Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Intensieve therapie blijkt effectief en goedkoper bij depressie en persoonlijksheidsstoornissen

Klinisch psycholoog Marit Kool onderzocht wat het effect is van de intensiteit van psychotherapie bij mensen met zowel een depressie als een persoonlijkheidsstoornis. De resultaten laten zien dat de intensieve therapie  duidelijke voordelen heeft.
Foto: Rex Pickar

In een grootschalige studie onderzocht Kool wat het effect is van de intensiteit van psychotherapie bij mensen met zowel een depressie als een persoonlijkheidsstoornis. Daarbij vergeleek zij een behandeling van 25 sessies in één jaar (startend met één sessie per week) met een intensievere behandeling van 50 sessies (startend met twee sessies per week).

Intensievere aanpak beter

De resultaten laten zien dat de intensievere aanpak duidelijke voordelen heeft. Cliënten die 50 sessies volgden, herstelden sneller en hadden aan het einde van het behandeljaar minder depressieve klachten en minder persoonlijkheidsproblematiek dan cliënten die 25 sessies kregen. Een jaar na afloop van de behandeling was dit verschil niet meer meetbaar. Wel bleek dat mensen uit de minder intensieve groep in dat jaar vaker opnieuw een behandeltraject startten.

Volgens Kool wijst dit erop dat een hogere therapiedosering niet alleen sneller effect heeft, maar mogelijk ook kosten bespaart op de langere termijn. Door terugval en nieuwe behandelingen te voorkomen, zou de belasting van het zorgsysteem juist kunnen afnemen. Haar conclusie moet wel in perspectief worden geplaatst: intensieve behandelingen vragen meer tijd van therapeuten en kunnen op korte termijn extra druk leggen op de toch al beperkte behandelcapaciteit. Tegelijkertijd vergroot een te lage dosering het risico op een chronisch beloop van depressie en herhaald zorggebruik, wat het systeem uiteindelijk juist zwaarder belast.

Maatwerk

Kool onderstreept daarom het belang van maatwerk. Om een goede balans te vinden tussen effectiviteit, kosten en toegankelijkheid is meer inzicht nodig in welke patiënten het meest profiteren van een intensieve behandeling en bij wie een minder intensieve aanpak volstaat. Ook doet zij de aanbeveling om een actieve nabehandelingsfase in te voeren, waarin nog enige tijd gevolgd wordt hoe het met de cliënt gaat na afsluiten van de behandeling, en zo nodig enkele terugkomsessies met de eigen behandelaar plaatsvinden. Of dit daadwerkelijk leidt tot minder terugval in depressie en in minder nieuwe behandeltrajecten zou moeten worden onderzocht.

De kern van het proefschrift bestaat uit een gerandomiseerde studie waaraan 246 cliënten deelnamen. Zij werden willekeurig verdeeld over vier individuele behandelvormen, gericht op zowel depressie als onderliggende persoonlijkheidsproblematiek: 25 of 50 sessies schematherapie, en 25 of 50 sessies psychodynamische therapie. De bevindingen dragen bij aan het maatschappelijke debat over hoe schaarse ggz-middelen het meest effectief en duurzaam kunnen worden ingezet.

Bron: vu.nl