“Een cliënt die je uitscheldt. Een bewoner die je ongewenst aanraakt. Een familielid dat je bedreigt.” Voor veel zorgmedewerkers zijn het geen uitzonderingen, maar situaties die regelmatig voorkomen. Toch blijft het moeilijk om erover te praten, zeggen Evita Lammes en Rianne van Gerven, auteurs van het boek Eerste hulp bij grenzen. Hun praktische pocketboekje moet zorgprofessionals helpen om grensoverschrijdend gedrag eerder te herkennen, bespreekbaar te maken en er adequaat op te reageren. “We willen dat mensen beseffen: dit is niet normaal, en ik mag hier iets van zeggen.”
Een praktisch boek voor de werkvloer
Het idee voor het boek ontstond nadat Rianne Evita’s eerdere boek Waar ligt de grens? las. “Ik dacht meteen: dit hebben we nodig in de zorg. Maar dan wel praktisch vertaald naar de werkvloer. Dus met concrete voorbeelden, voorbeeldzinnen en handvatten waar mensen direct iets mee kunnen.” Dat praktische karakter werd ook het uitgangspunt van Eerste hulp bij grenzen. “Beleidsstukken worden vaak met goede intenties geschreven,” zegt Rianne. “Maar op de werkvloer heb je te maken met tijdsdruk, sociale druk en ingewikkelde situaties. Dan heb je behoefte aan iets wat je meteen kunt toepassen.” Volgens haar blijven protocollen vaak hangen in algemene aanbevelingen. “Er staat dan wat helpend zou zijn, maar niet hoe je het daadwerkelijk doet in het moment zelf.” Het compacte formaat was dan ook een bewuste keuze. “Het is echt bedoeld als een boekje dat je in je zak kunt stoppen,” zegt Rianne. “Iets waar je snel in kunt bladeren als je ergens tegenaan loopt.”
“Hoe beter je moeilijke situaties aankunt, hoe beter je zorgverlener bent”
Volgens de auteurs is grensoverschrijdend gedrag in de zorg geen nieuw probleem, maar wel een onderwerp waar nog altijd een taboe op rust. “Ik zit inmiddels al jaren in de zorg,” zegt Rianne. “En ik denk niet dat dit een nieuw onderwerp is. Maar het blijft ingewikkeld. Zeker omdat de druk op de zorg alleen maar groter wordt.” Juist daardoor vinden veel zorgmedewerkers het lastig om incidenten bespreekbaar te maken. “Wat je veel merkt,” zegt ze, “is dat mensen reageren met: ‘Bij mij gebeurt dat niet.’ Of dat er meteen praktische oplossingen worden aangedragen. Maar erkenning ontbreekt vaak.”
Volgens Rianne leeft er bovendien een hardnekkige overtuiging binnen de zorg. “Hoe beter je moeilijke situaties aankunt, hoe beter je zorgverlener bent.” Evita herkent dat patroon ook in andere sectoren waar agressie vaker voorkomt. “Bij brandweerlieden zie je hetzelfde. Hoe normaler agressie wordt gevonden, hoe moeilijker het wordt om je grens aan te geven.” Volgens de auteurs ontstaat daardoor een vorm van aangeleerde machteloosheid. “Mensen gaan geloven dat het er nu eenmaal bij hoort,” zegt Evita. “Maar bedreiging, intimidatie of ongewenste aanrakingen horen nooit bij je werk.”
“Bedreiging mag nooit normaal worden”
Tijdens trainingen en gesprekken merken de auteurs hoe vaak grensoverschrijdend gedrag wordt gerelativeerd. Evita noemt een voorbeeld van een zorgmedewerker die door een familielid werd bedreigd. “Dan gaat het gesprek vervolgens vooral over de vraag of die medewerker misschien fouten heeft gemaakt. Terwijl ik denk: bedreiging mag nooit het gevolg zijn van een fout.” Volgens haar ligt daar een belangrijk probleem. “We geven in het boek tools om situaties te voorkomen of beter te hanteren, maar we blijven ook benadrukken dat je bepaald gedrag moet blijven afkeuren. Met het hele team en vanuit de hele organisatie.” Steun van collega’s en leidinggevenden is daarbij cruciaal. “Het helpt enorm als organisaties één duidelijke lijn trekken,” zegt Rianne.
Manipulatie en subtiele intimidatie blijven vaak onder de radar
Hoewel agressie zichtbaar en herkenbaar is — schreeuwen, schelden, gooien met spullen — denken de auteurs dat juist subtiel grensoverschrijdend gedrag vaak wordt onderschat. Rianne: “Manipulatief gedrag glipt makkelijk tussendoor. Dat je achteraf denkt: wat gebeurde daar nou eigenlijk? Dat niet-pluisgevoel.” Evita vult aan dat ook emotionele afhankelijkheid of verliefde gevoelens richting een hulpverlener ingewikkeld kunnen worden. “Zeker psychologen kunnen daar mee te maken krijgen,” zegt ze. “Een cliënt ziet hen soms als een van de belangrijkste stabiele personen in zijn leven. Daar kan afhankelijkheid uit ontstaan.” Juist die situaties zijn volgens haar moeilijk bespreekbaar. “Als daar wederkerigheid in ontstaat of als er sprake is van een glijdende schaal, zit daar vaak veel schaamte op.”
Voor, tijdens en na
Het boek is daarom opgebouwd rondom drie fases: vóór, tijdens en na een incident. Volgens Rianne kun je vooraf al veel doen. “Je kunt verwachtingen duidelijk maken, huisregels bespreken en scenario’s vooraf doordenken. Wat verwachten we van cliënten? Wat vinden we acceptabel? En wat niet?” Tijdens een incident draait het volgens haar om duidelijke communicatie en veiligheid. “Je mag een time-out nemen. Je mag professioneel afstand nemen. Je mag zeggen: dit vind ik niet prettig.” En ook achteraf blijft actie belangrijk. “Veel zorgverleners blijven malen over situaties. Terwijl je er altijd op terug mag komen. Ook een dag of maand later.” In het boek gebruiken de auteurs daarvoor de afkorting BOT: buikgevoel, objectief signaleren en teamoverleg. “Zorgverleners zijn vaak heel sensitief,” zegt Rianne. “Je voelt soms al dat iets niet klopt voordat je het rationeel kunt uitleggen.”
“Welke grens hebben wij eigenlijk gesteld?”
Volgens de auteurs ligt er niet alleen verantwoordelijkheid bij individuele zorgverleners, maar ook bij organisaties. Rianne vertelt over een multidisciplinair overleg rond een bewoner die zorgmedewerkers structureel beledigde. “Iedereen dacht na over hoe medewerkers beter met hem konden omgaan. Maar wij stelden de vraag: welke grens hebben wij eigenlijk richting deze bewoner gesteld?” Die bewustwording ontbreekt volgens haar nog vaak. “We moeten veel duidelijker zijn over wat wel en niet acceptabel is.” Evita merkt bovendien dat veel zorgprofessionals niet goed weten waar hun rechten liggen. “Zorgplicht wordt vaak uitgelegd als: ik moet altijd zorg blijven geven, wat er ook gebeurt. Maar dat is niet altijd zo.” Volgens haar mag een zorgverlener in sommige situaties afstand nemen of een gesprek tijdelijk stoppen. “Zeker als het niet levensbedreigend is, kun je soms pauzeren, weggaan of later terugkomen.” Daarvoor is het volgens de auteurs wel belangrijk dat organisaties duidelijke kaders bieden. “Huisregels moeten helder zijn,” zegt Evita. “En er moet documentatie worden opgebouwd als gedrag structureel grensoverschrijdend is.”
Praktische veiligheid krijgt te weinig aandacht
Naast cultuurverandering pleiten de auteurs ook voor meer aandacht voor praktische veiligheid. Vooral hulpverleners die veel één-op-één werken, zoals psychologen, kunnen zich kwetsbaar voelen. “Waar zit je in een ruimte?” vraagt Rianne zich hardop af. “Heb je zicht op de deur? Kun je weg? Is er backup beschikbaar?” Volgens de auteurs is goede opvang na incidenten minstens zo belangrijk. “Supervisie, intervisie en nazorg moeten goed geregeld zijn,” zegt Evita. “Mensen moeten het gevoel hebben dat ze er niet alleen voor staan.”
“Ik dacht ook vaak: dit hoort gewoon bij het werk”
Beide auteurs maakten zelf grensoverschrijdend gedrag mee. Rianne vertelt openlijk over bedreigingen, schreeuwende familieleden en ongewenste aanrakingen. “Mijn eerste mannelijke cliënt raakte me al aan terwijl ik dat niet wilde,” vertelt ze. “En ik heb ook meegemaakt dat iemand me bedreigde met een mes.” Veel ervaringen werden jarenlang genormaliseerd. “Je stopt het weg omdat je denkt: dit hoort erbij. Maar het belast je wel degelijk.” Hoe meer ze zich met het onderwerp bezighield, hoe meer situaties ze zich realiseerde. “Dan denk je ineens: hé, dat was eigenlijk ook niet oké.” Volgens de auteurs ervaren mannen en vrouwen grensoverschrijdend gedrag soms verschillend. “Voor mannen is het vaak moeilijker om het bespreekbaar te maken,” zegt Rianne. “Daar zit toch nog het idee achter dat je sterk moet zijn.” Tegelijkertijd krijgen vrouwen volgens Evita vaker te maken met seksuele intimidatie. “Dat zie je breed in de samenleving terug.”
“Mijn werk is leuker geworden”
Het schrijven van het boek veranderde ook hun eigen manier van werken. “Mijn werk is leuker geworden,” zegt Rianne. “Omdat ik sneller herken wanneer iets niet goed voelt en weet dat ik daar iets van mag zeggen.” Volgens haar ontstaat er ook een positieve beweging binnen teams zodra mensen opener over grenzen praten. “De één steekt de ander aan. Mensen gaan tips uitwisselen en voelen zich gesteund.” Belangrijk daarbij is dat zorgverleners leren dat ze altijd mogen terugkomen op een situatie. “Zelfs als je pas later beseft dat iets niet goed voelde.” Volgens Evita helpt dat om de regie terug te pakken. “Anders blijf je ermee rondlopen in je hoofd.”
“We hopen dat mensen denken: ik mag hier iets van vinden”
Wat hopen de auteurs uiteindelijk dat lezers meenemen uit het boek? Evita hoeft daar niet lang over na te denken. “Dat mensen gaan herkennen wanneer iets over hun grens gaat. En dat ze beseffen: ik mag dit zeggen. Ik mag voorwaarden stellen aan de zorg die ik geef.” Rianne hoopt vooral dat zorgverleners meer grip ervaren. “Dat ze weten wat ze kunnen doen — vóór, tijdens en na een situatie. En dat ze elkaar daarin ook meenemen.” Volgens haar kunnen juist psychologen en andere professionals daarin veel betekenen. “Zij hebben vaak veel invloed, ook op andere zorgverleners. Het zou mooi zijn als die bewustwording zich verder verspreidt door de hele zorgketen.” Hun belangrijkste boodschap vat Rianne samen in drie woorden: buikgevoel, objectief signaleren en bespreekbaar maken. “Als iets niet goed voelt,” zegt ze, “dan mag je daar altijd op reageren.”

Het boek is hier te bestellen!
Over de auteurs
Evita Lammes houdt zich bezig met sociale veiligheid binnen uiteenlopende organisaties en sectoren. Van oorsprong komt ze uit de communicatiehoek. “Ik heb ooit kunst en economie gestudeerd aan de HKU,” vertelt ze. “Dat ging over organisatiekunde, marketing en communicatie. Via inclusieve communicatie ben ik uiteindelijk doorgerold naar sociale veiligheid.” Ze is naast deskundige sociale veiligheid auteur van het Managementboek van het Jaar genomineerde Waar ligt de grens?. Ze verzorgt trainingen en advies voor organisaties als TNO, het ministerie van OCW en Politie Nederland.
Rianne van Gerven werkt sinds 2014 als hbo-verpleegkundige en deed ervaring op in ziekenhuiszorg, thuiszorg en verpleeghuizen. Ze werkte onder meer in het OLVG en stapte later over naar complexe thuiszorg en verpleeghuiszorg. Inmiddels ondersteunt ze verschillende zorgorganisaties als kwaliteitsverpleegkundige. Dit combineert ze met trainen, coachen én samenwerken bij inmiddels 23 locaties van o.a. Omring en Cordaan.
Over de auteurs
Evita Lammes houdt zich bezig met sociale veiligheid binnen uiteenlopende organisaties en sectoren. Van oorsprong komt ze uit de communicatiehoek. “Ik heb ooit kunst en economie gestudeerd aan de HKU,” vertelt ze. “Dat ging over organisatiekunde, marketing en communicatie. Via inclusieve communicatie ben ik uiteindelijk doorgerold naar sociale veiligheid.” Ze is naast deskundige sociale veiligheid auteur van het Managementboek van het Jaar genomineerde Waar ligt de grens?. Ze verzorgt trainingen en advies voor organisaties als TNO, het ministerie van OCW en Politie Nederland.
Rianne van Gerven werkt sinds 2014 als hbo-verpleegkundige en deed ervaring op in ziekenhuiszorg, thuiszorg en verpleeghuizen. Ze werkte onder meer in het OLVG en stapte later over naar complexe thuiszorg en verpleeghuiszorg. Inmiddels ondersteunt ze verschillende zorgorganisaties als kwaliteitsverpleegkundige. Dit combineert ze met trainen, coachen én samenwerken bij inmiddels 23 locaties van o.a. Omring en Cordaan.

