Hanna heeft last van forse dwangklachten. We werken hard aan exposure, aan het verdragen van de twijfel. Ook houd ik haar regelmatig een spiegel voor. Samen worden we ons bewust van momenten dat ‘Truus’ (de dwangstem, vernoemd naar intrusies) weer aan het vissen is naar geruststelling en bevestiging. Ik zie mezelf daarin als redelijk scherp, niet alleen dankzij klinische ervaring, maar ook door mijn eigen ervaringen (niets menselijks is ons vreemd, ook niet als psychologen).
Op een dag komt Hanna duidelijk aangeslagen de spreekkamer binnen en vertelt geëmotioneerd over de gehoorschade die ze dit weekend mogelijk heeft opgelopen. Ze merkt eigenlijk niks, geen piep, geen oorsuizen, maar Google beschreef klachten die lang ongemerkt kunnen blijven en Chat kletste uren mee over doemscenario’s. Ik voel de spanning en reageer. Ik geef uitleg, begin over kansberekeningen. Hanna ontspant zichtbaar. Pas na een paar momenten besef ik me wat er gebeurt en geschrokken roep ik uit: ‘Ben ik haar nou aan het geruststellen?’ Ik had de rol van Truus moeiteloos op me genomen en benoem dit naar Hanna.
Wanneer ik dit weken later met Hanna nabespreek, vertelt ze dat ze die dag inderdaad erg veel spanning ervoer, met steeds de herhalende gedachte ‘dit moet nu weg’. Toen ik hardop met haar besprak wat er was gebeurd, besefte ze ineens wat haar spanning en angst met haar omgeving deed en hoe subtiel haar schreeuw om bevestiging en geruststelling kon zijn. Ook zag ze ineens wie ik was, een mens die ook maar probeert te helpen en die het soms zelf ook moeilijk vindt om te verdragen.
Zo voelde ik me in één sessie in de rol van therapeut, cliënt én omgeving geplaatst. De spanning die ook voor mij voelbaar was, zorgde ervoor dat ik zonder problemen in de rol van Truus stapte. Het gaat er niet alleen om dat Hanna zelf de spanning verdraagt, maar ook dat ík zelf de spanning verdraag die ontstaat als ik Hanna’s angst niet direct kan verlichten. Misschien voel ik even wat haar omgeving ook zal voelen. We hebben het vaak over veiligheidsgedrag van onze cliënten, en minder vaak over ons eigen veiligheidsgedrag als behandelaren. Zoals psycho-educatie om spanning te reguleren, niet alleen bij de cliënt, maar ook bij onszelf.

