Nieuws uit de wetenschap

Negatieve jeugdervaringen, zoals verwaarlozing en mishandeling, kunnen ernstige en langdurige consequenties hebben. Volwassenen met een of meerdere jeugdtrauma’s ontwikkelen bijvoorbeeld vaker een depressie. Meestal ontstaat de depressie al op jongvolwassen leeftijd, maar sommige mensen krijgen hun eerste depressie pas op latere leeftijd. Jeugdtrauma vergroot dus ook bij ouderen de kans op een depressie.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Effecten van jeugdtrauma op latere leeftijd

Omdat hierover nog weinig bekend is, hebben we de samenhang tussen jeugdtrauma en depressie op latere leeftijd onderzocht. Hierbij is onder andere gebruikgemaakt van data uit de Nederlandse Studie naar Depressie bij Ouderen.1 Een jeugdtrauma op latere leeftijd bleek samen te gaan met een disregulatie van het stresssysteem, de HPA-as (onafhankelijk van depressie), maar niet met versnelde celveroudering. Verder bleek dat jeugdtrauma samenhangt met een vroeg(er) ontstaan van de depressie, met ernstigere depressieve symptomen, met meer chronisch somatische ziekten en met meer functionele beperkingen in het dagelijks leven van ouderen. Psychosociale factoren, zoals het sociale netwerk en eenzaamheid, hangen vooral samen met een vroeg ontstane depressie. Jeugdtrauma houdt ook een (negatief) verband met het beloop van depressie, wat te verklaren valt door kenmerken van de depressie, door eenzaamheid, neurotisch gedrag en chronisch somatische ziekten. Kortom, een jeugdtrauma geeft veel lijdensdruk gedurende het leven, ook op latere leeftijd. Het is dus ook op latere leeftijd heel belangrijk om voldoende aandacht te hebben voor jeugdtrauma’s, vooral wanneer iemand psychische problemen heeft.

Bronnen
Ilse Wielaard. Childhood Abuse and Late-Life Depression. Proefschrift, 2018.
Nederlandse Studie naar Depressie bij Ouderen (NESDO), https://​nesdo.​onderzoek.​io.


https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-019-0004-8/MediaObjects/41480_2019_4_Fig1_HTML.jpg

Wees bescheiden over de effecten van therapie

‘Patiënten met een milde depressie moeten beter worden voorgelicht over het bescheiden effect van gesprekstherapie en medicatie. Anders kunnen ze daarin geen goede afweging maken.’ Dit stelde psychiater Pim Cuijpers onlangs in een interview met de Volkskrant, naar aanleiding van een opiniestuk in het wetenschappelijke tijdschrift JAMA. In eerder onderzoek is vastgesteld dat depressiebehandelingen effectief zijn, en verschillende behandelingen zijn opgenomen in de richtlijn Depressie. Het is echter mogelijk dat deze positieve uitkomsten worden verward met een spontaan herstel. Dertig procent van de depressieve mensen reageert niet op een behandeling, en van de mensen die wel goed reageert, valt 50% binnen twee jaar weer terug. De toekomst vraagt dus om een andere benadering, waarvoor Cuijpers een aantal suggesties doet. Volgens hem mag wat vaker ‘alert’ worden afgewacht. Ook moeten we meer richting online behandeling en moet met psycho-educatie beter uitleg worden gegeven over het (effect) van behandelingen. Er moet ook meer aandacht zijn voor terugvalpreventie. In plaats van te zoeken naar nieuwe behandelmethoden, mag meer onderzoek worden gedaan naar methoden waarmee de effectiviteit van bestaande behandelingen kan worden vergroot.

Bronnen
P. Cuijpers. The Challenges of Improving Treatments for Depression. JAMA, 2018, 320, 2529-2530.
Hoogleraar: effect therapie en pillen tegen depressie wordt overschat, milde vorm kan spontaan genezen. Volkskrant, 02-12-2019.

Betere zorg voor minder begaafde patiënten

In het novembernummer van het Tijdschrift voor Psychiatrie stelt psychiater Therese van Amelsvoort, hoogleraar Transitiepsychiatrie, dat we niet goed (genoeg) zorgen voor onze minder begaafde patiënten. In het artikel legt ze uit hoe de zorg beter kan. Het Sociaal Cultureel Planbureau schat dat 2,2 miljoen Nederlanders een verstandelijke beperking hebben, ruim 13% van de bevolking. Uit onderzoek blijkt dat deze mensen de weg naar de ggz vaak moeilijk kunnen vinden, wat ernstig is gezien hun verhoogde kwetsbaarheid voor psychische problemen. Bovendien weigert de ggz mensen met een verstandelijke beperking vaak in zorg te nemen, vanwege te weinig kennis of ervaring met deze doelgroep. Gelukkig verscheen begin 2018 de generieke module psychische stoornissen en zwakbegaafdheid of een lichte verstandelijke beperking. Deze zorgstandaard is ingesteld om de toegankelijkheid van de ggz te vergroten voor mensen met een verstandelijke beperking. Van Amelsvoort pleit ook voor meer en beter wetenschappelijk onderzoek naar deze doelgroep, want vaak is een verstandelijke beperking een exclusiecriterium in psychotherapie-onderzoek. Ten slotte benoemt zij het belang van goed onderwijs; hulpverleners moeten beter getraind worden in het herkennen van een verstandelijke beperking én leren hoe ze de doelgroep die daarmee kampt het beste kunnen bejegenen en behandelen.

Bron
T.A.M.J. van Amelsvoort. Waarom zorgen we niet goed voor onze minder begaafde patiënten? Tijdschrift voor Psychiatrie, 2018, 60, 734-736.


https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-019-0004-8/MediaObjects/41480_2019_4_Fig2_HTML.jpg

Column: De rode brug

Wie weet wat helend werkt? Het is een vraag die laatst door me heen schoot, een vraag voor Willem Wever. Het begint als je ziek wordt en het lijkt zo simpel. Je behandeling start meestal met het instellen op medicatie, maar dat kan helaas ook een trigger zijn voor meer ellende.

Mijn eerste behandelaar en zijn visie, die droomde ik van bewondering nog op een wolkje, maar je hoeft geen Marco Borsato te heten om droomexpert te zijn. Lange tijd slikte ik alle pillen voor zoete koek, maar in mijn geval bleken de meeste middelen – met hun desastreuze bijwerkingen – erger dan de kwaal. Mijn huidige psychiater gooide anderhalf jaar geleden heldhaftig de handdoek in de ring, en na een second opinion was het resultaat een minimum aan medicatie.

Met het afbouwen van de pillenmix werd een deken van me afgeworpen, sindsdien ben ik weer mezelf. Een chronisch ziektebeeld betekent vaak een chronische (persoonlijke) zoektocht. Pillen zijn één ding, maar meestal passeert daarbij ook een keur aan therapieën de revue. Het kost je jaren voordat je er achter bent wat wel of niet werkt. Cognitieve gedragstherapie tijdens een zware depressie is voor mij bijvoorbeeld een no go, het werkt faalangstverhogend. Elektroshocks brandden ooit blijvende gaten in mijn geheugen, dus ook die behandeling heb ik afgezworen.

Intussen bewandel ik soms ook de wat meer alternatieve wegen, zonder mijn kritische blik te laten varen. En ach, zeg nou zelf, zijn alle psychiaters of psychotherapeuten altijd even consciëntieus? Charlatans vind je in iedere sector.

Onlangs heb ik een spirituele workshop gevolgd. Met een kleine groep stortten we ons in diepgaande, geleide meditaties die zeer therapeutisch bleken. Al mediterend bevond ik me op een vuurrode brug en smeet ik al mijn angst en ballast overboord. Wat een opluchting! Zweverig waren de meditaties in geen geval, en ik vind ze zeer geschikt voor visueel ingestelde types zoals ik, die beschikken over een buitengewone verbeeldingskracht. Spirituele intelligentie, is dat geen vorm van intellect die wat meer mag integreren in de gevestigde orde? Vraagt het Willem Wever maar.