Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

GZ-psychologie nr. 5 is uit | Strafbankje

Avatar
Willemijn Scholten
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-020-0774-z/MediaObjects/41480_2020_774_Fig1_HTML.jpg
Willemijn Scholten hoofdredacteur Foto: Aleid Denier van der Gon

Diederik de Rooij, redacteur van GZ-psychologie, schrijft in de rubriek ‘rechten en plichten’ over een opmerkelijke tuchtzaak waarin het tuchtrecht zijn doel voorbij schiet. Doel van het tuchtrecht is niet het bestraffen van zorgverleners, maar het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van zorg. Echter, zorgverleners ervaren een klacht vaak juist wel als straf. Het blijkt dat zorgverleners zich veelal ‘aangevallen en gecriminaliseerd’ voelen. En dat is geen goede basis om ander gedrag aan te leren, zoals wij als leertherapeuten weten. Zoals kinderen zich door straf angstig, beschaamd en slecht voelen, blijken tuchtzaken bij zorgverleners soortgelijke psychische, maar ook lichamelijke klachten teweeg te brengen. Bovendien blijkt dat het doel, een betere kwaliteit van zorg, meestal juist niet bereikt wordt met tuchtrechtprocedures en dat die eerder leiden tot bijvoorbeeld het vermijden van risicovolle patiënten. Laatst, op de eerste werkdag na mijn vakantie – ik was lekker uitgerust en ontspannen – trof ik een mailtje in mijn mailbox met de dreigende woorden: ‘ik klaag je aan!’. Adrenaline gierde door mijn lijf. Daarop volgde een slapeloze nacht en veel overleg met collega’s. Verbeterde het mijn zorgverlening? Nee, omdat ik de betreffende patiënt daarna vooral meer behandeling aangeboden heb, ook al zag ik daar zelf het nut niet van in, allemaal uit angst voor verdere escalatie en een klachtenprocedure. Het vervelende van zo’n aanval is dat je bijna niet meer geneigd bent om naar de inhoud van de klacht te kijken, maar snel in de verdediging schiet. Dit merkte ik ook toen ik zelf als patiënt een keer een klachtenprocedure ben begonnen in een ziekenhuis. Bemiddeling door de klachtenfunctionaris voorkwam gelukkig dat dit tot een officiële klacht leidde. Daar was ik ook blij om, want ik had zelf ook helemaal geen zin in zo’n procedure. Mijn doel was vooral dat de betreffende arts de fout niet nog een keer zou maken bij anderen. Ik merkte echter dat de arts toch behoorlijk defensief was, zich beschuldigd voelde, op het strafbankje wellicht. Dat hielp niet. Achteraf was er misschien een groter leereffect bij deze arts opgetreden als ik hem direct had benaderd, zonder dat hem een dreigende klacht boven het hoofd hing. Een goed gesprek, met zowel positieve als negatieve feedback zou denk ik veel beter werken.

Willemijn Scholten, hoofdredacteur

GZ-psychologie is altijd geïnteresseerd in mooie artikelen. Stuur je idee/verhaal op naar: GZ-Psychologie@bsl.nl