Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Juist in beginfase hebben mensen met dementie begeleiding nodig

Al in een vroeg stadium van dementie kan ‘probleemgedag’ voorkomen, ziet neuropsycholoog Willem Eikelboom (Alzheimercentrum Erasmus MC). Dit onderzoek is heel belangrijk, omdat juist in het beginstadium van dementie het gedrag veel verandert. En dat heeft gevolgen voor henzelf, hun naasten en mantelzorgers.
Premium

Op dit moment stuurt een arts die iemand heeft gediagnosticeerd met dementie nog vaak met lege handen naar huis. Terwijl die persoon dan al begeleiding nodig heeft. Het onderzoek van Eikelboom laat dit ook zien.

“Voorheen werd altijd gedacht dat dat zogenoemde onbegrepen of probleemgedrag pas in de laatste fase bij dementie optreedt en dus vooral in verpleeghuizen voorkomt. Maar dit soort gedrag, zoals bijvoorbeeld heel vaak dingen herhalen, initiatiefverlies of achterdocht, kan juist ook een eerste uiting zijn van dementie. Die veranderingen hebben een groot effect op de mensen met dementie zelf, maar natuurlijk ook op hun naasten.”

Volgens Eikelboom vallen mensen net na de diagnose dementie nog regelmatig in een gat. Soms omdat ze zelf de diagnose nog moeten verwerken en begeleiding afhouden, maar regelmatig ook omdat het onduidelijk is wie die begeleiding bij hen gaat oppakken of omdat een casemanager dementie door personeelsgebrek lang op zich laat wachten.

Doorverwijzen in vroeg stadium

Het is daarom heel belangrijk dat een arts al in een vroeg stadium doorverwijst naar een casemanager dementie, die iemand op individueel niveau kan helpen. Een casemanager is een vaste begeleider voor mensen met dementie en hun naasten. Die denkt mee, en bekijkt wat die persoon voor zorg nodig heeft, hoe hij of zij met de ziekte om kan gaan en ondersteunt ook naasten.

Het is een misverstand dat een casemanager in het begin niet nodig is. Juist dan verandert het gedrag ook al. Ook bij het begin van de ziekte kunnen mensen met dementie zich onzeker, wantrouwend of boos voelen. Of zoals Christa Reinhoud zegt: “Ik heb het gevoel dat ik constant in de maling genomen”. Partners en naasten hebben vaak (te) laat door dat dat door dementie komt. Dat leidt tot onbegrip, ruzie, onzekerheid en verdriet. En het is vooral emotioneel zwaar en belastend.

En juist voor de mantelzorger is het van belang om op een goede manier met het onbegrepen gedrag van hun partner, vader of moeder om te leren gaan vindt de promovendus. Ook in een vroeg stadium. Eikelboom: “Ze worden een beetje aan hun lot overgelaten op dat punt. En dat is eigenlijk heel gek, want bij andere terminale ziekten zijn er vaak hele begeleidingstrajecten direct na de diagnose.”

Goede begeleiding kan bovendien veel leed voorkomen. “Je ziet vaak dat als de mantelzorger overbelast begint te raken, de gedragsproblemen ook toenemen. Dat versterkt elkaar.”

Premium

Wil je dit artikel lezen?

Neem GZ-psychologie een maand gratis op proef. Tijdens deze maand heb je onbeperkt toegang tot alle content. Na een maand stopt het proefabonnement automatisch.


    Al abonnee? Log dan in