De behandeling van religieuze dwang

In de praktijk is religieuze dwang een lastig te behandelen dwangstoornis. Ook cognitieve gedragstherapie lijkt daarbij weinig effectief. Wat maakt religieuze dwang zo behandelresistent en hoe kan de behandeling van religieuze dwang verbeterd worden?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Met een lifetime-prevalentie van 2,3% is een dwangstoornis een veel voorkomende psychiatrische aandoening.1 Een dwangstoornis wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van obsessies en compulsies. Een specifieke vorm van een dwangstoornis is de religieuze dwang.2 Een religieuze dwangstoornis kenmerkt zich door de aanwezigheid van obsessies, in de vorm van blasfemische (vloek)gedachten en/of compulsies (overmatig biechten of (over)bidden). Voorbeelden van obsessieve opvattingen van patiënten zijn dat je door het hebben van vloekgedachten naar de hel gaat, dat iemand met vloekgedachten een zondig, slecht mens is en dat je dat kunt voorkomen door veelvuldig (dwangmatig) te bidden. Een variant van

0
3

Wilt u dit premium artikel verder lezen?

Sluit eenvoudig een gratis proefmaand af of neem een abonnement om dit artikel en alle andere premium berichten onbeperkt te lezen.

Bent u al abonnee? Log dan in en lees verder.