In dit nummer een artikel waarin auteur Kasper van Mens beschrijft hoe AI zich ontwikkelt van administratieve assistent naar digitale co-therapeut, en Van Mens doet dat zonder de risico's te verdoezelen.
In februari verscheen in GZ-Psychologie het artikel ‘Betere beslissingen met AI in de ggz‘. Het gaat over AI als navigatiesysteem, een technologie die de behandelaar ondersteunt bij moeilijke beslissingen, maar die het stuur niet van ons overneemt. Die boodschap geldt nog steeds, maar de wereld om ons heen beweegt snel. Waar het toen vooral ging over patronen in data en voorspellende modellen, krijgt AI in dit nummer een gezicht. AI voert immers ook gesprekken, stelt vragen, reflecteert en troost. Kortom, ze houdt zich niet meer alleen op de achtergrond met de ggz bezig, maar neemt ook steeds actiever deel aan gesprekken met cliënten.
Dat maakt dit tweede artikel over AI ongemakkelijker dan het vorige. Hierin beschrijft auteur Kasper van Mens hoe AI zich ontwikkelt van administratieve assistent naar digitale co-therapeut, en Van Mens doet dat zonder de risico’s te verdoezelen. Zo schrijft hij over de sycofante chatbot die meegaat in waanideeën en over een bot die een suïcideplan niet herkent als gevaar, maar als boeiend gespreksonderwerp waarover het fijn wil meedenken. Het zijn geen hypothetische scenario’s meer. Onderzoek laat zien dat er al patiënten zijn bij wie chatbots waanideeën, suïcideplannen of eetstoornissen versterkten in plaats van hielpen doorbreken. Dat vraagt om eerlijkheid over wat we met AI in handen hebben.
Tegelijk doen we onze cliënten tekort als we alleen naar de risico’s kijken. Want AI verlicht bijvoorbeeld ook de administratieve last die behandelaren al jaren in de greep houdt. Ze maakt zorg toegankelijker voor wie anders buiten de boot valt en ze daagt ons uit om scherper te formuleren wat therapie nu eigenlijk is, en wat het niet is; niet een aangenaam gesprek, maar een relatie met frictie, weerstand en soms ongemak. Precies dat onderscheid wordt door AI onbedoeld scherper zichtbaar.
Het Centaurmodel dat Van Mens introduceert, biedt daarvoor een bruikbaar kader: niet mens óf machine, maar mens én machine, elk met hun eigen onvervangbare bijdrage. De empathie, de frictie, de stilte, die blijven van ons. De snelheid, de patroonherkenning, het administratieve geweld, dat mag van de machine zijn.
Maar het Centaurmodel werkt alleen als wij de teugels in handen houden. Dat vraagt om beleid, om scholing en om de bereidheid om te experimenteren zonder naïef te zijn. Want één ding is zeker: AI wacht niet tot wij er klaar voor zijn.
Annemarie de Leng
hoofdredacteur

