Website van het tijdschrift GZ-psychologie
     

Archief wetenschappelijke artikelen GZ-psychologie

Via dit online archief kunnen abonnees de artikelen uit GZ-psychologie raadplegen. Ook is het mogelijk om in het archief te zoeken op trefwoord.
Geen oog dicht gedaan

Geen oog dicht gedaan, maart 2011
Column Jan Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Ingezonden brieven

Ingezonden brieven, maart 2011
  • P. Prudon: Een tweede route naar meer eestelijns psychologen
  • W. Hilgenga: Aanvullende verzekeringen

Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011

 
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
EMDR: over oogbewegingen en piepjes

EMDR: over oogbewegingen en piepjes, maart 2011
Auteurs: prof. dr. M.A. van den Hout, I.M. Engelhard, M.M. Rijkeboer
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 
De posttraumatische stressstoornis (PTSS) kan effectief worden behandeld met eye movement desensitization and reprocessing (EMDR). Daarbij maken patiënten horizontale oogbewegingen terwijl ze traumatische herinneringen ophalen. Vaak worden de horizontale oogbewegingen vervangen door afwisselend links-rechts aangeboden piepjes.

Er zijn geen klinische studies gedaan naar de effecten van piepjes. Een cruciaal onderdeel van EMDR lijkt te zijn dat tijdens het ophalen van de herinneringen het werkgeheugen (WG) wordt belast. Of, en in welke mate, oogbewegingen of piepjes het WG belasten, kan worden nagegaan met reactietijd-taken (RT-taken). In Experiment I werd inderdaad gevonden dat proefpersonen trager reageren op geluiden wanneer ze tegelijkertijd horizontale oogbewegingen maken. Kennelijk belasten die oogbewegingen het WG. In Experiment II werd gevonden dat proefpersonen niet trager reageren op visuele prikkels wanneer ze tegelijkertijd piepjes horen. Dat suggereert dat piepjes het WG niet belasten. In Experiment III werden piepjes en oogbewegingen rechtstreeks vergeleken, maar nu met een gevoeliger RT-taak. Proefpersonen moesten reageren op pijnloze elektrische prikkels. Men vertraagde ten gevolge van zowel de oogbewegingen als de piepjes. De effecten van oogbewegingen waren veel sterker, maar kennelijk belasten piepjes het WG wel een klein beetje. In Experiment IV werd nagegaan wat het effect was van piepjes en oogbewegingen op de levendigheid en emotionaliteit van aversieve herinneringen. Er werd geen effect gevonden op emotionaliteit. Vergeleken met het alleen ophalen van herinneringen (dus zonder piepjes of oogbewegingen) nam de levendigheid significant af wanneer de proefpersoon piepjes hoorden of oogbewegingen maakten. Het effect van oogbewegingen was echter aanzienlijk en significant sterker dan het effect van piepjes. De gegevens ondersteunen een WG-verklaring van EMDR. Ze suggereren dat en waarom piepjes inferieur zijn aan oogbewegingen.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
De nieuwe Wet Verplichte GGZ

De nieuwe Wet Verplichte GGZ, maart 2011

Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011

De nieuwe ‘Wet Verplichte GGZ’ zou per 1 januari 2012 de ‘Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen’ (Bopz) moeten vervangen. Zeker is dat echter nog allerminst. De Eerste en Tweede Kamer moeten de wet nog goedkeuren en over een aantal punten wordt nog volop gediscussieerd. Grootste discussiepunt is de bevoegdheid van de Commissie Psychiatrische Zorg.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Evidence-based practice bij ouderen met persoonlijkheidstoornissen

Evidence-based practice bij ouderen met persoonlijkheidstoornissen, maart 2011
Auteur: dr. S.P.J. van Alphen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 
Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen vormen een nieuw aandachtsgebied binnen de ouderenpsychologie, -psychiatrie en -geneeskunde. Dit prille bestaan is opvallend gezien de hoge (comorbide) prevalentie en de invloed van persoonlijkheidspathologie op zowel de psychische als somatische zorg aan 65-plussers. Bovendien zal in absolute en relatieve zin het aantal ouderen met persoonlijkheidsstoornissen de komende decennia nog verder stijgen door het fenomeen van de dubbele vergrijzing in Nederland. Bij dubbele vergrijzing neemt het aandeel ouderen in de bevolkingsopbouw toe, terwijl deze ouderen ook een steeds hogere leeftijd bereiken.

Dit artikel is een literatuuroverzicht en gaat in op een practice based-benadering van diagnostische en therapeutische interventies bij ouderen met persoonlijkheidsstoornissen, gebaseerd op het recent verschenen boek Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: diagnostiek, behandeling en gedragsadvisering (2010) onder redactie van de auteur van dit artikel.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Culpa in causa bij amfetaminepsychose: wisselende perspectieven

Culpa in causa bij amfetaminepsychose: wisselende perspectieven, maart 2011
Auteur: prof. dr. C. de Ruiter
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 
Alcohol- en drugsmisbruik zijn van alle psychische stoornissen die in de DSM vermeld staan verreweg de belangrijkste risicofactor voor gewelddadig gedrag (Mulvey, Odgers, Skeem, Gardner, Schubert, & Lidz, 2006; White, Jackson, & Loeber, 2009). Eigenlijk zouden om die reden alleen al bij alle verdachten van ernstige geweldsmisdrijven, net als bij verdachten van verkeersmisdrijven verplicht urine- en bloedmonsters moeten worden afgenomen door de politie. Dan kan de vraag ‘hoe dronken’ of ‘hoe gedrogeerd’ iemand was ten tijde van het misdrijf objectief beantwoord worden. Op dit moment is dit echter niet wettelijk geregeld in de Nederlandse strafwetgeving; de verdachte moet hiervoor toestemming geven.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Vroegkinderlijke, chronische traumatisering bij kinderen

Vroegkinderlijke, chronische traumatisering bij kinderen, maart 2011
Auteur: A. Struik
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 

De gevolgen van chronische traumatisering van kinderen op jonge leeftijd en de behandeling daarvan is een gebied dat sterk in ontwikkeling is. Binnen de ggz-instellingen wordt vroegkinderlijke, chronische traumatisering bij kinderen iets beter herkend en behandeld, maar mijns inziens nog niet voldoende. Dat is ook lastig omdat er geen passende DSM-classificatie is. Daarnaast is cognitieve gedragstherapie (CGT) of eye movement desensitisation and reprocessing (EMDR) ontoereikend voor een gedeelte van deze kinderen. Het werkt niet, een kind wil per se niet of we durven het niet aan. Dan zijn er geen andere opties meer. Het kind wordt niet behandeld, om geen ‘slapende honden wakker te maken’. Na de behandeling verdwijnen de klachten niet of slechts gedeeltelijk. ‘Het kind was er nog niet aan toe’, wordt er dan gezegd en er wordt geadviseerd om terug te komen als het kind er wel aan toe is.

Toch is het niet verstandig om dergelijke trauma’s te laten rusten. De slapende honden zijn niet zo ongevaarlijk als ze eruit zien. Dit zijn kinderen die chronisch gestrest, alert en eenzaam zijn en zich niet hechten. ‘Deze vroegkinderlijke, chronische traumatisering kan deformatie van de persoonlijkheid en verregaande moeilijkheden in het aangaan van stabiele relaties met anderen gedurende het verdere leven tot gevolg hebben’ (Van der Kolk, 2005; Hall, 1999). Ze hebben juist wel traumabehandeling nodig in plaats van hun vermijding te bekrachtigen (Cohen/AACAP, 1998); een gefaseerde behandeling met voldoende aandacht voor het stabiliseren.

In dit artikel wordt uiteengezet bij welke kinderen en waarom gefaseerd behandelen nodig is en er wordt kort een methode voor het structureren van de stabilisatiefase toegelicht. Het diagnosticeren en stabiliseren van vroegkinderlijk, chronisch getraumatiseerde kinderen is bij uitstek een gebied waarin GZ-psychologen zich kunnen specialiseren. De meeste van de elementen van de stabilisatiefase kunnen GZ psychologen zich eigen maken, zoals het creëren van veiligheid, rust in het dagelijks leven, ouderbegeleiding, het verbeteren van de emotieregulatie, systeemgesprekken.

De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Voorkomen is beter dan genezen

Voorkomen is beter dan genezen, maart 2011
Auteurs: prof. dr. M. van der Gaag, D.P.G. van den Berg
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 
Dit artikel beschrijft de werkwijze van het Early Detection and Intervention Team (EDIT) Den Haag; een team dat voort is gekomen uit de Early Detection and Intervention Evaluation Studie Nederland (EDIE-NL). Het team richt zich op de preventie van ernstige psychische klachten, zoals psychosen. Met een getrapte screening detecteert het team de groep mensen met een at risk mental state (ARMS); een verhoogd risico op het ontwikkelen van bijvoorbeeld een psychose. De hulpzoekende populatie tot 35 jaar in de tweedelijns ggz vult de ervaringenlijst (EL) in. Bij een verhoogde score wordt die groep geïnterviewd met een gestructureerd interview. Patiënten met een psychose worden verwezen naar het Centrum Eerste Psychose. Patiënten met een ARMS krijgen een psycho-educatieve, cognitief gedragstherapeutische behandeling aangeboden die is gericht op buitengewone en opmerkelijke ervaringen. De resultaten zijn vooralsnog niet bekend, maar de indruk van de therapeuten is dat er sprake is van vermindering van lijdensdruk en meer aandacht voor de gewone zaken van het leven.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
Over vrijheid en willen

Over vrijheid en willen, maart 2011
Column Gerton Heyne
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.
 
‘The personality who houses the symptom’

‘The personality who houses the symptom’, maart 2011
Interview met Drew Westen, door P. van der Heijden & prof. dr. J.J.L. Derksen
Gepubliceerd in: GZ-psychologie nummer 2, maart 2011
 
Een interview met de Amerikaanse Drew Westen, hoogleraar Klinisch psychologie, gespecialiseerd in persoonlijkheidspathologie bij adolescenten, over onder meer de comorbiditeit tussen AS I-problematiek en persoonlijkheidspathologie, de definities van de persoonlijkheidsstoornissen in DSM-5, de (on)mogelijkheden van beeldvormende technieken zoals MRI en fMRI en de classificatie van persoonlijkheidspathologie bij adolescenten.
De PDF's van de artikelen zijn alleen beschikbaar voor de abonnees. Zij kunnen inloggen via 'Inloggen abonnees' op de homepage.