Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Elske van den Berg:‘Wij zijn zeer tevreden over CBT-E’

Avatar
Bohn Stafleu van Loghum
In 2015 nam Novarum een rigoureuze beslissing: van de ene op de andere dag stapte het behandelcentrum over op de behandelmethode CBT-E voor eetstoornissen. ‘Een prima beslissing’, zo concludeert klinisch psycholoog en directeur behandelzaken Elske van den Berg anderhalf jaar na de invoering van het nieuwe protocol. ‘Het percentage succesvolle behandelingen is bij ons nu al met tien procent gestegen.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-017-0018-z/MediaObjects/41480_2017_18_Fig1_HTML.jpg

Waarom CBT-E?

‘Op een congres hoorde ik psychiater Fairburn daarover zo enthousiast vertellen dat ik me afvroeg of wij niet net zo moesten gaan werken. Daarvoor behandelden wij onze patiënten weliswaar evidence based met CGT, maar veel interventies waren gebaseerd op de eigen ervaring van de therapeut. Kortom, het ontbrak ons aan één uniforme methodiek en we vroegen ons af of al onze interventies wel echt zo evidence based waren als we dachten.’

De behandelresultaten waren toch prima?

‘Dat klopt. Vijftig procent van onze behandelingen was succesvol, met een korte gemiddelde behandelduur. Maar het kan altijd beter. Fairburn claimde dat de behandelduur met CBT-E nog korter kon, met een haalbaar succespercentage van ongeveer zeventig procent. Mij sprak aan dat hij sterk de nadruk legde op de eigen verantwoordelijkheid van cliënten. In eetstoornissenland wordt vaak dwingend en straffend opgetreden, waardoor veel cliënten hun hakken in het zand zetten. Ook wij hadden hoge uitvalcijfers.’

Wat verstaat u onder straffend optreden?

‘We werkten met een waarschuwingssysteem: patiënten die onvoldoende in gewicht aankwamen of die te vaak braakten, kregen een waarschuwing. Bij een X-aantal waarschuwingen konden patiënten zelfs worden weggestuurd. Veel ggz-instellingen werken nog steeds zo, maar wij zijn ermee gestopt. Bij ons staat de eigen verantwoordelijkheid van patiënten nu centraal, en het uitdelen van waarschuwingen staat daarmee op gespannen voet.’

Eigen verantwoordelijkheid?

‘Fairburn pleit ervoor om patiënten zelf de regie over hun behandeling te geven, waarbij de therapeut hen dient te ondersteunen. Neem de eetdagboeken die cliënten in CBT-E bijhouden; waar die bij ons eerder de sfeer hadden van ‘dit moet je eten’, en ‘heb je dat al gedaan?’ bieden ze nu meer ruimte aan de patiënt: ‘Bedenk wat je zou kunnen eten en houd in je dagboek bij wat er dan met je gebeurt’. Een van de sterke punten van CBT-E is dat de therapie een beroep doet op de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt.’

Was die eigen verantwoordelijkheid niet in te passen in jullie oude methodiek?

‘Nee, daarvoor is de aanpak van Fairburn te afwijkend. Hij geeft de patiënt eigen verantwoordelijkheid, maar is tegelijkertijd behoorlijk streng. Zo heeft de behandeling een vaste opzet en een vaste duur van twintig sessies, ongeacht de ernst van de stoornis. Zo dwing je cliënten om bij de les te blijven en dat motiveert geweldig, merken wij.’

Begrijp ik goed dat jullie geen patiënten meer opnemen?

‘Fairburn is ervan overtuigd dat het weinig zin heeft om mensen uit hun omgeving te halen. Soms ontkomen we er niet aan om cliënten tijdelijk op te nemen, maar dan zo kort mogelijk en ze krijgen veel vrijheid. Voorheen waren de opnamedagen volgepland met therapieonderdelen; nu zijn er de maaltijden en volgen patiënten daarnaast een beperkt aantal behandelgroepen over lijngedrag, eetregels en de fixaties op hun figuur en gewicht. Verder laten we ze overdag vrij. We zeggen: ga naar buiten, doe een bakje koffie in het Vondelpark, volg een opleiding, neem een baantje; alles om de latere overgang tussen de kliniek en het normale leven voor hen zo klein mogelijk te maken, om een latere terugval te voorkomen.’

Hoe verliep de invoering van dit nieuwe protocol?

‘Het CBT-E-protocol is op 20 mei 2015 ingevoerd. Al aanwezige patiënten mochten hun lopende behandeling afmaken, maar alle nieuwe cliënten volgden vanaf toen het nieuwe protocol. Voor de behandelaars was het een ingrijpende overgang, zeker ook een aantal van de effectieve behandelingen stopten. Maar die pasten niet in het nieuwe protocol en als je een nieuw protocol invoert, moet je ook consequent zijn.’

Bestond er veel scepsis?

‘Ja. Bijna iedereen vond het een mooi protocol, maar om daarvoor de hele kliniek om te gooien, vonden velen wel erg ver gaan. Bovendien bleek het niet gemakkelijk om het nieuwe protocol in de vingers te krijgen. Bijvoorbeeld: wanneer een patiënt het eerste half uur van de afspraak alleen maar wil huilen, is het moeilijk om de interventie goed uit te voeren. Voorheen hadden de behandelaar en patiënt het dan eerst een aantal sessies over dat verdriet, maar dat kan niet meer, want CBT-E telt maar twintig sessies. Dus dan heeft de behandelaar toch maar gewoon het protocol te volgen.’

‘Soms heeft een patiënt andere ernstige psychiatrische problemen’

En als de eetbuien na de twintigste CBT-E sessie nog onvoldoende zijn afgenomen?

‘Soms heeft een patiënt andere ernstige psychiatrische problemen, dan moet daar eerst wat aan worden gedaan. Maar als de therapie onvoldoende effect heeft, komt dat vaak doordat de patiënt bijvoorbeeld ambivalent is in wat hij of zij wil. Dan wil iemand bijvoorbeeld stoppen met braken, maar weigert te eten.’

Wat is jullie ambitie?

‘Het percentage succesvolle behandelingen op de polikliniek is met ruim tien procent gestegen; het gemiddelde aantal behandelsessies per patiënt is gedaald van gemiddeld 33 naar 20 sessies; en de uitval is lager dan vroeger. Dat is nogal wat. Maar wij willen ook laten zien dat de nieuwe aanpak werkt. Een paar grote klinieken in Nederland achten CBT-E uitsluitend geschikt voor de minder complexe problematiek. Maar wij behandelen ook de ‘echt moeilijke patiënten’ succesvol met CBT-E. Gelukkig begint de interesse te groeien. Zo kregen wij al bezoek van ggz-collega’s uit Den Haag en Zutphen die meer over onze nieuwe aanpak wilden weten.’