Een patiënte dient een tuchtklacht in tegen haar psychiater in verband met het ontbreken van een behandelplan. Het tuchtcollege geeft een duidelijke boodschap af in haar uitspraak.
Een psychiater gaf CGT en systeemtherapie aan een patiënte. Na het beëindigen van de behandelrelatie nemen de (inmiddels) ex-partner en buurvrouw van de patiënte contact met hem op, omdat zij zich zorgen over haar maken. De psychiater adviseert hen om contact op te nemen met de huisarts, waarna de patiënte door de crisisdienst wordt beoordeeld en opgenomen.
De patiënte dient vervolgens een tuchtklacht in tegen de psychiater, waarbij zij hem verwijt dat hij haar ex-partner en buurvrouw heeft geadviseerd om de crisisdienst te bellen. Ook verwijt zij hem dat hij de gestelde diagnose (een bipolaire stoornis) niet met haar had gedeeld en dat hij daar geen behandelplan voor had opgesteld.
Onvoldoende bewijs
Het tuchtcollege vindt niet dat de psychiater een beroepsnorm heeft geschonden met zijn advies om de huisarts in te schakelen. Interessanter is het oordeel van het tuchtcollege over het niet bespreken van de diagnose: ‘Het college overweegt dat, bij gebreke van deugdelijke verslaglegging, niet kan worden vastgesteld dat de psychiater de door hem gestelde diagnose en de daaraan verbonden gevolgen en risico’s met klaagster heeft besproken…’ Met andere woorden: los van de vraag of deze diagnose wel of niet met de patiënte was besproken, hiervan was in elk geval onvoldoende bewijs in het dossier te vinden.
Geen behandelplan
Het meest interessant is wat het tuchtcollege opmerkt over het ontbreken van een behandelplan: ‘Het college stelt vast dat de psychiater – zij het uiterst summier – wel in het medisch dossier een behandelplan heeft vermeld dat samenhangt met

