Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Over- en onderdiagnostiek van autisme

Autisme wordt vaak over- of ondergediagnosticeerd. Hoe kan dat gebeuren, en hoe helpt het 'voorspellende brein' perspectief ons om bij de diagnostiek scherper te differentiëren, zonder de persoon achter het label uit het oog te verliezen?
© Alfonso Soler / stock.adobe.com

Daarover gaat het artikel Autisme: diagnose gemist of gemaskeerd? In deze bijdrage behandelt de auteur twee voorbeeldcases, Myrthe en Lieke.

Myrthe (27) wordt bij de ggz aangemeld vanwege prikkelgevoeligheid, moeite met veranderingen en sociale teruggetrokkenheid. Ze raakt snel overprikkeld in groepen, plant alles tot in detail en vermijdt sociale contacten. In eerste instantie wordt gedacht aan autisme, omdat ze hecht aan structuur en er een eenzame leefstijl op na houdt. Tijdens de intake is Myrthe verbaal vaardig, maar ze maakt weinig oogcontact. In de loop van het gesprek neemt het oogcontact toe, maar ze raakt snel gespannen en bij de gedachte dat ze naar een feestje gaat, verstijft ze. ‘Dan raak ik volledig in paniek.’ Als de diagnosticus doorvraagt komt er een complex verhaal naar voren. Myrthe werd in haar jeugd gepest en is emotioneel verwaarloosd. Als kind had ze wel vriendinnen en deed ze mee aan groepsactiviteiten, maar sinds haar studietijd vermijdt ze sociale situaties. Ze beschrijft hoe ze in haar vroege jeugd al last had van flashbacks en hyperalertheid: ‘Ik zie mezelf telkens weer in slechte doen op het schoolplein staan, waar ik vaak door medescholieren werd uitgelachen.’ De eerste diagnosticus stelt de diagnose ASS. Haar behoefte aan structuur en vermijdend gedrag lijken daarbij te passen, en ook haar beperkte sociale contacten ondersteunen dat beeld. Voor Myrthe voelt de diagnose dubbel: ‘Eindelijk een verklaring,’ zegt ze, ‘maar dit ben ik niet helemaal.’

Second opinion: een nieuw perspectief

Bij een second opinion wordt
Premium


    Al abonnee? Log dan in