Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Autisme en/of een persoonlijkheidsstoornis?

Premium

Tussen autisme en persoonlijkheidsstoornissen bestaan overeenkomsten en verschillen, met name in het interpersoonlijk functioneren. Voor de behandeling en een goed therapeutisch contact moeten ggz-hulpverleners daarvan op de hoogte zijn.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-020-0763-2/MediaObjects/41480_2020_763_Fig1_HTML.jpg
© Yakobchuk Olena / stock.adobe.com

Zowel bij autisme als bij een persoonlijkheidsstoornis is er sprake van aanhoudende moeilijkheden in het interpersoonlijk functioneren; problemen in het tonen van empathie en intimiteit. Bij autisme gaat het daarbij om een persisterende deficiëntie in de sociale communicatie en interactie; om een aanhoudend contactueel onvermogen, een beperking in het contact met anderen, ofwel een contactstoornis. Bij een persoonlijkheidsstoornis daarentegen spreken we niet van een contactstoornis, maar van een contactverstoring, dat wil zeggen: het contact is verstoord (geraakt) op basis van – veelal – een combinatie of samenspel van een kwetsbaar temperament en vroege pathologische relatiedynamieken, door verstoorde hechting en belastende situaties of gebeurtenissen.1 Elk van de tien DSM-5 persoonlijkheidsstoornissen kent een eigen dynamiek van contactverstoring.2 Verschillende studies laten zien dat er bij iemand met autisme ook sprake kan zijn van een persoonlijkheidsstoornis met een actuele prevalentie van 64%.3,4 In dat geval zijn er drie mogelijkheden:

  • De persoonlijkheidsstoornis is niet gerelateerd aan autisme (de vraag is of dit überhaupt mogelijk is).
  • De persoonlijkheidsstoornis is het gevolg van hoe de omgeving in het verleden op iemand met autisme heeft gereageerd.
  • De persoonlijkheidsstoornis heeft zich kunnen ontwikkelen door hoe iemand met autisme zijn omgeving zelf waarneemt en ervaart.5

De paranoïde-persoonlijkheidsstoornis

Het interpersoonlijk functioneren bij de paranoïde- persoonlijkheidsstoornis wordt niet gehinderd door contactueel onvermogen, maar door een onderliggend patroon van wantrouwen en achterdocht. 20% van de mensen met autisme voldoet deze criteria.3 Bij iemand met autisme kan door langdurig misbruik van de sociale naïviteit door anderen en/of het beperkte vermogen te begrijpen wat de ander bedoelt een pervasief patroon van wantrouwen en achterdocht in het contact met anderen ontstaan.
Man (21) met autisme en paranoïde-persoonlijkheidsstoornis:
‘Ik ben te naïef. Ik doorgrond de achterliggende betekenis van woorden niet. Ik ben te goed van vertrouwen en daarom ben ik op mijn hoede en wantrouw ik de ander op voorhand, omdat hij of zij mij in de maling kan nemen.’

De schizoïde-persoonlijkheidsstoornis

Bij iemand met een schizoïde-persoonlijkheidsstoornis is het contact verstoord omdat er geen behoefte is aan contact en relaties. Voor mensen met autisme geldt dat de vaardigheden in het aangaan, begrijpen en onderhouden van contact en relaties tekortschieten, maar zij
Premium

Wil je dit artikel lezen?

Neem GZ-psychologie een maand gratis op proef. Tijdens deze maand heb je onbeperkt toegang tot alle content. Na een maand stopt het proefabonnement automatisch.


    Al abonnee? Log dan in