Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties1

Interview Renske Gilissen: ‘Jongeren met suïcidale gedachten willen vooral gehoord worden’

Tekst: Johan Faber
Er zijn grote zorgen over de toenemende suïcidaliteit onder jongeren. Maar volgens Renske Gilissen zijn er aanknopingspunten voor een effectieve aanpak. ‘We hebben méér mensen nodig die zichzelf capabel achten om het gesprek te voeren over suïcidaliteit.’
BSL

De discussie over de toenemende mentale klachten onder jongeren laveert vaak over onrustig vaarwater. Moeten we die problematiek nu uiterst serieus nemen, zoals de meeste ggz-professionals zeggen? Of gaan we mee in het populistische gemopper op een gepamperde jeugd zonder incasseringsvermogen? Zolang er wachtlijsten bestaan bij de Jeugdzorg zal dat debat waarschijnlijk niet verstommen. Maar er is in ieder geval één getal waar niemand om heen kan: in de afgelopen tien jaar is het aantal jongeren dat is overleden door suïcide met een schrikbarende 22 procent gestegen.

Enorme aantallen

“Zo’n toename is natuurlijk heel zorgwekkend,” zegt Renske Gilissen, bijzonder hoogleraar suïcidepreventie aan de Universiteit Leiden en afdelingshoofd onderzoek bij 113 Zelfmoordpreventie. “Maar het wordt nog schrijnender als je bedenkt dat het totale aantal suïcides over diezelfde periode juist een beetje is afgenomen. En dan hebben we het nog niet eens over het stijgende aantal suïcidepogingen onder jongeren. Bij jonge vrouwen die een poging doen zagen we de afgelopen tien jaar bijvoorbeeld een toename van 73 procent. Dat zijn enorme aantallen, als je bedenkt dat er veel meer pogingen zijn dan daadwerkelijke suïcides.”

Er is, kortom, wel degelijk wat aan de hand met de mentale gezondheid van jongeren, aldus Gilissen. Als je het van de positieve kant wilt benaderen, kun je misschien zeggen dat het goed is dat de jeugd blijkbaar makkelijker over haar psychische problemen praat dan eerdere generaties. Maar dat die problemen zich zo ook duidelijk vertalen in suïcidaal gedrag, is volgens Gilissen ronduit alarmerend.

Complex

Helaas is er geen simpel antwoord op de vraag waarom suïcidaliteit onder jongeren toeneemt, zegt Gilissen, die het grootste suïcidepreventie-onderzoek van Nederland leidt. “Een complex probleem als suïcide heeft nooit één oorzaak. Maar er spelen natuurlijk wel verschillende factoren mee. Veel jongeren hebben bijvoorbeeld te maken met een ongezonde dynamiek op social media, maar vaak noemen ze ook de problemen op de woningmarkt, de bestaansonzekerheid, oorlogsdreiging, eenzaamheid en de druk om te presteren op school en in de maatschappij. Er spelen op dit moment gewoonweg heel veel issues in de samenleving die grote impact kunnen hebben op het geestelijk welzijn. Als die zich blijven opstapelen zien sommige jongeren geen andere uitweg dan de dood.”

Suïcidaliteit onder jongeren is niet exclusief een individueel probleem, weet Gilissen. “Met name onder jonge meiden signaleren we soms een dynamiek waarbij vriendinnengroepen uit de buurt of op school elkaar zogezegd de put in praten. Co-rumineren noemen we dat – het herhaaldelijk, intensief en gezamenlijk bespreken van problemen en negatieve emoties, zonder naar oplossingen te zoeken. Om bij de groep te horen, ga je praten over de dood als uitweg. Om dat als hulpverlener te doorbreken is individuele behandeling eigenlijk niet genoeg – dan moet je die hele groep aanspreken.”

Verantwoordelijkheid

Maar daarmee stuiten we meteen op een probleem in de hulpverlening. Veel jongeren met suïcidale gedachten hebben in de praktijk namelijk niet eens toegang tot professionele hulp, vaak omdat de eerstelijns zorg er geen raad mee weet. “Ze durven de verantwoordelijkheid niet te nemen of ze voelen zich niet capabel, of allebei,” zegt Gilissen. “Als jongeren bijvoorbeeld bij de huisarts vertellen over suïcidale gedachten, worden ze vaak meteen doorverwezen naar de specialistische ggz. Begrijpelijk misschien vanuit het perspectief van een gewone huisarts, POH- of basis-ggz , want die heeft nu eenmaal geen 24-uurs crisisdienst tot zijn beschikking. Maar vervolgens belanden die jongeren op een wachtlijst, want de gespecialiseerde ggz is overbelast. En áls ze dan uiteindelijk bij een specialist komen, worden ze vaak weer terugverwezen omdat ze te ‘lichte’ gevallen zijn. We horen van veel jongeren die op deze manier van het kastje naar de muur worden gestuurd.”

Gilissen wil daarom op het congres Nieuwe Richtlijn Suïcidaliteit in de praktijk, op 18 juni as, pleiten voor een heel laagdrempelige benadering. “Niet alle jongeren die kampen met suïcidale gedachten moeten per se naar een specialist – dat kan ook niet eens, want dan loopt het systeem meteen vol. Ze willen vooral gehoord worden. En als we hulpverleners in de eerste lijn daarin trainen, en de samenwerking stimuleren tussen ggz, huisartsen, wijkteams, scholen, maatschappelijk werk, enzovoorts, kunnen zij ook dat gesprek aangaan. Daar is denk ik nog heel veel winst te halen.”

Handvatten

Dat het aantal suïcides over de hele linie daalt, geeft in ieder geval aan dat we de stijgende suïcidaliteit onder jongeren niet zomaar moeten accepteren als een verschijnsel waar we machteloos tegenover staan, denkt Gilissen. “We kunnen nog veel meer doen. Maar dan moeten we hulpverleners wel handvatten geven, zodat ze niet voor het onderwerp terugdeinzen. We hebben méér mensen nodig die zichzelf capabel achten. Die tegen zichzelf zeggen: ik durf dit aan, ik ga deze persoon helpen. Van jongeren die wel eens een suïcidepoging hebben gedaan horen we met regelmaat terug hoe belangrijk het voor ze is dat iemand ze serieus neemt. Dat hoeft helemaal geen ggz-specialist te zijn, maar gewoon iemand die de tijd neemt om te luisteren. Kortom: ga ernaast zitten, maak contact. En laat ze vooral niet los.”

Renske Gilissen spreekt op het congres Nieuwe Richtlijn Suïcidaliteit in de Praktijk, op 18 juni 2026 in Utrecht. In haar lezing kijkt ze naar de stand van suïcidepreventie en zoomt ze in op ontwikkelingen op het gebied van suïcidaliteit bij doelgroepen die steeds meer aandacht vragen: de tieners en twintigers. Waar liggen de zorgen en vooral: wat is nodig om hen goed te helpen? Klik hier voor meer informatie over het congres.

Denk je aan zelfdoding? Bel 24/7 anoniem en gratis naar 113 of chat op 113.nl

1 REACTIE

  1. “We moeten hulpverleners wel handvatten geven”, zegt Renske Gilissen. Ik zou willen toevoegen: “We moeten ouders wel handvatten geven”. Ouders wéten niet vanzelf hoe ze moeten omgaan met een zoon of dochter met psychische problemen. Hetzelfde geldt natuurlijk voor siblings, vrienden en vriendinnen.
    Ik denk dat er heel veel te winnen valt met laagdrempelige coaching en training voor naasten van mensen met ernstige psychische problemen.