Recensie | Trauma en persoonlijkheidsproblematiek

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Auteurs: Martijn Stöfsel en Trudy Mooren

Trauma en persoonlijkheidsproblematiek is al enige tijd geleden verschenen, maar werd toch besproken in het vakblad Kind en Adolescent Praktijk. Een recensie die we je niet willen onthouden. Het boek biedt een model om de kloof te overbruggen tussen behandeling van trauma en behandeling van persoonlijkheidsproblematiek. Trauma en persoonlijkheidsproblematiek zijn namelijk niet te scheiden.

Uit onderzoek en uit de praktijk blijkt dat aan de ontwikkeling van persoonlijkheidsproblematiek (onder andere) ervaringen in de kindertijd ten grondslag kunnen liggen die traumatisch zijn. En te vaak nog komen cliënten niet toe aan verwerking van ernstig beschadigende ervaringen, omdat in de behandeling de aspecten en gevolgen van de persoonlijkheidsproblematiek steeds de aandacht vragen. Of problemen die de cliënt in het hier en nu ervaart met zaken als werk, huisvesting, relaties enzovoort. Ondertussen gaan herbelevingen en disfunctionele copingstrategieën die in het verleden zijn ontwikkeld maar in het heden niet meer handig zijn, gewoon door en staan die herstel in de weg.

Er moet in behandeling ruimte zijn voor praktische zaken, psycho-educatie, emotieregulatie, verwerking, systeem en integratie. Maar omdat er zo’n veelheid aan problemen is, is het niet eenvoudig om een goede lijn in de behandeling te houden en aan alle aspecten toe te komen. Stöfsel en Mooren hanteren de zogenaamde interventiecirkel: een overzichtgevend behandelmodel. In zes segmenten van de cirkel komen al deze zaken aan bod. Er wordt aandacht besteed aan de keuzes die er te maken zijn, bijvoorbeeld als het gaat om de vraag ‘waar te beginnen in de behandeling?’

Om tot een goed begrip van persoonlijkheidsproblematiek en tot goede diagnostiek te komen, begint het boek met een heldere uiteenzetting van theoretische achtergronden: definities van psychotrauma en persoonlijkheid, modellen voor diagnostiek en behandeling en richtlijnen en handvatten. Om overzicht te houden bij complexe problemen zijn er verschillende modellen voor samenhang van klachten en levensloop. Vervolgens worden per hoofdstuk interventies uitgewerkt voor de verschillende behandelsegmenten. Globale en specifieke verwerkingstechnieken en therapieën komen aan de orde, waaronder imaginaire exposure, EMDR, brievenmethode, cognitieve interventies en geïntegreerde verwerkingsprogramma’s als BEPP en schematherapie. In het integratiesegment gaat het om het aanleren van nieuwe vaardigheden en copingstrategieën en herbezinning op het leven, maar ook over het afbouwen van de behandeling.

Extra aandacht is er voor de therapeutische relatie, omdat in de manier waarop de cliënt de therapeutische relatie aangaat de problematiek zich kan herhalen. Dit kan faciliterend werken, maar ook frustrerend en belemmerend. Stöfsel en Mooren geven de behandelaar inzicht in hoe dan te handelen en hoe om te gaan met de belasting of persoonlijke ervaringen die de therapeut opdoet in behandelingen van deze complexe problematiek. In het hoofdstuk ‘Het weke hart van de behandelaar’ wordt een specifiek aspect van tegenoverdracht van behandelaren naar cliënten besproken, te weten de neiging om, vanuit goede bedoelingen, niet-effectieve behandelingen te laten voortduren. Hoewel een behandeling gerust een tot drie jaar en soms nog langer kan duren, kan een behandelaar met te veel compassie en te weinig distantie onnodig lang doorgaan met de behandeling. Om dit te voorkomen, worden tips en trucs gegeven. Uit onderzoek blijkt dat cliënten eerder tevreden zijn met het bereikte resultaat dan de behandelaar. Er wordt afgesloten met de constatering dat het onvermijdelijk is dat behandelaren af en toe in een lastige dynamiek terechtkomen en dat dat niet erg is, zolang de behandelaar maar kritisch naar zichzelf kan blijven, en regelmatig behandelingen evalueert met de cliënt en collega’s in een multidisciplinair team.

Waar men voorheen vaak dacht dat persoonlijkheidsproblematiek niet kan verbeteren, wordt met dit boek wederom duidelijk dat dit achterhaald is. Wanneer we het goed aanpakken en het aanpakken van vroegkinderlijke traumatisering als een taak van elke GGZ-instelling zien in plaats van categoriale instellingen, zullen steeds meer cliënten en behandelaren gaan ervaren dat oud zeer niet langer het huidige leven hoeft te belasten.

Trauma en persoonlijkheidsproblematiek, Martijn Stöfsel en Trudy Mooren, 2017

Ingrid Nijhof, gz-psycholoog bij De Jutters, afdeling Midden Holland, Gouda

Bron: Kind en Adolescent Praktijk, juni 2018

Gerelateerde informatie