Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Nieuws

Premium

Een op de vier kinderen en adolescenten wordt gepest met hun gewicht. Dat vormt een risico voor het ontwikkelen van mentale stoornissen, zoals psychotische klachten.1,2 Een problematische BMI is grotendeels genetisch bepaald, maar een tweelingstudie3 biedt meer inzicht in de gen-omgeving correlatie (welke genotypische opmaak maakt iemand kwetsbaar voor omgevingsrisico’s?), en de gen-omgeving interactie (hoe wordt iemands genotype beïnvloed door de risico’s uit de omgeving?). De resultaten: vooral de gen-omgeving correlatie zorgt ervoor dat gepeste kinderen later vaker een eetstoornis kregen. Dat wil zeggen: wanneer iemand genetisch meer risico loopt op een afwijkend BMI vergoot dat de kans dat hij of zij daarmee gepest wordt en een eetstoornis ontwikkelt. Omdat pesten zo vaak voorkomt, sluiten de onderzoekers niet uit dat bepaalde genen die te maken hebben met gewichtsproblemen ook geactiveerd kunnen worden door pestervaringen. Preventie van pesten lijkt in beide gevallen de aangewezen oplossing.


https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-017-0043-y/MediaObjects/41480_2017_43_Fig2_HTML.jpg

P-Factor

Patiënten melden zich zelden met ‘slechts’ één aandoening of een precies passende DSM-classificatie; co-morbiditeit is eerder regel dan uitzondering.

Onderzoekers speculeren al langer over het bestaan van de zogeheten p-factor. Zoals er bij cognitieve stoornissen gesproken wordt van de g-factor die positief correleert met de afzonderlijke cognitieve functies, zo zou de p-factor positief correleren met psychiatrische symptomen en stoornissen. Onlangs gaf een publicatie in Nature1 aanzet tot het serieus nemen van de p-factor. Daarin wordt aangetoond dat studenten met een hogere p-factor, – met meer kenmerken van psychopathologie (gemeten met o.a. de MINI) relatief minder grijze hadden in hun cerebellum, het hersengebied voor beweging en coördinatie.

Verder bleek dat de wittestofbanen die het cerebellum verbinden met de prefrontale cortex (de redeneringscentra) bij hen van mindere kwaliteit waren. Deze verbindingen vervullen een sleutelrol in het geven van feedback over in hoeverre onze bewegingen overeenstemmen met dat wat we ermee wilden bereiken. De auteurs suggereren dat de p-factor, – het risico op psychopathologie -, samenhangt met de mate waarin we onze cognitieve en emotionele intenties kunnen matchen met de uitkomst ervan. Als daar iets verkeerd gaat, zo stellen zij, kan dat leiden tot het ontwikkelen van uiteenlopende vormen van psychopathologie.


https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-017-0043-y/MediaObjects/41480_2017_43_Fig3_HTML.jpg

Nut rom

Routine Outcome Measurement

(ROM) is niet meer weg te denken uit de praktijk en de discussies erover ook niet meer. Het NIP en P3NL maken zich vooral zorgen over de patiëntenprivacy en het oneigenlijk gebruik van de ROM voor zorginkoop door

Premium

Wil je dit artikel lezen?


    Al abonnee? Log dan in