Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Maryke Geerdink: “Met het ‘narratief interview’ kunnen we mensen met suïcidale gedachten veel effectiever helpen”

Tekst: Johan Faber

De traditionele risicotaxatie is ontoereikend om suïcidaliteit goed te begrijpen en te behandelen, zegt klinisch psycholoog Maryke Geerdink. Met het ‘narratief interview’ kunnen we mensen met suïcidale gedachten veel effectiever helpen. ‘Je laat zien dat je ze niet loslaat.’

Op zichzelf is de gedachte achter risico-taxatie volkomen rationeel. Je maakt algemene inschattingen op basis van statistieken en wetenschappelijke inzichten, en die kennis vertaal je naar concrete gevallen. In dat opzicht kun je een hulpverlener in de ggz die veel met suïcidale mensen te maken heeft prima vergelijken met bijvoorbeeld een verzekeringsmaatschappij. Hoe hoger iemand scoort op een aantal bekende risicofactoren, hoe zwaarder de interventie/hoe hoger de premie.

Maar in de praktijk werkt het niet zo, zegt Maryke Geerdink, klinisch psycholoog en manager hulpverlening bij 113 Zelfmoordpreventie. Op individueel niveau is suïcidaliteit namelijk bijna niet te voorspellen. En omdat het hier letterlijk gaat om leven en dood, zul je je als hulpverlener ook serieus moeten verdiepen in individuele gevallen.

Checklists

Het probleem is dat artsen veelal opgeleid worden in het afwerken van checklists, weet Geerdink, die op 5 juni a.s. zal spreken op het Congres Behandeling van suïcidaal gedrag in Veenendaal. “Als een cliënt zegt suïcidale gedachten te hebben, gaan ze het lijstje met risicofactoren af. Op basis daarvan maken ze een inschatting van de kans dat iemand daadwerkelijk een suïcidepoging gaat doen. De conclusie kan dan bijvoorbeeld zijn dat die kans klein is, en dat ze alleen maar een beetje contact hoeven te houden met de persoon in kwestie. Dat lijkt misschien efficiënt. Maar in werkelijkheid is het pad naar suïcide nooit een rechte lijn. Het is grillig en onvoorspelbaar: iemand kan op enig moment suïcidaal zijn, maar dat kan drie uur later alweer heel anders liggen. Omgekeerd geldt hetzelfde. Met andere woorden: op individueel niveau kun je heel slecht voorspellen of iemand die aan suïcide denkt ook echt een poging zal doen.”

Conclusie: in wezen heeft het geen zin om een risico-taxatie te maken, want een dag later kunnen de kaarten weer heel anders liggen. Maar als je dus niet zinvol kunt sturen op hoog of laag risico, wat doe je dan wel als hulpverlener? Het antwoord is in het kort: het gesprek aangaan.

Maryke Geerdink spreekt op 5 juni a.s. op het congres Behandeling van suïcidaal gedrag in Veenendaal. In haar lezing bespreekt zij een praktisch model voor het begrijpen en behandelen van suïcidaliteit: het narratief.

Relevante informatie

Het belang van praten over suïcidaliteit wordt overigens al langer onderkend in de ggz. Binnen die beweging ziet Geerdink met name een belangrijke rol voor wat het ‘narratief interview’ wordt genoemd. “Bij het narratief interview gaan we niet de hele geschiedenis oprakelen van iemand die wel eens suïcidale gedachten heeft. We focussen juist op een moment dat iemand heel dichtbij de stap was van een gedachte naar een echte poging. Dáár zit namelijk de meest relevante informatie. Wat ging er op dat moment door iemands hoofd? Welke factoren speelden een rol? Met de antwoorden op dat soort vragen kun je heel gericht aan de slag in de behandeling. Dat is veel effectiever dan alleen maar de inschatting maken, en dan bijvoorbeeld zeggen: deze persoon heeft een hoog risico, we gaan hem of haar in beperking zetten.”

113 Zelfmoordpreventie biedt naast de 24/7 hulplijn ook gratis online therapie voor mensen die kampen met suïcidale gedachten. Onderdeel daarvan is het narratief interview. “De meeste mensen die wel eens denken aan suïcide willen niet dood,” zegt Geerdink. “Ze zien alleen geen andere uitweg. Ze worden vaak beheerst door de overtuiging dat ze helemaal klem zitten, en dat ze anderen alleen maar tot last zijn. Het narratief interview biedt aangrijpingspunten om die overtuigingen te herkennen, ter discussie te stellen en uit te dagen, en ook om alternatieven te bedenken. Veel mensen die een serieuze poging hebben gedaan zeggen achteraf: ik ben blij dat ik het heb overleefd. Die mensen willen we de helpende hand bieden. Ik zeg wel eens tegen cliënten: je mag dood – daar ga ik als hulpverlener niet over. Maar moet dat vandaag? Met het narratief interview creëer je de ruimte om dat gesprek aan te gaan. En er hopelijk uit te komen.”

Contact aanhalen

Mensen die dicht bij een zelfmoordpoging zijn geweest vinden het vanzelfsprekend nogal spannend om zo’n moment van intens diepe miserie te delen, weet Geerdink. “In de online therapie bij 113 zeggen ze wel eens: als ik dit vertel aan mijn reguliere therapeut halen ze mijn kinderen bij me weg. Nou weten veel behandelaren ook wel dat iets als afzonderen vaak niet helpt, of zelfs contraproductief kan zijn. Maar toch schieten hulpverleners nog vaak in een kramp als iemand zegt met zelfmoordgedachten te spelen. Dan nemen ze in veel gevallen hun toevlucht tot de checklist of halen ze de psychiater erbij. Maar dan verbreek je in feite het contact, en dat moet je nou net niet doen bij iemand die suïcidaal is. Je moet juist gaan vertragen en het contact aanhalen. Vertel eens: hoe kan ik je helpen? Wat kun je eventueel veranderen of anders doen? Daarom betrekken we bij 113 Zelfmoordpreventie ook het liefst de reguliere hulpverlening bij de behandeling. Veel mensen die contact met ons zoeken zitten namelijk al in een ggz-traject, en in veel gevallen is suïcidaliteit ook daar al een onderwerp. Ik denk dat het narratief interview daar nog veel meer ingezet zou kunnen worden.”

Nog los van de behandelvoordelen van het narratief interview, spreekt het bijna voor zich dat het gesprek aangaan op zichzelf al een positief effect kan hebben. “Mensen voelen zich echt gehoord en verbonden, wat de spanning en de druk al meteen kan verlagen,” zegt Geerdink. “Door te praten en vragen te stellen laat je als hulpverlener zien dat je ze niet loslaat.”