Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Waarom iedere psycholoog de regel van Bayes moet kennen

Alle psychologen hebben in hun opleiding de regel van Bayes geleerd, maar wat was die regel ook alweer? Was dat niet zo’n ingewikkelde formule? Ach ja, dat staat toch ver van de praktijk, kun je denken. Maar pas op, de regel van Bayes heeft juist alles met de praktijk te maken. Door de regel te negeren, kan een behandelaar de plank volkomen misslaan en dat terwijl de regel volgens de auteurs ‘eigenlijk heel eenvoudig’ is.
Premium

Stel, u werkt in de Generalistische Basis GGZ en een patiënt is door de huisarts verwezen vanwege een verhoogde score op een depressievragenlijst. In die huisartspraktijk heeft 11% van de patiënten een depressie (de prevalentie). Als een patiënt een depressie heeft, is de kans dat die patiënt positief scoort op deze depressielijst 83% (sensitiviteit). Bij een patiënt die geen depressie heeft, is de kans om negatief op de lijst te scoren 80% (specificiteit) en de kans om toch positief op depressie te scoren 20% (kans op fout-positieve uitslag). Hoe groot is de kans dat de verwezen patiënt een depressie heeft? (geef een antwoord voor u verder leest).

Psychologen leren tijdens hun studie hoe deze vraag beantwoord kan worden. Je moet daarvoor (inderdaad) rekening houden met de sensitiviteit en specificiteit van een psychologische test, maar wat moet je ook alweer doen met die prevalentie van 11%? Daarop passen we de regel van Bayes toe, via een nogal ingewikkelde formule. Menig behandelaar zal in de praktijk denken: ‘dat hoef ik niet uit te rekenen, want als deze patiënt hoog scoort op een depressievragenlijst is de kans op een depressie toch vrij groot?’ Maar met het negeren van de regel van Bayes kun je de plank volkomen misslaan, en het kan met name leiden tot overdiagnostiek.

Overdiagnostiek

Van overdiagnostiek weten we niet precies hoe vaak het in de praktijk voorkomt. Patiënten die overgediagnosticeerd worden, zullen daarover namelijk niet snel klagen. Ze weten het niet, knappen snel op, of worden uitgebreid behandeld en constateren dat het goed is dat de arts het zo snel heeft gezien. Bij onderdiagnostiek daarentegen, wordt er een ziekte gemist met mogelijk zelfs de dood tot gevolg, zoals bij het niet (tijdig) opmerken van een agressieve vorm van kanker. In het algemeen zijn zorgprofessionals daarom banger om een ziekte te missen dan dat zij vrezen voor overdiagnostiek. Toch wordt door met name epidemiologen, maar ook door huisartsen, regelmatig gewaarschuwd voor overdiagnostiek. Risico’s van overdiagnostiek moeten bijvoorbeeld goed worden afgewogen bij toepassing van screeningsprogramma’s, zoals darmkankerscreening, omdat het onderzoek na de screening absoluut niet zonder risico is.1
Maar ook bij borstkankerscreening, een programma dat al zo lang loopt in Nederland, worden regelmatig vraagtekens gezet, onder andere na recente Deense en Nederlandse studies naar overdiagnostiek.2, 3 Ivan Wolffers schrijft hierover: ‘Voor elke vrouw bij wie de borstkanker op tijd gevonden wordt, zullen er

Premium

Wil je dit artikel lezen?


    Al abonnee? Log dan in