Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Therapeuten en onderzoekers over schematherapie

Sigrid Starremans
Sigrid Starremans
Intensieve behandeling voor persoonlijkheidsproblematiek en therapieresistente aandoeningen.

Schematherapie is booming. Vooral in Nederland heeft deze therapievorm een hoge vlucht genomen. Wat maakt deze behandelvorm effectief? En hoe is de therapie in te zetten voor verschillende doelgroepen? Een aantal experts aan het woord die al jaren met schematherapie werken.

In dit artikel komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  1. De basis van schematherapie
  2. De kracht van schematherapie
  3. Limited reparenting
  4. De gezonde volwassene en positieve schema’s
  5. Valkuilen
  6. Schematherapie voor jongeren
  7. Schematherapie voor ouderen
  8. Onderzoek en ontwikkeling

 

1. De basis van schematherapie

Schematherapie is nog een jong therapiemodel.  De therapie werd begin jaren negentig ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Jeffrey Young. Het viel hem op dat veel van zijn cliënten bleven oplopen tegen sterke, terugkerende patronen. Ook als ze rationeel wisten dat het niet gezond was, bleven ze zich op dezelfde manier gedragen, vertelt Remco van der Wijngaart, psychotherapeut bij Perspectief Maastricht en opleider bij Van Genderen Opleidingen BV. ‘Cognitieve gedragstherapie blijkt effectief te zijn voor een aantal klachten maar werkt bij persoonlijkheidsstoornissen niet zo goed.’

Basisbehoeften

Het fundamentele uitgangspunt van schematherapie zijn de emotionele basisbehoeften die ieder kind heeft. Zoals de behoefte aan een veilige band met anderen, onafhankelijkheid en zelfstandigheid, vrijheid om behoeften en emoties te uiten en duidelijke grenzen. Schema’s ontstaan wanneer je als kind niet genoeg bent vervuld in je emotionele basisbehoeften. ‘Het zijn wonden, blauwe plekken op je emotionele systeem,’ zoals Van der Wijngaart het verwoordt. Mensen worden bijvoorbeeld extreem wantrouwend of voelen zich minderwaardig.

De activatie van de schema’s en de wijze waarop je ermee omgaat, brengt je in een modus: een specifieke combinatie van denken, doen en voelen. Voorbeelden zijn de coping modus, de ouder modus, de kind modus en de gezonde volwassenmodus. Het doel van schematherapie is dat cliënten leren om op gezonde, adequate manieren in hun emotionele basisbehoeften te voorzien. Om hun oude disfunctionele patronen te veranderen, moeten ze hun modi leren herkennen en hanteren.

‘Schematherapie gaat over het missen van basisbehoeften in je huis van herkomst. Als therapeuten willen wij symbool staan voor die basisbehoeften. En dat begint met het bieden van een prettige, warme plek. Wij hebben ons Huis voor Schematherapie daarom bewust huiselijk ingericht. In ggz-instellingen is het vaak wat kil en koud. Dat past niet bij wat je met schematherapie aan het doen bent.’ Judith Vanhommerig, psychodramatherapeut bij het Huis voor Schematherapie.

E-learning Inleiding Schematherapie

Meer over de basisprincipes van schematherapie vind je in de e-learning ‘Inleiding schematherapie’. Je krijgt een kijkje in de keuken en leert wat schema’s en modi zijn, en welke technieken er binnen schematherapie gebruikt worden. Na het volgen van deze e-learning kun je een goede inschatting maken van wie wel/niet in aanmerking komt voor schematherapie. De e-learning is geaccrediteerd voor 2 punten door VGCt, NVP en NIP. Meer informatie >

 

2. De kracht van schematherapie

Bij schematherapie wordt het pad van denken, voelen en doen bewandeld. Het is een integratieve vorm van psychotherapie waarbij zowel ervarings-, cognitieve technieken en gedragstechnieken worden ingezet. Remco van der Wijngaart merkt dat veel nieuwe therapeuten die in aanraking komen met schematherapie, de behandeling enerzijds nieuw en complex vinden maar er anderzijds veel in herkennen omdat de behandeling diverse elementen bevat die ook in andere therapieën gebruikt worden. ‘De meest bekende techniek in de schematherapie, de stoelentechniek, is bijvoorbeeld afkomstig uit Gestalt’ licht hij toe. ‘‘Ook de imaginatietechniek die veel wordt gebruikt, was al zo’n honderd jaar bekend. Maar is pas sinds twintig jaar erkend als een wetenschappelijk bewezen effectieve behandelmethode.’

Duidelijke structuur

De kracht van schematherapie is dat deze elementen in een duidelijke structuur zijn gegoten, vindt Van der Wijngaart. Met de theorie van de basisbehoeftes als uitgangspunt en verbindend kader. ‘Basisbehoeften zijn zo universeel dat er geen discussie meer over is ‘vervolgt hij. ‘Ze lijken een open deur maar in een therapiemodel kun je er heel veel richting mee geven. Bij schematherapie gaat het er altijd om de basisbehoeften te valideren. Imaginaire rescripting, waarbij je gebruik maakt van mentale beelden, is bijvoorbeeld een heel krachtige methode. Maar alleen voelen wat dat met je doet is niet genoeg. Bij schematherapie onderzoeken we ook: hoe komt het dat je dit voelt? Wat is de link met wat je vroeger gemist hebt? En hoe kun je er op een goede manier mee omgaan?’

Lees meer over imaginaire rescripting als behandelmethode in ‘Imaginaire rescripting – theorie en praktijk‘, Remco van der Wijngaart, 2020, Bohn Stafleu van Loghum

Judith Vanhommerig, psychodramatherapeut en supervisor, sluit zich daarbij aan. Ze miste altijd al een kader, een duidelijk begin en einde, in de tools en behandelingen die ze kreeg aangereikt. Of ze vond de beschikbare kaders te ouderwets of te vaag. Toen ze in 2006 als schematherapeut werd opgeleid, viel voor haar alles op zijn plek. ‘In deze behandeling kan ik mij geheel vinden als ervaringsgerichte therapeut. Maar ik heb ook een kader waarin ik de ervaringen kan plaatsen en de puzzel maken.’

Mensgericht behandelen

Voor Chris Korevaar, klinisch psycholoog, opleider en hoofdbehandelaar bij PsyMens, maakt de integratie van cognitieve gedragstherapie en de psychodynamische stromingen schematherapie zo sterk. Daarmee is het mogelijk om patiënten niet alleen klachtgericht maar ook mensgericht te behandelen. ‘CGT kan heel effectief zijn voor patiënten met bijvoorbeeld stemmings- of angstklachten’ benadrukt hij. ‘Maar als die klachten recidiverend zijn, is CGT maar een eerste stap. Wat vaak wordt vergeten, is dat in jou als mens een bepaalde dynamiek gaande is ‘vervolgt hij. ‘Met schematherapie kijk je op een dieper niveau naar de patronen die ten grondslag liggen aan de klachten. Waar kom ik vandaan? Wie ben ik? Om die inzichten vervolgens te koppelen aan termen die breed gedragen worden.’

‘Worden de basisbehoeften onvoldoende bevredigd, dan ontstaan er tsunami’s in de gevoelsbeleving van mensen waarin ze worden meegesleurd. Hoe ga je die helen? Alleen begrijpen bleek niet genoeg.  Alleen ander gedrag bewerkstelligen, bleek niet voldoende. De schema’s zijn hardnekkig en bleven nadrukkelijk aanwezig.’ Remco van der Wijngaart, psychotherapeut en GZ-psycholoog

 

3. Limited reparenting

Een belangrijk onderdeel van schematherapie is het principe van limited reparenting. Dat houdt in dat de therapeut, tot op zekere hoogte, de rol van de gezonde, betrokken ouder vervult die de cliënt heeft gemist. Remco van der Wijngaart, adviseert schematherapeuten om de cliënt te zien als een geschaad pleegkind vol met blauwe plekken. ‘Dan genereer je een natuurlijke impuls om te bieden wat mensen nodig hebben.’

Gekwetst kind

Bij schematherapie wordt ervan uitgegaan dat er in iedere patiënt, naast een volwassen stuk, een gekwetst, onvolgroeid kind aanwezig is. Wat, volgens Van der Wijngaart, vaak in andere therapieën gebeurt, is dat cliënten worden aangesproken op een volwassen stuk van hun persoonlijkheid dat nog niet aanwezig is. ‘Stel de cliënt komt overstuur binnen omdat hij een flinke ruzie met iemand heeft gehad’ geeft hij als voorbeeld. ‘Dan zullen er therapeuten zijn die zeggen: “Wat denk je nou zelf wat er is gebeurd? Hoe had je dit anders kunnen doen?”’

Maar bij mensen met persoonlijkheidsstoornissen is de emotionele groei vaak gestagneerd, volgens Van der Wijngaart. Daardoor zijn ze niet in staat om op een volwassen manier op hun gedrag te reflecteren. ‘Als schematherapeut zeg je dan bijvoorbeeld zoiets als: “Ik snap heel goed dat je een ontzettende rotweek hebt gehad. Want voor jou was het niet alleen een vervelende ruzie. Ik hoor ook de pijn van dat kind dat je ooit was. Ik ben blij dat je nu bij me bent. En ik je kan helpen om je weer meer verbonden en veilig te voelen.”

Limited reparenting betekent ook dat je dichter in de buurt komt van de professionele grenzen van de therapeutische relatie dan bij menig andere behandeling. Zo zijn schematherapeuten soms ook buiten de therapie-uren (beperkt) beschikbaar voor de cliënten. Van der Wijngaart: ‘Therapeuten die ik train, zijn hier wel eens verbaasd over. “Ja, maar dan maak je cliënten toch afhankelijk!” zeggen ze dan. “Of worden ze dan niet verliefd op je?”’

Afhankelijkheidsrelatie noodzakelijk

Van der Wijngaart meent echter dat een afhankelijkheidsrelatie, zeker in het begin van de therapie, noodzakelijk is voor het slagen van de behandeling. ‘Deze mensen hebben een gezond anker nodig tegen de geïnternaliseerde stemmen die ze vanuit het verleden meedragen. Als therapeut wil je dat je geïnternaliseerd wordt als de ouder die ze hadden moeten hebben. Afhankelijkheid maakt dat ik er toe doe en dus in dat hoofd kruip. Als ik iemand van de velen ben die af en toe wat goede dingen over ze zegt, dring ik niet tot ze door.Hij kan zich voorstellen dat er therapeuten zijn die er anders over denken. ‘Als psychoanalytica denk je wellicht: dit is grenzeloos, dat afhankelijk maken. Daarom is het zo belangrijk dat de resultaten van de therapie in onderzoek worden gestaafd.’

Geen knuffeltherapie

Van der Wijngaart vindt het prettig om op deze manier te werken. Het past bij hem. Hij kan gewoon Remco zijn. Maar dat geldt niet voor iedereen. Chris Korevaar merkt dat sommige therapeuten echt moeten wennen aan het optreden als vervangende ouder. ‘Sommige therapeuten zijn daar minder sterk in dan anderen. Het is wel een houding waarin je veel kunt leren.’ En schematherapie is geen knuffeltherapie, waarschuwt hij. ‘Als een cliënt te vaak buiten de therapie om belt, moet ik ook wel eens zeggen: “Ik heb nu geen tijd, we bespreken dit later in de sessie.” Begrenzing behoort ook tot de professionele therapeutische houding.’

‘Waar andere therapeuten een crisis proberen te vermijden, zeggen wij soms: “De crisis moet er komen om de cliënt door het schema heen te laten komen en gedragsverandering te bewerkstelligen.” Daarvoor moet hij eerst wellicht zijn hoofd stoten en heel labiel en wankel worden.’ Judith Vanhommerig, psychodramatherapeut bij het Huis voor Schematherapie

 

4. De gezonde volwassene en positieve schema’s

Schematherapie is voortdurend in ontwikkeling. Was er eerst bijvoorbeeld vooral aandacht voor de negatieve schema’s en modi, de afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor positieve schema’s en de rol van de gezonde volwassene. Ook omdat uit onderzoek bleek dat het bewerken van de kindmodi en de gezonde volwassene de beste voorspellers zijn van een positief therapieresultaat (Yakin et al., 2020).

De therapeuten van het Huis voor Schematherapie in Maastricht stelden zelf een programma samen waarin ze de verschillende fases van de schematherapie nog concreter duidden (zie het boek Schematherapie werken met fases in de klinische praktijk). Ook de rol van de gezonde volwassene kreeg daarbij meer vorm. ‘Dat was eerst nogal een abstract begrip en dat zagen we ook aan cliënten’ vertelt Judith Vanhommerig. ‘Ze blokkeerden vaak als we vroegen om als een gezonde volwassene te reageren.’

In de modus van de gezonde volwassene koestert de cliënt het kwetsbare kind in zichzelf en probeert hij het terugschieten in overlevingsmodi te voorkomen. Om deze rol beter toe te kunnen passen, bedachten de therapeuten drie concrete stappen waarmee cliënten de gezonde volwassene in moeilijke situaties kunnen activeren :

  1. Het kwetsbare gevoel erkennen: daarmee oefent de cliënt ook door middel van psychodramatechnieken. Bijvoorbeeld door de stem zacht en rustig te maken.
  2. De negatieve overtuiging ontkrachten: onder andere door de stem wat daadkrachtiger te maken en te bijvoorbeeld zeggen: ‘Dat jij nooit wat zult bereiken in je leven daar ben ik het niet mee eens. Je hebt namelijk wel een studie gedaan en de kinderen opgevoed.’
  3. Hoop bieden: de gezonde volwassene spreekt zijn vertrouwen uit, refererend aan de ervaringen die hij heeft en het proces tot nu toe. ‘Ik heb er alle vertrouwen in dat dit je gaat lukken. Ook als ik zie hoe je eerder obstakels wist te overwinnen.’

De stappen zijn uitgeschreven naar de verschillende modi.

Tabel 2. Positieve schema’s (Louis et al, 2018).

Positieve schema’s
1 Voldoen aan emotionele behoeften
2 Succes
3 Rekening kunnen houden met anderen
4 Basale gezondheid en veiligheid
5 Emotionele openheid en spontaniteit
6 Zelfcompassie
7 Gezonde grenzen/ ontwikkeld zelf
8 Sociale verbondenheid
9 Gezonde zelfcontrole/ zelfdiscipline
10 Realistische verwachtingen
11 Zelfgerichtheid
12 Gezonde mate van eigenbelang
13 Stabiele hechting
14 Gezonde zelfverzekerdheid en competentie

 

 

5. Valkuilen

Schematherapie is een semi-gestructureerde therapievorm. Iedere fase van behandeling heeft bepaalde thema’s waarin specifieke technieken ingezet worden. Dat biedt de therapeut veel houvast maar het kan tevens een valkuil zijn, denkt Chris Korevaar. ‘Het geven van schematherapie kan makkelijk lijken. Met name bij beginnende therapeuten zie ik wel eens dat ze de behandeling te veel zien als een aaneenschakeling van technieken en denken dat op die manier het proces op gang komt.’ Hij hoort wel eens van therapeuten: “Ik pas toch mooi al die oefeningen toe. Waarom slaat de therapie dan niet aan?”’

Over- en tegenoverdracht bewerken

Het geven van schematherapie vereist echter veel meer dan het afwerken van een protocol. ‘Het is de bedoeling dat je als therapeut de over- en tegenoverdracht actief bewerkt’ licht Korevaar toe. ‘Dat je na een oefening bedenkt: wat kunnen we hiermee? En als een oefening niet werkt, nagaat waarom dat zo is. En wat je dan wel kunt doen om bij de kwetsbaarheid van de cliënt te komen en hem indien nodig confronteert. Om die vaardigheden echt in de vingers te krijgen, is de nodige studie en ervaring vereist.’

Té empathisch

Judith Vanhommerich zoekt de valkuilen in een andere hoek. Een risico is, volgens haar, dat therapeuten een tè empathische houding aannemen. ‘Terwijl je als een goede ouder ook stevige grenzen moet kunnen en durven stellen. Sommige therapeuten hebben daar meer oefening in nodig.’

 

6. Schematherapie voor jongeren

Jeffrey Roelofs, klinisch psycholoog/psychotherapeut en onderzoeker, en zijn collega’s waren rond 2012 een van de eersten die startten met schematherapie voor adolescenten. ‘Jongeren met depressieve gevoelens hebben de neiging om zich terug te trekken en komen daardoor vaak pas laat in beeld bij de hulpverlening’ licht hij toe. ‘Daardoor is de kans op het ontwikkelen van persoonlijkheidsproblematiek en uiteindelijk persoonlijkheidsstoornissen groot. We zagen dat cognitieve gedragstherapie niet voldoende effect had bij deze groep.’

Op de volwassenenafdeling van de RIAGG werd destijds gewerkt met schematherapie. Besloten werd om deze vorm van therapie ook bij adolescenten van 16-22 jaar toe te passen. Het protocol werd daarvoor, onder andere qua taalgebruik, aangepast.

Vooral groepstherapie

Aanvankelijk werd de therapie individueel gegeven maar al snel werd overgegaan op groepstherapie. ‘In de groep gaan processen soms sneller’ verklaart Roelofs. ‘Zo zeggen jongeren vaak op veel directere wijze dingen tegen elkaar dan ik als groepstherapeut kan doen. Het komt ook anders binnen als een leeftijdsgenoot je vertelt dat je op een verkeerde manier met problemen omgaat.’ Naast de groepssessies kunnen de jongeren ook een beroep doen op een individuele therapeut als de ontwikkelingen in de groep daartoe aanleiding geven.

Rol van de ouders

Het grootste verschil met schematherapie voor volwassenen is dat de ouders worden betrokken bij de behandeling. Zij spelen immers nog een grote rol in het leven van de jongeren. Bovendien kunnen bepaalde interactiepatronen tussen de jongere en de ouders onaangepaste schema’s in stand houden. Of disfunctionele schemamodi en de daaraan gerelateerde gedragsproblemen activeren. Anderzijds kunnen gezonde interactiepatronen juist bijdragen aan de vermindering van de gedragsproblemen van de jongere, zoals bleek uit het promotie-onderzoek (2018) van Marjolein van Wijk-Herbrink.

Bij Youz in Maastricht krijgen ook de ouders één keer in de maand groepstherapie. De bedoeling is om ouders de schemataal te leren en zicht te laten krijgen op de verschillende kanten van zichzelf. Bijvoorbeeld de kant die ervoor zorgt dat ze boos worden op hun kind. Bij de ouders is soms ook sprake van psychopathologie, maar de therapie staat nadrukkelijk in het teken van het welzijn van het kind. ‘Het doel van de therapie is om te achterhalen: wat heb ik nodig als ouder om goed voor mijn kind te kunnen zorgen?’ licht Roelofs toe. ‘Je hoopt dat ouders in staat zijn om eigen issues even te parkeren als ze getriggerd worden door hun kinderen.’

Problemen met vaders

Zijn ouders wel bereid om de groepstherapie te volgen en naar zichzelf te kijken? Roelofs en zijn collega’s verwachtten er in het begin weinig van, bekent hij. ‘Toen we ermee startten, dachten we: nu gaan we het krijgen, al die afwijzende ouders die niet sensitief zijn naar hun kind. Maar dat bleek in vele gevallen niet op te gaan. Het zijn meestal heel aardige mensen die goed voor hun kinderen proberen te zorgen. Hooguit zijn sommige ouders wat angstig en overbeschermend.’

Wel zijn er soms problemen met de vaders. ‘Het gebeurt wel eens dat ze wegblijven. Het is zo ingebrand: alles wat met hulp voor het kind te maken heeft, hoort bij de moeder. Maar als ik hen uitleg dat hun rol als vader ook belangrijk is, komen ze meestal wel terug.’

Onderzoek en publicaties

Schematherapie voor jongeren wordt inmiddels veelvuldig toegepast in Nederland. Er is echter nog niet veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de behandeling. De eerste bevindingen zijn wel veelbelovend. Zoals onder meer bleek uit een kleinschalig onderzoek van Roelofs naar schematherapie als behandeling voor jongeren met persoonlijkheidsproblematiek in een ambulante setting.

Verder bleek uit onderzoek, van onder meer Roelofs, dat bij jongeren dezelfde onaangepaste schema’s, copingstijlen en schemamodi voorkomen als bij volwassenen. Dat de centrale concepten ook van toepassing zijn op jongeren biedt een basis voor het geven van schematherapie aan deze leeftijdsgroep.

Uit het promotie-onderzoek (2018) van Marjolein Wijk- Herbrink, waarin ze onder meer de toepassing van schematherapie in de gesloten jeugdzorg onderzoekt, blijkt dat adolescenten met externaliserende problemen waarschijnlijk kunnen profiteren van schematherapie.
In hoofdstuk 8 van dit proefschrift staat een Nederlandse, praktische handleiding over het toepassen van schematherapie bij adolescenten met externaliserende gedragsproblemen en (trekken van) persoonlijkheidsstoornissen. Hierbij benadrukt ze onder meer dat de limited reparenting houding van de behandelaar in alle fases van de behandeling centraal staat. ‘Deze houding zorgt voor een tegengif voor bestaande schema’s (Young et al., 2005).’

Toekomstige ontwikkelingen

Schematherapie voor jongere kinderen is in Nederland nog erg in ontwikkeling. Roelofs en zijn team zijn nu bezig met het ontwikkelen van een protocol voor groepsschematherapie voor kinderen van 0-2 jaar en hun ouders. Verder wordt er een pilot opgestart voor het onderzoeken van de effectiviteit van schematherapie voor jongeren met eetstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen.

Roelofs schreef samen met Wijk- Herbrink en Mieke Boots het boek Toegepaste schematherapie bij kinderen en adolescenten. In het boek is geprobeerd om het verschil tussen internaliserende en externaliserende aandoeningen engszins op te heffen. Roelofs: ‘Het gaat niet om de vraag of een kind een depressie of gedragsproblemen heeft. Waar het wel om gaat, is dat je contact maakt en bij die kwetsbare kant komt zodat de gezonde kant kan groeien. Verschillende aandoeningen vragen misschien net wat andere technieken om daar doorheen te komen. Maar het doel is hetzelfde: het kind geven wat het nodig heeft.’

 

7. Schematherapie voor ouderen

Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen zijn lang onderbelicht geweest. Volgens Arjan Videler, gespecialiseerd in psychotherapie bij ouderen en onder meer onderzoeker en psychotherapeut bij PersonaCura van GGz Breburg, zijn er nog steeds professionals in de volwassenenpsychiatrie die ervan overtuigd zijn dat ze niet meer voorkomen bij deze groep. ‘Het is het idee van de borderliner die op jonge leeftijd veel commotie veroorzaakt maar wiens gedrag na het veertigste levensjaar sterk verbetert.’

Die gedachte wordt ook enigszins ondersteund door onderzoek, erkent hij. Toch is sinds een jaar of zes bekend dat persoonlijkheidsstoornissen niet uitdoven als mensen ouder worden. ‘Juist het verlies van dierbaren, structuur, zingeving en een toenemende zorgafhankelijkheid kan ze opnieuw triggeren’ verklaart Videler. ‘Of zelfs voor de eerste keer aan het licht laten komen.’

Wel nog behandelen

Daarnaast leeft de opvatting, ook bij professionals, dat psychische problematiek niet meer te behandelen is als mensen op leeftijd zijn. Videler deelt die opvatting niet. Integendeel zelfs. Hij ziet dat, met name de “jongere” ouderen van 60 tot 75 jaar, juist een sterke motivatie hebben voor het starten met therapie. ‘Deze mensen hebben juist erg het gevoel dat ze moeten gaan werken aan hun problemen omdat het er anders niet meer van komt.’

Videler is altijd gefascineerd geweest door de vraag hoe (psycho)therapie effectiever te maken is voor ouderen. Sinds 2012 onderzoekt hij de mogelijkheden van schematherapie bij deze groep. Zijn conclusie is dat schematherapie goed aansluit bij de psychotherapieverwachtingen van veel ouderen. Dat geldt met name voor het aspect van het terugkijken op het leven dat verweven zit in de therapie. Schematherapie voor ouderen wordt echter nog lang niet overal gegeven. ‘Maar er is gelukkig wel een verschuiving gaande. De behandeling wordt steeds vaker ingezet.’

Onderzoek

Videler deed diverse onderzoeken naar zowel individuele schematherapie als groepstherapie bij ouderen. Uit de resultaten van een eerste studie in 2014, naar een kort groepsschematherapieprotocol, kwam naar voren dat de therapie aansloeg maar minder effectief was dan bij jongere volwassenen. De conclusie was dat de behandeling op een aantal punten aangepast moet worden. ‘Het tempo lag bijvoorbeeld te hoog’ licht Videler toe. ‘En de voorbeelden uit het werkboek waren teveel gericht op mensen onder de veertig, denk aan relaties en werk.’

Verder bevatte het protocol te veel cognitieve gedragstherapie en te weinig ervaringsoefeningen. ‘Juist die cognitieve oefeningen, het aanpassen van het denken, zijn voor ouderen vaak wat lastiger’ verklaart Videler. ‘Het werkgeheugen en de mentale belastbaarheid nemen op oudere leeftijd immers af. Het idee was dat meer oefeningen gericht op voelen beter zouden aansluiten.’

Het eerste wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van individuele schematherapie bij ouderen, een doorbraakstudie genoemd, betrof een onderzoek bij cliënten met een cluster C persoonlijkheidsstoornis. Daarbij werden krachtige effecten gevonden op de symptomen van de persoonlijkheidsproblematiek zelf, angst- en stemmingsklachten, kwaliteit van leven en maladaptieve schema’s.

In een studie (nog in de schrijffase) naar groepsschematherapie bij ouderen trapten de onderzoekers in een andere valkuil. De ouderen zelf waren enthousiast en positief over de behandeling maar de effecten vielen tegen. Videler: ‘Uiteindelijk bleek dat de therapie met tweeëntwintig sessies te kort was geweest. Ook omdat het ditmaal ging om ouderen met ernstigere persoonlijkheidsproblematiek. Bij therapeuten bestaat soms de neiging om ouderen korter te behandelen omdat ze denken dat deze mensen geen zin meer hebben in een lange therapietraject’ vervolgt hij.  ‘Uit dit onderzoek blijkt echter dat je ouderen net zo intensief moeten behandelen als andere cliënten.’

Momenteel loopt er een studie waarin oudere cliënten zowel groepsschematherapie krijgen (één keer in de week) en individuele sessies (een keer in de twee weken). ‘We hebben deze keuze gemaakt op basis van nog niet gepubliceerd onderzoek van Arnoud Arntz bij volwassen borderline patiënten’ licht Videler toe. ‘Daaruit blijkt dat een combinatie van groepstherapie en individuele therapie meer effect heeft dan alleen groepstherapie.’ De resultaten van de studie worden verwacht in 2024.

Aanpassingen voor ouderen

Om schematherapie beter te laten aansluiten bij ouderen, hebben Videler en zijn team de afgelopen jaren diverse aanpassingen gedaan. Een belangrijk verschil met jongere volwassenen is dat meer gebruik gemaakt kan worden van de levenswijsheid van ouderen. Videler: ‘Ook omdat life review een effectieve behandeling blijkt voor ouderen met een depressie. Dat is heel goed onderzocht.’ Verder is het gebruik van positieve schema’s extra relevant voor ouderen.

Aanpassingen in schematherapie voor ouderen uit het hoofdstuk van Machteld Ouwens en Videler in het Casusboek Schematherapie, onder redactie van Hellen Hornsveld, Hélène Bögels en Heleen Grandia. Uitgeverij BSL, Houten.

Technieken aanpassen
Compacte casusconceptualisatie Maak een compacte en concrete casusconceptualisatie die in één oogopslag een overzicht geeft van relevante ervaringen als kind, core beliefs over zelf, de ander en de wereld (schema’s), leefregels en strategieën (coping modi).
Taalgebruik Gebruik eigen termen in plaats van schematherapieterminologie. Dit schept een betere, persoonlijkere band en zorgt voor meer compliance. Eigen termen zijn aansprekender, waardoor herinneringen geactiveerd worden, met bijbehorende emotionele lading.
Techniek van imaginatie en rescripting Diagnostische imaginatie roept vaak een negatieve ervaring op die onopgelost blijft tijdens de sessie. Geef de voorkeur aan imaginatie met rescripting.

Let op: bij ouderen kom je vaak een grotere loyaliteit naar ouders tegen, zoals de overtuiging ‘eert uw vader en uw moeder’.

Stoelenwerk Eenvoudig houden, gebruik maximaal twee stoelen.
Levensloopperspectief toevoegen
Integreren “wisdom enhancement” Levenswijsheid aanspreken die de cliënt kan inzetten in de gezonde volwassen modus. Bijvoorbeeld: hoe heeft u eerder succesvol problemen opgelost?
Focus ook op positieve schema’s Zoek naar eerdere perioden waarin cliënten goed functioneerden. In welke rol zaten ze toen? Welke gedachten hadden ze toen over zichzelf? De gezonde volwassenmodus is vaak actief geweest, meestal na het 40e levensjaar.
Negatieve opvattingen over ouder worden en psychotherapie Wees bedacht op negatieve overtuigingen over ouderdom en over psychotherapie, zoals ‘ouderen kun je niets meer leren’.

 

Meer lezen over schematherapie bij ouderen?

In het boek Casusboek Schematherapie (2021) is een hoofdstuk opgenomen over schematherapie bij ouderen.

 

 

 

8. Onderzoek en ontwikkeling

Schematherapie was aanvankelijk vooral gericht op mensen met persoonlijkheidsproblematiek en dan met name op patiënten met borderlinestoornissen. Dat de behandeling positieve effecten heeft, bleek onder meer uit een randomized trail uit 2006 waarin schematherapie voor patiënten met borderline werd vergeleken met TFP (transference-Focused Psychotherapie). Na drie jaar schematherapie voldeed 50% van de patiënten niet meer aan de diagnose. Bovendien bleek schematherapie effectiever te zijn dan TFP.

Inmiddels is in verschillende onderzoeken aangetoond dat Schematherapie effectief is bij volwassenen met persoonlijkheidsstoornissen en andere therapieresistente problematiek, zoals chronische depressies. Veel onderzoek vond (en vindt) in Nederland plaats, met als grote aanjager Arnoud Arntz en andere therapeutonderzoekers die aanvankelijk vooral in Maastricht gevestigd waren. Ook schematherapie als behandeling sloeg in Nederland erg aan en heeft een grote vlucht genomen.

Schematherapie is voortdurend en sterk in ontwikkeling. Werd de therapie eerst alleen aan individuele cliënten gegeven, sinds 2012 wordt schematherapie ook veelvuldig ingezet als groepstherapie, gebaseerd op het model van Joan Farrell en Ida Shaw. Ook wordt schematherapie ingezet als relatietherapie, in de forensische GGZ en voor angst-, eet en stemmingsstoornissen. Er is veel lopend onderzoek naar de inzet en effectiviteit van schematherapie voor verschillende aandoeningen.

Nederland heeft de grootste schematherapiedichtheid ter wereld. Veel onderzoek is hier gestart en er worden veel trainingen gegeven. Schematherapie heeft zijn oorsprong in de VS maar in Nederland is het echt geëxplodeerd.’ Chris Korevaar, klinisch psycholoog en psychotherapeut


Gerelateerde informatie