Iva Bicanic: ‘Natuurlijk kunnen kinderen met een PTSS een EMDR-behandeling aan’

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Ze gaf interviews in Trouw en de Volkskrant, was studiogast bij de documentaire Leaving Neverland en als klap op de vuurpijl is ze onlangs verkozen tot Meest Invloedrijke Persoon in de Publieke Gezondheid. Iva Bicanic is ‘hot’. Als autoriteit op het gebied van seksueel geweld is ze blij met alle publiciteit, niet voor zichzelf, maar om haar boodschap te kunnen uitdragen. ‘Hulpverleners kunnen niet snel genoeg beginnen met de traumagerichte behandeling van de gevolgen van seksueel misbruik.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-019-0041-3/MediaObjects/41480_2019_41_Fig1_HTML.jpg
Fotografie: Christiaan Krop, www.ckrop.nl

Het gesprek is halverwege als Iva Bicanic even uit haar slof schiet. ‘Wat ik niet begrijp, is dat aan kinderen en hun ouders bij de intake in de jeugdzorg of jeugd-ggz lang niet altijd wordt gevraagd naar hun negatieve ervaringen. Ik weet ook wel dat veel kinderen nare herinneringen proberen weg te stoppen, maar als je er niet naar vraagt, weet je zeker dat je niets te horen krijgt. Wat me nog meer verbaast: als er wel naar trauma’s wordt gevraagd en er blijkt sprake te zijn geweest van seksueel misbruik, wordt er vaak geen diagnostiek gedaan naar PTSS. En als de diagnose al wordt gesteld, wordt er niet standaard behandeld volgens de richtlijnen.’

Waarom is dat zo belangrijk?

‘Als slachtoffers van seksueel misbruik niet tijdig worden behandeld, lopen ze een groot risico op PTSS. Dat is niet verwonderlijk. Als iemand anders aan je lichaam en je integriteit komt – je lichaam binnendringt – en je vaak met woorden onder druk zet om hierover te zwijgen, is dat een zeer traumatische ervaring. In het Centrum Seksueel Geweld onderzoeken we of een vroegtijdige behandeling met EMDR direct na het meemaken van een verkrachting het ontstaan van PTSS kan voorkomen. Dat is voor de betrokkene van groot belang, maar ook de maatschappij heeft er baat bij, want op termijn leidt PTSS vaak tot problemen zoals stemmings- en angststoornissen en verslavingsproblematiek. De studie is zo opgezet dat de helft van de deelnemers meteen na binnenkomst in het Centrum start met twee sessies EMDR, terwijl de andere helft de gebruikelijke watchful waiting krijgt. Bij de start van de EMDR-sessie weet de therapeut niets van degene die hij of zij behandelt, behalve diens naam en leeftijd. Ik ben een van de therapeuten en ook ik begin direct met het zogeheten Early EMDR-protocol. Er is dan dus nog geen sprake van een therapeutische relatie, maar wat ik als behandelaar merk is dat die relatie ter plekke ontstaat en dat patiënten al na korte tijd zeggen: dit is fijn, ik voel me rustiger. De uitkomst van het onderzoek laat uiteraard nog wel even op zich wachten, maar het is al wel duidelijk dat patiënten zo’n behandeling aankunnen, ook al hebben ze eerder van alles meegemaakt.’.

Klopt het dat PTSS de kans op herhaling van het seksueel misbruik vergroot?

‘Dat is inderdaad een extra reden om te pleiten voor behandeling. Het lijkt wat paradoxaal, maar de verklaring hiervoor is dat mensen met PTSS de neiging hebben om niet alleen hun gedachten over de gebeurtenis, maar ook hun gevoel hierover uit te schakelen. Hierdoor raken ze in een staat van emotionele verdoving, waardoor ze minder goed aanvoelen of een nieuwe situatie gevaarlijk of risicovol is. Dat geeft daders de kans om bij deze mensen weer over de grens te gaan en vaak verlammen de slachtoffers dan opnieuw. Dat dit een groot risico is, blijkt wel uit het feit dat 48% van de jonge slachtoffers die geen therapie krijgt opnieuw wordt misbruikt. Daarom is vroegtijdige behandeling zo belangrijk. Je wilt niet dat ze in die cyclus van herhaling terecht komen.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-019-0041-3/MediaObjects/41480_2019_41_Fig2_HTML.jpg
Fotografie: Christiaan Krop

Dan heeft u het waarschijnlijk vooral over seksueel misbruik door familieleden of bekenden?

‘Dat klopt, want vergis je niet; 85% van alle incidenten van seksueel misbruik wordt gepleegd door bekenden van het slachtoffer. Het beeld dat we van verkrachters hebben, is er nog steeds een van ‘de enge man in de bosjes of het fietstunneltje’, maar de kans op misbruik door een bekende is vijf tot zes keer zo groot.’

Als vroegtijdige behandeling zo belangrijk is, waar komt die weerstand ertegen dan vandaan?

‘Nog steeds denken veel therapeuten dat kinderen die zijn opgegroeid in een onveilige omgeving een traumabehandeling niet aan kunnen. Ik noem dat wel eens de traumaparadox van de jeugdzorg: hoe meer je als kind hebt meegemaakt, hoe kleiner de kans dat je een adequate behandeling krijgt. We gaan pas behandelen als de situatie van de kinderen stabiel is, wordt er dan gezegd. Maar sommige kinderen komen nooit in stabiele omstandigheden, moet je die dan maar helemaal niet behandelen? Werk dan liever met wat ik good enough stability noem. Volgens de richtlijn krijgt iedereen met PTSS CGT of EMDR. Ik vind dat therapeuten die richtlijn moeten volgen, dat staat ook in onze beroepscode: comply or explain. ‘Maar’, zo wordt daartegen ingebracht, ‘is het wel verstandig om kwetsbare kinderen zo nadrukkelijk te confronteren met de herinnering aan een traumatische gebeurtenis?’ Dan denk ik, dat gebeurt thuis op de bank of in bed ook al. Die herbelevingen kun je als therapeut echt niet erger maken. En trouwens, kinderen die al zoveel hebben meegemaakt, zijn meestal oersterke kinderen. Ze hadden wel dood kunnen zijn, maar ze leven nog. Het ergste ligt achter ze. Je gaat me toch niet vertellen dat ze een EMDR-behandeling niet aan kunnen?’

Stage Francien Lamers

Dat Iva Bicanic de Nederlandse autoriteit werd op het gebied van seksueel misbruik is te danken aan een merkwaardige samenloop van omstandigheden. Nadat ze twee keer werd uitgeloot voor geneeskunde koos zij ervoor bewegingswetenschappen te gaan studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam (VU). Een van haar docenten was Francien Lamers. De ontmoeting met deze inspirerende psychomotore therapeut zou bepalend zijn voor haar toekomst. Met geïnspireerd enthousiasme haalt zij herinneringen op aan de stage die haar in 1995 voor het eerst in aanraking bracht met de behandeling van seksueel misbruikte kinderen.

‘Francien werkte vanuit een lichaamsgerichte benadering van psychische problemen, en voor seksueel misbruikte kinderen bleek dat een uiterst effectieve aanpak. Veel van de slachtoffers voelen de boosheid in hun lijf, maar als kind ga je dan niet praten; dan wil je iets of iemand gewoon een knal verkopen en daar bood deze therapie alle ruimte voor. Ik werkte er met kleuters en we speelden dan bijvoorbeeld dat iets in de ruimte de dader was. Daar mochten de kinderen dan tegenaan schoppen om hun boosheid af te reageren. Wat ik zo mooi vind aan kinderen, is dat ze dat dan ook doen. Volwassenen voelen snel gêne als hen zoiets gevraagd wordt, maar die kinderen gingen heerlijk tekeer. Uiting aan geven aan emoties door te bewegen is voor hen iets natuurlijks. Om schuldgevoelens aan te pakken, mochten ze met hun voeten op de grond stampen en tegelijkertijd roepen ‘wat er is gebeurd, is niet mijn schuld!’. En dat bleven ze dan als een soort mantra herhalen’

Wat deed u nog meer?

‘We speelden in groepstherapie ook ‘rechtbankje’. Mijn moeder had togaatjes gemaakt met een wit befje en dan mocht zo’n kind rechter zijn en een van de therapeuten ondervragen die voor dader speelde. Na afloop van de rechtszaak moest de dader naar de gevangenis en daarvoor hadden we een soort hok gemaakt waar de dader in ging en de kinderen mochten er dan met pittenzakjes tegenaan gooien. Het was zo leuk en het werkte geweldig. We lieten de rechters op een verhoogd podium zitten, zodat zij groter waren dan de dader. Zo hieven we hun machteloosheid op. De rollen waren echt even omgedraaid.’

Was het niet confronterend voor een 23-jarige om de gruwelijke verhalen van deze kinderen aan te horen?

‘Natuurlijk, maar ik wist ook 100% zeker dat ik stage bij Francien wilde lopen. Ik had namelijk ook college van haar gehad en de manier waarop zij over seksueel misbruik sprak en zich voor de slachtoffers inzette, had me compleet gegrepen. Ik hing aan haar lippen omdat zij duidelijk maakte dat dit een groot maatschappelijk probleem is waarvoor nog veel te weinig aandacht is. Een van de dingen die ik van haar heb geleerd, is om niets te verzwijgen, om man en paard te noemen. Tot op de dag van vandaag ben ik dankbaar dat zij mijn leermeester was.’

Gebruikt u de lichaamsgerichte behandelmethode nu nog steeds?

‘Niet zo vaak meer, want ik vond de therapie erg leuk, maar ook een beetje vaag, vooral omdat die nog nooit op de effectiviteit was onderzocht. Ik kreeg behoefte aan meer evidencebased therapieën. Daarom ben ik na bewegingswetenschappen psychologie gaan studeren. In die periode kwam er steeds meer wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van CGT en tijdens mijn studie heb ik toen samen met Francien een nieuwe behandelmethodiek voor misbruikte kinderen ontworpen, de Horizon-methodiek, met elementen uit zowel de psychomotore therapie als CGT. Tegenwoordig gebruik ik overwegend CGT en EMDR. Vooral bij jonge kinderen werk ik nog steeds met onderdelen van de lichaamsgerichte benadering in, bijvoorbeeld als het over schuld gaat.’

Preventie

Een vroegtijdige behandeling van seksueel misbruikte jongeren kan volgens Bicanic veel problemen voorkomen, maar tegelijkertijd zou zij graag willen dat er meer aandacht komt voor preventie. ‘Ik heb nog steeds het gevoel dat het probleem wordt onderschat. Uit onderzoek blijkt dat een op de vijf mensen in Nederland wel eens seksueel misbruikt is. Dat is veel. Mensen denken vaak dat ze niemand kennen die misbruikt is, dat het in hun directe omgeving niet voorkomt, maar uit deze cijfers blijkt dat het vrijwel zeker is dat je je vergist. Maar mensen die het hebben meegemaakt praten er niet over en je ziet het ook nooit; we krijgen nooit beelden te zien van kinderen die worden misbruikt. Bij Opsporing Verzocht zie je hoogstens een meisje dat een tunneltje inrijdt en even later een ronddraaiend fietswiel.’

Wat zou u dan willen laten zien?

‘Ze hoeven van mij op televisie geen volledige verkrachting te laten zien, maar ik denk wel dat het kinderen zou helpen als zij via de media een beter beeld zouden krijgen van wat seksueel misbruik is, bijvoorbeeld door een stilstaand beeld van een man of een vrouw die zijn of haar hand op het kruis van een kind houdt, waarbij je dan kunt uitleggen dat grote mensen geen seksdingen bij kinderen mogen doen. Dan beseffen kinderen misschien ook eerder dat wat die goedige opa of die aardige oom doet, niet in de haak is.’

Zouden kinderen er daardoor eerder over gaan praten?

‘Dat hoop je natuurlijk. Ze zien dan in ieder geval dat zij niet de enige zijn die het overkomt en dat het niet normaal is. Maar vergeet niet dat kinderen door erover te praten ook heel veel kunnen verliezen. Een kind is vaak even bang voor het misbruik zelf als voor de mogelijk dramatische gevolgen als het uitkomt. Uit onderzoek blijkt dat één op de drie misbruikte mannen en één op de vier misbruikte vrouwen het nooit aan iemand vertelt. En wie het wel vertelt, doet dat vaak pas voor het eerst op volwassen leeftijd. Je zag dat bijvoorbeeld ook in Leaving Neverland, die documentaire over het misbruik door Michael Jackson. Hieruit kun je concluderen dat er op dit moment ook in Nederland heel veel misbruikte kinderen met een geheim rondlopen.’

Centrum Seksueel Geweld

Om versnippering in de opvang van seksueel misbruikte jongeren tegen te gaan, nam Iva Bicanic in 2012 het initiatief voor de oprichting van een landelijk Centrum Seksueel Geweld, dat gericht is op de behandeling van acute slachtoffers van seksueel geweld. Op dit moment heeft het Centrum zestien vestigingen en is het niet meer uit ons land weg te denken, maar als Bicanic denkt aan de moeite die het haar heeft gekost om alle instanties op één lijn te krijgen, slaakt ze een diepe zucht. ‘Ik ben er een paar jaar lang letterlijk dag en nacht mee bezig geweest om de structurele financiering te regelen, ik ben wel honderd keer op en neer naar Den Haag gereden, maar het is gelukt en ik ben enorm trots op wat we hebben bereikt. De meerwaarde van het Centrum is samenwerking. Vroeger moest je als slachtoffer langs allerlei verschillende loketten om bij elk loket opnieuw je hele persoonlijke verhaal te vertellen. Daardoor haakten veel slachtoffers af. Bovendien zaten achter die loketten vaak mensen zonder expertise en waren er ook nog de wachtlijsten. Zodra zich een acuut slachtoffer bij een van onze vestigingen meldt, zorgen wij ervoor dat er een verpleegkundige, een psycholoog, een arts en iemand van de zedenpolitie aanwezig zijn om gezamenlijk de opvang te verzorgen; allemaal mensen met kennis van zaken die weten waar het over gaat. Er is bovendien één landelijk telefoonnummer ingesteld – 0800-0188 – dat dag en nacht bereikbaar is. Wie zich daar meldt, wordt doorverwezen naar de dichtstbijzijnde vestiging.’

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-019-0041-3/MediaObjects/41480_2019_41_Fig3_HTML.jpg
Fotografie: Christiaan Krop

Dat is het idee dat u ook in uw hoofd had?

‘In mijn proefschrift (2014) beschreef ik hoe een Centrum Seksueel Geweld er naar mijn idee uit zou moeten zien, en zo is het ook geworden. Elke vestiging wordt door de betreffende gemeente gefinancierd en heeft een convenant met een ggz-instelling in de regio. Ieder slachtoffer krijgt een casemanager die de verwerking monitort. Als hij of zij ziet dat het na vier weken nog niet goed gaat, kan de betreffende cliënt direct en met voorbijgaan van de wachtlijst bij een ggz-instelling terecht. Geweldig toch? Wat ik zelf ook leuk vind, is dat de verschillende deskundigen in zo’n vestiging meer zicht krijgen op elkaars werk. Ik heb bijvoorbeeld een paar nachtdiensten gedraaid op de spoedeisende hulp, terwijl een collega van mij bij de politie aangiftes is gaan opnemen. Heel leerzaam.’

Welk boek kunt u de lezers over dit onderwerp aanbevelen?

‘Verlamd van angst van Agnes van Minnen, een briljant boek over overlevingsreacties tijdens seksueel misbruik. Slachtoffers lopen namelijk vaak niet zozeer vast op het misbruik zelf, maar vooral op hoe ze achteraf vinden dat ze tijdens het misbruik hebben gehandeld, ze veroordelen zichzelf. Dan is het heel belangrijk om ze uit te leggen dat ze in die situatie aan het overleven waren. Het boek van Agnes gaat helemaal over die overlevingsreacties. Heel inzichtelijk. Samen met advocaat Richard Korver hoop ik in januari ook een boek uit te geven, bij de Arbeiderspers. Het is bedoeld om ouders van misbruikte kinderen te ondersteunen. We zijn in dit boek realistisch over de gevolgen van misbruik en geven juridische en psychologische adviezen over hoe met de situatie om te gaan. Heel belangrijk, want ouders kunnen echt het verschil maken, zij zijn belangrijker dan twintig therapeuten bij elkaar.’

Tot slot, wat zou u doen als een gulle gever u een miljoen zou schenken?

‘Daarmee zou ik een groot longitudinaal onderzoek opzetten naar het klachtenbeloop bij misbruikte kinderen na afloop van hun behandeling. We zien namelijk dat patiënten van wie we dachten dat ze van de problemen af waren na vijf á tien jaar vaak toch weer bij ons aankloppen. Met het ouder worden, krijgt de oorspronkelijke gebeurtenis een andere betekenis, een nieuwe lading en soms ontstaan dan ook nieuwe klachten. Ik pleit voor een jaarlijkse check-up van misbruikte kinderen na hun behandeling. Een longitudinaal onderzoek zou kunnen uitwijzen of dat inderdaad nodig is. Mij lijkt het aannemelijk. Mensen met diabetes krijgen toch ook een jaarlijkse controle, dus waarom misbruikslachtoffers dan niet?’

Meest Invloedrijke Persoon in de Publieke Gezondheid 2018
Voor haar niet aflatende inzet voor de slachtoffers van seksueel geweld werd Iva Bicanic onlangs uitgeroepen tot Meest Invloedrijke Persoon in de Publieke Gezondheid 2018. De prijs werd uitgereikt door Hugo Backx, namens GGD GHOR Nederland en de Federatie voor Gezondheid, tijdens het Nederlands Congres Volksgezondheid. Volgens de jury heeft zij met haar doorzettingsvermogen seksueel geweld en misbruik de afgelopen jaren bespreekbaar gemaakt en aangepakt. Andere genomineerden voor de eervolle benoeming waren Renske Nijdam, adviseur gezondheid en milieu gezondheid West-Brabant, en Mascha Kamphuis, jeugdarts en medisch directeur bij het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling.

Bicanic zet zich er al jaren voor in dat zoveel mogelijk slachtoffers van seksueel geweld zo goed en snel mogelijk geholpen kunnen worden en dat herhaling wordt voorkomen. Mede dankzij haar inspanningen zijn er nu zestien Centra Seksueel Geweld die landelijk opereren. Dit betekent heel concreet dat elk slachtoffer van aanranding of verkrachting binnen een uur bij één van de locaties terecht kan.

De winnaar is gekozen door een onafhankelijke vakjury, bestaande uit oud-staatssecretaris Martin van Rijn, wethouder van Utrecht Victor Everhardt, hoofdredacteur van Skipr en Zorgvisie Simon Broersma en de oud-winnaars Wijk-GGD’ers Esther Pullen en Sarah Voss.
Bron: Iva Bicanic Meest Invloedrijke Persoon in de Publieke Gezondheid. GGD, 2019. Ga voor het hele artikel naar: www.​ggdghor.​nl

Iva Bicanic (1972) is hoofd van het Landelijk Psychotraumacentrum voor kinderen tot 25 jaar in het Utrechtse Wilhelmina Kinderziekenhuis (UMC Utrecht). Tevens is zij landelijk coördinator van het Centrum Seksueel Geweld. Na de studies bewegingswetenschappen en psychologie promoveerde zij in 2014 op het proefschrift Psychobiological correlates of rape in adolescent girls. In 2016 rondde zij de opleiding tot klinisch psycholoog af.