Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Therapeuten en onderzoekers over emotieregulatie

Sigrid Starremans
Sigrid Starremans

Emotieregulatie is een belangrijk transdiagnostisch proces

 
Angry people screaming. The collage of different human facial expressions, emotions and feelings of young men and women. The man and woman in profile isolated on studio background. Human emotions, gender relations concept. Usage: Book Cover 9783662628058 (2020) Usage: Book Cover ISBN 9783662628058 (20201028) Usage: Book Cover ISBN 978-3-662-62805-8 (20201028) Usage: Book Cover ISBN 978-3-662-62805-8 (20201028) Usage: Online (20211024) *** Local Caption *** © master1305 / Getty Images / iStock

Volgens een aantal deskundigen in de ggz is emotieregulatie een van de belangrijkste transdiagnostische processen. Maar in de behandeling is hier vaak nog onvoldoende aandacht voor. Terwijl er inmiddels veel onderzoek en ontwikkelingen zijn op dit gebied. ‘Emoties zijn als een kompas. Hoe kun je weten wie je bent en wat je wilt als je niet weet wat je voelt?’

© master1305 / Getty Images / iStock

In dit artikel komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  1. Ontwikkeling van het vakgebied emotieregulatie
  2. Belang van emotieregulatie
  3. Emotieregulatie bij kinderen en adolescenten
  4. Emotieregulatie en dialectische gedragstherapie (DGT)
  5. Emotieregulatie en Acceptance and Commitment Therapy (ACT)

 

 

1. Ontwikkeling van het vakgebied emotieregulatie

In de ggz ligt de nadruk van de behandeling meestal op de specifieke kenmerken van een stoornis, gelabeld aan het diagnosesysteem van de DSM. Denk aan depressie, angst- of persoonlijkheidsstoornissen en borderline. Deskundigen die zich met emotieregulatie bezig houden, zijn van mening dat de wortels van veel psychische problematiek liggen in het verkeerd en zelfs destructief omgaan met emoties als woede, wanhoop en teleurstelling. In die visie hebben mensen met psychische problemen veel met elkaar gemeen en zou emotieregulatie een essentieel onderdeel moeten zijn van vrijwel elke behandeling.

Meer aandacht voor transdiagnostische processen

In de psycho-analyse was er veel aandacht voor angsten en frustraties van patiënten. ‘Met de opkomst van gedragstherapie in de eerste helft van de 20e eeuw, werd de belevingswereld van de patiënten taboe, ’ licht Sander Koole, onderzoeker en directeur van het Amsterdam Emotion Regulation Lab toe. ‘Dit werd enigszins gecorrigeerd door de opkomst van de cognitieve therapie in jaren ’60 en later de cognitieve gedragstherapie.’
Maar ook dan blijven de emoties van patiënten in de klinische psychologie meestal buiten beeld. ‘Onderzoek naar emoties heeft zich toen met name in de sociale psychologie en de gezondheidspsychologie ontwikkeld en kreeg vooral in de jaren ’80 een enorme boost’ vervolgt hij. ‘Nu is het een groot vakgebied met een sterke biologische en cognitief wetenschappelijke fundering.’

De afgelopen jaren is er, ook in de klinische praktijk, meer aandacht voor transdiagnostische processen, waaronder emoties en de regulering daarvan. Enerzijds is die belangstelling te verklaren door het gegroeide onderzoek, denkt Caroline Braet, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoogleraar aan de Universiteit van Gent. ‘Er zijn nu betere meetinstrumenten om het effect van emotieregulatie te bepalen.’ Anderzijds is er een trend die stelt dat emoties bij het leven horen en je er dus in de behandeling bij moet stilstaan, meent ze. ‘Ook de mindfulnesshype heeft terecht meer aandacht voor emoties gevraagd.’

Ook Roland Sinnaeve, psycholoog, onderzoeker en hoofdtrainer DGT voor Nederland en België, ziet de belangstelling voor transdiagnostische processen groeien. ‘In de nieuwe concepten die we gebruiken om diagnoses te stellen vanuit de DSM, komt emotieregulatie ook aan bod. Dat was tien jaar geleden nog niet het geval. Ook in de basisopleiding Psychologie in Vlaanderen wordt er nu aandacht aan besteed. Bovendien komt er steeds meer fundamenteel onderzoek bij volwassenen met psychische problematiek, waarbij niet meer zo strikt vastgehouden wordt aan categoriale classificaties en assumpties van therapiestromingen.’

Ook zorgen

Dat zijn hoopvolle signalen, vindt hij. Al maakt Sinnaeve zich ook zorgen en vraagt hij zich af of de ontwikkelingen wel snel genoeg gaan. Ook omdat de voorspelling is dat het aantal patiënten met externaliserende problematiek en suïcidale neigingen in de toekomst zal toenemen.
Want hij neemt tegelijkertijd waar dat veel therapieën steeds meer gericht zijn op het verwerven van inzicht, het herkennen van patronen en het afwerken van vragenlijsten en steeds minder op de emotie. De behandelaar dringt daarmee niet door tot de kern van de problematiek, meent hij. ‘Als je je als patiënt goed kunt aanpassen aan de context van de therapie en braaf meewerkt met de therapeut, dan kan het zijn dat beiden het idee hebben dat ze iets wezenlijks aan het doen zijn terwijl de patiënt het in emotioneel opzicht helemaal niet kan volgen. Aan het eind van de behandeling is dan heel veel inzicht verworven maar weinig vooruitgang geboekt. Eigenlijk heb je als patiënt een soort schimmenspel gespeeld met je therapeut.’


Emotieregulatie – Training voor psychotherapeuten, klinisch psychologen en psychiaters, Matthias Berking, 2017
Dit boek biedt psychotherapeuten, klinisch psychologen en psychiaters een wetenschappelijke onderbouwing en een concreet stappenplan voor een emotieregulatietraining. Deze training kan helpen bij de behandeling van angstproblemen, depressieve klachten, eetstoornissen, agressieregulatie of persoonlijkheidsstoornissen.

Matthias Berking is psychotherapeut en professor Klinische Psychologie en Psychotherapie aan de Universiteit van Erlangen-Nürnberg (Duitsland). De afgelopen 10 jaar heeft hij zich gefocust op het verklaren van de relevantie van emotieregulatievaardigheden voor de ontwikkeling en instandhouding van psychische stoornissen. Hij publiceerde verschillende onderzoeksartikelen en boeken over dit onderwerp.


 

 

2. Belang van emotieregulatie

Kinderen leren (goed) omgaan met emoties van hun verzorgers. In het beste geval groeien ze op in een liefdevolle omgeving waar hun emoties serieus worden genomen en ze aangemoedigd worden om ze te uiten. Is dat niet zo, dan kunnen de gevolgen desastreus zijn. ‘Kun je niet met je emoties omgaan en ga je ze onderdrukken en vermijden, dan is de kans groter dat je copingstrategieën als snijden, drugs en alcohol gaat gebruiken om negatieve emoties te reguleren,’ licht Roland Sinnaeve toe. ‘En dat heeft veel gevolgen op allerlei vlakken van je leven: relaties, opleiding, werk. Bovendien komen deze mensen steeds verder klem te zitten’ vervolgt hij. ‘Stigmatisering en zelfhaat versterken de negatieve emoties met als gevolg dat ze in een vicieuze cirkel terechtkomen.’

Volgens Caroline Braet keren emoties die je vermijdt later meestal als een boemerang terug. ‘Emoties horen bij het leven maar de wijze waarop we hebben geleerd ermee om te gaan kan verschillen. We spreken van adaptieve en maladaptieve emotieregulatiestrategieën. Niet-helpende emotieregulatiestrategieën hangen sterk samen met het ontwikkelen van psychopathologie.’

Het is essentieel om in therapie aandacht te besteden aan emoties en de regulatie daarvan, stellen Sinnaeve en Braet. Gevoelens geven veel informatie over hoe je in het leven staat. Braet: ‘Pas als je weet en voelt dat je bijvoorbeeld jaloers of boos bent, kun je iets met die gevoelens doen.’ Sinnaeve: ‘Emoties zijn als een kompas. Hoe kun je weten wie je bent en wat je wilt als je niet weet wat je voelt?’

Te weinig aandacht

Sinnaeve stelt dat er in de reguliere specialistische psychotherapie vaak te weinig aandacht is voor emotieregulatie. Van patiënten die therapie volgen, wordt meestal verondersteld dat ze al over goede  emotieregulatievaardigheden beschikken, vindt hij. ‘Patiënten moeten praten over wat ze voelen, wat hen dwarszit en worden aangemoedigd om naar patronen te kijken. Maar wat moet je wel niet allemaal kunnen om dat goed te doen? Je moet, onder andere, in staat zijn om te observeren wat er in je lichaam gebeurt, want zonder die informatie weet je niet of er een emotie is. Vervolgens moet je een koppeling kunnen maken tussen die ervaring en de context. En dan moet je je ook nog eens kwetsbaar kunnen opstellen en woorden hebben om dat allemaal te beschrijven.’

Bovendien meent hij dat juist patiënten die ernstige problemen hebben met emotieregulatie moeilijk aansluiting vinden in de zorg. ‘Mensen die bijvoorbeeld overspoeld worden door woede-uitbarstingen naar hun therapeut, willen vaak niet meewerken aan de therapie of komen niet meer  opdagen.  Dit gedrag wordt vervolgens gelabeld als ‘niet gemotiveerd’, wat de kans op exclusie, drop-out of push-out vergroot.’

Cognitieve Gedragstherapie ontoereikend

Braet, al decennialang werkzaam in het veld, is sinds een jaar of tien bezig met (onderzoek naar) emotieregulatie. Vroeger werkte ze voornamelijk met cognitieve gedragstherapie (CGT), waarbij emotieregulatie niet aan de orde kwam. ‘Ik ben lange tijd enthousiast geweest over CGT, ook omdat ik me zo gesteund voelde door de wetenschap’ verklaart ze. ‘En met deze behandeling is ook zeker veel bereikt.’

Toch vindt ze CGT nu niet (altijd) toereikend, onder meer omdat er nog te weinig evidence-based methoden zijn om patiënten te helpen om op gevoelsniveau met emoties aan de slag gaan. ‘Je kunt wel zeggen: “Je mag je emoties niet meer vermijden, je moet je problemen oplossen.” Maar zo simpel is het niet. Dan sla je een aantal stappen over en ga je voorbij aan de gevoelens die samenhangen met de problematiek.’

Bovendien zag ze dat CGT niet voor iedereen even effectief is. Opmerkelijk was dat patiënten na de therapie toch de oude, niet effectieve, emotieregulatiestrategieën weer gebruikten als er zich nieuwe problemen voordeden. Behandelingen die zich focussen op transdiagnostische processen zijn krachtiger omdat ze meer de wortels van het probleem aanpakken, vindt ze. ‘Mijns inziens hebben ze een sterke meerwaarde voor de mentale gezondheid van mensen op de lange termijn. Terecht vind ik ook het uitgangspunt van mindfulness dat niet alles in het leven te veranderen is en mensen ook moeten leren om situaties en emoties te aanvaarden. Daar hadden we vroeger te weinig aandacht voor in de behandeling.’

Wandelende computer

Ook Sander Koole heeft bedenkingen bij de dominantie van CGT in de klinische praktijk. ‘CGT is de meest onderzochte benadering en steunt daarom op een grote evidence’ erkent hij. ‘Maar desondanks weten we niet hoe CGT werkt. Het is ook opvallend dat ogenschijnlijk heel andere vormen van psychotherapie, zoals kortdurende psychodynamische therapie, voor veel stoornissen,  waaronder depressie, vergelijkbare effecten hebben.’

Bij CGT wordt ervan uitgegaan dat mensen informatieverwerkers zijn, meent hij. En dat vindt hij niet plausibel. ‘Net als bij een computer gaat het bij CGT om de overdracht van informatie die losstaat van de therapeutische relatie en emoties. Het gaat om een herprogrammering van de geest, zonder dat je kijkt naar de context en het lichaam. De therapeut kijkt naar de patiënt alsof hij een wandelende computer is. Al weet iedere goede behandelaar natuurlijk dat dat niet zo is.’

Mensen zijn echter geen computers maar hebben gevoelens, emoties en niet alleen een hoofd maar ook een lichaam. Ook de interactie tussen mensen zet voortdurend van alles in beweging. Uit  stressonderzoek weten we dat lichaam en geest voortdurend met elkaar in verbinding staan. ‘Iedereen weet dat mensen die zich ongelukkig voelen vaak anders gaan eten en slechter slapen’ vervolgt Koole. ‘En dat dat vervolgens weer kan bijdragen aan het ontwikkelen van psychische problemen. Dat is allemaal geaccepteerde wetenschap maar het is nog niet helemaal doorgedrongen tot de klinische psychologie.’

 


Emotieregulatie als basis van het menselijk bestaan – De kunst van het evenwicht, Nelleke Nicolai, 2017
Wie er gewoonlijk in slaagt om positief met zijn emoties om te gaan, is evenwichtig. Maar er zijn eindeloos veel omstandigheden denkbaar waarin het evenwichtsgevoel faalt. De kunst van dat evenwicht bewaren, kan door iedereen getraind worden, al dan niet geholpen door een coach of hulpverlener.

In het boek ‘Emotieregulatie als basis van het menselijk bestaan’ beschrijft Nelleke Nicolai het alfa en omega van emotieregulatie. Ze maakt daarbij onderscheid tussen affecten (onbewuste reacties op externe prikkels), emoties (deels bewuste en deels onbewuste reacties op prikkels) en gevoelens (emoties waaraan actief een betekenis wordt toegekend).


Lichaam onderdeel behandeling

Koole denkt dat patiënten, en ook behandelaren, er baat bij zouden hebben als het lichaam  onderdeel wordt van de behandeling. Ook het belang van de therapeutische relatie zou meer gewicht moeten krijgen. ‘Nu geven we dat domein helemaal over aan de alternatieve sector. Waarom zouden we dat doen? Dit onderdeel zou meer geïntegreerd moeten worden in de klinische praktijk.’

Overigens denkt hij dat veel behandelaren het lichaam intuïtief wel bij de behandeling betrekken en daarbij aandacht besteden aan emoties. Een voorbeeld is het doen van ontspanningsoefeningen. ‘Maar therapeuten zouden een onderliggende verklaring moeten hebben over wat er precies gebeurt’ vindt hij.  Een unificerend protocol over de onderliggende processen is iets wat juist onderzoek naar emotie(regulatie) kan bieden, meent hij. ‘Emoties omvatten cognities, ze hebben gedrags- en biologische componenten. Ze bevatten alle elementen die relevant zijn voor de klinische praktijk.’

Onderzoek naar belichaamde emotieregulatie
Het onderzoek naar emotie(regulatie) van Sander Koole was aanvankelijk vooral cognitief gericht. Toen hij echter in 2009 een overzicht van emotieregulatiestrategieën bestudeerde, viel hem op dat emoties belichaamd zijn maar dat er in onderzoek weinig aandacht is voor de rol van het lichaam. Hij zette er vervolgens zelf een onderzoeksprogramma voor op poten. De hoofdvraag daarbij was: kun je alleen met je hoofd emoties reguleren of kun je ook je lichaam gebruiken?

Koole onderzocht het effect van onder meer aanraking, bewegingen, lichaamshouding (toenaderings- versus vermijdingshoudingen) en ademhaling op het reguleren van emoties. Een van de conclusies was dat je met lichaamshoudingen emoties kunt reguleren. Bij mensen die bijvoorbeeld erg boos zijn, neemt de agressie af als ze een vermijdende houding aannemen, zoals achterover leunen. Een kamer donker maken, waardoor toenadering moeilijker wordt, had hetzelfde effect. Het effect was het grootste bij mensen die moeite hadden om hun emoties op een cognitieve manier te reguleren.

Ook aanraking had een troostend en kalmerend effect. Zelfs bij mensen die er niet van houden om aangeraakt te worden. Koole vindt het niet ondenkbaar dat therapeuten aanraking als interventie in de therapie gebruiken. ‘Dat is een enorm taboe en dat begrijp ik heel goed. Maar de huid is ons grootste zintuig, de effecten van aanraking zijn subcognitief en dringen diep door in je systeem. Wellicht dat er richtlijnen opgesteld kunnen worden in welke situaties het is toegestaan om patiënten aan te raken en hoe je dat dan doet.’

Koole en zijn team onderzochten alleen de effecten van de interventies op de korte termijn. Over de lange termijn effecten is (nog) niets bekend.

Koole vindt het tijd voor vernieuwing in de geestelijke gezondheidszorg. Maar die vernieuwing hoeft niet te komen vanuit nieuwe behandelingen. Die zijn er al genoeg. ‘Er zijn veel aanwijzingen dat emotieregulatie een van de belangrijkste transdiagnostische factoren is’ vervolgt hij. ‘Ik vermoed dat een van de werkzame elementen van psychotherapie is dat cliënten impliciet van hun therapeut leren hoe ze hun emoties moeten reguleren. Niet per se door de instructies die gegeven worden. Maar vooral door de interpersoonlijke steun die ze krijgen.’

 


Lees meer over het lichaam in de psychotherapie in het recent verschenen boek In levende lijve, van Nelleke Nicolai. Dit boek laat zien wat het lichaam van een patiënt de psychotherapeut in klinische situaties kan vertellen. Lees meer

Nelleke Nicolai ontving 15 oktober 2021, de 7e Freud penning voor haar werk. Ze laat de rol van het lichaam in de psychotherapie zien en hoe lichaamstaal in de psychotherapie gebruikt kan worden voor een effectieve behandeling. Lees meer


Onderzoek interpersoonlijke kant emotieregulatie

Koole doet momenteel onderzoek naar de interpersoonlijke kant van emotieregulatie en dan met name naar de invloed van de relatie tussen de therapeut en de cliënt op het reguleren van emoties. ‘Uit onderzoek blijkt dat de relatie tussen therapeut en cliënt een belangrijke voorspeller is van de resultaten’ licht hij toe. ‘Hoe beter de relatie, hoe effectiever de therapie. Uit een onderzoek van Ramseyer en Tschacher uit 2011 kwam bovendien naar voren dat bewegingssynchronisatie een belangrijke voorspeller is van het effect van de psychotherapie. Hoe meer synchronisatie tussen therapeut en cliënt, hoe beter de resultaten.’

Koole en zijn team doen onder meer experimenten waarbij mensen hun emoties delen, waarna bekeken wordt of ze ook hun bewegingen en hersenactiviteiten meer synchroniseren. Uit een ander experiment bleek dat een groep mensen die een tijdje in hetzelfde ritme bewogen na die activiteit makkelijker over hun emoties praatten.

Het onderzoek heeft vertraging opgelopen door de coronacrisis. Koole hoopt de resultaten in 2024 te presenteren.

 


Therapie volgens het emotieschemamodel: 30 kenmerkende aspecten, Robert L. Leahy.
Dit boek helpt bij de behandeling van cliënten met complexe emoties. Therapie volgens het emotieschemamodel: 30 kenmerkende aspecten beschrijft een nieuw model en biedt nieuwe inzichten over de manier waarop we denken over emoties, hoe we emoties waarderen en hoe we ermee omgaan. Hiervoor combineert de auteur zijn praktijkervaring met theorieën over cognitie, metacognitie en compassie. Je leest hoe cliënten manieren kunnen ontwikkelen om met hun emoties om te gaan en deze te accepteren. Daarbij wordt onder andere ingegaan op emotieregulatiestrategieën, persoonlijk empowerment en interpersoonlijke emotieschema’s.


3. Emotieregulatie bij kinderen en adolescenten

Caroline Braet is klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoogleraar aan de Universiteit van Gent. Ze doet onder meer onderzoek naar de behandeling van psychopathologie bij kinderen op het gebied van eetgedrag, obesitas & eetstoornissen, hechting, en depressie. Emotieregulatie is de afgelopen jaren een nieuwe centrale focus geworden in deze projecten.

Braet werkte vroeger vooral met cognitieve gedragstherapie maar ging met haar team op zoek naar aanvullende behandelingen om tot betere resultaten te komen. Met de mindfulnesshype kwam er terecht meer aandacht voor emoties, vindt ze. Maar voor een volwaardige behandeling is alleen mindfulness niet genoeg. ‘Je moet emoties niet alleen voelen en aanvaarden. Je moet er ook iets mee doen. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een behandeling die ruimer is dan CGT en mindfulness.’

Braet was erg onder de indruk van een meta-analyse van meer dan honderd studies van Susan Nolen-Hoekstra naar emotieregulatie. Daaruit bleek dat emoties, vermijden, onderdrukken of rumineren grote voorspellers zijn voor het ontwikkelen van psychopathologie. Ook kwamen drie gezonde strategieën om met emoties om te gaan naar voren: problemsolving, cognitief anders naar de situatie kijken en gevoelens aanvaarden.

Affect Regulatie Training (ART)

In hun zoektocht naar een volwaardige training kwamen Braet en haar collega’s uiteindelijk uit bij de geëvalueerde Affect Regulatie Training (ART) van Matthias Berking en Brian Whitley (2014) In deze training worden verschillende modules uit de Cognitieve Gedragstherapie, Acceptatie en Commitment Therapie, Emotiegerichte therapie, oplossingsgerichte therapie en positieve therapie gecombineerd. Braet: ‘Zij hebben als eerste aangetoond dat de behandeling betere effecten geeft  dan CGT of mindfullness alleen.’


Bron:
eurekablendedcare.com

Het doel van de training is het aanleren van zes emotieregulatie basiscompetenties: ademhalings- en spierontspanning, emotioneel bewustzijn, aanvaarden,  effectieve zelfondersteuning,  analyseren en het gebruiken van emotieregulatiestrategieën. Omdat de oorspronkelijke training bedoeld is voor volwassenen pasten Braet en haar collega’s hem aan om hem geschikt te maken voor de behandeling van kinderen.

Heel belangrijk, volgens Braet, is dat de training in de juiste volgorde wordt doorlopen. ‘Je kunt niet zomaar strategieën inzetten. Als je betere resultaten wilt bereiken met problem solving en anders denken, zoals in de CGT vaak wordt gedaan, kom tot je betere resultaten als je eerst emotieregulatiebasiscompetenties aanleert. Je moet je eerst bewust worden van wat je voelt en die gevoelens met zelfcompassie weten te omarmen en tolereren voordat je er iets mee kunt doen.’

Lees het interview met Matthias Berking:

Matthias Berking: ‘In psychotherapie wordt nog te veel gepraat’

Matthias Berking is psychotherapeut en professor Klinische Psychologie en Psychotherapie aan de Universiteit van Erlangen-Nürnberg (Duitsland). De afgelopen 10 jaar heeft hij zich gefocust op het verklaren van de relevantie van emotieregulatievaardigheden voor de ontwikkeling en instandhouding van psychische stoornissen. Hij publiceerde verschillende onderzoeksartikelen en boeken over dit onderwerp, waaronder het boek ‘Emotieregulatie’ – Training voor psychotherapeuten, klinisch psychologen en psychiaters. Dit boek biedt een wetenschappelijke onderbouwing en een concreet stappenplan voor een emotieregulatietraining. Deze training kan helpen bij de behandeling van angstproblemen, depressieve klachten, eetstoornissen, agressieregulatie of persoonlijkheidsstoornissen.

Project op scholen en ‘vakantiekamp’

Om deze uitspraken te illustreren, geeft ze een voorbeeld uit een van de projecten op Belgische scholen, die vanuit de faculteit worden georganiseerd. Daarbij leren kinderen klassikaal met hun emoties omgaan. ‘Uit onze vragenlijsten bleek dat jongeren die gepest werden zich na de training bewuster waren van hun ervaringen op dat vlak. Waar ze vroeger die gevoelens vermeden, werden ze nu meer opgemerkt en aangevoeld. Zes maanden later hadden ze die gevoelens verwerkt en geleerd om ermee om te gaan. Zelfs de leerprestaties van die groep bleken verbeterd te zijn.’

Hoe is deze verandering te verklaren? Waarom is het blijkbaar beter om pestervaringen tot je door te laten dringen in plaats van ze te vermijden? ‘Gevoelens vermijden, wil niet zeggen dat ze er niet zijn en niks met je doen,’ verklaart Braet: ‘Zo’n kind komt thuis, gooit misschien met een boek of een glas. En als ouder weet je niet waarom. Een kind kan dat niet altijd verwoorden. Als je je bewuster bent van pestervaringen, dan is de eerste stap de gevoelens tolereren en daarna problems solving toepassen. Dus bijvoorbeeld naar een vriendje of een leerkracht stappen en vertellen wat er gebeurd is. En dat blijkt heel effectief te zijn.’

In het therapiecentrum wordt ook een tweedaags ‘vakantiekamp’ georganiseerd voor kinderen met allerlei klachten. In de training leren kinderen spelenderwijs, door bijvoorbeeld geblinddoekt allerlei voorwerpen te voelen, om over hun gevoelens te praten. Een uitdaging bij kinderen in vergelijking met volwassenen zijn de huiswerkopdrachten. ‘Er moet beslist thuis geoefend worden. En dat kan bij kinderen wel eens lastig zijn.’

Caroline Braet is mede-auteur van EuREKA: een transdiagnostisch emotieregulatietrainingsprotocol voor kinderen en adolescenten met psychische klachten.

 


Matthias Berking en Caroline Braet geven een concreet stappenplan voor een goed geëvalueerde emotieregulatietraining. Ze vertellen hoe recente inzichten kunnen worden toegepast bij kinderen en adolescenten van 10-16 jaar en leggen uit waarom sommige kinderen en adolescenten emoties wel adequaat kunnen reguleren en anderen niet. Daarbij leggen zij een relatie met de ontwikkeling van psychopathologie.

Braet, C., en Berking, M., (2019) therapeutenboek Emotieregulatietraining bij kinderen en adolescenten, Bohn Stafleu van Loghum. Met apart werkboek voor het kind. Boelens, E., e.a. (2019)

 


Onderzoek

Op de faculteit vindt ook voortdurend onderzoek plaats. Zo werd in het Boostcamp project aangetoond dat klassikale lessen in emotieregulatie bij kinderen die naar een nieuwe school gaan, preventief werken tegen het ontwikkelen van psychische problemen.
In november 2021 promoveren twee medewerkers op de onderzoekslijnen emotieregulatie, welbevinden en gedragsproblemen bij kinderen op school en emotieregulatie en obesitas. In beide studies werd aangetoond dat de emotieregulatietraining een toegevoegde waarde heeft voor de behandeling.

Verder werd onlangs de cursus Train de Trainer voor leerkrachten op basisscholen opgestart. Braet: ‘Ook ouders zouden we graag bij een training betrekken. Kinderen moeten te rade kunnen gaan bij iemand als ze worstelen met moeilijke gevoelens. En wat ook vaak vergeten wordt, is dat gevoelens gevalideerd moeten worden. Dus dat een leerkracht of een ouder zegt: “Dat is wel heel naar als jouw vriendje dit op school tegen je heeft geroepen.’

Lees hier het interview met Caroline Braet in GZ-psychologie, december 2018:

Caroline Braet ontwerpt emotieregulatie-protocol voor kinderen en adolescenten

Op www.eurekablendedcare.com wordt trainingsmateriaal voor emotieregulatie bij kinderen en adolescenten aangeboden.

 

 

4. Emotieregulatie en dialectische gedragstherapie (DGT)

Dialectische Gedragstherapie (DGT) is in de jaren ’80 ontwikkeld door de Amerikaanse professor Marscha Linehan. ‘De behandeling was oorspronkelijk gericht op vrouwen die een hardnekkig patroon van suïcidaal en zelfbeschadigend gedrag vertoonden’ vertelt Roland Sinnaeve, psycholoog, onderzoeker en hoofdtrainer DGT voor Nederland en België. ‘Ze dreven therapeuten tot wanhoop door hun impulsieve en emotionele gedrag. Later werden deze patiënten gediagnosticeerd met een borderline persoonlijkheidsstoornis.’

Het uitgangspunt van DGT is dat dysfunctioneel gedrag en psychische problematiek voor een groot deel verklaard kunnen worden uit emotionele ontregeling of manieren om met die ontregeling om te gaan. ‘Suïcidaal gedrag, zelfbeschadiging, verslaving, woede-uitbarstingen, alle gedragingen die kenmerkend zijn voor patiënten met borderline, zijn vormen van coping’ vervolgt Sinnaeve. ‘Het tragische aan deze oplossingen is dat ze zo goed werken op de korte termijn. Maar je leven op middellange termijn tot een ware hel maken. Helaas kennen deze patiënten geen alternatieven. Ook omdat ze vaak in een omgeving verkeren waarin vaardiger gedrag niet bekrachtigd wordt.’

In Nederland en België is DGT in de jaren ’90 geïmplementeerd door Wies van den Bosch die een programma opzette voor suïcidale patiënten met ernstige verslavingsproblemen. Sinnaeve nam de fakkel van hoofdtrainer in 2019 van haar over. Ook hij richt zich op mensen met ernstige psychische problematiek. ‘DGT is een van de meest intensieve vormen van therapie’ meent hij. ‘Voor de patiënt is het een vreselijk pijnlijk proces. Het gaat om mensen met gebroken levens en dromen. Meestal hebben ze veel zelfhaat en traumatische ervaringen. Een belangrijk onderdeel van de therapie is accepteren dat hun leven niet anders had kunnen verlopen. Én dat verandering mogelijk is.’

Vaardigheidstraining

Het belangrijkste onderdeel van DGT is de wekelijkse vaardigheidstraining die voor groepen van zes tot negen patiënten gegeven wordt. Twee trainers, die speciaal opgeleid zijn in het aanleren van vaardigheden aan een emotioneel ontregelde groep, begeleiden het proces. Onderwerpen die aan de orde komen, zijn: basale mindfulnessvaardigheden, emotieregulatie, frustratietolerantie en intermenselijke effectiviteit, dus hoe kan ik omgaan met anderen zodat ik mijn doel bereik en mijn zelfrespect toeneemt en ik anderen niet van mij afstoot?


Wat is DGT (Dialectische Gedragstherapie). – YouTube

De sessies verlopen zeer gestructureerd en volgens een vast protocol. Individuele opdrachten worden afgewisseld met theorie, discussie, demonstraties en rollenspelen. ‘De vaardigheden worden stapje voor stapje getraind’ licht Sinnaeve toe. ‘Als we de groep bijvoorbeeld leren hoe ze woede kunnen reguleren dan wordt hen eerst gevraagd om dit gevoel op te roepen en het te observeren in hun lijf. Vervolgens geeft de trainer specifieke instructies over wat de deelnemers moeten doen met hun handen, spieren, ademhaling, gelaatsexpressies en gedachten. De nadruk ligt op oefenen van haalbare uitdagingen’ vervolgt hij.  ‘Zo oefenen de deelnemers eerst met een alledaagse situatie die irritatie oproept. Pas daarna gaan we aan de slag met intensere emoties. Op die manier ontwikkelen de deelnemers meesterschap en zelfvertrouwen.’

De effectiviteit van DGT is in diverse onderzoeken aangetoond. Ook blijkt dat de vaardigheidstraining (als apart onderdeel) goed inzetbaar is als aanvulling bij andere behandelingen, zoals probleemdrinkers, mensen met een depressie of ADHD. Er is een Handleiding voor de vaardigheidstraining dialectische gedragstherapie beschikbaar.

Therapeut 24/7 beschikbaar

De groepstherapie is het belangrijkste onderdeel van DGT. DGT-therapeuten gaan er echter vanuit dat patiënten niet altijd de motivatie hebben om deel te nemen aan de sessies. ‘Als jij al jarenlang ernstige psychische problemen hebt en je wordt wakker en je voelt je naar, dan ga je niet naar de therapie’ verduidelijkt Sinnaeve. ‘Want om dat op dat moment te kunnen, heb je goede emotieregulatievaardigheden nodig. En dat is waar het deze patiënten nou juist aan ontbreekt.’

Om die reden hebben de patiënten ook wekelijks individuele sessies met een behandelaar waarin ze leren hoe ze de groepstherapie kunnen volhouden. ‘Bovendien aanvaarden we dat gedrag dat de therapie in de weg staat, zoals een sessie overslaan, last minute afbellen of onvoldoende voorbereid zijn, ook allemaal vormen van coping zijn.’ Daarnaast is de therapeut altijd beschikbaar voor de patiënt voor korte telefonische consulten. Sinnaeve gaat ervan uit dat patiënten contact opnemen als ze iets doen wat hun leven of de therapie in gevaar brengt.

Ook emotieregulatie voor behandelaar

Ook voor de therapeut is het geven van DGT een zwaar proces. Sinnaeve vindt dat therapeuten die DGT geven, kiezen voor de topsport in de psychotherapie. ‘Ik kan me niet voorstellen wat intenser is dan samenwerken met mensen die met één been in en één been uit het leven staan. Nog los van de bagage die je zelf met je meedraagt, heb je extra steun nodig. Als je denkt dat je het zelf allemaal kunt regelen, dan bagatelliseer je de stress die je over je afroept.’

Om opbranden te voorkomen, is het daarom verplicht voor DGT- therapeuten om in therapie de eigen emotieregulatieproblemen te analyseren. Volgens Sinnaeve worstelen behandelaren zelf ook vaak met allerlei heftige emoties tijdens het geven van de therapie. Zoals woede, schaamte, verliefdheid of machteloosheid.

Wat hij regelmatig ziet in de teams waar hij mee samenwerkt is dat dit soort lastig te verdragen emoties, als ze niet openlijk besproken worden, leiden tot therapie-belemmerend gedrag.  ‘De therapeut zou dan bijvoorbeeld kunnen stellen dat de diagnose herbekeken moet worden. Of dat DGT toch niet de passende aanpak is. Dat is natuurlijk mogelijk. Maar als je hier als team blind mee instemt, en dus niet op zijn minst peilt waar die gedachten vandaan komen, dan ga je vaak voorbij aan wat er werkelijk speelt. Het wegduwen van de patiënt kan namelijk ook een vorm van coping van de therapeut zijn. ‘
Hij vindt het belangrijk dat therapeuten leren dat dergelijke coping niet betekent dat ze niet professioneel genoeg zijn. ‘Het zijn begrijpelijke worstelingen op emotioneel vlak of vaardigheidstekorten. Therapeuten verschillen wat dat betreft niet van hun patiënten. Als je dat als uitgangspunt neemt, is de kans het grootst dat je elkaar kan helpen groeien.’

 


Gerelateerde literatuur | Praktijkboek antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek laat aan de hand van praktijkvoorbeelden zien hoe de behandelaar kan omgaan met specifieke behandelsituaties en hulpvragen als agressie, middelengebruik en suïcidaliteit. Daarnaast beschrijft het boek methodes om cliënten en hun sociale omgeving te helpen het antisociale gedrag te veranderen of er beter mee om te gaan. Ook wordt er aandacht besteed aan de emoties die deze cliënten oproepen bij behandelaren en aan de vraag hoe behandelaren hier effectief mee om kunnen gaan. Ook komen specifieke behandelmethodieken, waaronder Dialectische gedragstherapie, de forensische variant van Schemagerichte therapie, Farmacotherapie, Systeemtherapie en een meer outreachende benadering aan bod. Auteurs: Dr. Madeleine Rijckmans, Dr. Arno van Dam en Dr. Wies van den Bosch. Meer informatie


5. Emotieregulatie en Acceptance and Commitment Therapy (ACT)

De gedragstherapie ACT werd in eind jaren 90 ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Steven Hayes. ACT- therapeuten kijken anders naar emotie(regulatie) dan de meeste andere behandelaren. ‘Het grootste verschil is dat we bij ACT emoties niet proberen te reguleren’ vertelt Lieve Bruyninx, psycholoog en gedragstherapeut- supervisor. ‘We gaan er vanuit dat het belangrijk is om emoties te leren kennen en te dragen zonder ze te onderdrukken.’

Niet sleutelen aan ervaring

Volgens Bruyninx gaat het er in veel andere therapiestromingen om de hoeveelheid en de intensiteit van moeilijke gevoelens te verminderen, te wijzigen en onder controle te krijgen. Bij ACT wordt niet geprobeerd om emoties en ervaringen te relativeren. ‘Bij iemand die bang is om te falen, gaan we bijvoorbeeld niet op zoek naar rationele gedachten die het tegendeel aangeven’ vervolgt Bruyninx. ‘We sleutelen op geen enkele manier aan de ervaring.’
Alleen als het om zeer heftige emoties gaat die iemand compleet overspoelen wordt klassieke emotieregulatie, zoals ademhalingsoefeningen en iemand terughalen naar het hier en nu, toegepast.

De 6 principes van ACT

  • Defusie: leren onderscheiden van persoon en verhaal (overtuigingen en gedragingen die daaruit volgen) met als doel ruimte creëren om nieuwe afwegingen te maken.
  • Contact met het hier en nu: in het moment, hier, nu, je ervaringen en je gedachten leren observeren én wegen, zonder te handelen richting vermijding of controle.
  • Acceptatie: bereidheid om te kijken naar pijn en ongemak, zonder gedrag om daarvan weg te gaan.
  • Zelf-als-context: jezelf leren zien als een context voor al je ervaringen en gedachten met als doel te zien “Ik ben meer dan mijn inhoud”.
  • Verhelderen van waarden: het bepalen wat echt waardevol is in het leven, zoals gezondheid, relaties, vriendschap, ontwikkeling, spiritualiteit, creativiteit, enzovoorts.
  • Toegewijde actie: handelen in de richting van wat er voor jou echt toe doet in plaats van je te laten sturen door je ongemak. Volgens Bruyninx gaat dit laatste niet om een vorm problem solving maar over het verschuiven van de focus van controle. ‘Eerst is het ongemak de baas en word je als een marionet bespeeld. Je wilt alleen maar weg van het ongemak. Later leer je om ongemak te dragen terwijl je beweegt in de richting van je waarden.’

Cliënten worden in de veiligheid van de therapie uitgenodigd om de moeilijke emoties die bepaalde situaties oproepen, te voelen en toe te laten. En te begrijpen waar ze vandaan komen. ‘Is iemand heel erg beschermd opgevoed, dan is het vanuit zijn geschiedenis bijvoorbeeld logisch dat nieuwe stappen zetten angst oproept’ licht Bruyninx toe. ‘Als de cliënt dat kan zien, ontstaat er een nieuwe keuze. Dan kan hij, ondanks de angst, besluiten om die stappen toch te zetten.’

Afstand creëren

In ACT wordt veel gewerkt met ervaringsoefeningen en metaforen. De emotie wordt niet weggeduwd maar er wordt wel geprobeerd om er enigszins afstand van te creëren zodat cliënten beter zien wat er nu eigenlijk gebeurt. ‘Op die manier kunnen cliënten ervaren dat ze niet samenvallen met de emotie’ verklaart Bruyninx. ‘In de ruimte die door de afstand ontstaat, kunnen ze ervaren dat je niet altijd hoeft te handelen als je een intense emotie voelt.’

Volgens Bruyninx is het doel van ACT meer bereidheid ontwikkelen om in de buurt te blijven van de dingen die je moeilijk vindt en meer toe te bewegen naar dat wat je belangrijk vindt. Dicht bij je emoties blijven is ook belangrijk omdat ze een signaalfunctie hebben. Ze geven aan waar je behoeftes liggen, wat je verlangens zijn en wat er pijn doet in je leven.

Bruyninx geeft het voorbeeld van een vrouw die ongewild kinderloos is en kraamvisites en verjaardagen waar veel kinderen aanwezig waren, begon te mijden. ACT-therapeuten zullen de cliënt er niet op wijzen dat ze nu meer vrijheid en andere mogelijkheden heeft.
Bruyninx: ‘Mensen mogen verdrietig zijn. Deze vrouw verlangt naar het stichten van een gezin en verbinding met kinderen. Misschien kan ze op zoek gaan naar alternatieven om die verlangens op een andere manier in te vullen. De pijn wordt daardoor niet minder heftig maar is niet meer bepalend voor de keuzes die ze maakt. De verhouding tot de pijn verandert als je aan je leven kunt blijven bouwen.’

Onderzoek

Er zijn diverse onderzoeken gedaan naar de effectiviteit van ACT-therapie. Zo bleek uit een Nederlands onderzoek dat ACT even effectief was als CTG voor de behandeling van depressie. In Nederland wordt de therapie echter niet als evidence based beschouwd. De American Psychological Association beschouwt de behandeling, evenals een aantal andere internationale instituten, voor een aantal psychische aandoeningen wel voldoende bewezen.

ACT literatuur


 

Gerelateerde informatie

Congres Emotieregulatie

Meer weten over emotieregulatie? Donderdag 25 november 2021 is het Congres Emotieregulatie in Doorn. Helaas is het niet meer mogelijk om je aan te melden voor dit congres, maar de volgende editie vindt plaats in 2022. Wil je als eerste op de hoogte gehouden worden van het nieuwe programma? Laat dan je gegevens achter via dit interesseformulier.

Surfen op emoties – behandelprotocol

Dialectische gedragstherapie (DGT) is een beproefde en effectief bewezen behandelmethode die in het protocol ‘DGT voor jongeren met een borderlinestoornis en andere emotieregulatiestoornissen‘ is aangepast voor de behandeling van jongeren. Met het werkboek Surfen op emoties. Het is een praktische gids voor sessie bij sessie DGT-behandeling bij jongeren, geeft aan hoe ouders betrokken kunnen worden bij de behandeling en geeft veel suggesties voor rollenspelen en verwerkingsvormen. Het protocol is ook blended te doorlopen met je cliënt met Psyprotocol. De werkopdrachten lopen (op maat) via het mobiel van je cliënt. Lees meer over Psyprotocol

E-learning ACT

Aanbevolen E-learning: Acceptance and Commitment Therapy (ACT)
2 punten accreditatie (VGCt, FGzPt, NVP, NIP 1e lijn). Auteur: Pieternel Dijkstra