioneel als longitudinaal), behoudens wanneer rekening werd gehouden met de voormetingen van depressie in de longitudinale studies. Ten slotte werd een significant en stabiel geslachtsverschil gevonden voor rumineren bij adolescenten. Samengevat, deze bevindingen leveren gedeeltelijke ondersteuning voor de RST en impliceren dat rumineren een cognitieve kwetsbaarheidfactor is voor depressieve klachten bij adolescenten, en middels diverse therapeutische technieken aangepakt kan worden.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Klinische neuropsychologie: nieuw specialisme sluit aan bij maatschappelijke ontwikkelingen

Klinische neuropsychologie: nieuw specialisme sluit aan bij maatschappelijke ontwikkelingen
Auteurs: dr. J.I.M. Egger, E. Wingbermühle, prof. dr. H. Swaab
Trefwoorden: klinische neuropsychologie, wet BIG, specialisme, geestelijke gezondheidszorg, topklinische ggz
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009
 
SAMENVATTING
De recente instelling van het specialisme klinische neuropsychologie is een noodzakelijk antwoord op de flinke groei van de neurowetenschappelijke kennis binnen de gezondheidszorg. Het is een belangrijke stap voorwaarts in de kwaliteit van de patiëntenzorg, zowel door de waarborging van neuropsychologische deskundigheid als door de toegenomen herkenbaarheid van het beroep voor patiënt, diens naasten en collega-psychologen of medisch specialisten. In de navolgende bijdrage worden ontstaansgeschiedenis en karakter van de klinische neuropsychologie geschetst en wordt vastgesteld dat dit specialisme, naast dat van de klinisch psycholoog en medisch specialist, een vitale rol zal hebben in de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.
Serie forensische casuïstiek: ontucht met kinderen is niet hetzelfde als pedofilie

Serie forensische casuïstiek: ontucht met kinderen is niet hetzelfde als pedofilie
Auteurs: prof. dr. C. de Ruiter
Trefwoorden: ontucht, pedofilie, kinderen, forensisch, casuïstiek
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 1, november 2009
 
SAMENVATTING
Steeds meer gz-psychologen zijn werkzaam in de forensische sector, en dat aantal zal de komende jaren zeker nog toenemen getuige de prognose. Daar staat tegenover dat in Nederland op dit moment het opleidingsaanbod op het gebied van de forensische psychologie (nog) beperkt is. Forensische casuïstiek is bijna altijd complex en doet een maximaal beroep op de kennis en het analytisch/kritisch denkvermogen van de psycholoog die de forensische cliënt diagnostisch onderzoekt of behandelt. In deze serie worden aan de hand van gevalsstudies belangrijke thema’s uit de forensische psychologie belicht.
Pdf-versie van dit artikel downloaden.Pdf-versie van dit artikel downloaden.