Betekenisvolle uitkomstmaten
In de ggz is steeds meer aandacht voor het gebruik van uitkomstmaten die cliënten zelf als betekenisvol ervaren, in plaats van voor uitkomsten die louter symptomen in kaart brengen. Deze review biedt een overzicht van meetinstrumenten voor drie centrale domeinen: functioneren, kwaliteit van leven/welzijn en persoonlijke herstelervaring.1 Traditioneel richten diagnostiek en onderzoek zich vooral op categorische diagnoses, symptoomernst en klinisch beoordeelde uitkomsten. Dit sluit echter onvoldoende aan bij wat mensen met psychische problemen als belangrijk beschouwen. Daarom groeit de aandacht voor bredere, multidimensionale uitkomsten. Functioneel herstel verwijst naar observeerbare vaardig- heden in zelfzorg, sociaal functioneren en werk/opleiding. Persoonlijk herstel gaat over een subjectief gevoel van een betekenisvol, hoopvol en autonoom leven, ook wanneer de symptomen blijven bestaan. De auteurs beschrijven een breed palet aan transdiagnostische en stoornis-specifieke instrumenten, geselecteerd op psychometrische kwaliteit en toepasbaarheid in onderzoek én routinezorg.

Psychose en bipolariteit vroeg herkend
In een grote registerstudie is een transdiagnostisch voorspellingsmodel ontwikkeld dat het risico op een psychotische of bipolaire stoornis tegelijk kan inschatten, op basis van routinegegevens uit elektronische patiëntendossiers (EPD).1 De onderzoekers gebruikten gegevens van 127.868 patiënten uit de ggz in South London and Maudsley (2008–2021). Alle deelnemers kregen eerst een niet-organische, niet-psychotische en niet-bipolaire diagnose. Het model voorspelt het 6-jaarsrisico op een eerste psychotische of bipolaire stoornis aan de hand van verschillende kenmerken, waaronder leeftijd, gender, etniciteit, indexdiagnose, medicatie, opnames, en door ‘natural language processing’ (NLP) uit vrije tekst herkende symptomen en middelengebruik. Validatie vond plaats via interne-externe cross-validatie: het model werd telkens op vier ‘boroughs’ (wijken) getraind en op de vijfde getest. Binnen zes jaar ontwikkelde 2,5 procent van de patiënten een psychotische of bipolaire stoornis. Het model liet uitstekende discriminatie zien en goede kalibratie. Decision curve analysis liet zien dat het model klinische meerwaarde heeft: bij een risicodrempel van 10 procent levert gebruik van het model ongeveer drie extra vroeg gedetecteerde gevallen per 100 gescreende patiënten op. Een vergelijking met afzonderlijke modellen voor alleen psychose of alleen bipolair liet zien dat het transdiagnostische model minstens even goed presteert, terwijl het praktischer is in gebruik. Verdere externe validatie en implementatie- onderzoeken blijven volgens de onderzoekers wel nodig.

De wiskunde achter verslaving
Volgens onderzoeker Jesse Boot ontwikkelt verslaving zich niet alleen binnen een persoon, maar ook tussen personen. Computersimulaties laten bekende patronen zien: langdurige stabiliteit in gebruik, geleidelijke toename van afhankelijkheid, plotselinge terugval of stoppen en een snelle verspreiding van gebruik via sociale netwerken. Het model verheldert ook waarom herstel vaak samenhangt met sociale verandering. Het verlaten van een groep waarin veel gebruikt wordt, kan herstel bevorderen. Beschikbaarheid van middelen blijkt bovendien pas problematisch wanneer deze samenvalt met verminderde controle.

Vernieuwde zorgstandaard: psychische stoornissen en laag IQ
Mensen met een laag IQ lopen een hoger risico op psychische stoornissen. De vernieuwde zorgstandaard Psychische stoornissen en laag IQ biedt handvatten om de ggz toegankelijker te maken voor deze doelgroep.1 Voor effectieve zorg is het belangrijk dat zorgprofessionals een laag IQ en adaptieve vaardigheden van de patiënt tijdig in kaart brengen en hun communicatie hierop afstemmen.


