Cognitive Processing Therapy (CPT) is een kortdurende cognitieve gedragstherapie, ontwikkeld in de jaren 80 door de Amerikaanse onderzoeker Patricia Resick en collega’s. De methode is gericht op betekenisverlening na trauma. CPT is effectief gebleken in de behandeling van uiteenlopende patiëntengroepen, waaronder slachtoffers van seksueel geweld, veteranen, vluchtelingen en mensen met interpersoonlijk trauma. CPT behoort tot de best onderzochte behandelingen voor PTSS en de therapie wordt aanbevolen in internationale richtlijnen zoals de APA PTSD Guideline1, de VA/DoD Clinical Practice Guideline2 en de Nederlandse Zorgstandaard Psychotrauma-en stressor-gerelateerde stoornissen.3
Een alternatieve behandeling voor PTSS Cognitive Processing Therapy
Cognitive Processing Therapy (CPT) is een cognitieve gedragstherapie voor posttraumatische stressstoornis (PTSS). De methode is bewezen effectief en is wereldwijd opgenomen in richtlijnen, maar in de Nederlandse ggz is CPT nauwelijks ingevoerd. Deze bijdrage beschrijft hoe CPT patiënten helpt om betekenis te geven aan hun traumatische ervaringen en hoe deze behandeling zich verhoudt tot andere evidence-based therapieën voor PTSS.
Er is geen Nederlandstalig scholingsaanbod voor therapeuten die zich in de behandeling willen bekwamen en via de Amerikaanse vereniging voor CPT heeft slechts een handvol therapeuten zich geregistreerd als CPT-provider (www.cptforptsd.com).
In Nederland ligt de nadruk van traumabehandeling vooral op EMDR-therapie; de Vereniging EMDR Nederland telt meer dan 7000 leden.
CPT bestaat doorgaans uit twaalf sessies en de behandeling richt zich op het systematisch onderzoeken van gedachten (‘stuck points’) die het herstel na trauma belemmeren. De behandeling start en eindigt met zogenoemde impact statements, waarmee patiënten overtuigingen beschrijven die zij hebben ontwikkeld als gevolg van het trauma dat het sterkst samenhangt met hun PTSS-klachten.4
In CPT leren patiënten de samenhang tussen gebeurtenissen, gedachten en emoties herkennen. De therapeut stelt open, niet-sturende (‘socratische’) vragen om stuck points van de patiënt te verkennen, zoals overschatting van de eigen verantwoordelijkheid of retrospectieve schuld (‘hindsight bias’). Door deze overtuigingen te toetsen aan


Zeer aanbevelingswaardig. Gebed in de CGt kan goed werken. Dank voor informeren.