We kunnen veel meer doen op het gebied van suïcidepreventie dan de meeste ggz-professionals denken, zegt hoogleraar psychiatrie Aartjan Beekman. Door nieuwe inzichten te delen kan het aantal suïcides significant omlaag. ‘Veel behandelaren voelen zich nu niet competent’.
Zelfs bij ggz-professionals heeft hier en daar de gedachte postgevat dat suïcide een soort natuurverschijnsel is, waar je uiteindelijk weinig aan kunt doen. Maar dat klopt simpelweg niet, zegt hoogleraar psychiatrie bij het Amsterdam UMC Aartjan Beekman. Met name de laatste tien, vijftien jaar is er ‘waanzinnig veel onderzoek’ gedaan naar suïcide, met tal van aanknopingspunten voor effectieve preventie en behandeling. Van diagnostiek en het inschatten van risico’s tot het goed vormgeven van een behandeling.
Beladen
Tegelijkertijd constateert Beekman dat suïcide ook voor veel ggz-professionals nog altijd een beladen onderwerp is. Plat gezegd: ze schrikken ervan – met alle gevolgen van dien. “Vaak denken ze om te beginnen dat suïcidepreventie ontzettend eng en ingewikkeld is,” zegt Beekman. “Daardoor voelen ze zich al snel niet capabel om iemand met suïcidale gedachten te helpen. Bovendien is het natuurlijk een drama als een patiënt of cliënt zich daadwerkelijk suïcideert. Veel behandelaren zien dat als het ultieme bewijs dat hun aanpak is mislukt, en daardoor lopen ze vaak liever om het onderwerp heen.”
Dat is allemaal heel begrijpelijk en heel menselijk maar natuurlijk ook heel jammer, denkt Beekman. Want er zijn tal van interventies mogelijk die bewezen effectief zijn en die het aantal suïcides significant omlaag kunnen brengen, van bijvoorbeeld EMDR tot bepaalde psychotherapieën voor mensen met een persoonlijkheidsstoornis. ‘Er kan meer dan je denkt’ is niet voor niets de titel van Beekmans bijdrage aan het ggz-congres Nieuwe Richtlijn Suïcidaliteit in de praktijk, op 18 juni as.
Erkenning
Sinds 2012, toen de eerste richtlijn suïcidaliteit verscheen, is er wel het een en ander veranderd. Niet alleen zijn er veel effectieve, wetenschappelijk onderbouwde interventies bijgekomen, ook het denken over suïcidaliteit in het algemeen is geëvolueerd. “De eerste stap was de erkenning van suïcidaliteit als een op zichzelf staand probleem,” zegt Beekman, zelf voorzitter van de commissie die de richtlijn suïcidaliteit heeft herzien. “Daarvóór waren ggz-professionals er natuurlijk wel mee bezig, maar was het meestal onderdeel van een behandeling voor bijvoorbeeld depressie of eetstoornissen. Nu kreeg suïcide als fenomeen eindelijk de aandacht die het verdiende.”
Helaas schoot die benadering vervolgens een beetje door in haar aspiraties, denkt Beekman. “Er kwam toen een periode waarin de hulpverlening naar ‘zero suicides’ wilde – veel ggz-instellingen hadden dat als een soort ‘inspirational goal’ op hun site staan. Maar nul suïcides, dat is gewoon niet realistisch. Suïcide gebeurt al duizenden jaren, dus we moeten accepteren dat nu eenmaal bij het mens-zijn hoort. Ik geloof dat we daar inmiddels ook weer wat zakelijker naar kunnen kijken. Tegelijkertijd dringt het ook steeds meer door tot de hulpverlening dat we wel degelijk een hoop kunnen doen met alles wat we aan bewezen interventies voorhanden hebben.”
Ambitieus
Wat is in dat licht wél een reëel doel? “Ik denk dat we het aantal suïcides met 40 tot 50 procent kunnen verminderen,” zegt Beekman. “Dat klinkt misschien ambitieus, maar dat ligt binnen de mogelijkheden, met alles wat we nu weten en kunnen. Daarom is het ook zo belangrijk dat we al die nieuwe inzichten van de laatste jaren delen met de hele beroepsgroep. Er vinden nu zo’n vijf suïcides per dag plaats, en er zijn zo’n honderd mensen per dag die een poging doen, dus het gaat om grote aantallen. Het zou geweldig zijn als je dat zou kunnen halveren. Bedenk eens wat dat scheelt aan menselijk leed! En niet te vergeten aan geld natuurlijk, want suïcides hebben ook een enorme economische impact.”
Een belangrijk probleem daarbij is wel dat zes van de tien mensen die zich suïcideren helemaal niet in beeld zijn bij de reguliere ggz. Om het aantal suïcides omlaag te brengen, zal de ‘officiële’ hulpverlening daarom ook over de grenzen van het eigen domein moeten kijken, zegt Beekman. Zoek de samenwerking op met gemeenten, scholen, werkgevers, sportverenigingen, enzovoorts, en maak zogenaamde ‘gatekeepers’ alert op bepaalde signalen. Natuurlijk, een leerkracht is geen ggz-professional. Maar, denkt Beekman, je kunt hem of haar wel trainen in het openen van een gesprek, of het betrekken van ouders, waardoor je al in een vroeg stadium een vangnet creëert, en de toch al overbelaste ggz misschien wel helemaal niet ingeschakeld hoeft te worden. “Suïcidaliteit is een sluipend proces,” zegt Beekman. “Mensen die een poging doen en daardoor op de radar van de hulpverlening komen, zijn eigenlijk al heel ver in dat proces. Maar het begint natuurlijk veel eerder, met sombere buien of met gedachten aan de dood. Hoe sneller we dat kunnen signaleren, hoe beter – en daar zijn mensen van buiten de ggz voor nodig.”
Instelling
Belandt iemand met suïcidale gedachten toch bij de hulpverlening, dan is de instelling van de professional cruciaal, aldus Beekman. “Er zijn zoals gezegd heel veel effectieve therapieën. Maar het begint er mee dat je als ggz-professional niet terugschrikt voor suïcidaliteit. Het is gewoon deel van je werk, en het komt hartstikke vaak voor. Dus als er een paar maanden voorbijgaan zonder dat je iemand hebt gesproken die suïcidale gedachten heeft, moet je je toch eens afvragen of je het onderwerp aan het vermijden bent.”
Effectieve preventie en behandeling kan alleen met hulpverleners die zich competent voelen, meent Beekman. Die vanuit dat zelfvertrouwen een goede antenne hebben voor suïcidaliteit, en kunnen omgaan met verschillende patiënten, van een 16-jarige met autisme tot een depressieve man van middelbare leeftijd met een alcoholprobleem. Die ten slotte betrokken zijn bij hun patiënten, maar tegelijkertijd professionele distantie kunnen bewaren. Want nee, het is geen nederlaag als een patiënt zich suïcideert. “Als je, zoals ik, dertig jaar lang hebt gewerkt met mensen die borderline of stemmingsstoornissen hebben, of die ernstig getraumatiseerd zijn, ga je suïcides meemaken,” zegt Beekman. “Dat kan gewoon niet anders. Dus als het gebeurt, kun je dat niet opvatten als persoonlijk falen. Betrokkenheid is goed, maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat je opgebrand raakt zodat je zelf niet meer kunt werken. Vergeet nooit: the patient is the one with the disease.”
Denk je aan zelfdoding? Bel 24/7 anoniem en gratis naar 113 of chat op 113.nl

