Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Diagnostiek bij patiënten met een migratieachtergrond

Hulpverleners nemen vaak psychodiagnostische tests af bij cliënten met een migratieachtergrond, ook al zijn die tests vaak niet voor deze cliënten ontwikkeld, gevalideerd of genormeerd. De COTAN lanceerde in 2015 een fairness matrijs om de bruikbaarheid van tests in een interculturele context te beoordelen. Ook valt te leren van de ervaringen die professionals hebben opgedaan met casuïstiek.
Premium

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-017-0062-8/MediaObjects/41480_2017_62_Fig1_HTML.jpg

Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) en het toenmalige Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR, nu Art.1) vroegen eind jaren 80 aan psycholoog Hofstee om na te gaan of veelgebruikte psychologische tests eigenlijk wel geschikt waren voor toepassing bij allochtonen.

De door Hofstee ingestelde commissie kwam met forse kritiek.1 Volgens de commissie waren er geen onderzoeksgegevens over toepasbaarheid beschikbaar. Bovendien zouden alle tests cliënten op sommige punten het gevoel geven een vreemdeling te zijn. Racistisch waren de tests niet, maar wel etnocentrisch en daardoor allerminst bruikbaar voor allochtonen, aldus het rapport. Het moeilijke taalgebruik van veel tests en de veelvuldige verwijzingen naar elementen van de Nederlandse cultuur vormden volgens de commissie forse bedreigingen voor een adequaat testgebruik. In dit artikel bespreken we het huidige testgebruik in de interculturele context, toegespitst op psychodiagnostiek in de ggz.

BIAS

De testtheorie kent het begrip bias, een vertekening in een testuitslag. Een bias beïnvloedt de geldigheid of validiteit van de test; de test meet niet wat je wilt meten. Het levert meestal systematische groepsverschillen op, die niet te wijten zijn aan werkelijke verschillen in kennis of vaardigheden, maar aan een vertekening als gevolg van de test. Denk aan een test voor rekenvaardigheden met veel talige opdrachten, waaruit blijkt dat er groepsverschillen bestaan tussen jongens en meisjes. De vraag is dan of het daarbij om werkelijke verschillen in rekenvaardigheden gaat of worden de uitkomsten vertekend door de talige vorm van de opdrachten? De bekendste bias in testuitslagen zijn gevonden groepsverschillen tussen witte en niet-witte kinderen of volwassenen.

In de Verenigde Staten ontstonden in de jaren zestig hevige discussies over bias bij testgebruik in het onderwijs door vermeende intelligentieverschillen tussen witte, zwarte en latino kinderen. Na verschillende rechtszaken werden er destijds allerlei verboden en richtlijnen (op)gesteld in de toepassing van intelligentietests. In sommige Amerikaanse staten is het bijvoorbeeld verplicht om tests bij kinderen in hun moedertaal af te nemen en om minimaal twee verschillende diagnostische instrumenten te gebruiken om de intelligentie te bepalen. De jurisprudentie rondom tests en het testgebruik was aanleiding voor allerlei wetenschappelijk onderzoek en leidde tot de ontwikkeling van nieuwe tests die meer recht deden aan de diversiteit van de Amerikaanse bevolking.

In Nederland is er weinig discussie geweest over bias in juridisch perspectief, hooguit in een enkele individuele rechtszaak. Een psycholoog of psychiater bekijkt bias vanuit klinisch perspectief, vanuit de vraag: hoe groot is een eventuele vertekening,

Premium

Wil je dit artikel lezen?

Neem GZ-psychologie een maand gratis op proef. Tijdens deze maand heb je onbeperkt toegang tot alle content. Na een maand stopt het proefabonnement automatisch.


    Al abonnee? Log dan in