Auteursrichtlijnen

GZ-psychologie
Aanwijzingen voor auteurs
januari 2015

Algemeen
GZ-psychologie is een tweemaandelijks tijdschrift waarin wordt geschreven over praktische
problemen en oplossingen op het brede terrein van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
in de eerste, tweede en derde lijn. GZ-psychologie onderscheidt zich van andere tijdschriften
voor de GGZ door het accent te leggen op de concrete praktijk. Auteurs laten vooral de
dagelijkse praktijk van de GGZ zien. Goed onderbouwde stukken met praktische relevantie
krijgen voorrang boven lange wetenschappelijke bijdragen.

Bijdragen zijn geschreven onder het motto dat specialistische informatie niet saai of
ingewikkeld hoeft te zijn. GZ-psychologie wil druk bezette mensen uit de praktijk in kort
bestek informeren over recente ontwikkelingen en de wijze waarop zij hun kennis en
vakbekwaamheid kunnen vergroten. Het richt zich primair op gz-psychologen,
eerstelijnspsychologen, klinisch psychologen, psychotherapeuten en psychiaters. We richten
ons op professionals werkzaam in verschillende GGZ-praktijken. Praktische relevantie,
beknoptheid, helder taalgebruik en een duidelijke opbouw zijn daarom belangrijke
kenmerken van iedere bijdrage. De presentatie van een kort voorbeeld wordt zeer
gewaardeerd, net als heldere theoretische onderbouwing en een beperkt aantal verwijzingen
naar relevante bronnen.

GZ-psychologie beoogt een brug te slaan tussen academisch verworven kennis en de
klinische toepassing ervan. Ieder nummer bevat daarom onder andere de volgende
rubrieken:
– In de praktijk: een gevalsbeschrijving met reflectie op de inhoud (1800-2000 woorden)
– Pro & contra: een discussie over een actuele of heikele kwestie (2 x 500 woorden)
– Rechten en plichten: wet- en regelgeving, praktijkvoering hulpverlener (2 x 500 woorden)
– Psychodiagnostiek: specifieke werkwijzen of problemen in de psychodiagnostiek (1000
woorden)
– Artikelen: praktijkgerichte bijdrage over onderwerpen uit de GGZ (2000 en 2500
woorden).

De bijdragen hebben een vaste omvang. Auteurs worden uitrdukkelijk verzocht dit aantal
woorden niet te overschrijden. Voor specifieke informatie over deze rubrieken, zie bijlage.

Kopij-aanwijzingen

Titels en koppen
Hou titels van bijdragen en koppen van alinea’s graag zo kort mogelijk. Gebruik daarvoor bij
voorkeur niet meer dan zes woorden.

Inleiding
Geef een korte inleiding op de bijdrage van 60 tot 70 woorden, waarin u het onderwerp
introduceert en uiteenzet wat de lezer te verwachten heeft. Zet onder de inleiding uw
(voor)naam, functie en werkadres met e-mail.

Taalgebruik
Vermijd onnodig jargon en gebruik zoveel mogelijk Nederlandse vaktermen; denk eraan dat
uw tekst ook leesbaar moet zijn voor niet-ingewijden. Is het gebruik van technische termen
onvermijdelijk, geef dan in een voetnoot een duidelijke omschrijving.

Tabellen, schema’s of figuren
Tabellen, schema’s of figuren zijn nuttig om delen van de tekst samen te vatten of te
verhelderen. Zet elke tabel/schema/figuur (genummerd) op een aparte bladzijde achteraan,
maar geef duidelijk aan in de tekst waar tabellen en figuren moeten worden geplaatst.

Referenties
Maak gebruik van eindreferenties en beperk die tot de meest noodzakelijke (maximaal 20)
en verwijs bij voorkeur naar recente overzichtsartikelen en kernpublicaties die toegankelijk
zijn voor mensen uit de praktijk (bij voorkeur in het Nederlands; van boeken dus liefst de
vertaling).

Maak voor literatuurverwijzingen en korte technische toelichting gebruik van verwijzingen in
de tekst. Voer deze verwijzingen handmatig in: zet in de tekst een nummer verwijzend naar
de referentie in superscript, bijvoorbeeld 8. Zet de referenties in een lijstje aan het slot van de bijdrage. Vermijd in de tekst zoveel mogelijk auteursnamen en nummer de verwijzingen in volgorde van citering. (Gebruik in Word niet de optie ‘eindnoten’).

Referenties (genummerd; maximaal 20):
– drie auteurs of meer: slechts eerste auteur gevolgd door ‘e.a.’
– tijdschrifttitels voluit, cursief
– idem voor boektitels.

Voorbeelden
(1) Kaasenbrood, A.D. e.a. (2012). Ervaringen van behandelaren met patiënten die lijden
aan een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis. GZ-psychologie 4: 184-190.
(2) Braet, C. & Winckel, M. van (red.) (2011). Behandelingsstrategieën bij kinderen met
overgewicht. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
(3) Kamphuis, J.H. & Geurts, H.M. (2014). Gestandaardiseerde psychodiagnostische tests.
In Hengeveld, W. e.a. (red.) Handboek psychiatrie. Deel 2 klinische praktijk. Houten: Bohn
Stafleu Van Loghum (p. 5-21).

Opmaak
– Gebruik één lettertype, regelafstand anderhalf en een brede kantlijn.
– Maak een duidelijke indeling en gebruik kopjes (zonder nummering) om de opbouw van
uw tekst zo goed mogelijk te kunnen volgen.
– Bij een nieuwe alinea niet inspringen en evenmin een witregel gebruiken.
– Begrippen en passages die in de tekst nadruk moeten krijgen, worden cursief gezet.
– Breek woorden niet af en lijn de tekst niet uit.
– Gebruik voor eenmalig inspringen de TAB-toets en niet de spatietoets.
– Houd uw tekst zo ‘kaal’ mogelijk. Bekommer u niet om de eindopmaak van het artikel.

Procedure
Manuscripten worden (bij voorkeur digitaal) aangeleverd bij het redactiesecretariaat:
Rita Pilkes, redactiesecretariaat GZ-psychologie
Bohn Stafleu van Loghum
Postbus 246
3990 GA Houten, Nederland
E-mailadres: R.Pilkes@bsl.nl

U krijgt een bevestiging van ontvangst. Uw kopij wordt vervolgens beoordeeld door de
redactie, eventueel bijgestaan door een externe deskundige. Via een redactielid verneemt u
de conclusies: het redactionele oordeel wordt met argumenten en/of wijzigingsvoorstellen
toegelicht. Spontane bijdragen (artikelen, vragen, suggesties, problemen uit de praktijk,
discussiebijdragen, recensies) zijn van harte welkom. De redactie is altijd bereid op verzoek
commentaar te geven op een eerste concept.

Alle geaccepteerde kopij wordt zo nodig redactioneel bewerkt wat betreft stijl,
toegankelijkheid en omvang. Belangrijke inhoudelijke wijzigingen worden aan de auteur ter
goedkeuring voorgelegd. De drukproeven worden door de redactie nagelezen. Het
auteursrecht op de in GZ-psychologie gepubliceerde bijdragen komt toe aan de auteur, met
dien verstande dat voor publicatie elders toestemming nodig is van de uitgever. Het
exploitatierecht komt toe aan de uitgever. Als u in uw tekst gebruik maakt van andere
publicaties van uzelf of andere auteurs bent u verantwoordelijk voor het correct citeren van
deze bronnen (voor letterlijke overname van grote hoeveelheden tekst, van figuren of
tabellen moet u de schriftelijke toestemming hebben van de eigenaar van het auteursrecht).
Wanneer uw bijdrage klaar is voor publicatie, ontvangt u een bericht van plaatsing en een
verzoek akkoord te gaan met het voorgaande. Wanneer uw artikel eenmaal is geplaatst,
krijgt u enkele present-exemplaren toegezonden.

Bijlage
Richtlijnen voor de verschillende rubrieken

Artikelen (max. 2000 of 2500 woorden)
Bijdragen die niet in één van de volgende rubrieken zijn onder te brengen, vallen onder de
artikelen.
In de praktijk (max. 1800-2000 woorden)
In deze rubriek worden artikelen geplaatst waarin een bepaalde handelwijze op het terrein
van diagnostiek, advisering, begeleiding of behandeling wordt beschreven en
beargumenteerd aan de hand van een concreet praktijkvoorbeeld. Naast de wellicht wat
gemakkelijker te schrijven ‘success-story’ is de redactie geïnteresseerd in casus die minder
goed zijn verlopen. De discussie daarover is immers vaak juist heel leerzaam. De bijdragen
dienen zoveel mogelijk als volgt te worden opgebouwd:
Inleiding: typering en situering van de problematiek, vraagstelling of behandeling; het
theoretisch referentiekader.
Gevalsbeschrijving: gegevens over de cliënt, leeftijd, sekse, sociaal-economische
achtergrond, reden van aanmelding, korte voorgeschiedenis, diagnostische gegevens,
enzovoort. Men dient hier uiterst zorgvuldig om te gaan met persoonlijke gegevens en te
zorgen voor anonimisering. Vermeld er altijd bij dat de namen van de personen
verzonnen zijn.
Methode of behandeling: handelwijze wat betreft diagnostiek of behandeling, of wijze van besluitvorming, de redenen daarvoor, enzovoort.
Resultaten: de resultaten van de gevolgde handelwijze, beschrijvend-kwalitatief en/of
kwantitatief, zo mogelijk ook het verloop op langere termijn (follow-up).
Discussie: bespreking van de resultaten, conclusies, kritiek of suggesties, met plaatsing
in een breder kader.
De auteur is ervoor verantwoordelijk dat de betrokkenen niet kunnen worden herkend, onder andere door naamsverandering, maar ook door het wijzigen van herkenbare, niet-essentiële details. Een andere mogelijkheid is, dat de auteur beschikt over de expliciete toelating van de betrokkene om de gegevens te publiceren.

Psychodiagnostiek (max. 1000 woorden)
Deze rubriek gaat in op specifieke werkwijzen of problemen in de psychodiagnostiek.Welke
tests kan ik gebruiken bij deze problematiek? Waar loop ik dan in de praktijk tegen aan?
Hoe valt dat op te lossen? Het accent ligt niet op de psychometrische eigenschappen, maar
op de toepassing in de praktijk. Uitgebreide statistische analyses dienen daarom achterwege
te blijven en indien onmisbaar bij voorkeur in een apart kader opgenomen.

Pro-contra (2 bijdragen van elk max. 500 woorden)
Hier kunnen auteurs actuele of heikele onderwerpen bespreken en met elkaar
bediscussiëren. Soms is de aanleiding een bijdrage uit GZ-psychologie, soms wordt ook een
nieuw onderwerp belicht. Een prikkelende, uitdagende stellingname wordt in deze rubriek op
prijs gesteld.

In gesprek met (max. 2000 woorden)
In deze rubriek komt in interviewvorm een persoon aan het woord die iets vertelt over zijn of
haar werk in de GGZ. In lijn met de uitgangspunten van GZ-psychologie gaat de voorkeur uit
naar een academicus met een nauwe binding met de praktijk. Dit is immers bij uitstek de
rubriek waar de dagelijkse gang van zaken in de GGZ aandacht kan krijgen.

Rechten en Plichten (2 bijdragen van elk max. 500 woorden)
In deze rubriek komt alles aan bod wat met de praktijkvoering van de hulpverlener te maken
heeft: wet- en regelgeving, kwesties rond vergoedingen en verzekeraars etc.

Gesignaleerd (vier bijdragen van max. 250 woorden per bijdrage)
Deze rubriek bespreekt belangrijke praktijkrelevante publicaties uit de nationale en
internationale vakliteratuur, maar ook relevante online- of TV-programma’s.

Nieuws
Tips en weetjes voor de praktijk.

De Held (max. 2000 woorden)
In deze rubriek gaan mensen uit de GGZ in gesprek met iemand die hen inspireert.