Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Mensen met een dwangstoornis zoeken naar absolute zekerheid

Exposurebehandeling van een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) is in ongeveer 55% van de gevallen succesvol. Bijna de helft van de patiënten heeft er dus onvoldoende baat bij. ‘Kennelijk begrijpen we nog niet goed genoeg wat er met deze patiënten aan de hand is’, concludeert de Canadese hoogleraar Klinische psychologie Christine Purdon.
Premium

Onlangs sprak Purdon hierover in Leuven (BE), met haar Utrechtse collega Marcel van den Hout, hoogleraar Klinische psychologie en Experimentele psychopathologie aan de Universiteit Utrecht (UU). Als Marcel van den Hout de universiteitskamer binnenstapt, wordt uit de hartelijke begroeting van Christine Purdon meteen al duidelijk dat we tijdens dit gesprek niet hoeven rekenen op een vinnige controverse. ‘Vanaf dat ik student was heb ik altijd naar Marcel en zijn onderzoek opgekeken’, opent Purdon en als uit het volgende gesprek iets duidelijk wordt, dan is het wel dat de twee gesprekspartners hun visie op de (behandeling van) obsessief-compulsieve stoornis (OCS) volstrekt op een lijn zitten; ook als in het begin van het gesprek de psychoanalyse ter sprake komt.

Purdon: ‘We begrijpen OCS nog lang niet zo goed als we zouden moeten, maar we begrijpen inmiddels wel een aantal belangrijke aspecten. Zo is in ieder geval duidelijk dat het psychoanalytische perspectief weinig bijdraagt aan een goed begrip van de stoornis.’

‘We begrijpen OCS nog niet goed genoeg’

Van den Hout: ‘Sterker nog, ik vind het een gevaarlijke benadering. Cruciaal voor een psychoanalytische kijk op OCS is de opvatting dat de problemen en angsten waarmee patiënten geconfronteerd worden, vermomde wensen zijn. Maar dat is niet zo, het zijn juist de dingen waarvoor mensen het bangst zijn, die leiden tot OCS. Mensen die de impuls voelen om hun kind iets aan te doen, bijvoorbeeld, zijn vaak diegenen voor wie er niets erger is dan de gedachte dat zij hun kind zouden kunnen doden. Het is schadelijk om te suggereren dat dat eigenlijk hun diepste wens is.’

Purdon: ‘Die psychoanalytische kijk op OCS is lange tijd dominant geweest, zeker in een stad als New York, maar op een gegeven moment kwamen er verklaringen die meer uitgingen van het gedrag van mensen. Zo stelde Mowrer dat obsessies angst opwekkende stimuli zijn en dat dwanghandelingen worden uitgevoerd om de angst te verminderen. Maar die angstreductie leidt volgens hem juist tot een versterking van de dwangmatige handeling. Dat leek een plausibel model en in gedragstherapeutische kringen ging men er dan ook vanuit dat OCS daarmee verklaard was. Op zich was het ook wel een echte doorbraak, want dit leidde tot het toepassen van de behandeling met exposure, gecombineerd met responspreventie. Dat is voor OCS nog steeds de best werkende behandeling.’

Purdon: ‘Het probleem was alleen dat mensen vanuit deze visie werden gereduceerd

Premium

Wil je dit artikel lezen?


    Al abonnee? Log dan in