Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Sensorimotor-therapeut Anneke Vinke: ‘Ggz-behandelaars, denk aan het lichaam’

Avatar
Erik Hardeman
Of het nu gaat om een trauma of om een hechtingsprobleem, gz-psycholoog Anneke Vinke is ervan overtuigd dat psychische 'kneuzingen' altijd ook sporen nalaten in het lichaam. Wat haar betreft is de lichaamsgerichte sensorimotorpsychotherapie (SP) daarom een veelbelovende behandeling voor psychische problemen.

 

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-020-0781-0/MediaObjects/41480_2020_781_Fig1_HTML.jpg
Wat is sensorimotorpsychotherapie?
‘SP, zoals wij de behandeling gemakshalve noemen, is een in de jaren zeventig in de VS ontwikkelde behandeling die ervan uitgaat dat je – om te repareren wat er bij een getraumatiseerde cliënt is misgegaan – moet proberen diens lichamelijke reacties te integreren in diens levensverhaal. De gedachte hierachter, een verklaring die wordt ondersteund door de neurobiologie, is dat elementen uit een onverwerkt trauma in het lichaam worden opgeslagen; en dat staat de verwerking van het trauma in de weg. Als de gebeurtenis ter sprake komt, activeert het lichaam die elementen in de vorm van een reactie, zonder dat de cliënt daar invloed op heeft. Volgens SP moet die lichaamsreactie voor een effectieve verwerking van het trauma worden ‘afgemaakt’. SP is mede gebaseerd op de theorie van de Franse psychiater Pierre Janet, die dat afmaken in het begin van de vorige eeuw een acte de triomphe heeft genoemd.’
Hoe kwam u terecht in de SP?
‘Ik werk in mijn praktijk in Bilthoven vooral met kinderen en volwassenen die geadopteerd zijn, of die in een pleeggezin zijn opgegroeid en die getraumatiseerd zijn door wat zij hebben meegemaakt. Ik merkte dat praten en het cognitief benaderen van die cliënten in veel gevallen niet goed werkte. Nu zag ik dat veel cliënten in mijn spreekkamer bepaalde lichaamsreacties vertoonden als ik met ze sprak. Bij mensen die een trauma hebben meegemaakt, neemt het lichaam de regie vaak over. Een geur, een kleur, of een geluid kan iemand van het ene op het andere moment weer in de traumastand brengen. Dan is er oud zeer getriggerd. Ze noemen dat wel eens bottom-up hijacking. Als je bijvoorbeeld een nare ziekenhuiservaring hebt gehad, kan het zijn dat je een volgende keer weliswaar met goede moed het ziekenhuis binnenstapt, maar dat je eenmaal binnen toch begint te trillen of zweten.’
En toen kwam u op het idee dat die lichamelijke reacties wel eens een aanknopingspunt voor een behandeling konden zijn?
‘Inderdaad. Ik ging op zoek naar alternatieve manieren om met trauma om te gaan, en daarbij kwam ik zo’n tien jaar geleden in aanraking met SP.’
Hoe ziet een SP-behandeling eruit?
‘Een sessie bestaat uit vijf stappen die worden gekarakteriseerd door de letters CAPTI. Allereerst maken we een ‘Container’, een veilige en rustige therapeutische ruimte. Daarin bepaal ik samen met de cliënt waarop we ons gaan richten. Stel, iemand is getraumatiseerd door een auto-ongeluk en telkens als er ter sprake komt dat hij klem zat in de auto, gaat zijn schouder omhoog. Dan spreken we af om daar op die momenten bij stil te staan. In de tweede stap, Accessing, vraag ik de cliënt om zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven wat er gebeurt met zijn schouder. Ik zoom steeds meer in, totdat hij weer die beweging maakt. Dan volgt de kern van de behandeling, Processing, waarbij we een experiment doen om de beweging af te maken. Ik vraag dan bijvoorbeeld: mag ik je aanraken, mag ik tegendruk geven? Dat doe ik tot ik merk dat zijn lichaam reageert, bijvoorbeeld door een uitslaande beweging te maken. Ik weet nooit wat er komt, maar belangrijk is in ieder geval dát het lichaam iets doet. Dan komt de vierde fase, de Transformatie, want op een gegeven moment zegt de cliënt: ‘hé, er is iets veranderd, het voelt anders. Hij ervaart dat hij niet meer klem zit, de belemmering is weg. Dan zijn we er overigens nog niet, want uiteindelijk moet dit resultaat in de emotie en de cognitie – en daarmee in het levensverhaal van de cliënt – geïntegreerd worden. Dat gebeurt in de laatste fase, de Integratie, waarbij we ook huiswerk afspreken (o.a. de beweging herhalen). Hoelang een behandeling duurt, hangt helemaal van de situatie af. Eén sessie duurt drie kwartier, maar ik heb cliënten die een jaar of langer wekelijks bij me komen.’
‘Sensorimotorpsychotherapie is geen alternatieve geneeswijze’
Kunt u zich nog de eerste keer herinneren waarop u merkte dat SP werkt?

‘Dat was tijdens een EMDR-behandeling van een jongen die als kind mishandeld was. Hij had in Afrika in een tehuis gezeten waar voor straf stokslagen werden uitgedeeld, en omdat hij zich dat goed kon herinneren, behandelde ik hem met EMDR. Ik ben namelijk ook opgeleid als EMDR-therapeut en bij een heldere herinnering is dat de eerst voorgeschreven behandeling. Maar tijdens de sessie zag ik dat zijn hand op een bepaalde manier bewoog. Zijn lichaam begon mee te doen. Toen dacht ik heel intuïtief: ik moet een stok pakken. Nou had ik die natuurlijk niet bij de hand, dus gaf ik hem de vloerwisser en liet hem daarmee de slaande beweging afmaken. Daarna maakten we de EMDR-sessie af, en toen we klaar waren was de traumatische herinnering veel minder heftig geworden. Toen dacht ik: hé, dit is echt bijzonder.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-020-0781-0/MediaObjects/41480_2020_781_Fig2_HTML.jpg
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-020-0781-0/MediaObjects/41480_2020_781_Fig3_HTML.jpg
Is SP onmisbaar voor het succes van een traumabehandeling?
‘Ik geloof niet dat er één methode beter is dan alle andere. Ik denk wel dat het voor therapeuten belangrijk is om aandacht te schenken aan het lichaam, maar ik heb ook cliënten bij wie SP niet werkt. Voor zo iemand heb ik andere behandelingen paraat, want ik vind dat het je plicht als therapeut is om veel methodes in je gereedschapskist te hebben. (Lachend) Je kunt zelfs gewoon drie kwartier met me praten. Het komt trouwens ook voor dat we samen constateren dat ik voor iemand waarschijnlijk niet de goede behandelaar ben. Je moet als therapeut wel je beperkingen onder ogen durven zien.’
‘Na een EMDR-sessie zijn cliënten vaak leeg en moe’
Weet u zeker dat SP een blijvend effect heeft? Is er geen sprake van terugval?
‘Bij gebrek aan systematisch onderzoek kan ik alleen maar uit eigen ervaring spreken, maar ik heb zelden meegemaakt dat mensen een tijd later weer bij me op de stoep stonden. En ze gaan hier ook altijd opgewekt de deur uit. Na een EMDR-sessie zijn cliënten vaak leeg en moe. Dat heb ik bij SP nog nooit meegemaakt.’
U gebruikt SP ook voor hechtingsproblemen. Werkt dat hetzelfde als bij trauma?

‘In zoverre dat je ook daarbij de vijf eerder genoemde stappen doorloopt, maar ‘het experiment in de derde fase’ is dan gericht op wat in de herinnering van de cliënt het relationele trauma triggert, zoals de afwijzende blik in de ogen van zijn vader. Dan vraag ik bijvoorbeeld: hoe voelt het als ik je aankijk? Wat veel mensen met hechtingsproblemen heel moeilijk vinden, is om te reageren op een in rust uitgestoken hand. Als ik vraag of ik mijn hand naar ze mag uitsteken, willen ze dat vaak niet. Dat maakt ze bang. Maar wat als ik het nou met één vinger doe? Of kun je één tel jouw hand op mijn hand leggen? Zo probeer ik de drempel steeds kleiner te maken, totdat ik een reactie krijg, waarna we het contact langzaam kunnen uitbouwen.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-020-0781-0/MediaObjects/41480_2020_781_Fig4_HTML.jpg
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-020-0781-0/MediaObjects/41480_2020_781_Fig5_HTML.jpg
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-020-0781-0/MediaObjects/41480_2020_781_Fig6_HTML.jpg
Met de vijf stappen is er dus sprake van een vastgelegde methode?
‘Ja, zeker. SP is in de jaren zeventig van de vorige eeuw als methode ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Pat Ogden, in een vrij strikt protocol. Maar daarbinnen heb je als therapeut gelukkig voldoende vrijheid om je eigen creativiteit te volgen. De opleiding is trouwens behoorlijk pittig. Hij duurt meerdere jaren, heeft drie levels en ruim 400 contacturen, telkens in blokken van drie dagen met intervisie en supervisie. Maar dat is ook nodig, want voor het verkrijgen van de certificatie moet je elk onderdeel van de behandeling certifiable kunnen toepassen. Wij hechten zeer aan kwaliteit. Daarom laten we in de opleiding alleen maar mensen toe met een BIG-registratie, of mensen die al ver gevorderd zijn in hun opleiding, want wij vinden dat je als therapeut naast je SP-kennis ook altijd je normale psychotherapeutische gereedschapskist tot je beschikking moet hebben.’
Wie reikt de certificaten uit?
‘Het SP Institute in Colorado, van waaruit ook de wereldwijde SP-organisatie wordt aangestuurd. Ik ben de coördinator voor Nederland en in ons land zijn inmiddels veertig gecertificeerde SP-therapeuten. Ons belangrijkste doel is dat SP wordt erkend als een evidence-basedmethode binnen de reguliere ggz, want daar hoort het thuis. Het is geen alternatieve geneeswijze. Voor zo’n bredere erkenning zou het heel belangrijk zijn als er goed wetenschappelijk onderzoek naar SP wordt gedaan. Mijn grote wens is dat een hoogleraar in de psychologie daartoe het initiatief neemt.’
Er zal onder vakgenoten toch ook de nodige scepsis bestaan?
‘Uiteraard is niet iedereen overtuigd van de waarde van SP. Er zijn collega’s die het abracadabra vinden. Dat zijn de mensen die zweren bij RCT’s en gecontroleerd onderzoek is er voor SP helaas nog niet. Maar ik zie wel dat andere behandelpraktijken steeds vaker complexe cliënten naar SP-therapeuten doorsturen, omdat zij er met hun cognitieve programma’s niet doorheen komen. Daar leid ik uit af dat SP zich binnen het totale behandelaanbod duidelijk een eigen plek aan het verwerven is.’
Zou niet elke psychotherapeut SP moeten beheersen?
‘Nee hoor, en gezien de intensieve opleiding kan dat ook niet zonder meer. Maar nogmaals, ik vind wel dat psychotherapeuten in zijn algemeenheid meer aandacht voor het lichaam zouden moeten hebben. Al was het maar door zich af te vragen of zij een cliënt per se zelf moeten behandelen, of dat ze hem of haar misschien beter kunnen doorsturen naar een SP-therapeut. Gelukkig merk ik dat er binnen de psychotherapie steeds meer aandacht is voor het lichaam toeneemt. EMDR bijvoorbeeld heeft inmiddels ook een meer somatisch protocol. Het kan altijd sneller, maar ik zie het wel langzaam maar zeker de goede kant op gaan.’