Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Brenda Penninx: ‘Je kunt beter aan een kind zelf vragen hoe het gaat’

Ongeveer 400.000 Nederlandse kinderen hebben ouders die kampen met depressiviteit en angstgevoelens. Toch is weinig bekend over het risico dat deze kinderen zelf ook een psychische stoornis ontwikkelen, en is er nauwelijks aandacht voor preventie. Het zogeheten MARIO-project kan daar verandering in brengen, zegt Brenda Penninx, hoogleraar Psychiatrische epidemiologie.
Premium

 

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-021-0848-6/MediaObjects/41480_2021_848_Fig1_HTML.jpg
Wat was de aanleiding om dit project te starten?
‘Enkele jaren geleden sprak ik met hoogleraar Kinderpsychiatrie Manon Hillegers (Erasmus MC), over kinderen van ouders met een stemmingsstoornis. In ons vak zijn we erg gericht op behandelen, maar wat betreft kinderen van ouders met psychische problemen dachten we allebei dat we met tijdig ingrijpen veel onheil kunnen voorkomen. Uit eerdere studies is bekend dat deze kinderen twee à drie keer zoveel kans hebben om zelf ook vroeg in het leven psychische problemen te ontwikkelen. Tegelijkertijd weten we ook dat de helft van deze kinderen op 25-jarige leeftijd (nog) geen stoornis heeft ontwikkeld. Het leek ons waardevol om te achterhalen welke beschermende factoren bijdragen aan de veerkracht van deze laatste groep. Die kennis zou namelijk wel eens een sleutel kunnen zijn voor effectieve preventie, dachten we. Vanuit die gedachte hebben we bij ZonMW toen een projectaanvraag gedaan die in 2017 is gehonoreerd met 1,4 miljoen euro.’
Wat houdt het MARIO-project in?
‘We hebben onszelf drie doelen gesteld. Allereerst willen we beter begrijpen waarom sommige kinderen van ouders met een stemmingsstoornis wel psychopathologie ontwikkelen en andere niet. Wat maakt dat sommige kinderen uit deze groep kwetsbaar zijn, terwijl anderen juist veel veerkracht hebben en geen klachten krijgen? Een ander belangrijk doel van het project is het ontwikkelen van goede methodes, waarmee we stemmingsstoornissen bij kinderen vroegtijdig kunnen ontdekken. Het derde doel, tenslotte, is om preventieve interventies te ontwikkelen voor kinderen in deze risicogroep. Om deze drie doelstellingen te bereiken werken we binnen het MARIO-project (Mood and Resilience in Offspring) aan drie deelonderzoeken: een cohortstudie, een screeningsstudie en een preventiestudie. Hiermee zijn we in 2019 gestart en het project duurt acht jaar.’
Jullie kijken alleen naar kinderen van ouders met een stemmingsstoornis, waarom?
‘Enerzijds omdat we – dankzij het NESDA-onderzoek – over die groep ouders al veel weten en anderzijds omdat een stemmingsstoornis de meest voorkomende psychische stoornis is. Natuurlijk is het voor kinderen evengoed belastend om een ouder met schizofrenie te hebben, maar de praktijk wijst nu eenmaal uit dat mensen met schizofrenie minder vaak kinderen hebben.

Van depressieve mensen daarentegen, weten we dat ze gemiddeld even vaak kinderen krijgen als andere Nederlanders, en dat patiënten met een bipolaire stoornis zelfs meer kinderen krijgen dan gemiddeld. Kortom, dit leek ons een logische doelgroep om het project mee te starten.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-021-0848-6/MediaObjects/41480_2021_848_Fig2_HTML.jpg

De interviewmethode Kiddie-SADS

Hoe gaan jullie
Premium

Wil je dit artikel lezen?


    Al abonnee? Log dan in