Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Interview | Ik vroeg me in therapie vaak af: ‘Ben ik wel bij je in beeld?’

Onlangs verscheen Frénk van der Linden's boek En altijd maar verlangen - de liefdesoorlog van mijn ouders. Hierin blikt hij in brieven aan zijn ouders terug op zijn kinderjaren en op de onderlinge relaties binnen het gezien. Van der Linden is zelf meerdere malen in therapie geweest. Psychotherapeut Anton Hafkenscheid interviewde hem voor GZ-psychologie.    
Premium

Als ik je boek lees, denk ik: in jouw jeugd had je finaal naar de vernieling kunnen gaan.

‘Dat zeg je goed, het was een dubbeltje op zijn kant. Ik had overdreven gezegd ook een moordenaar kunnen worden. Dat zeg ik niet toevallig, want ik had ooit een interview met Sanny, één van de moordenaars van de bende van Venlo, een zeer geruchtmakende zaak. Ik interviewde zijn moeder, Alda Peters. Zij was advocate en bleek totaal de grip op Sanny te zijn verloren, mede doordat zij zich in de avonduren – als dame van gewone komaf – had geschoold in de advocatuur en daar goed in was geworden. Maar ze had met haar hoofd zo diep in de boeken gezeten dat ze haar zoon niet meer had zien staan. Het intrigerende was: Sanny en ik hebben dezelfde geboortedag, hij was de zoon van een vrachtwagenchauffeur – net als ik – en hij identificeerde zich met Frenkie, de leider van de bende. Als je ziet wat die jongen in zijn jeugd heeft meegemaakt aan ruzies tussen zijn ouders, en aan gesodemieter met buitenechtelijke relaties en andere puinbakkerij, dan is de vraag: hoe kan het dat hij tot de bende van Venlo is toegetreden en aan het moorden is geslagen, en dat ik een niet onsuccesvolle interviewer ben geworden? Zeg jij het maar. Ik kan alleen maar onderschrijven wat je zegt: het had net zo goed vreselijk verkeerd met me kunnen aflopen.’

Heb je er wel ideeën over?

‘Eén van de factoren die we geneigd zijn te onderschatten is toeval. Wie loop je tegen het lijf? Ik liep Marcel tegen het lijf, een jongen die aan de goudkust van Hillegom woonde. We zaten beiden op de mavo, maar zijn broers gingen allemaal naar de universiteit. Bij hem thuis werden Bach en Beethoven gedraaid, maar ook Pink Floyd, Van Morrison en er werd over van alles en nog wat geluld; over wie de beste Nederlandse schrijver was, Mulisch, Reve, of Hermans en zo meer. Ik heb simpelweg enorme mazzel gehad dat ik zo iemand tegen het lijf liep. Arie Kuiper, destijds hoofdredacteur van het latere HP/De Tijd, liet me als broekie mijn gang gaan en had vertrouwen. Van hem mocht ik Joseph Luns interviewen, de toenmalige secretaris-generaal van de NAVO. Ik heb voorzetten gekregen en die heb ik ingekopt. Dat is de factor toeval. Ik heb

Premium

Wil je dit artikel lezen?


    Al abonnee? Log dan in