Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Tussen gevoel en gedrag

De Epstein-files domineren al lange tijd het nieuws. Namen van machtige mannen, beschuldigingen van seksueel geweld tegen minderjarigen, een pervers netwerk dat decennia ongestoord zijn gang kon gaan.
Annemarie de Leng
Foto: Christiaan Krop
Daarnaast verschijnen er regelmatig mediaberichten over kinderen die misbruikt worden in de sportwereld, op de kinderopvang of via internet. De maatschappelijke verontwaardiging is terecht groot, want de gebeurtenissen zijn verschrikkelijk en de trauma’s van de slachtoffers zijn enorm. Maar als we naar de cijfers kijken, moeten we nuanceren wat we denken te weten over pedofilie en seksueel misbruik. Onderzoek toont aan dat 50 tot 75% van de kindermisbruikers géén pedofilie heeft, en dat 80 tot 90 % van de mensen met pedofiele gevoelens géén kinderen misbruikt. De verwarring tussen ons onderbuikgevoel en de feiten is hardnekkig; in de media, in de politiek, en ook in onze spreekkamers.
In Nederland lopen naar schatting 80.000 tot 120.000 mannen rond die worstelen met seksuele aantrekking tot minderjarigen. Dat zijn veelal mensen die er alles aan doen om níét in de fout te gaan, mensen van wie er één op de drie chronische suïcidale gedachten heeft, mensen die wegblijven uit de hulpverlening; uit angst voor veroordeling, uit schaamte, of vanuit de overtuiging dat hulpverleners hen niet zullen begrijpen.
Voor veel psychologen is dit een lastig parket. We vragen er niet naar, doen alsof het probleem niet bestaat en gaan het onderwerp liever uit de weg wanneer het ter sprake komt. Dat is niet uit onwil, maar uit onzekerheid; we zijn bang om het risico verkeerd in te schatten, we voelen ons onvoldoende toegerust, we weten niet hoe we het gesprek moeten voeren zonder te schrikken. Maar wat als juist dát zwijgen het probleem vergroot?
Marc Verheij, teamleider bij behandelcentrum de Waag, zegt hierover (Bijzonder Specialisme, p. 32) dat we onderscheid moeten maken tussen wat iemand doet en wie iemand is. Dat klinkt simpel, maar hiervoor moeten we onze eigen weerstand onder ogen zien; durven vragen naar seksualiteit bij de intake en erkennen dat zelfacceptatie geen luxe is, maar een risico-verlagende factor. Want eenzaamheid, isolatie en een negatief zelfbeeld verhogen de kans op grensoverschrijdend gedrag, terwijl acceptatie die kans verlaagt.
De gespreksgroepen bij behandelcentrum de Waag laten zien dat lotgenotencontact werkt. Deelnemers rapporteren minder suïcidale gedachten, meer zelfwaardering, en gaan zich beseffen dat er meer is in hun leven dan dit ene geheim (zie Casus door Fieke van der Meer, p. 14).

En toch is de drempel naar de hulpverlening hoog. De reguliere ggz verwijst veelal door of zwijgt en de forensische zorg lijkt te zwaar voor wie géén delict pleegde. Misschien is de vraag niet óf wij deze groep kunnen helpen, maar óf we het willen; of we bereid zijn om onze eigen ongemakkelijke gevoelens onder ogen te zien. Want die zijn er, en dat mag zo zijn, maar ongemak mag niet de reden zijn dat iemand geen hulp krijgt.

Annemarie de Leng
hoofdredacteur