Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Exposure en het inhibitoire model bij PTSS

Exposuretherapie is een van de meest effectieve behandelingen voor posttraumatische stressstoornis (PTSS), maar niet alle patiënten profiteren daarvan.
© George Dolgikh / stock.adobe.com
In maart 2026 verdedigde Marike Kooistra een proefschrift1 waarin zij heeft onderzocht hoe exposuretherapie werkt en hoe inzichten uit het inhibitoire model de behandeling kunnen verbeteren. Traditioneel wordt exposuretherapie verklaard vanuit de emotional processing theory, waarin afname van angst centraal staat. Het inhibitoire model daarentegen, stelt dat het niet zozeer gaat om angstvermindering, maar om het aanleren van nieuwe, veilige betekenissen. Tijdens exposure leert een patiënt bijvoorbeeld dat traumagerelateerde triggers niet leiden tot verwachte catastrofale gevolgen. Het uitblijven van deze gevolgen, de verwachtingsfalsificatie, zou een belangrijk leerproces zijn. Ook wordt verondersteld dat variatie in context of stimuli dit proces versterkt. De bevindingen uit dit proefschrift laten echter zien dat deze theoretische aannames in de klinische praktijk niet altijd worden bevestigd. Variatie in angstniveau tijdens exposuresessies blijkt niet samen te hangen met betere behandeluitkomsten. Ook het expliciet richten van de therapie op het ontkrachten van angstige verwachtingen leidt niet tot sterkere symptoomreductie. Hoewel patiënten er gemiddeld wel op vooruitgaan tijdens exposure, lijken deze specifieke inhibitoire strategieën geen duidelijke meerwaarde te bieden boven standaard exposuretherapie. Tegelijkertijd blijkt dat veranderingen in negatieve traumagerelateerde cognities en verwachtingen wél samenhangen met symptoomverbetering. Met name veranderingen in dergelijke cognities lijken vooraf te gaan aan een afname van de klachten. Dit wijst erop dat wat patiënten denken over zichzelf en de wereld, en hun vermogen om met emoties om te gaan een belangrijke rol spelen bij hun herstel. Daarnaast blijkt een volledig op het inhibitoire model gebaseerde vorm van exposuretherapie uitvoerbaar en effectief, maar niet effectiever dan de traditionele aanpak. Dit roept vragen op over de toepasbaarheid van het model bij PTSS, waarin angsten vaak minder concreet en minder direct toetsbaar zijn en ook emoties zoals schaamte en boosheid een rol spelen. Al met al laat dit proefschrift zien dat exposuretherapie effectief is, maar dat optimalisatie complex is. Hoe veranderingen in cognities en verwachtingen het beste beïnvloed kunnen worden, is nog onduidelijk. Maatwerk blijft essentieel.