Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Nieuws

Metacognitieve therapie bij psychose | Kinderen en partnergeweld | Autismezorg voorbij het standaardpakket | Therapeutisch potentieel van psychedelica
© TarikVision / stock.adobe.com

Metacognitieve therapie bij psychose

Metacognitieve therapie (MCT) is een nieuwe behandeling voor psychose, gericht op het veranderen van denkstijlen zoals piekeren, zelfgerichte aandacht en overschatting van de eigen gedachten. In een systematische review en meta-analyse is de effectiviteit van MCT onderzocht.1 In de meta-analyse zijn 15 studies (waarvan 12 RCT’s) opgenomen, met in totaal 934 deelnemers. De resultaten laten zien dat MCT significant effectiever is in de behandeling van psychotische symptomen, depressieve klachten en angst dan wachtlijst- of actieve controlegroepen. De effectgroottes varieerden van klein tot matig, met sterkere effecten op achterdocht en waanvorming dan op auditieve hallucinaties. Ook in metacognitieve denkstijlen, zoals positieve en negatieve overtuigingen over piekeren, werd een verbetering gevonden. Belangrijk is dat MCT in onderzoek vaak in een kortdurend format werd aangeboden (gemiddeld 8–12 sessies) en dat de behandeling ook effectief bleek in groepsverband. Vergeleken met CGT waren de effecten gelijkwaardig of iets sterker in de metacognitieve uitkomstmaten, maar vergelijkbaar op symptomen van psychose. De auteurs concluderen dat MCT een veelbelovende, kosteneffectieve behandeloptie is voor mensen met psychotische stoornissen, zeker bij comorbide angst of depressie. Tegelijkertijd pleiten zij voor meer onderzoek met grotere steekproeven en langere follow-ups, om de duurzaamheid van de gevonden effecten vast te stellen.
Bron: 1. Meinhart, A., e.a. (2025). Metacognitive training for psychosis (MCT): a systematic meta-review of its effectiveness. Translational psychiatry, 15(1), 156.

Kinderen en partnergeweld

Kinderen die worden blootgesteld aan partnergeweld (intimate partner violence, IPV) lopen een verhoogd risico op ernstige psychologische en sociale problemen. In een nieuwe studie zijn 75 Nederlandse kinderen onderzocht en zijn op basis van dossiers van de organisatie Veilig Thuis verschillende vormen van blootstelling aan geweld, copingstrategieën en korte termijngevolgen in kaart gebracht.1 De kinderen bleken op uiteenlopende manieren met partnergeweld geconfronteerd te worden, namelijk: als ooggetuige, in de nasleep (o.a. verwondingen, politiebezoek), en door langdurige veranderingen (o.a. verhuizen, verblijf in opvanglocaties). Ook indirecte vormen van IPV, zoals ‘bad-mouthing’ door ouders, kwamen regelmatig voor, vooral bij adolescenten. Ouders onderschatten vaak in hoeverre hun kinderen zich bewust zijn van het partnergeweld. De kinderen ontwikkelden daarvoor verschillende copingstrategieën, afhankelijk van leeftijd en geslacht. Emotiegerichte coping (zoals huilen of steun zoeken) kwam het meest voor, gevolgd door probleemgerichte strategieën (bijvoorbeeld ingrijpen, partij kiezen) en vermijdende reacties (bijvoorbeeld zich terugtrekken of normaliseren). Jongere kinderen toonden vooral emotionele reacties, terwijl oudere kinderen vaker actief ingrepen of zich juist emotioneel afsloten. Sommige kinderen combineerden verschillende vormen van coping. Opvallend is dat de keuze voor copingstrategieën sterk samenhangt met negatieve uitkomsten. Emotie- en vermijdingsgerichte coping ging vaak gepaard met parentificatie, internaliserende klachten of schoolproblemen; probleemgerichte coping werd geassocieerd met afstand nemen van een ouder. Hoewel deze copingstrategieën bedoeld zijn om met stress om te gaan, blijken ze niet altijd beschermend. De auteurs benadrukken dat vroege signalering belangrijk is, waarbij het volgens hen essentieel is om inzicht te hebben in de aard van de blootstelling en de copingstijl. Door beter te begrijpen hoe kinderen reageren op IPV, kunnen hulpverleners kinderen gerichter ondersteunen en kunnen ze de intergenerationele overdracht van geweld mogelijk helpen doorbreken.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-025-1939-6/MediaObjects/41480_2025_1939_Fig1_HTML.jpg
© Fedrelena / stock.adobe.com
Bron: 1. van Baak, C., & Eichelsheim, V. (2025). Children exposed to intimate partner violence: type of exposure, coping responses and consequences. Journal of Family Violence, 1-21.

Autismezorg voorbij het standaardpakket

Onderzoek van Kim Jonkman (VU, Amsterdam) laat zien dat autismezorg in Nederland vaak niet aansluit op wat mensen met autisme zelf belangrijk vinden.1 In haar promotieonderzoek vergelijkt Jonkman de aangeboden ondersteuning voor mensen met autisme met wat mensen met autisme zelf ervaren als effectief. Hierin is een duidelijke kloof zichtbaar. Een belangrijke bevinding is dat deze ondersteuning meer gepersonaliseerd moet zijn. In plaats van standaard zorgpakketten of een focus op ‘aanpassing’ en ‘zelfredzaamheid’, geven veel patiënten aan dat rust, herkenning en beïnvloeding van de omgeving voor hen veel waarde hebben. Jonkman wijst erop dat wat werkt voor jongeren anders kan zijn dan wat volwassenen nodig hebben. Kortom, er is meer behoefte aan maatwerk in ondersteuning, waarbij wordt afgestemd op leeftijd, situatie en persoonlijke voorkeuren.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-025-1939-6/MediaObjects/41480_2025_1939_Fig2_HTML.jpg
© agcreativelab / stock.adobe.com
Verder benadrukt Jonkman dat het gezin vaak genegeerd wordt in de huidige zorg. Niet alleen ouders, maar ook broers en zussen ondervinden gevolgen van hoe ondersteuning georganiseerd is. Organisaties kunnen op de korte termijn al stappen zetten door te bekijken of hun aanbod aansluit op wat patiënten zelf effectief vinden. Die afstemming tussen zorgaanbieder en patiënt ontbreekt nu vaak, in zowel het beleid als in de praktijk. Jonkman pleit voor minder bureaucratische, meer mensgerichte zorg die gebaseerd is op samenwerking tussen patiënten, hulpverleners, onderzoekers en beleidsmakers.
Bron: Jonkman, K. M. (2025). Rethinking Autism Support: What is used, what helps, and what matters?

Therapeutisch potentieel van psychedelica

Psychedelica staan bekend als stoffen die bizarre of intense hallucinaties oproepen, maar recent onderzoek aan Maastricht University belicht een andere kant ervan. Natasha Mason, Assistent Professor Psychopharmacology, onderzoekt hoe psychedelica neurologisch werken en welke mogelijkheden ze bieden voor therapie.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-025-1939-6/MediaObjects/41480_2025_1939_Fig3_HTML.jpg
© Eskymaks / stock.adobe.com
Mason legt uit dat psychedelica voor een acute toename van glutamaat zorgen in bepaalde hersengebieden, wat weer leidt tot een verhoogde neuroplasticiteit in die hersengebieden. Gedurende enkele uren tot dagen is het brein dan ontvankelijker voor veranderingen en kunnen psychotherapeutische interventies effectiever zijn, met mogelijk grotere verschuivingen naar meer adaptieve denk- en gedragspatronen.
Uit het onderzoek blijkt verder dat psychedelica de empathie kunnen vergroten, zowel tegenover vreemden als binnen romantische relaties. Mensen voelen zich na gebruik van sommige psychedelica meer verbonden met anderen en emotionele prikkels hebben meer impact. Dit is volgens Mason therapeutisch relevant, bijvoorbeeld omdat mensen met depressie vaak minder empathie ervaren en zich sociaal ontkoppeld voelen.
Het effect van psychedelica op creativiteit is minder eenduidig. Zo lijkt er tijdens het gebruik opvallend genoeg sprake van een afname in de creativiteit. Vermoedelijk komt dit doordat psychedelica de executieve functies tijdelijk verzwakken. In de dagen erna daarentegen, blijken mensen vaak juist meer nieuwe ideeën te genereren. Dat vertraagde effect van psychedelica op creativiteit kan relevant zijn voor mensen die vastlopen in hardnekkige, disfunctionele denkpatronen. Het vermogen om flexibeler te denken en nieuwe perspectieven te ontwikkelen zou kunnen bijdragen aan het doorbreken van die patronen.
Toch waarschuwt Mason dat er meer onderzoek moet plaatsvinden, onder andere naar de precieze behandelprotocollen, juiste doseringen, frequentie en combinatie met psychotherapie. Pas wanneer duidelijk is onder welke omstandigheden psychedelica optimaal en veilig werken, kan hun therapeutisch potentieel verantwoord worden ingezet in de klinische praktijk.