Wake-up call

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Fotografe: Aleid Denier van der Gon
Fotografe: Aleid Denier van der Gon
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41480-019-0054-y/MediaObjects/41480_2019_54_Fig1_HTML.jpg
Fotografie: Aleid Denier van der Gon

Gisteren werd ik om 5 uur wakker en kon niet meer in slaap komen. Vandaag was het 4 uur. ‘Ik heb een slaapstoornis’, dacht ik vanochtend tussen 4 en 6. Het was nog donker, buiten helemaal stil en dan lijkt alles ineens veel dramatischer. Eenmaal op mijn werk aangekomen, hing er in de lift een A4-tje met een oproep voor deelname aan een slaaponderzoek, en op een prikbord in de hal zag ik een aankondiging van een congres over slaap. Slaapstoornissen zijn in, lijkt het. Experts spreken van een ‘schandalig onderschat probleem’.

Maar nu las ik het volgende: ‘Bijna een kwart van de Nederlanders van 25 jaar en ouder kampte vorig jaar met slaapproblemen’, dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat komt neer op zo’n 2,9 miljoen Nederlanders. Moeten we deze slaapproblemen inderdaad als echte stoornissen gaan zien? En zijn het dan psychische stoornissen? En zo ja, moeten we die bijna drie miljoen mensen dan ook allemaal gaan behandelen in de ggz? Volgens emeritus hoogleraar Gerrit Glas, die wij geïnterviewd hebben voor dit nummer, moeten we juist oppassen om ‘huis-tuin-en-keukenaandoeningen’ te problematiseren. Ik weet natuurlijk niet of hij daar ook slaapproblemen mee bedoelt. Maar ik kan mij herinneren dat ik bijna twintig jaar geleden slaapcursussen gaf aan patiënten in de ggz. Die waren vaak moeilijk vol te krijgen. Was het probleem er toen nog niet of werd het niet onderkend? Is slecht slapen soms het nieuwe roken?

Er was nog iets waar ik door wakker werd geschud in het hetzelfde interview. Glas zegt dat wij allemaal verantwoordelijk zijn voor het welzijn van de patiënt en dat als diens welzijn in het gedrang komt, wij ons te veel verschuilen achter regels die ons opgelegd worden. Wij zouden deze verantwoordelijkheid meer moeten nemen. Erg herkenbaar. Zeker binnen grote instellingen zijn wij als psychologen geneigd om zaken snel als niet-beïnvloedbaar te zien. We leggen ons een beetje morrend – dat wel – neer bij zaken waar we het eigenlijk niet mee eens zijn. Bij ons is het bijvoorbeeld zo dat wij het gemiddeld aantal bestede minuten per DBC omlaag moeten zien te brengen. Het teveel aan minuten wordt namelijk niet door de verzekeraar vergoed. Dit moet natuurlijk wel op een manier gebeuren die de patiënt niet tekort doet. Op zich vind ik het goed om eens kritisch te kijken of we efficiënter kunnen werken, en we doen soms meer dan nodig is. Maar je kunt het ook anders bekijken: hoe kan een verzekeraar nou bepalen hoeveel minuten genoeg zijn voor patiënten? En waarom vertrouwen zij er niet op dat wij als experts het juiste zullen doen?

Het is natuurlijk gewoon een geldkwestie. Er wordt flink over onderhandeld en bij de uitkomst leggen we ons neer. We zouden ook in verzet kunnen gaan, een vuist maken tegen dit soort maatregelen, zoals Glas suggereert. Dat is zo. Ik voel mij meteen strijdvaardig, nu nog de uitvoering. Hoe dat nou verder moet, daar ga ik maar eens een nachtje over wakker liggen.