De rol van negatieve aandachtsbiases bij angstklachten

Een negatieve aandachtsbias is de neiging om selectief de aandacht op negatieve of bedreigende informatie te richten. Dit mechanisme speelt mogelijk een rol bij de ontwikkeling en instandhouding van verschillende angstklachten. Maar hoe meet je aandachtbiases en hoe kunnen ze verminderd worden? Mae Nuijs, promoveerde hierop 17 juni jl.  aan de UvA.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
515863108

Veel mensen met sociale angstklachten hebben bijvoorbeeld vaak last van aandachtbiases voor negatieve gezichtsuitdrukkingen. Ze pikker er meteen mensen uit die boos of afkeurend kijken. De angst dat mensen je afkeuren wordt zo steeds bevestigd, waardoor de angst blijft bestaan.

Attentional Bias Modification (ABM) onderzocht

Nuijs onderzocht in haar proefschrift Attentional Bias Modification (ABM). Dit is een gecomputeriseerde training waarin wordt getracht deels onbewuste processen te veranderen. De aandacht van deelnemers wordt richting een bepaalde emotie getraind. De deelnemers krijgen bijvoorbeeld de opdracht om zo snel mogelijk het enige positieve gezicht te vinden in een raster van alleen negatieve gezichten.

De bedoeling is dat de aandacht richting positieve expressies wordt getraind en weggetrokken van negatieve gezichtsuitdrukkingen. Hierdoor nemen de aandachtbiases richting negatieve expressies af. Het uiteindelijke doel is om door de aandachtsbias te verminderen zo de angstklachten te verminderen. Eerdere studies laten zien dat angstklachten na ABM niet altijd verminderen of de effecten klein zijn. Nuijs heeft onderzocht onder welke omstandigheden ABM het meest effectie is. De theorie hierbij was dat mensen ABM het beste kunnen uitvoeren in een relevante context; de context die matcht met de context waarin zij klachten ervaren.

Aan het promotieonderzoek deden voornamelijk eerstejaarsstudenten mee. De verwachting was dat zij minder ervaring hebben met experimenten en hierdoor wat gevoeliger zouden zijn voor angstmanipulaties. Bij de ene helft werden computertaken afgewisseld met vragen van een solliciatiecomité om de sociale angst te activeren, terwijl de andere helft een andere opdracht kreeg zoals het bekijken van positieve filmfragmenten. Daarna vergeleken Nuijs de twee condities met elkaar.

Conclusies

Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat mensen met verhoogde sociale angstklachten alleen een negatieve aandachtbias lieten zien als ze in een sociaal moeilijke situatie zaten. Qua effectiviteit van ABM maakte de context echter weinig verschil. De mate van aandachtsbias of angstklachten namen niet sterker af als de trainingen werden uitgevoerd in een sociale context. Daarbij plaatst zij wel de kanttekening dat het nog te vroeg is om echt een conclusie te trekken. Het is een van de eerste onderzoeken waarin de context wordt gemanipuleerd tijdens ABM trainingen.

Het bleek zinvol om het belang van de aandachtsbias tegen het licht te houden. Theoretische modellen zeggen dat biases een belangrijke rol spelen bij sociale angst, maar over het algemeen zijn de effecten van ABM op angstklachten klein en kortdurend. Misschien moeten we na een volgend onderzoek wel concluderen dat het behandelen van andere klachten meer effect heeft. De vraag voor toekomstig onderzoek is dus wat het relatieve belang is van aandachtbiases naast andere klachten die bij sociale angst een rol spelen.

Naar het proefschrift ‘The rol of context in eliciting and modifying anxiety-linked attentional biases in social anxiety.’ >

Bron: Nederlands Kenniscentrum Angst, Dwang, Trauma en Depressie

Gerelateerde informatie